De afgelopen 15 jaar werd de museumwereld een aantal keren geconfronteerd met zeer ernstige schade veroorzaakt door lethargisch beleid van museumdirecteuren. Consequenties van falen door eindverantwoordelijken hoort niet tot de bedrijfscultuur van musea. Je vraagt je af waarom. Het vermoeden dringt zich op dat consequenties uitblijven omdat het falen gevolg is van een keten falende verantwoordelijkheid van subsidiegever, bestuur, raad van toezicht tot de eindverantwoordelijke directeur.

In de profit sector komt het regelmatig voor dat ondeskundige managers hun biezen moeten pakken. Ik geef toe: dat biezen pakken gaat nogal eens gepaard met een financiële douceur waar menig werknemer in dienstverband van smult. Wie wil er niet als een Rijkman Groenink genoodzaakt worden de werkjas aan de wilgen te hangen? Rijkman – what’s in a name – zou later spreken over rampjaar: 2007, het jaar waarin hij door de vijandige overname van de ABN AMRO bank een beloning van een slordige 30 miljoen euro in de schoot geworpen kreeg. Bij zijn vertrek kreeg hij twee jaarsalarissen mee en zijn optie- en aandelenbeloningen bleken in één klap zo’n 26 miljoen euro waard. Je zou bijna medelijden krijgen met de man, vooral omdat het volk nog jaren kritiek bleef spuien over dit riante afscheidscadeau. Groenink, een verklaard tegenstander van absurd hoge bonussen in de bankenwereld – een beter voorbeeld van een vos die de passie predikt is niet denkbaar – ziet het geld dat hij kreeg als genoegdoening voor het onverteerbare feit dat ABN Amro in 2007 tegen zijn zin werd overgenomen en opgeknipt. Een jaar later bleek niet alleen de ABN AMRO bank er een bende van te hebben gemaakt, maar dat vrijwel de hele bankenwereld wegens egoïstisch, zelfverrijkend management door de mand viel. Er rolden vele volgevreten koppen op alle niveaus in de bankenwereld.

Hoge vertrekpremies zijn in de profit sector minder sociaal aanvaard dan voorheen, maar worden wel nog verstrekt. Falen loont in veel gevallen op financieel aantrekkelijke wijze. Niet goed functioneren? Wegwezen en tegelijk de schaapjes op het droge.

Als ik Rijkman Willem Johan Groenink tijdens de vernissage op The European Fina Art Fair (TEFAF) in Maastricht in zijn maatkostuum en met zijn ijdele haarbos, net onder de droogkap vandaan, rond zie stappen, kan ik niet nalaten te denken: “Met belastingcenten volgepropt varken dat je bent!” Belastingcenten omdat zijn omvallende bank met miljarden belastinggeld overeind moest worden gehouden.

Zo lang die bonussen en vertrekpremies betaald worden uit de winst die bedrijven maken, is dat hoogstens zeer pijnlijk voor de werknemers die alleen via zeer moeizame CAO-onderhandelingen een enkel graantje meepikken van het succes. Erger nog: niet zelden stapt de CEO met een zak vol geld de deur uit vlak voordat een faillissement wordt uitgesproken. Werknemers en leveranciers in verbijsterde armoe en werkloosheid achterlatend.

Maar dan de museale non-profit sector. Geen, voor zover ik weet, klinkende gouden handdrukken bij falend beleid. Nee, erger nog: falend beleid heeft helemaal geen gevolgen voor de eindverantwoordelijke directeur.

Je ‘halve museum’ leeggeroofd in Hoorn (2005)? Je liegt in de pers en op bijeenkomsten van de Museumvereniging dat je een geavanceerde beveiliging had, maar helaas geslachtofferd werd door ‘professionele criminelen’. Dat zijn twee vliegen in 1 klap: liegen over zowel de beveiliging als over de professionaliteit van de criminelen. De vraag dringt zich op: hoe komt het dat je na een inbraak ineens expert lijkt te zijn over de professionaliteit van de criminelen, maar nooit zelfs maar het initiatief nam iets te doen aan je beveiliging? Helemaal een gotspe: nadat deze directeur – ik heb het over raaskallende Ruud Spruit – door het ijs zakte als buiten-de-deur-beunhazende broodschrijver en programmamaker, vertaalde en verziekte hij een boek over gestolen kunst. Alles, werkelijk alles, dat Beun de Haas toevoegde aan het oorspronkelijke boek is gelardeerd met nonsens en fouten. De inleiding die hij schreef in dit slordig geproduceerde boek, een onvervalste commercial voor het Art Loss Register (een particuliere onderneming met winstdoelmerk), geurt naar hoerige journalistiek. Had al dat falen en gesjoemel van Ruud consequenties? Wie zal het zeggen. Ongeveer een jaar voor zijn pensioen verdween hij met stille trom uit het museum, overeind gehouden door wethouder van cultuur Tonnaer. Volledig onbegrijpelijk: na de omvangrijke diefstal uit het Westfries Museum meldden zich diverse museumdirecteuren die het allemaal zo sneu vonden voor Ruud dat ze hem aan de borst namen en ongevraagd schilderijen in bruikleen aanboden om de gaten in het museum op te vullen. De Museumvereniging ging op de uitnodiging van Ruud in om in zijn museum de sectie Veiligheidszorg te presenteren. Ben ik nu gek geworden? Laat ik deze vraag meteen beantwoorden: Nee, dat ben ik niet. Het hermetische, zichzelf beschermende museumwereldje toonde hier symptomen van gekte. (Ruud organiseerde ooit een Karel Appel tentoonstelling en kreeg, als directeur van het museum, van Appel als dank een schilderij cadeau. Waar is dat schilderij?)

Hoe kon dit slecht beveiligde museum verzekerd zijn? De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Een unieke situatie? Van geen kant. Na de inbraak en diefstal in het Museon Den Haag (2002) waar een tentoonstelling met diamanten sieraden werd gedecimeerd door criminelen, kreeg toenmalig directeur Bert Molsbergen van allerlei kanten het aanbod sieraden in bruikleen te nemen om de tentoonstelling weer aan te vullen. Ben ik u gek geworden? Nee, nee, nee. Het ‘wereldje’ vertoonde ook daar trekken van acute verstandsverbijstering. De verzekeraar weigerde de schade te vergoeden omdat de beveiliging middeleeuws was. Een terecht besluit. Maar, hoe kwam het dat de verzekeraar deze slecht georganiseerde tentoonstelling ‘dekte’. Hier gaat het deksel van een kwalijk riekende beerput open. De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope. Twee weken voordat in het Museon werd ingebroken vertelde een medewerker van AON Artscope mij dat de beveiliging van de tentoonstelling ‘om te huilen’ was. Vreemd, heel vreemd. Waarom bracht deze makelaar de tentoonstelling zonder eisen te stellen onder bij een verzekeraar? Laat ik hierover niet fantaseren. Of toch een beetje: had het misschien iets te maken met geld verdienen en duimen dat er niets fout zou gaan? Wie zal het zeggen. Hoe het ook zij: de Portugese kroonjuwelen die gestolen werden, zijn nooit meer teruggevonden, evenmin als alle andere gestolen sieraden.

Had dit falen gevolgen voor de verantwoordelijke managers in het museum? Wie het weet mag het zeggen. Ik weet het, maar zeg het deze keer niet.

Jaar-in-jaar uit niet in staat een honderden miljoenen kostende verbouwing van het Rijksmuseum niet vlot krijgen als eindverantwoordelijke? Ik las in geen enkele krant dat de grootste financier van deze verbouwing en tevens eigenaar van de collectie en gebouwen consequenties uit dit onvermogen trok. Nee, Ronald de Leeuw vertrok met stille trom, omdat hij ‘meer tijd voor zichzelf wilde hebben’. Wat??! Vijfenvijftig jaren jong en bedeeld met de meest prestigieuze baan in de Nederlandse museumwereld, een van de meest prestigieuze banen in de internationale museumwereld, en dan in de bloei van je carrière aan je stutten trekken omdat je meer tijd voor jezelf wilt hebben? Binnen en wereld gebouwd op creativiteit en kunstzinnigheid had ik een wat originelere smoes verwacht. Werd Ronald de Leeuw onder druk van het ministerie de laan uit gestuurd? Geen idee. Collectie en gebouwen zijn weliswaar eigendom van de staat, maar het toezicht ligt in handen van de zelfstandige Stichting Het Rijksmuseum. Ronald de Leeuw vormde in zijn eentje het bestuur van deze stichting onder toezicht van een commissie zeer wijze mannen en vrouwen (onder andere de huidige directeur Wim Pijbes). Kreeg Ronald een financiële douceur mee? Laat ik niet te veel suggestieve vragen stellen, want ik weet niet wat er gebeurd is. Echter, niemand kan mij verkopen dat er geen relatie is tussen dat vroegtijdige vertrek, na een kort dienstverband, van Ronald de Leeuw en de stagnatie bij de verbouwing. Laat ik het er op houden dat mijn zeer persoonlijke overtuiging is dat RdeL zorgvuldig beschermd door het Rijksmuseale netwerk genoodzaakt was het hazenpad te nemen.

Brand (2007) je gehele museum af en komt de aap uit de mouw dat je geen calamiteitenplan had, dat er geen duidelijke afspraken waren met externe hulpverlening zoals de brandweer, dat er dakwerkzaamheden plaatsvonden terwijl je de belangrijkste tentoonstelling uit je tienjarig bestaan organiseerde en dat er over die werkzaamheden onvoldoende afstemming was met de gemeente? Geen probleem. Het museum – Armando Museum in de Elleboogkerk in Amersfoort – is na de brand van de aardbodem verdwenen samen met de in het museum aanwezige collectie, inclusief kostbare bruiklenen. De verantwoordelijke directeur, Gerard de Klein, raakte door zijn falen zijn museum kwijt en daardoor zijn baan. Geen reden tot zorg: binnen de kortste keren werd binnen de museumwereld weer een directeursbaantje voor hem gevonden, en wel van museumgoudA (let wel: deze maffe spelling is niet mijn vondst). Gerard haalde binnen de kortste keren weer het nieuws door de twijfelachtige veilingverkoop om de museale kas te spekken van een Marlene Dumas schilderij. De inbraak in zijn museum en de diefstal van een monstrans is hem niet aan te rekenen. Wel ben ik natuurlijk heel benieuwd wat Gerardje gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Hoorde of las ik kritische vragen over het functioneren van De Klein in Amersfoort? Hoorde of las ik kritische vragen over het wanbeleid van Spruit in Hoorn. Werd Bert Molsbergen persoonlijk aangesproken over de uiterst slechte beveiliging van de tentoonstelling in het Museon? Hoorde of las ik kritische kanttekeningen bij het verbouwingswanbeleid van Ronald de Leeuw? Niets van dat al. Ik zag wel meeleven op het medelijdende af, verhulling van falen, idiote aanbiedingen van bruiklenen aan geslachtofferde musea. Hoe vreemd kan het lopen.

Is bovenstaand overzicht compleet? Nee, er is nog een museum met een ‘geavanceerde beveiliging’ waar een stelletje Roemeense kruimeldieven met het grootste gemak hun slag sloegen (2012): De Kunsthal (strikt genomen geen museum) in Rotterdam. Alsof het de diefstal uit een onbeveiligd rijtjeshuis betrof gingen die jongens aan de haal met een aantal beroemde meesters, maar aan de beveiliging mankeerde volgens directeur Emily Ansenk helemaal niets. Die was dik op orde. Hoe bont kan je het maken. Dacht mevrouw Ansenk werkelijk dat de buitenwereld, inclusief ondergetekende, die Spruitiaanse bluf zou slikken voor zoete koek? Niet alleen gefaald als eindverantwoordelijke voor het veilig tentoonstellen van kostbare bruiklenen – maling aan de gedupeerde bruikleengevers – maar ook nog minachting voor de pers en de buitenwereld. Had dit voor de positie van Ansenk gevolgen? Natuurlijk niet. Waren er dan helemaal geen gevolgen? Ja, binnen een dag werd de geavanceerde beveiliging nog geavanceerde gemaakt door op voor ramkraak kwetsbare plekken rondom het gebouw betonnen plantenbakken te plaatsen en anderhalf jaar later vond er een aanzienlijke ingreep plaats in het gebouw om onder andere de ‘klimaatbeheersing te moderniseren’.

Oh ja, voordat ik het vergeet: wie was de verzekeringsmakelaar? Juist: AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Vooruit, om af te sluiten nog een kleintje: het Natuurhistorisch Museum, buur van Ansenk. Daar werd ingebroken (2011) en de kostbare hoorn van een neushoorn werd gestolen. Hoe was dat mogelijk? Dat was mogelijk doordat de beunhazende (ja, Ruud Spruit staat niet alleen) directeur een advies van de politie in de wind sloeg. Meneer Jelle Reumer had geen boodschap aan de hausse aan inbraken in natuurhistorische musea waar een, vermoedelijk Ierse, bende zich richtte op deze hoorns. Reumer wilde het de scholieren niet aan doen dat ze moesten kijken naar een kopie van kunsthars. Nee, ze moesten het echte werk zien en niets anders. Jammer, heel jammer dat dat echte werk er nu niet meer is. Was er enig kritisch geluid te horen over Jelle? Niente, nada. Wat Jelle wel deed: mij een aanmatigende mail sturen omdat ik mij kritisch uitliet over zijn wanpresterende buurvrouw en over zijn maatje Ruud Spruit. Het zij hem vergeven. Ook Jelle heeft op z’n tijd recht de ratio uit het oog te verliezen en neer te donderen in een emotionele afgrond.

Is bovenstaand overzicht volledig? Nee. Moet ik door gaan? Een volgende keer. Er is meer, veel meer in binnen- en buitenland. Erger nog: de lijst zal, zo vrees ik, in de toekomst groeien.

Ton Cremers

 

 

January 18th, 2016

Posted In: Geen categorie, Herinneringen van een museumbeveiliger, Ton Cremers blogs

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

kanttekeningen bij de mediahype rondom het Westfries Museum

by Ton Cremers

De afgelopen week werd, in ieder geval in Nederland, het nieuws voor een aanzienlijk deel bepaald door de hype rondom de gestolen schilderijen uit het Westfries Museum in Hoorn.

Er zou zich een militante splintergroep bij de Nederlandse ambassade in Kiev gemeld hebben met het aanbod de schilderijen tegen betaling terug te bezorgen. Van een van de schilderijen werd een foto getoond met daarop een exemplaar van een recente krant. Gemakshalve ga ik er vanuit dat dit niet een digitale bewerking, oplichterij, betreft, maar een werkelijke foto.

Je zou verwachten dat deze kwestie in handen werd gegeven van Interpol, de Oekraïense en de Nederlandse politie. Misschien gebeurde dat ook, echter: het geslachtofferde museum kreeg volgens de directeur uiteindelijke de vrije hand bij de onderhandelingen met de huidige bezitters (niet ‘eigenaars’ zoals ik een ‘expert’ hoorde zeggen) en schakelde een private, commerciële partij in.

Deze partij die zich afficheert als kunstdetective, historicus, kunst- en antiquiteitenexpert, kunstaankoopadviseur, vervalsings- en provenancedeskundige – veel talenten verzameld binnen een enkele persoon – toog naar de Oekraïne om namens het museum te onderhandelen over de terugkeer van de schilderijen.

lees verder: kanttekeningen bij de mediahype rondom het Westfries Museum | ton cremers

December 11th, 2015

Posted In: diefstal uit museum, Ruud Spruit en Westfries Museum

Tags: ,

kanttekeningen bij de mediahype rondom het Westfries Museum

by Ton Cremers

De afgelopen week werd, in ieder geval in Nederland, het nieuws voor een aanzienlijk deel bepaald door de hype rondom de gestolen schilderijen uit het Westfries Museum in Hoorn.

Er zou zich een militante splintergroep bij de Nederlandse ambassade in Kiev gemeld hebben met het aanbod de schilderijen tegen betaling terug te bezorgen. Van een van de schilderijen werd een foto getoond met daarop een exemplaar van een recente krant. Gemakshalve ga ik er vanuit dat dit niet een digitale bewerking, oplichterij, betreft, maar een werkelijke foto.

Je zou verwachten dat deze kwestie in handen werd gegeven van Interpol, de Oekraïense en de Nederlandse politie. Misschien gebeurde dat ook, echter: het geslachtofferde museum kreeg volgens de directeur uiteindelijke de vrije hand bij de onderhandelingen met de huidige bezitters (niet ‘eigenaars’ zoals ik een ‘expert’ hoorde zeggen) en schakelde een private, commerciële partij in.

Deze partij die zich afficheert als kunstdetective, historicus, kunst- en antiquiteitenexpert, kunstaankoopadviseur, vervalsings- en provenancedeskundige – veel talenten verzameld binnen een enkele persoon – toog naar de Oekraïne om namens het museum te onderhandelen over de terugkeer van de schilderijen.

Helaas leverden die onderhandelingen niets anders op dan een spannend relaas over gevaarlijke criminelen en militairen en zelfs de Oekraïense geheime dienst. Smullen in de media.

De onderhandelaar kon in Oekraïne geen overeenstemming bereiken over de waarde van de gestolen kunst en een aan die waarde gerelateerd te betalen bedrag om de schilderijen terug te krijgen. Geheel in overeenstemming met de geldende (juridische) mores kon slechts gesproken worden over een vergoeding van door de schilderijengijzelnemers gemaakte kosten. Het is immers niet gebruikelijk, en in vele landen zelfs in strijd met de wet, aan dieven of helers te betalen voor het terugkrijgen van gestolen goederen.

Het museum zou bereid zijn € 50.000,00 op tafel te leggen, terwijl de criminele bezitters meenden dat de schilderijen totaal 50 miljoen euro waard zouden zijn. Een telefoontje naar Oekraïne was voldoende geweest om te constateren dat hier sprake was van een onoverbrugbaar gat en dat onderhandelingen bij voorbaat gedoemd waren te mislukken.

Dus: veel opgewonden tam-tam in de media over een ballon, want er werd geen resultaat bereikt.

Er is bovendien geen enkele duidelijkheid over de verblijfplaats van de schilderijen, noch over de staat waarin ze verkeren. Het ene schilderij waar een foto van getoond werd, verkeert kennelijk in een slechte staat. Over het hele schilderij lopen verticale vouwen omdat het te lang opgerold is geweest.

Voordat de reis naar Oekraïne werd gemaakt, ware het zinnig geweest indien vanuit Nederland, en dan liefst door professionals, onderhandeld werd over de haalbare financiële marges en had toch minstens de eis gesteld moeten worden dat foto’s werden getoond van alle schilderijen.

Het is niet uitgesloten dat de schilderijen zich in een ander land bevinden dan nu beweerd wordt. Sterker nog: het is niet uitgesloten dat de schilderijen zich niet onder de controle bevinden van degenen die dachten miljoenen euro’s in de wacht te slepen. Of, het ergst denkbare scenario, dat de overige schilderijen niet meer beschikbaar zijn.

In zijn persconferentie deze week verklaarde directeur Ad Geerdink van het Westfries Museum dat de publiciteit gezocht werd om het de criminelen onmogelijk te maken met de schilderijen de markt op te gaan.

Na de inbraak zondag 9 op maandag 10 januari 2005 werden foto’s van de gestolen schilderijen over het internet verspreid. Van niet alle schilderijen waren kleurenfoto’s beschikbaar. Geen beste beurt van het museum (kleurenfotografie is vanaf 1960 de norm; blijkbaar slaagde het museum er in een halve eeuw niet in de registratie op orde te krijgen).

Dat het beleid van Geerdinks voorganger Ruud Spruit op meer terreinen faalde was op museumbeveiliging.com herhaaldelijk onderwerp van kritische beschouwing.

Ik duim dat alle schilderijen in bezit zijn van de criminelen waarmee onderhandeld werd en dat ze terugkeren naar het beroofde museum.

Of het museum dit in zijn eentje, buiten officiële internationale instanties om, gaat redden, betwijfel ik zeer.

Ton Cremers

 

December 11th, 2015

Posted In: Ton Cremers blogs

Tags: ,

kanttekeningen bij de mediahype rondom het Westfries Museum

by Ton Cremers

De afgelopen week werd, in ieder geval in Nederland, het nieuws voor een aanzienlijk deel bepaald door de hype rondom de gestolen schilderijen uit het Westfries Museum in Hoorn.

Er zou zich een militante splintergroep bij de Nederlandse ambassade in Kiev gemeld hebben met het aanbod de schilderijen tegen betaling terug te bezorgen. Van een van de schilderijen werd een foto getoond met daarop een exemplaar van een recente krant. Gemakshalve ga ik er vanuit dat dit niet een digitale bewerking, oplichterij, betreft, maar een werkelijke foto.

Je zou verwachten dat deze kwestie in handen werd gegeven van Interpol, de Oekraïense en de Nederlandse politie. Misschien gebeurde dat ook, echter: het geslachtofferde museum kreeg volgens de directeur uiteindelijke de vrije hand bij de onderhandelingen met de huidige bezitters (niet ‘eigenaars’ zoals ik een ‘expert’ hoorde zeggen) en schakelde een private, commerciële partij in.

Deze partij die zich afficheert als kunstdetective, historicus, kunst- en antiquiteitenexpert, kunstaankoopadviseur, vervalsings- en provenancedeskundige – veel talenten verzameld binnen een enkele persoon – toog naar de Oekraïne om namens het museum te onderhandelen over de terugkeer van de schilderijen.

lees verder: kanttekeningen bij de mediahype rondom het Westfries Museum | ton cremers

December 11th, 2015

Posted In: diefstal uit museum

Tags: ,

Daar is ie weer: de geheimzinnige verzamelaar van gestolen kunst

23/11/2015 – 09:52

Ja hoor, daar is ie weer: de geheimzinnige privé-verzamelaar die gestolen kunst verzamelt. Bestaat deze privé-verzamelaar dan niet? Wie zal het zeggen. Echter, nog nooit, nog nooit, werd gestolen kunst teruggevonden bij een privé-verzamelaar die de kunst op bestelling liet stelen.

Het is over het algemeen tamelijk moeilijk aan te tonen dat iets niet bestaat. Voorbeelden van die privé-verzamelaar hebben we echter niet.

Toch duikt hij iedere keer weer na een diefstal van beroemde werken op in verklaringen door kunsthistorici, politiefunctionarissen of lokale notabelen.

Zo lang die geheimzinnige verzamelaar niet gevonden is, ga ik er van uit dat hij niet bestaat. Het is namelijk niet logisch om diefstal van kunst te bestellen. Je komt dan als verzamelaar terecht in een circuit van criminaliteit en afpersing.

Waarom wordt kunst, en dan met name kunst van beroemde meesters, gekocht? Ik durf de stelling aan dat esthetisch genot niet boven aan de lijst van motieven staat. Er zal bij beroemde, kostbare meesters eerder sprake ziujn van belegging en status.

Beleggen in gestolen kunst ligt niet voor de hand omdat die belegging door onverkoopbaarheid niet tot rendement kan leiden. Status verkrijg je via beroemde kunstwerken door die kustwerken, eventueel als ‘anonieme verzamelaar’ aan musea uit te lenen, of doordat binnen het wereldje geweten wordt dat je de eigenaar bent van die gewilde prachtwerken.

Gestolen werken kan je alleen in het geniep bezitten, dus van enige verhoging van status is geen sprake.

Bovendien: stel dat de criminelen die zo vriendelijk waren voor jou, tegen betaling, op dievenpad te gaan zich na enige tijd bij jou thuis melden en de kunst van je stelen. Ga je dan de politie bellen? Niet dus.

Dat die kwaadaardige privé-verzamelaar niet zou bestaan, kan ik niet aantonen, maar er is geen enkele logica die het vermoeden van zijn bestaan onderbouwt.

Grote kunstroof in Verona: zeventien schilderijen gestolen

 (xxxxx)

(xxxxxxx)

Rest de vraag wat de dieven met zulke beroemde werken van plan zijn. Verkopen op de reguliere kunstmarkt is geen optie. Daar zijn de stukken te beroemd voor. De diefstal, speculeert burgemeester Flavio Tosi in dagblad La Repubblica, kan hebben plaatsgevonden in opdracht van een privé-verzamelaar. (xxxxx)

Source: Grote kunstroof in Verona: zeventien schilderijen gestolen | Beeldende Kunst | de Volkskrant

Bron: Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Daar is ie weer: de geheimzinnige verzamelaar van gestolen kunst

November 23rd, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: ,

Ja hoor, daar is ie weer: de geheimzinnige privé-verzamelaar die gestolen kunst verzamelt. Bestaat deze privé-verzamelaar dan niet? Wie zal het zeggen. Echter, nog nooit, nog nooit, werd gestolen kunst teruggevonden bij een privé-verzamelaar die de kunst op bestelling liet stelen.
Het is over het algemeen tamelijk moeilijk aan te tonen dat iets niet bestaat. Voorbeelden van die privé-verzamelaar hebben we echter niet.
Toch duikt hij iedere keer weer na een diefstal van beroemde werken op in verklaringen door kunsthistorici, politiefunctionarissen of lokale notabelen.
Zo lang die geheimzinnige verzamelaar niet gevonden is, ga ik er van uit dat hij niet bestaat. Het is namelijk niet logisch om diefstal van kunst te bestellen. Je komt dan als verzamelaar terecht in een circuit van criminaliteit en afpersing.
Waarom wordt kunst, en dan met name kunst van beroemde meesters, gekocht? Ik durf de stelling aan dat esthetisch genot niet boven aan de lijst van motieven staat. Er zal bij beroemde, kostbare meesters eerder sprake ziujn van belegging en status.
Beleggen in gestolen kunst ligt niet voor de hand omdat die belegging door onverkoopbaarheid niet tot rendement kan leiden. Status verkrijg je via beroemde kunstwerken door die kustwerken, eventueel als ‘anonieme verzamelaar’ aan musea uit te lenen, of doordat binnen het wereldje geweten wordt dat je de eigenaar bent van die gewilde prachtwerken.
Gestolen werken kan je alleen in het geniep bezitten, dus van enige verhoging van status is geen sprake.
Bovendien: stel dat de criminelen die zo vriendelijk waren voor jou, tegen betaling, op dievenpad te gaan zich na enige tijd bij jou thuis melden en de kunst van je stelen. Ga je dan de politie bellen? Niet dus.
Dat die kwaadaardige privé-verzamelaar niet zou bestaan, kan ik niet aantonen, maar er is geen enkele logica die het vermoeden van zijn bestaan onderbouwt.

Grote kunstroof in Verona: zeventien schilderijen gestolen

 (xxxxx)

De auto van de bewaker werd gebruikt om de gestolen werken te vervoeren

(xxxxxxx)

Rest de vraag wat de dieven met zulke beroemde werken van plan zijn. Verkopen op de reguliere kunstmarkt is geen optie. Daar zijn de stukken te beroemd voor. De diefstal, speculeert burgemeester Flavio Tosi in dagblad La Repubblica, kan hebben plaatsgevonden in opdracht van een privé-verzamelaar. (xxxxx)

Source: Grote kunstroof in Verona: zeventien schilderijen gestolen | Beeldende Kunst | de Volkskrant

November 23rd, 2015

Posted In: Columns Ton Cremers, Uncategorized

Tags: , ,

 

Allard Pierson Museum geeft archeologische stukken terug aan Italië

Het Allard Pierson Museum in Amsterdam stuurt Siciliaans aardewerk terug naar Italië.

Dat meldt de Volkskrant donderdag.

Het gaat om in totaal 37 objecten die in 1982 door het museum van de Universiteit van Amsterdam werden aangeschaft. Ruim dertig jaar later is het Allard Pierson Museum erachter gekomen dat de objecten onderdeel uitmaken van Siciliaans erfgoed.

“In de jaren tachtig was er nog nauwelijks regelgeving voor het uitwisselen van archeologische vondsten. En we wisten ook domweg niet dat ze van het Siciliaanse wrak afkomstig waren”, doelt directeur Steph Scholten op de objecten die afkomstig zijn van het zogenaamde Capistello-wrak.

‘Zeldzaam gebaar’

De ambassadeur van Italië in Nederland, Francesco Azzarello, is zeer blij met het besluit van het museum. Hij spreekt van een ‘zeldzaam gebaar’. “Hoe vaak moeten we niet jarenlang onderhandelen om stukken terug te krijgen waar Italië recht op heeft? Het Allard Pierson Museum geeft een voorbeeld aan de rest van de wereld door zelf met dit voorbeeld te komen.”

De nog te retourneren stukken zijn tot en met 17 april te zien in het museum van de Universiteit van Amsterdam.

Source: Allard Pierson Museum geeft archeologische stukken terug aan Italië | NU – Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

November 20th, 2015

Posted In: commentaar, illegale handel, Uncategorized

Tags: , , ,

Dat is schrikken! Nee, niet van die hagedis, maar van het feit dat beunhazende directeur Jelle Reumer zijn zaakjes zo slecht op orde heeft. Als hij niet weet wat hij in huis heeft, dan weet hij ook niet wat hij in huis zou moeten hebben; met andere woorden: dan weet hij ook niet wat in de loop der tijd – illegaal – verdwenen is. Zorgwekkend zo’n man als directeur.

Ton Cremers

Bijzondere vondst in depot Natuurhistorisch Museum

www.rijnmond.nl/nieuws/20-11-2015/bijzondere-vondst-depot-natuurhistorisch-museum

Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam heeft een bijzondere vondst gedaan. In het depot van het museum is een brughagedis op sterk water gevonden. Er zijn wereldwijd maar tweehonderd brughagedissen die in musea op deze manier geconserveerd worden.

De pot met de hagedis is nooit eerder opgemerkt door medewerkers van het museum.Tijdens het opnieuw inrichten van de tentoonstelling Biodiversiteit kwamen medewerkers in het depot een pot tegen met daarin een leguaan op sterk water.

Op een vergeeld en vervaagde etiket bleek de Latijnse naam voor brughagedis te staan. De hagedis komt normaal gesproken alleen voor in Nieuw-Zeeland.

Source: Bijzondere vondst in depot Natuurhistorisch Museum | RTV Rijnmond

November 20th, 2015

Posted In: Uncategorized

Tags: , ,

Anti-democraat Jan Marijnissen wijsneusde op NPO Radio1 over de motieven van geweldsfetisjisten uit Molenbeek ook al weet hij niet of het mannen of vrouwen betreft of waar ze vandaan komen. Wat hij wel weet: de oorzaak ligt in Israel. Wat hadden die mensen op de terrasjes in Parijs en in het Bataclan te maken met Israel? NIETS, helemaal niets. Dat krijg je ervan als een anti-intellectueel niet verder kan kijken dan Oss.

Stalinistische Jan is diep van binnen een 100% anti-semiet.

Lees verder: http://www.meditatione-ignis.org/stalinistische-imam-jan-marijnissen-weet-wie-de-schuld-is-van-de-moorden-in-parijs-israel/

November 18th, 2015

Posted In: niet museaal

Tags: , , , , ,

Blijkbaar weten ze in De Kunsthal niet wat het verschil is tussen een inbraak- en een brandalarm.

De sensoren rondom (?) het gebouw zijn zo gevoelig afgesteld dat er wel vaker brandalarm is, aldus het hoofd beveiliging. Bedoelt hij hier inbraak- of brandalarm? Hij zegt brandalarm, maar meent hij dat nu? Sinds wanneer komt de politie op brandalarmen en niet de brandweer?

Rondom het gebouw: hebben ze brandmelders aan de buitenkant van het gebouw daar bij De Kunsthal? Ik vraag maar…

Laat ik hem een handje helpen: brandalarmen die goed afgesteld zijn geven nooit onnodige alarmen. Er moet dan wat aan de hand zijn; dat hoeft niet altijd brand te zijn, maar stof die circuleert door de lucht.

Moderne inbraakmelders, liefst van het anti-mask dual-type, geven geen onnodige alarmen. Er hoeft niet altijd inbraak te zijn. Het kan ook speling op ramen of deuren zijn, of, afhankelijk van het soort melders, trillingen veroorzaak door passerend zwaar verkeer.

Als je weet dat er speling op een deur is, dan laat je dat toch verhelpen? Niets erger voor een inbraakmeldsysteem dan veel onnodige meldingen.

Ook volgens het hoofd beveiliging (zijn directeur Emily Ansenk is blijkbaar niet de enige die onzin uitkraamt in de pers): “Ik kan wel zeggen dat het (!) beveiliging zo verscherpt is, dat een inbraak onmogelijk is.”

Nu maar hopen dat het inbrekersgilde niet uit zijn spelonken omhoog kruipt om op deze regelrechte uitnodiging in te gaan. De deuren kieren, alarmen gaan af wanneer er niets aan de hand is, maar de beveiliging maakt inbraak onmogelijk.

Overigens: die beveiliging was herfst 2012 toch al state-of-the-art en dan nu toch nog verscherpt?

Ik raak verward (maar niet zo verward als men al jaren in De Kunsthal is).

Is dit humor? Nee, dit is geen humor, maar kippenvel!

Ton Cremers

Inbraakalarm Kunsthal herinnert aan kunstroof

 

Even schrikken voor kunstliefhebbers in Rotterdam. Vrijdagmorgen ging het inbraakalarm af bij De Kunsthal Rotterdam, waar in 2012 zeven schilderijen werden geroofd. Het bleek echter loos alarm.

De politie meldde rond 06.00 uur op Twitter dat meerdere agenten de mogelijke inbraak onderzochten. De vermoedelijke oorzaak was speling op de deur.

Volgens de hoofd van beveiliging gebeurt het wel vaker dat het brandalarm afgaat. De sensoren rondom het gebouw zijn zeer gevoelig ingesteld. “Ik kan wel zeggen dat het beveiliging zo verscherpt is, dat een inbraak onmogelijk is.”

Lees verder op: Inbraakalarm Kunsthal herinnert aan kunstroof

October 30th, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , ,

Meerdere keren schreef ik op museumbeveiliging.com en toncremers.nl columns over de schandalige rol van de Erfgoedinspectie en met name de rol van een inerte inspecteur die de verkeerde keuze maakte: niet een melding van mij naar eer en geweten afhandelen, maar aangifte tegen mij omdat ik naar buiten trad met haar inertie.

Vandaag lees ik in de NRC een artikel Kapot gemaakt door de overheid, waarin een schandalige rol van de Erfgoedinspectie beschreven wordt en waarin vermeld wordt dat deze inspectie schadevergoeding zal moeten betalen aan een bedrijf dat moedwillig door de Erfgoedinspectie kapot gemaakt werd. Onder moedwillig, hoort een vette streep, want moedwil (kwaadwil) ervoer ik ook destijds bij de kansloze aangifte tegen mij. Dat was een moedwillige poging van de Erfgoedinspectie, en met name van de inspecteur Marja van Heese mij de mond te snoeren.

Zo zijn blijkbaar de manieren van de Erfgoedinspectie: een serieuze melding over een misstand in de museumwereld weigeren ze af te handelen, totdat publiekelijk aan de bel getrokken wordt en dan uiteindelijk pas na twee jaar als het te laat is.

Mijn klokluiden leidde tot maar 1 daadkrachtige reactie door de Erfgoedinspectie: aangifte tegen mij wegens smaad en laster. Blijkbaar waren de juristen op het ministerie met vakantie toen die aangifte gedaan werd en namen de Erfgoedinspectie en inspecteur Marja van Heese niet de moeite even op te zoeken wat deze juridische begrippen betekenen.

Nu staat dus in de NRC te lezen hoe diezelfde Erfgoedinspectie wilens en wetens een archeologisch bedrijf de grond in trachtte te boren. Ik weet wel waarom: de bij de automaat koffieslurpende. inactieve inspecteurs exploderen van jaloezie over de ondernemingszin van particuliere partijen.

Er blijft die Erfgoedinspectie blijkbaar slechts 1 keuze: de mond snoeren en kapot maken die particuliere partijen.

Aangifte tegen mij, gif spuwen over Aart Vermeulen, archeoloog en mededirecteur van het opgraafbedrijf ArcheoMedia, en – een stommiteit door ex-erfgoedinspecteur, Hanna Pennock – hele teksten wegcensureren van een LinkedIn groep die deze ambitieuze erfgoedouderlinge vanuit haar functie als rijksambtenaar opzette.

Ja, ik weet: Hanna Pennock was toen geen erfgoedinspecteur meer, maar blijkbaar krijg je het meisje wel uit de Erfgoedinspectie, maar de Erfgoedinspectie niet uit het meisje.

De Erfgoedinspectie is een collectie navelstaarders die wel de tijd had gezamenlijk, op kosten van de belastingbetaler, eenhagiografisch boek te schrijven over hun vertrekkende baas, Charlotte van Rapperd-Boon, maar tijd om te doen waar ze voor zijn ingehuurd..

De teambuildinguitstapjes, ook op kosten van de belastingbetaler, onder andere naar de Efteling – nee ik maak geen grapjes over sprookjes – hebben zonder enige twijfel geleid tot een hecht team. Tot een hermetisch team van hoogbetaalde verspillers van belastinggeld, want de overheid (= de belastingbetaler) amateuristisch opzadelen met schadeclaims is verspilling; niets anders.

Mag in deze tijd van bezuinigingen astublief deze anomalie Erfgoedinspectie geheten opgeheven worden!

Zie hieronder enkele citaten uit het artikel in de NRC. Het hele artikel is te lezen op: nrc.nlhttp://www.nrc.nl/next/2015/10/23/kapotgemaakt-door-de-overheid-1549221

Ton Cremers

Kapotgemaakt door de overheid

Merijn Rengers

„Het had zo mooi kunnen zijn”, zegt Aart Vermeulen, archeoloog en mededirecteur van het opgraafbedrijf ArcheoMedia. Elf jaar geleden groeven Vermeulen en zijn 32 personeelsleden bij bouwplaatsen en afgravingen door heel Nederland naar bodemschatten, maar na jaren van juridische strijd is er weinig meer over van zijn bedrijf. (….) Het bedrijf ArcheoMedia heeft eind september in hoger beroep een slepende rechtszaak gewonnen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Het Haagse gerechtshof oordeelde dat de erfgoedinspectie, die waakt over een deel van de Nederlandse bodem- en kunstschatten, zich ontoelaatbaar en ongefundeerd negatief had uitgelaten over ArcheoMedia – waardoor het bedrijf steeds minder overheidsopdrachten kreeg. De staat moet het inmiddels zieltogende bedrijf een nog te bepalen schadevergoeding betalen. (………………..)

In 2009 heeft een gerenommeerd accountantskantoor vastgesteld dat de geleden schade 1,7 miljoen euro bedraagt.” (….) De Erfgoedinspectie laat in een reactie weten het vonnis nog te bestuderen en wil verder niet reageren. Bij een eerdere inhoudelijke behandeling van de zaak, begin 2014 in de Haagse rechtbank, zei hoofdinspecteur Hans Magdelijns dat hij ermee in zijn maag zat. „Deze zaak sleept al sinds 2007 en er moet een streep onder”, aldus Magdelijns. (……)

Lees het hele artikel op: nrc.nlhttp://www.nrc.nl/next/2015/10/23/kapotgemaakt-door-de-overheid-1549221

 

October 23rd, 2015

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: , , ,

De onhandige erfgoedinspecteur die aangifte tegen mij deed wegens laster en smaad had bijna tien jaar eerder een heel wat vaardiger voorgangster: Ellen Batzel. Op het internet is van alles te vinden over haar aangifte tegen mij en het verloop van de vier jaar slepende juridische procedure.

Was de aangifte van Batzel tegen mij terecht? Kennelijk niet, want ze verloor na een lange procedure op alle fronten en zorgde daarmee voor jurisprudentie die beheerders van internet mailinglists beschermt tegen dit soort gedoe.

Had ik begrip voor haar? Ik begreep aanvankelijk haar emotie. Die emotie ontspoorde echter toen er een absurde claim kwam van $ 30.000.000,00, toen ze het nodig vond mijn werkgever, het Rijksmuseum, lastig te vallen met mails, faxen en brieven en ze begon met wat in de USA een ‘frivolous lawsuit‘ wordt genoemd: procederen om het procederen in een poging de tegenpartij kapot te procederen door de procedure zo lang vol te houden dat de tegenstander de bodem van zijn financiele middelen bereikt, zijn verzet staakt en uiteindelijk verliest.

Mijn aanvankelijke begrip voor Batzel’s emotie werd door deze hele gang van zaken volledig teniet gedaan.

Wat geschiedde…..

De huidige Museum Security Network Google groep werd vanaf december 1996 vooraf gegaan door een internet mailing lijst onder dezelfde naam: Museum Security Network, afgekort MSN.

Ik beheerde die lijst als moderator. Geen enkel bericht bereikte de abonnees zonder dat ik het eerst bekeken en goedgekeurd had. Ik hanteerde een heel simpel citerium: berichten moesten gaan over incidenten met cultuurgoed – een heel breed criterium – en de bal, niet de man moest gespeeld worden. Dat laatste criterium heb ik altijd te subjectief gevonden om strikt te handhaven.

September 1999 ontving ik een mail van een mij onbekend iemand, Robert Smith, waarin deze persoon mededeelde dat hij als aannemer werkzaamheden had verricht in het huis van Ellen Batzel. Batzel had tijdens een koffiepauze verteld dat ze de kleindochter was van een nazi-voorman. Haar huis, aldus Smith, hing vol met oude Europese schilderijen ‘with heavy wooden frames’. Hoewel Batzel, nogmaals: volgens Smith, niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor daden van haar grootvader, vroeg hij zich wel af wat de oorsprong van de schilderijen was.

Op mijn mailing lijst werd regelmatig aandacht besteed aan de roof van cultuurgoed in oorlogstijd. De inhoud van Smith’s bericht vond ik dus relevant. Omdat ik Smith niet kende, ging ik er vanuit dat hij zijn bericht voor de mailing list bestemd had en niet voor mij persoonlijk. Toegegeven: ik vond het een wat vreemd bericht, besteeddde er in de overvloed aan mails te weinig aandacht aan en stuurde het door naar de abonnees met in mijn achterhoofd: laten de abonnees zelf maar het bericht op waarde schatten. Aan het einde van Smith’s bericht zag ik contactgegevens, naar ik meende zijn contactgegevens. Een slordigheid van mij. Het waren namelijk de contactgegevens van Ellen Batzel.

Kort nadat ik Smith’s mail stuurde naar de MSN mailing list, kreeg ik een reactie van een Amerikaanse abonnee die vond dat ik die contactgegevens niet had moeten doorsturen. Hij had gelijk en ik heb de betreffende mail meteen verwijderd uit het MSN archief. De kritiek van de abonnee stuurde ik ook naar de MSN lijst. Zoals altijd bij kritiek, voelden toen nog enkele abonnees zich geroepen mijn besluit te bekritiseren. Ook die mails stuurde ik weer door, waarop enkele mails kwamen waarin ik verdedigd werd. De abonnees die wekelijks een verzamelbericht ontvingen, kregen de mail van Smith niet. De kous leek hiermee af.

Totdat ik ruim die maanden later, begin januari 2000 een e-mail kreeg van Ellen Batzel. Ze schreef mij dat ze anoniem een uitdraai van Smith’s mail op mijn mailing lijst ontvangen had en dat ze ‘upset, very upset’ was.

Het doorzenden van Smith’s mail was slordig, maar de fout die ik maakte in reactie op Batzel’s mail was zo mogelijk nog erger. Ik legde haar namelijk uit wat gebeurd was, welke stappen ik ondernam om de schade te beperken en, hoe dom kon ik zijn, ik maakte excuus.

Dat had ik niet moeten doen, want in het geborneerde juridische denkwereldje van mevrouw Batzel is een excuus niets meer of minder dan een schuldbekentenis. Batzel trok hierop alle intimiderend juridische registers open en stuurde angstaanjagende mails vol juridisch jargon naar mij.

Al snel diende ze in de USA een aanklacht tegen mij in wegens laster met een claim van $ 30.000.000. Niet alleen ik kreeg die claim: ook mijn toenmalige sponsor in de USA, Mosler Security kreeg die claim. Van die idioot hoge claim lag ik niet wakker. Wel van het feit dat in het contract met Mosler stond dat ik op zou moeten draaien voor advocatenkosten mocht een actie van mij leiden tot een juridische procedure waarin Mosler verzeild raakte. Bovendien eiste Mosler het sponsorgeld terug. Dat heb ik meteen terugbetaald, maar ik dreigde nog opgezadeld te worden met hoge advocatenkosten. De ondergang van Mosler, het bedrijf ging 2001 failliet, bevrijdde mij van die dreiging.

Batzel raakte door dat faillisement een tegenpartij kwijt.

Batzel ging door. Toen ze vernam dat ik hoofd beveiliging (zij noemde dat ‘director security’) van het Rijksmuseum was, ging ze er van uit dat ik mijn MSN activiteiten in opdracht van het Rijksmuseum, of in ieder geval in Rijksmuseumtijd ontplooide en werd het Rijks ook bedreigd met een claim van $ 30.000.000,00.

Batzel keek blijkbaar niet op een paar centen.

Keer op keer maakte ik haar duidelijk dat het Rijksmuseum niets met deze kwestie te maken had, maar keer op keer zond Batzel weer mails, faxen en brieven naar het Rijks.

De eerste reactie van toenmalig directeur Ronald de Leeuw was sympathiek en geruststellend, maar dat tij keerde snel door het gezanik van Batzel. Ik ben er van overtuigd dat ze met de berichten aan het Rijks slechts tot doel had de relatie tussen het museum en mij te schaden. Dat is haar gelukt. Na mijn vertrek uit het Rijks, heeft het museum dan ook niets meer van haar gehoord.

Ik zou echter nog vier jaar opgezadeld blijven met Batzel.

Hoe het ook zij: ik had een advocaat nodig om het tij te keren. Gijsbert Brunt in Amsterdam liet voor mij uitzoeken in hoeverre een schadeclaim in de USA voor mij in Nederland gevolgen zou hebben.

De uitkomst van dat onderzoek stelde mij niet gerust. Het sympathieke contact met Brunt nam niet mijn zorgen weg, maar de aanvankelijk angst wel. Ik ben hem nog steeds dankbaar dat hij mij voor een beperkte vergoeding op weg hielp.

Op het internet ging ik op zoek naar mogelijkheden om in de USA pro-deo (dat heet daar pro bono) juridisch advies en hulp te krijgen. Ik kwam uit bij een organisatie Volunteer lawyers for the Arts.

Mijn verzoek om pro bono ondersteuning werd helaas afgewezen.

In diezelfde tijd deed zich nog iets voor: ik ontving informatie over gestolen kunst in Californie en gaf dat door aan het LAPD Art Theft Detail en wel aan Don Hrycyk. Na enige tijd kreeg ik van Don Hrycyk (Engels fonetisch uit te spreken als her-ris-sik) een mail waarin hij mij bedankte voor het doorgeven van de tip (de gestolen kunst werd opgespoord en ging terug naar de eigenaar), eindigend met “Ton, how are you”.

Tegen alle conventies in antwoordde ik naar waarheid dat het niet goed met mij ging omdat ik verwikkeld was in die nare zaak met Ellen Batzel. Don adviseerde mij contact op te nemen met Volunteer lawyers for the Arts; dat had ik al, tevergeefs, gedaan. Ik liet hem dat weten en nam niet opnieuw contact op met deze organisatie.

Zonder verder iets van Hrycyk te horen, kreeg ik na enkele weken een e-mail van Volunteer lawyers for the Arts met de mededeling dat ze zich zouden verdiepen in mijn zaak.

Pas jaren later, tijdens een etentje in Los Angeles met de journalisten Jason Felch en Ralph Frammolino, auteurs van Chasing Aphrodite (over foute aankopen van het Getty Mueum), Wilbur Faulk een voormalig directeur security van het Getty Museum en Don Hrycyk vernam ik van Don: “You deserved it”.

Dat “you deserved it” heb ik ook gevoeld bij de toekenning aan mij februari 2001 van de Burke Award door de National Conference on Cultural Property Protection van het Smithsonian Institute in Washington. Dat jaar durfde ik niet naar het jaarlijkse congres te gaan vanwege de Batzel kwestie.

De toekenning van de onderscheiding heb ik ervaren als steun in de rug tijdens die moeizame periode. De Burke onderscheiding viel samen met mijn vertrek uit het Rijksmuseum. Henk Schutten van Het Parool schreef over de toekenning van de Burke Award onder de pakkende kop: Internationale erkenning voor de risee van het Rijks. Een prachtige en komische alliteratie waar Henk volkomen onnodig zijn verontschuldigingen voor aanbood.

Het advocatenkantoor Latham & Watkins, een juridische multi-national, nam de Batzel kwestie voor mij op en investeerde toegewijd veel energie in mijn zaak. Dat Latham & Watkins ‘voor mij werkte’, trachtte Ellen Batzel(‘s advocaat) tegen mij te gebruiken. Die meneer Cremers moest wel over middelen beschikken, want hoe zou hij anders in staat zijn gebruik te maken van zo’n gerenommeerd advocatenkantoor.

Degenen die meer, alles, willen weten over de juridische kanten kunnen zat informatie vinden op het internet.

Ik hou het wat de juridische kant betreft bij:  “In this defamation suit, the Ninth Circuit Court of Appeals holds that the operator of a listserv and website is a user of interactive computer services entitled to the protections of the Communications Decency Act (“CDA”) against liability arising out of his publication of information provided by another information provider.  Because, however, the author of the information at issue claimed he did not mean for the defendant operator of the listserv to publish it, the Ninth Circuit remanded the case to the District Court for a determination as to whether the listserv operator was entitled to immunity under the CDA in this particular case.  Such immunity should be granted, held the Ninth Circuit, if the information in question was provided to the listserv operator by a third party under circumstances in which a reasonable person would conclude that the third party provided the information for publication on the Internet.  The Ninth Circuit accordingly vacated so much of the District Court’s decision which denied defendant’s motion to dismiss this defamation action under California’s Anti-SLAPP statute, which motion was to be reconsidered on remand.  The Ninth Circuit also affirmed the District Court’s rejection of plaintiff’s defamation claims against Mosler, which were predicated solely on its placement of ads on the website at issue.”

Mevrouw Batzel heeft haar gretige behoefte aan een immense schadevergoeding niet bevredigd gekregen.

Het antwoord op de vraag of haar schade uiteindelijk groter was dan de mijne houdt ik privé.

Ton Cremers

 

 

 

 

October 22nd, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Lege lijst Isabella Stewart Gardner Museum, Boston

Lege lijst Isabella Stewart Gardner Museum, Boston

 

Uit Beveiliging Nieuws, 16 oktober 2015:

Tweederde gestolen kunst is bijna niet op te sporen

beveiligingnieuws.nl/nieuws/diefstal/tweederde-gestolen-kunst-is-bijna-niet-op-te-sporen 

“Ruim tweederde van de in Nederland gestolen kunst en antiek kan nauwelijks worden opgespoord. Doordat slachtoffers vaak niet beschikken over exacte gegevens of foto’s van de gestolen objecten.”  Dat zegt Martin Finkelnberg, hoofd van het landelijke politieteam kunst- en antiekcriminaliteit, die de database beheert, in deVolkskrant. Jaarlijks neemt het team zo’n 700 gestolen objecten op in zijn digitale kaartenbak. Ruim tweeduizend gestolen goederen worden niet geregistreerd in de database gestolen kunst van de Landelijke Politie omdat slachtoffers foto’s, serienummers, specifieke beschadigingen en andere kenmerken van hun kostbaarheden ontberen.Soms wordt kunst of antiek gevonden bij een vermeende crimineel, maar kan de eigenaar niet meer worden achterhaald. De rechter bepaalt dan of het wordt bewaard, geveild of vernietigd. Het publiek moet alerter, zegt Finkelnberg. Ook rechercheurs zouden kunstregistratie moeten opnemen in hun routine, net als dat nu wel bij gestolen auto’s gebeurt.

Dan is de conclusie gerechtvaardigd dat alleen 1/3 van geregistreerde gestolen kunst wordt opgespoord, want statistieken over niet geregistreerde gestolen kunst zijn er niet. Dit betekent dat van de totale hoeveelheid gestolen kunst veel meer zoekt blijft dan 2/3.
Wanneer je een overjarige 2hands auto koopt voor € 500, loop je tegen allerlei registraties aan: je moet hem verzekeren, het kenteken op naam zetten en wegenbelasting betalen. Met de duizenden camera’s langs de weg wordt je hele (handel en) wandel geregistreerd.
Het is echter altijd nog mogelijk kunst van duizenden tot miljoenen euro’s ongeregistreerd, desnoods contant en met zwart geld, te verhandelen.
De enige afdoende manier kunstdiefstal met een grote kans op succes te bestrijden, is de opname van alle kunst, vanaf een bepaalde waarde, in een positieve database.
Een utopie.
Ik bezocht meerdere keren het tweejaarlijkse congres van Interpol in Lyon over kunstcriminaliteit. De steeds terugkerende klacht daar was dat nationale politiecorpsen te weinig info aanleveren, en bovendien vaak met grote vertraging.
Kunstcriminaliteit is een grensoverschrijdende criminalteit.
Een nationale database is zinnig, maar absoluut niet voldoende.
De vraag die al jaren bij mij speelt, is of die kunstcriminaliteit nu werkelijk zo’n groot probleem is. Je hoort en leest dat het om zeker 6 miljard dollar per jaar gaat (hoe komt men aan zo’n getal?) en op de derde plaats staat na drugs en wapens. Dat behoeft nuance: in drugs en wapens gaat jaarlijks 100 miljard dollar om. Nogal een verschil.
Nog een nuance: uitgaande van de totale hoeveelheid kunst in musea en bij particulieren, durf ik de stelling aan dat we het hier hebben over een marginaal probleem. Overigens wel een probleem dat in het nieuws en in speelfilms tot de verbeelding spreekt.

Ton Cremers

October 16th, 2015

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: ,

Uit Beveiliging Nieuws, 16 oktober 2015:

Tweederde gestolen kunst is bijna niet op te sporen

beveiligingnieuws.nl/nieuws/diefstal/tweederde-gestolen-kunst-is-bijna-niet-op-te-sporen “Ruim tweederde van de in Nederland gestolen kunst en antiek kan nauwelijks worden opgespoord. Doordat slachtoffers vaak niet beschikken over exacte gegevens of foto’s van de gestolen objecten.”  Dat zegt Martin Finkelnberg, hoofd van het landelijke politieteam kunst- en antiekcriminaliteit, die de database beheert, in deVolkskrant. Jaarlijks neemt het team zo’n 700 gestolen objecten op in zijn digitale kaartenbak. Ruim tweeduizend gestolen goederen worden niet geregistreerd in de database gestolen kunst van de Landelijke Politie omdat slachtoffers foto’s, serienummers, specifieke beschadigingen en andere kenmerken van hun kostbaarheden ontberen.Soms wordt kunst of antiek gevonden bij een vermeende crimineel, maar kan de eigenaar niet meer worden achterhaald. De rechter bepaalt dan of het wordt bewaard, geveild of vernietigd. Het publiek moet alerter, zegt Finkelnberg. Ook rechercheurs zouden kunstregistratie moeten opnemen in hun routine, net als dat nu wel bij gestolen auto’s gebeurt.

Als het waar is dat 1/3 van gestolen kunst opgespoord wordt – ik vraag mij in ernst af of de statistiek van Martin Finkelnberg niet te optimistisch is – dan scoort dat hoog in vergelijking met vele andere vormen van criminaliteit. Finkelnberg zegt zelf dat veel gestolen kunst niet geregistreerd wordt in de database van het KLPD omdat er te weinig detailinformatie beschikbaar is.

Dan is de conclusie gerechtvaardigd dat alleen 1/3 van geregistreerde gestolen kunst wordt opgespoord, want statistieken over niet geregistreerde gestolen kunst zijn er niet. Dit betekent dat van de totale hoeveelheid gestolen kunst veel meer zoekt blijft dan 2/3.
Wanneer je een overjarige 2hands auto koopt voor € 500, loop je tegen allerlei registraties aan: je moet hem verzekeren, het kenteken op naam zetten en wegenbelasting betalen. Met de duizenden camera’s langs de weg wordt je hele (handel en) wandel geregistreerd.
Het is echter altijd nog mogelijk kunst van duizenden tot miljoenen euro’s ongeregistreerd, desnoods contant en met zwart geld, te verhandelen.
De enige afdoende manier kunstdiefstal met een grote kans op succes te bestrijden, is de opname van alle kunst, vanaf een bepaalde waarde, in een positieve database.
Een utopie.
Ik bezocht meerdere keren het tweejaarlijkse congres van Interpol in Lyon over kunstcriminaliteit. De steeds terugkerende klacht daar was dat nationale politiecorpsen te weinig info aanleveren, en bovendien vaak met grote vertraging.
Kunstcriminaliteit is een grensoverschrijdende criminalteit.
Een nationale database is zinnig, maar absoluut niet voldoende.
De vraag die al jaren bij mij speelt, is of die kunstcriminaliteit nu werkelijk zo’n groot probleem is. Je hoort en leest dat het om zeker 6 miljard dollar per jaar gaat (hoe komt men aan zo’n getal?) en op de derde plaats staat na drugs en wapens. Dat behoeft nuance: in drugs en wapens gaat jaarlijks 100 miljard dollar om. Nogal een verschil.
Nog een nuance: uitgaande van de totale hoeveelheid kunst in musea en bij particulieren, durf ik de stelling aan dat we het hier hebben over een marginaal probleem. Overigens wel een probleem dat in het nieuws en in speelfilms tot de verbeelding spreekt.

Ton Cremers

October 16th, 2015

Posted In: niet museaal

Tags: , , ,

In De Volkskrant van 14 oktober 2015, pagina V11, stond een kort artikel: Kunstwerken krijgen hun eigen DNA. Wetenschappers van de State University New York zouden een unieke, synthetische DNA-code ontwikkeld hebben waarmee kunstwerpen kunnen worden gemarkeerd. Via opname in een database zou dan kunnen worden gecontroleerd of een kunstwerk vals is.

Synthetische DNA- codes om gestolen kunstwerken op te sporen of, zoals nu weer wordt beweerd, vervalsingen te herkennen, zijn een periodiek terugkerende hype die in de praktijk nog nooit tot enig resultaat heeft geleid.
Het heeft geen enkele zin bestaande kunstwerken exact na te maken om ze dan als origineel te verkopen. Han van Meegeren kopieerde geen kunstwerken, maar maakte zijn eigen Vermeers, pastiches naar Vermeer. De vervalste Jackson Pollocks die afgelopen decennia verkocht werden door de Knoedler Gallery in New York waren pastiches naar Pollock en geen kopieen, van bestaande Pollocks. Wolfgang Beltracchi in Duitsland verdiende over vele jaren miljoenen met vervalsingen van Duitse expressionistische schilderijen.
De Nederlandse ‘meestervervalser’ – wat heb ik een hekel aan dat woord ‘meester’ – Geert Jan Jansen kopieerde geen Karel Appels, Miro’s of Monets, maar schilderde in de stijl van deze kunstenaars en wist, totdat hij in Frankrijk ontmaskerd werd als vervalser, aanzienlijke sommen geld daarmee te verdienen. De inmiddels overleden Eric Hebborn, vervalser van Corot, CastiglioneMantegna, Van Dyck, Poussin, Ghisi, Tiepolo, Rubens, Jan Breughel en Piranesi. veroorzaakte het schaamrood op de kaken van conservatoren die stonken in zijn vervalsingen.
Al deze vervalsers maakten pastiches van beroemde meesters; daar had geen DNA tegen geholpen. (Synthetisch) DNA waarmee schilderijen gemarkeerd worden, heeft slechts zin, en dan nog heel weinig, indien kunstenaars er een gewoonte van maken, tijdens de productie van hun kunst DNA toe te voegen. Dat moeten ze dan wel doen bij alles dat ze maken. Mochten er in de toekomst werken op de markt komen waar twijfel bestaat over de authenticiteit dan zou het ontbreken van de DNA markering kunnen betekenen dat er sprake is van een vervalsing.
Let wel: ‘mocht’ en ‘zou kunnen’. Het kan altijd nog zo zijn dat het betreffende werk dateert uit een periode dat de kunstenaar nog geen DNA markeringen gebruikte, of dat hij/zij de markering nagelaten/vergeten heeft op een werk.
De unieke DNA-code moet worden opgeslagen in een database. Wie produceert dit synthetisch DNA, wie gaat de database beheren, hoe vind je DNA terug op een kunstwerk, wat heb je daar voor apparatuur voor nodig, moet het kunstwerk getransporteerd worden naar de beheerder van de database, is er laboratoriumonderzoek nodig om de uniciteit van het DNA te determineren? Er zullen ongetwijfeld nog meer vragen te bedenken zijn.
Volgens het Volkskrantartikel zijn de kosten verbonden aan gebruik van de DNA-code € 135,00 per kunstwerk. Is dat wat het kost om synthetisch DNA te verkrijgen en aan te brengen? Ik kan mij niet voorstellen dat dit bedrag alle kosten dekt indien er een dispuut ontstaat over de toeschrijving van een kunstwerk.
Haken en ogen…en niet weinig. Ik verwacht dat ook dit DNA-initiatief, evenals vorige, een zachte dood zal sterven.
Iets anders: dat oplichters als Beltracchi, Jansen, Hebborn en Vermeer velen financieel slachtofferden, maar desondanks bewondering oogst(t)en zie ik als een absurditeit.
Ton Cremers

 

October 15th, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , ,

Met tegenzin wijd ik weer tijd en energie aan dit onderwerp. Het kwam al zo vaak aan bod op www.museumbeveiliging.com. De kwestie Ikonen Museum Kampen en de inertie van een inspecteur van de Erfgoedinspectie speelt een te belangrijk onderdeel in mijn Herinneringen van een museumbeveiliger, om er nu aan voorbij te gaan.

Kort de feiten op een rij:

In het kader van een door het Overijsselse KCO, inmiddels ter ziele, op te zetten project met Overijsselse musea en archieven voerde ik, samen met een museumconsulent, een intakegesprek met de oprichter van het Ikonen Museum in Kampen. Tijdens dat gesprek bleek, volgens eigen zeggen, dat die oprichter/collectioneur van een Duitse handelaar twee Cypriotische ikonen had gekocht. Die handelaar adviseerde hem de ikonen niet in zijn museum tentoon te stellen, omdat het museum dan problemen zou krijgen met de Cypriotische autoriteiten. De oprichter van het museum weigerde ons de naam van die handelaar te geven.

Zowel de museumconsulent als ik waren verbijsterd over de openhartigheid waarmee zijn ‘aankoopmoraal’ door de verzamelaar/museumoprichter zelf beschreven werd.

Doorvragend bleek die moraal geheel in strijd te zijn met de geldende ethische code van de Museumvereniging / ICOM.

“Wanneer een handelaar zegt dat de oorprong van door mij gekochte ikonen okay is, dan vind ik het ook okay”, aldus onze gesprekspartner.

In een blog anderhalf jaar na deze ontmoeting schreef ik: “Handelaren dekken niet alleen de verzamelaar, maar de verzamelaar ook de handelaren“.

Ik heb onze bevindingen – een duidelijke indicatie van illegaal handelen, zeker wat die Cypriotische ikonen betreft – gemeld bij de Erfgoedinspectie. De betreffende inspecteur hield de boot af omdat het Ikonenmuseum geen verzelfstandigd voormalig Rijksmuseum was en vroeg mij de eigenaar op andere gedachten te brengen. Die opstelling klopte niet omdat de Erfgoedinspectie niet alleen gaat over verzelfstandige Rijksmusea.

Ik heb van de Erfgoedinspectie na mijn melding niets meer vernomen. Er van uit gaand dat een melder altijd terugmelding krijgt van een overheidsinstantie wanneer een misstand wordt gemeld, en op basis van het contact dat ik had met de Erfgoedinspectie, meende ik dat de Erfgoedinspectie werkelijk niets deed. Pas heel veel later – enkele jaren later – vernam ik dat er een brief geschreven was naar het museum naar aanleding van mijn melding. Indien over de afhandeling van mijn melding met mij gecommuniceerd was, had een hoop ellende voorkomen kunnen worden.

Echter: de betreffende erfgoedinspecteur informeerde mij niet en heeft in de jaren volgend op mijn eerste melding nooit een e-mail – ik zond over deze melding een 15-tal mails en informeerde de inspecteur over al mijn blogs over het Ikonenmuseum op mijn website – beantwoord.

Aanvankelijk koos ik ervoor mijn melding tandenknarsend te laten voor wat het was, totdat ik in de krant las dat het Ikonenmuseum verbouwd werd, gesubsidieerd met overheidsgeld (de gemeente Kampen). Pas toen, ongeveer anderhalf jaar na mijn melding bij de Erfgoedinspectie, ben ik met de hele zaak naar buiten getreden op mijn website en de Museum Security Network mailinglist (Google groep).

Twee jaar na mijn melding ondernam de erfgoedinspecteur, ongetwijfeld daartoe geprest door mijn vasthoudenheid, nadere stappen en onderzocht samen met iemand van de KLPD de herkomst van de ikonen IN het museum. ‘IN’ heel nadrukkelijk met hoofdletters: ik had immers overduidelijk gemeld dat de dubieuze Cypriotische ikonen NIET IN het museum waren.

Het dienstreisje van de inspecteur en de KLPD naar Cyprus was ongetwijfeld een leuk uitstapje, maar bij voorbaat overbodig. De uitkomst van het ‘onderzoek’ was voorspelbaar: “Onderzoek Erfgoedinspectie en Korps Landelijke Politiediensten (KLPD): geen aanwijzingen dat het Ikonenmuseum beschikt of heeft beschikt over onrechtmatig verkregen iconen“.

Ja wat wil je:

  1. je stuurt eerst een brief naar het Ikonenmuseum over mijn melding, zonder dat museum te bezoeken;
  2. dan wacht je twee jaar met nader onderzoek;
  3. en gaat dan ook nog eens op zoek op de verkeerde plek.

Ik kon niet anders dan deze hele gang van zaken op mijn site te bekritiseren, waarbij ik naam en toenaam noemde: http://www.museumbeveiliging.com/2009/12/24/terugblik-gitzwarte-bladzijde-uit-2009-inertie-van-falende-erfgoedinspectie-en-dubieuze-handel-en-wandel-oprichter-helmich-heutink-ikonen-museum-kampen/ en http://www.museumbeveiliging.com/2010/05/28/erfgoedklucht-ikonenmuseum-kampen-erfgoedinspectie-den-haag-inertie-erfgoedinspecteur-dreigementen-vanuit-het-ministerie/.

Nu werd het helemaal een klucht. De betreffende erfgoedinspecteur – hoe dom kan je zijn – besloot bij de Haagse politie aangifte tegen mij te doen wegens smaad en laster. Smaad kan de waarheid bevatten maar verkeerde motieven. Mijn motieven waren zonder enige twijfel zuiver. Laster bevat leugens. Wel leugens vertelde ik niet, dus kon er nooit sprake zijn van laster.

Omdat de erfgoedinspecteur nooit enige e-mail van mij beantwoordde en ook nooit reageerde op een van mijn teksten op het internet, maakte die aangifte niet alleen inhoudelijk geen schijn van kans. Dat heeft ze blijkbaar tijdens een opgerekte koffiepauze op het ministerie zelf ontdekt, dus liet ze mij bellen door een beveiliger (??) van het ministerie die mij maande mijn teksten van het internet te verwijderen want anders zou er aangifte gedaan worden. In hetzelfde gesprek, dommigheid is blijkbaar troef op dat ministerie, versprak hij zich en vertelde dat er al aangifte gedaan was. De opzet om aan een formailteit te voldoen viel dus in duigen.

Ik werd gehoord door de Haage politie en kreeg enige tijd later van het O.M. bericht dat er geen sprake was van een strafbaar feit.

Nu was het mijn beurt van leer te trekken en een klacht in te dienen bij het ministerie tegen die idiote poging van de erfgoedinspecteur mij de mond te snoeren. Die klacht werd in behandeling genomen met als resultaat: http://www.museumbeveiliging.com/2011/03/11/erfgoedinspectie-met-doen-van-aangifte-tegen-ton-cremers-werd-geen-juiste-keuze-gemaakt-er-geen-sprake-geweest-van-een-strafbaar-feit/.

Eind goed al goed? Nee, absoluut niet. Ik blijf met een wrange nasmaak zitten en heb er eerlijk gezegd geen vertrouwen in dat deze kwestie een eye-opener was voor de betrokkenen en dat er ook maar iets zal veranderen, ondanks de toezegging die mij gedaan werd dat er een formele procedure bij de erfgoedinspectie zou komen hoe om te gaan met meldingen door ‘burgers’.

Die procedure had er natuurlijk al lang moeten zijn.  Op de site van de Erfgoedinspectie kan ik (15 oktober 2015) niets vinden over een dergelijke procedure.

Ton Cremers

 

October 15th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , ,

In De Volkskrant van 14 oktober 2015, pagina V11, stond een kort artikel: Kunstwerken krijgen hun eigen DNA. Wetenschappers van de State University New York zouden een unieke, synthetische DNA-code ontwikkeld hebben waarmee kunstwerpen kunnen worden gemarkeerd. Via opname in een database zou dan kunnen worden gecontroleerd of een kunstwerk vals is.

Synthetische DNA- codes om gestolen kunstwerken op te sporen of, zoals nu weer wordt beweerd, vervalsingen te herkennen, zijn een periodiek terugkerende hype die in de praktijk nog nooit tot enig resultaat heeft geleid.
Het heeft geen enkele zin bestaande kunstwerken exact na te maken om ze dan als origineel te verkopen. Han van Meegeren kopieerde geen kunstwerken, maar maakte zijn eigen Vermeers, pastiches naar Vermeer. De vervalste Jackson Pollocks die afgelopen decennia verkocht werden door de Knoedler Gallery in New York waren pastiches naar Pollock en geen kopieen, van bestaande Pollocks. Wolfgang Beltracchi in Duitsland verdiende over vele jaren miljoenen met vervalsingen van Duitse expressionistische schilderijen.
De Nederlandse ‘meestervervalser’ – wat heb ik een hekel aan dat woord ‘meester’ – Geert Jan Jansen kopieerde geen Karel Appels, Miro’s of Monets, maar schilderde in de stijl van deze kunstenaars en wist, totdat hij in Frankrijk ontmaskerd werd als vervalser, aanzienlijke sommen geld daarmee te verdienen. De inmiddels overleden Eric Hebborn, vervalser van Corot, CastiglioneMantegna, Van Dyck, Poussin, Ghisi, Tiepolo, Rubens, Jan Breughel en Piranesi. veroorzaakte het schaamrood op de kaken van conservatoren die stonken in zijn vervalsingen.
Al deze vervalsers maakten pastiches van beroemde meesters; daar had geen DNA tegen geholpen. (Synthetisch) DNA waarmee schilderijen gemarkeerd worden, heeft slechts zin, en dan nog heel weinig, indien kunstenaars er een gewoonte van maken, tijdens de productie van hun kunst DNA toe te voegen. Dat moeten ze dan wel doen bij alles dat ze maken. Mochten er in de toekomst werken op de markt komen waar twijfel bestaat over de authenticiteit dan zou het ontbreken van de DNA markering kunnen betekenen dat er sprake is van een vervalsing.
Let wel: ‘mocht’ en ‘zou kunnen’. Het kan altijd nog zo zijn dat het betreffende werk dateert uit een periode dat de kunstenaar nog geen DNA markeringen gebruikte, of dat hij/zij de markering nagelaten/vergeten heeft op een werk.
De unieke DNA-code moet worden opgeslagen in een database. Wie produceert dit synthetisch DNA, wie gaat de database beheren, hoe vind je DNA terug op een kunstwerk, wat heb je daar voor apparatuur voor nodig, moet het kunstwerk getransporteerd worden naar de beheerder van de database, is er laboratoriumondertzoek nodig om de uniciteit van het DNA te determineren? Er zullen ongetwijfeld nog meer vragen te bedenken zijn.
Volgens het Volkskrantartikel zijn de kosten verbonden aan gebruik van de DNA-code € 135,00 per kunstwerk. Is dat wat het kost om synthetisch DNA te verkrijgen en aan te brengen? Ik kan mij niet voorstellen dat dit bedrag alle kosten dekt indien er een dispuut ontstaat over de toeschrijving van een kunstwerk.
Haken en ogen…en niet weinig. Ik verwacht dat ook dit DNA-initiatief, evenals vorige, een zachte dood zal sterven.
Iets anders: dat oplichters als Beltracchi, Jansen, Hebborn en Vermeer velen financieel slachtofferden, maar desondanks bewondering oogst(t)en zie ik als een absurditeit.
Ton Cremers

 

October 15th, 2015

Posted In: vervalsing

Tags: , , , , , , ,

(Synthetisch) DNA op kunstwerken helpt niet tegen vervalsingen

In De Volkskrant van 14 oktober 2015, pagina V11, stond een kort artikel: Kunstwerken krijgen hun eigen DNA. Wetenschappers van de State University New York zouden een unieke, synthetische DNA-code ontwikkeld hebben waarmee kunstwerpen kunnen worden gemarkeerd. Via opname in een database zou dan kunnen worden gecontroleerd of een kunstwerk vals is.

Synthetische DNA- codes om gestolen kunstwerken op te sporen of, zoals nu weer wordt beweerd, vervalsingen te herkennen, zijn een periodiek terugkerende hype die in de praktijk nog nooit tot enig resultaat heeft geleid.
Het heeft geen enkele zin bestaande kunstwerken exact na te maken om ze dan als origineel te verkopen. Han van Meegerenkopieerde geen kunstwerken, maar maakte zijn eigen Vermeers, pastiches naar Vermeer. De vervalste Jackson Pollocks die afgelopen decennia verkocht werden door de Knoedler Gallery in New York waren pastiches naar Pollock en geen kopieen, van bestaande Pollocks. Wolfgang Beltracchi in Duitsland verdiende over vele jaren miljoenen met vervalsingen van Duitse expressionistische schilderijen.
De Nederlandse ‘meestervervalser’ – wat heb ik een hekel aan dat woord ‘meester’ – Geert Jan Jansen kopieerde geen Karel Appels, Miro’s of Monets, maar schilderde in de stijl van deze kunstenaars en wist, totdat hij in Frankrijk ontmaskerd werd als vervalser, aanzienlijke sommen geld daarmee te verdienen. De inmiddels overleden Eric Hebborn, vervalser van Corot,Castiglione,Mantegna, Van Dyck, Poussin, Ghisi, Tiepolo, Rubens, Jan Breughel and Piranesi. veroorzaakte het schaamrood op de kaken van conservatoren die stonken in zijn vervalsingen.
Al deze vervalsers maakten pastiches van beroemde meesters; daar had geen DNA tegen geholpen. (Synthetisch) DNA waarmee schilderijen gemarkeerd worden, heeft slechts zin, en dan nog heel weinig, indien kunstenaars er een gewoonte van maken, tijdens de productie van hun kunst DNA toe te voegen. Dat moeten ze dan wel doen bij alles dat ze maken. Mochten er in de toekomst werken op de markt komen waar twijfel bestaat over de authenticiteit dan zou het ontbreken van de DNA markering kunnen betekenen dat er sprake is van een vervalsing.
Let wel: ‘mocht’ en ‘zou kunnen’. Het kan altijd nog zo zijn dat het betreffende werk dateert uit een periode dat de kunstenaar nog geen DNA markeringen gebruikte, of dat hij/zij de markering nagelaten/vergeten heeft op een werk.
De unieke DNA-code moet worden opgeslagen in een database. Wie produceert dit synthetisch DNA, wie gaat de database beheren, hoe vind je DNA terug op een kunstwerk, wat heb je daar voor apparatuur voor nodig, moet het kunstwerk getransporteerd worden naar de beheerder van de database, is er laboratoriumondertzoek nodig om de uniciteit van het DNA te determineren? Er zullen ongetwijfeld nog meer vragen te bedenken zijn.
Volgens het Volkskrantartikel zijn de kosten verbonden aan gebruik van de DNA-code € 135,00 per kunstwerk. Is dat wat het kost om synthetisch DNA te verkrijgen en aan te brengen? Ik kan mij niet voorstellen dat dit bedrag alle kosten dekt indien er een dispuut ontstaat over de toeschrijving van een kunstwerk.
Haken en ogen…en niet weinig. Ik verwacht dat ook dit DNA-initiatief, evenals vorige, een zachte dood zal sterven.
Iets anders: dat oplichters als Beltracchi, Jansen, Hebborn en Vermeer velen financieel slachtofferden, maar desondanks bewondering oogst(t)en zie ik als een absurditeit.

Source: (Synthetisch) DNA op kunstwerken helpt niet tegen vervalsingen

October 15th, 2015

Posted In: vervalsing

Tags:

Op 30 november 2012 schreef ik een column onder de titel De Kunsthal, Emily Ansenk en ‘state of the art’ beveiliging waarin ik mij kritisch (leest u zelf maar) uit liet over Emily Ansenk en haar optreden in de pers na de internationaal geruchtmakende inbraak in De Kunsthal. Als vervolg schreef ik een column over de rol van AON Artscope bij door criminaliteit geslachtofferde musea: Beroofde musea – De Kunsthal, het Museon, Het Westfries Museum en AON Artscope, een wereld van overeenkomsten.

Op de door Hanna Pennock opgezette LinkedIn groep Veilig Erfgoed plaatste ik hyperlinks naar beide columns. Deze groep leek mij een geschikt forum om mijn visies te presenteren, want: “Via deze LinkedIn-groep biedt Veilig Erfgoed de erfgoedsector een discussieplatform aan. Vragen, discussies, suggesties en ideeën die betrekking hebben op de veiligheid en beveiliging van cultureel erfgoed kunnen hier gepost worden. Meer informatie vindt u op www.veilig-erfgoed.nl.”

Mijn columns gingen over ‘veiligheid en beveiliging van cultureel erfgoed’ en als ze iets deden, daar mag toch geen twijfel over bestaan, dan was het wel ‘vragen, discussies, suggesties en ideeën’ aandragen over de problematiek van beveiliging en veiligheid.

Het mocht echter niet zo wezen.

Beide links werden verwijderd, weggecensureerd, door Hanna Pennock, moderator van de Linkedin groep Veilig Erfgoed omdat ik ‘van leer trok’ tegen personen. Het verschil tussen het plaatsen van een tekst in die groep en het verwijzen naar een tekst elders op het internet via een hyperlink, begrijpt deze moderator niet. Wat maternaliserend! Blijkbaar onderschat ze het vermogen van Veilig-Erfgoedleden zelfstandig kritisch te denken. Erger nog: deze censor begrijpt er niets van dat wanneer je ‘als overheid’ acteert op een sociaal medium als LinkedIn automatisch de mores van sociale media gelden en je niet het primaat kan geven aan de zich vervelende en laffe koffiehoek van een ministerie.

In alle 18 jaar waarin ik het Museum Security Network en de daarbij horende mailing list beheerde, weigerde ik alleen berichten die afweken van het onderwerp van MSN. Zelfs berichten waarin deelnemers stevig, soms heel stevig, tegen mij als moderator van leer trokken, heb ik altijd door gelaten.

Er was meer: toen in korte tijd voor de vierde keer in een Nederlands museum werd ingebroken, plaatste ik een link naar een krantenbericht over die inbraak op Veilig Erfgoed met de, ik geef toe weinig parlementaire, toevoeging ‘nondeju!’ om mijn frustratie weer te geven.

Dat ging onze erfgoedouderlinge ook te ver, dus verwijderde ze die link omdat ik de naam van god gebruikte? Van wie? Van god. Niet mijn god, maar toch ben ik op zoek gegaan naar de status van nondeju in de Nederlandse christelijke wereld en het algemeen taalgebruik. Ik vond onder andere een ‘vrolijke musical over nonnen‘ en “Nondeju”, een frissse zoektocht naar spiritualiteit en religie in Brabant. In de etymologiebank wordt nondeju omschreven als een tussenvoegsel en bastaardvloek: ‘Een bastaardvloek is een door klankverandering van een echte vloek afgeleide krachtterm, die daardoor beoogt minder aanstoot te geven’. Natuurlijk heb ik Hanna Pennock gemaild over de status van nondeju in het taalgebruik, maar, heel voorspelbaar: geen reactie. Mevrouw Pennock acht zich de maat der dingen als het gaat om taalgebruik en hanteert overenthousiast en naar willekeur de censuurschaar. Er zal bij de Penockjes-Van de Wal heel wat onder de klamme lappen gediscussieerd zijn over de boze Jezus.

Hanna Pennock heeft jarenlang als inspecteur bij de Erfgoedinspectie gewerkt en wie werkt daar ook? Juist: Marja van Heese, die zo dom was aangifte tegen mij te doen omdat enkele columns van mij haar niet zinden.

Het kan geen toeval zijn.

Onze erfgoedbewakers in overheidsdienst hebben blijkbaar geen al te hoge dunk van heel belangrijk immaterieel erfgoed: Nederlandse vrijheid van meningsuiting; censuurverbod. Hanna Pennock was overheidsambtenaar toen ze mij censureerde; de vraag dringt zich op of ze hiermee een grondrecht met voeten trad en handelde in strijd met de wet.

Waar de amateuristische wancommunicatie en arrogantie van de Erfgoedinspectie toe kan leiden – onder andere verspilling van belastinggeld –  is te lezen op: http://www.columns-ton-cremers.nl/bezuinigingsvoorstel-opheffen-erfgoedinspectie/.

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

October 8th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , , ,

Op 18 oktober 2007, een stralende najaarsdag, bezocht ik het Armando Museum in Amerfoort om de risico’s te analyseren. Na een rondgang door het museum kondigde ik aan dat ik in mijn rapportage een sprinklerinstallatie zou adviseren. Mijn mondelinge mededeling staat helder in mijn geheugen: “Ik ga zeker adviseren dat het museum voorzien wordt van een sprinklerinstallatie, ook al verwacht ik niet dat dat advies opgevolgd zal worden. Wanneer hier brand ontstaat dan zal het hele museum reddeloos verloren zijn”.

Helaas heb ik niet de vrijheid dit advies hier nader toe te lichten.

Er werd een afspraak gemaakt voor een vervolg van mijn onderzoek in het museum, maar maandag 22 oktober 2007, vier dagen na mijn eerste bezoek, belde de moeder van een ‘medewerkster’ die naast mij in de auto zat met het bericht dat het Armando Museum in brand stond. Na ongeloof, sloeg bij mij de verbijstering toe. Die verbijstering werd in de loop van de dag groter toen bleek dat mijn voorspelling over het effect van een brand uit kwam. Mijn ‘opdrachtgever’ brandde geheel af.

De volgende ochtend werd ik gebeld door een nieuwsdienst over deze brand en ik vertelde de journalist dat ik net begonnen was met een risicoanalyse en bij mijn eerste inspectie al vreesde dat een eventuele brand fataal zou zijn en ik mij voorgenomen had in mijn rapportage sprinklers te adviseren. Die mededeling ging een eigen leven leiden en werd vervormd tot een bericht dat ik een risicoanalyse had verricht, sprinklers had geadviseerd en dat met mijn adies niets gedaan was.

Ik kon/kan mij voorstellen dat deze verkeerde weergave bij Gerard de Klein en Yvonne Ploumen van het Armando Museum niet in goede aarde viel. Ik kan mij overigens niet hun hysterische reactie voorstellen, lang nadat ze bekomen moesten zijn van de schrik. Mij werd, in een overtrokken mail van Ploumen aan mij, verweten dat ik de relatie tussen het Armando Museum en de Gemeente Amersfoort op het spel zette. Ploumen en De Klein hadden aan die relatie geen enkele boodschap toen de gemeente Amersfoort nieuwbouwplannen uitstelde, niet afstelde, na het uitbreken van de economische crisis in 2008. Een zeer begrijpelijk besluit van de gemeente Amersfoort, maar Ploumen en De Klein vonden het nodig de gemeente publiekelijk de maat te nemen op een wijze waar mijn milde kanttekening kinderspel bij was. Volgens hysterica Ploum(en) pleegde de gemeente woordbreuk. Een wel heel vreemde manier om de relatie met de gemeente goed te houden.

Op 23 oktober 2007, ik was in Kasteel Heeze om een voorlichtingsbijeenkomst te houden, werd ik vroeg in de morgen gebeld door Siebe Weide, de nog verse directeur van de Museumvereniging: “Ton, ik zal ongetwijfeld door de pers gebeld worden over de brand in het Armando Museum; kan jij mij wat informatie geven over de werking van sprinklers? Ik wil geen fouten maken”. Die informatie wilde ik natuurlijk geven. Ik liet de aanwezigen in Kasteel Heeze wachten en vertelde Siebe Weide uitgebreid over voor- en nadelen van sprinklers, de werking van sprinklers en ik probeerde vooroordelen over sprinklers te ontkrachten.

Na mijn werkdag ramde ik thuis op het toetsenbord van mijn computer zes pagina’s tekst over sprinklers en mailde die 24 oktober (wie wat bewaart die heeft wat) naar Siebe Weide met de suggestie te bezien of deze tekst geschikt was voor  Museumvisie opdat alle musea voorgelicht konden worden over sprinklers. Op die mail kreeg ik geen reactie en mijn tekst werd niet geplaatst in Museumvisie.

Een maand na de brand in het Armando Museum schreef Siebe Weide een redactionele column in Museumberichten ‘Na de brand’. De brandweer, aldus Siebe Weide, zou de voormalige Elleboogkerk waarin het Armando Museum was gevestigd brandveilig hebben verklaard, maar “Toch was veiligheidsdeskundige Ton Cremers meteen in staat te concluderen dat de brand niet ver gekomen was als er een sprinklerinstallatie in de kap van het museum aanwezig zou zijn geweest”.

Siebe Weide’s woorden ‘meteen’ en ‘toch’ suggereren dat er een tegenstrijdigheid zou bestaan tussen de goedkeuring door de brandweer en mijn opmerking over sprinklers. ‘Meteen’ lijkt te suggereren dat ik (te) snel met mijn conclusie was. Tussen de verklaring van de brandweer en mijn visie is geen tegenstrijdigheid. De brandweer/overheid kijkt bij de brandveiligheid van gebouwen naar de veiligheid van mens en dier en niet naar de veiligheid van museumcollecties. Het is mijn vak ook naar dat laatste te kijken. Collecties kunnen niet op eigen benen bij calamiteiten een museum verlaten; alleen al om die reden – mensen zullen in en uit moeten om collectie te redden – leg ik de lat bij brandveiligheid hoger dan de brandweer.

Naar aanleiding van zijn column en zijn suggestieve opmerkingen, nam ik telefonisch contact op met Siebe Weide met de vraag of ik in Museumberichten kon reageren op zijn column: “Dat is niet de formule”, aldus Siebe Weide. Niet de formule? Dus het is wel de formule suggesties over mij te publiceren, dat mag natuurlijk altijd, maar weerwoord / reactie wordt niet toegelaten?

In welke categorie plaatst dat Siebe Weide? In de categorie: multi-getalenteerde bangerikken die zich kosjer voelen in de rol van aanklager, rechter en beul maar de ‘beklaagde’ zijn kans op weerwoord misgunnen. Siebe Weide liet mij geen andere keuze dan te reageren via mijn website museumbeveiliging.com.

Niet netjes van Weide. Er is echter meer. Op 24 oktober (zie boven) stuurde ik een tekst over sprinklers om te publiceren in Museumvisie. December 2007 verscheen in Museumvisie een artikel over sprinklers en blusgas – niet van mijn hand – en februari 2008, verscheen in het populair wetenschapelijk tijdschrift EOS-magazine eveneens een artikel over sprinklers en andere blusmethoden. Beide artikelen zijn doorspekt met idiotie, dooreen husselen van verschillende blusmethodes en een brandpreventie techniek wordt verward met een blustechniek. Hoe kan het ook anders: beide artikelen zijn afgescheiden door iemand die de ballen verstand heeft van deze technieken en die bovendien wel heel erg amateuristisch en willekeurig gewinkeld heeft in mijn tekst van 24 oktober. Mogelijk om de beschuldiging van plagiaat te ontwijken is mijn tekst in een hoge hoed gegooid en een aantal keren flink door elkaar geschud, waarna een wanproduct uit die hoed getoverd werd. En wie schreef die teksten en schnabbelde in Belgie bij met mijn tekst? Chris Reinewald….laat die Chris Reinewald de hoofdredacteur zijn van Museumvisie….

23 februari 2008 schreef ik op mijn site: “Beide artikelen werden geschreven door Chris Reinewald, hoofdredacteur van Museumvisie. Natuurlijk heb ik, toen iemand mij attent maakte op het EOS artikel en mij vertelde dat er blijkbaar heel onzorgvuldig van mijn tekst uit oktober gebruik gemaakt was, meteen gebeld met Chris Reinewald. Die gaf via de telefoon toe van mijn tekst gebruik gemaakt te hebben. Ik vind dat prima, ook al had ik het zorgvuldiger gevonden als ik daarover geïnformeerd was en ik de kans had gekregen de blunders uit de teksten van Reinewald te halen. Dat zou voor hem, maar zeker ook voor de museumwereld beter zijn geweest. Nu zal de misinformatie in beide publicaties nog lang een eigen leven blijven leiden.”

Siebe Weide weigerde mijn reactie op zijn column in Museumberichten. Chris Reinewald weigerde mijn reactie op zijn, grotendeels gepikte, artikelen in Museumvisie en EOS-magazine. Reinewald wilde dat ik uit mijn reactie mijn opmerkingen over het EOS-magazine artikel verwijderde. Ik kon me daar niet mee verenigen. Waarschijnlijk was beunhazende Chris bang dat te veel mensen achter zijn handel-en-wandel zouden komen.

Zo zijn onze – sommige- manieren in de Nederlandse museumwereld.

Het digitale geheugen is geduldig…

Reinewald en Weide zijn vanzelfsprekend welkom te reageren; dat is namelijk mijn formule.

Lees mijn hele relaas uit 2008 op: http://www.museumbeveiliging.com/2008/02/23/artikelen-over-sprinklers-in-museumvisie-en-eos-gelardeerd-met-fouten/

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

 

 

October 7th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , ,

De afgelopen vijftien jaar overkwam het mij meerdere keren dat vraagtekens geplaatst werden bij de vertrouwelijkheid van mijn werk als adviseur beveiliging en veiligheid in de erfgoedsector.

Er waren momenten waarop ik in de gelegenheid werd gesteld uitleg te geven over mijn optreden in de pers en op het internet. Mogelijk werden die vragen ook achter mijn rug gesteld. In slechs 1 geval kreeg ik botweg van een conservator te horen dat ik een opdracht niet kreeg omdat het bestuur van de Gelderse Kastelen mij reeds veroordeeld had als niet integer. Zo af en toe kom je verliezers in je leven tegen die zich behaaglijk voelen in de rol van aanklager, rechter en beul; multi-getalenteerde bangerikken die de ‘verdachte’ zijn kans op weerwoord misgunnen. Het is helaas niet anders.

Ooit was ik voor een museum werkzaam, ingehuurd door de facilitymanager, zonder dat de directrice van het betreffende museum daarover geinformeerd was. Ze was ‘not amused’ toen ze hierover hoorde en stelde mij de indringende vraag hoe het zat met mijn vertrouwelijkheid omdat ik menig keer in de publiciteit commentaar leverde op incidenten in de museumwereld.

Ik kon haar zorg wegnemen en stelde haar een geheel verzorgd weekend Parijs, inclusief partner, in het vooruitzicht als ze ook maar 1 voorbeeld kon vinden waaruit bleek dat ik de vertrouwelijkheid tussen mij en mijn opdrachtgever schond.

Dat voorbeeld kon ze, natuurlijk, niet geven. Interessant is – nee, we noemen geen namen – dat ze mijn opdacht tot het maken van een risicoanalyse opschortte toen ik meldde grote vraagtekens te zetten bij de beveiliging van haar instituut, met name in het licht van een naderende tentoonstelling met veel kostbare bruiklenen uit binnen- en buitenland.

De opdrachtgever is de baas, dus ik diende mijn werkzaamheden en rapportage uit te stellen, echter niet zonder, vooruitlopend op mijn definitieve rapportage, een tussentijds verslag te overhandigen met daarin mijn overtuiging dat de tentoonstelling niet verantwoord was.

De tentoonstelling ging door, zonder inachtneming van mijn bevindingen, en gelukkig deden zich geen incidenten voor.

Ik leerde van deze casus, dat het blijkbaar bestaat dat een museumdirecteur willens en wetens bruiklenen in huis haalt terwijl dat niet verantwoord is. Deze kwestie dateerde enkele jaren voor de ‘blitzinbraak’ en diefstal in De Kunsthal (heb ik nooit voor gewerkt). De directricve daar trachtte zich weliswaar onder haar verantwoordelijkheid uit te bluffen met een de-beveiliging-is-state-of-the-art verklaring, maar later werd duidelij dat er al jaren onvoldoende budget was voor de beveiliging. Na die internationaal geruchtmakende inbraak in De Kunsthal werd de beveiliging opgewaardeerd waarmee naast het begrip state-of-the-art,  ‘stater-of-the-art’ en ‘statest-of-the-art’ waren geboren. Ook een voorbeeld waarbij willens en wetens dat het niet verantwoord was kostbare kunstwerken in huis werden gehaald. Juichende bezoekstatistieken wegen blijkbaar zwaarder dan verantwoorde beveiliging.

De buurman van De Kunsthal, Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam (nooit mijn opdrachtgever geweest) mailde mij zelfs dat de overheid te weinig budget beschikbaar stelt voor een goede beveiliging. Reumer schoot met die zelfingenomen wijsheid zichzelf in de voet, want hij realiseerde zich niet dat dit feitelijk een schuldbekentenis is: er van overtuigd dat er te weinig geld is voor beveiliging en dan toch kostbare bruiklenen aanvaarden of kostbare eigen collectie in gevaar brengen. Op Jelle Reumer kom ik nog terug in mijn Herinneringen…

Heb ik meer voorbeelden van onverantwoord omgaan met de beveiliging? Natuurlijk: denk onder andere aan het Westfries Museum en het Museon. Waarom kan ik die beide musea noemen? Omdat ze nooit mijn opdrachtgever waren. Zijn er meer voorbeelden? Ja…..

Daar informatie over geven zou betekenen dat ik mededelingen doe over (ex-)opdrachtgevers. Ik verkeer niet in de positie om allerlei opdrachtgevers te tracteren op geheel verzorgde weekenden Parijs. Dus doe er liever het zwijgen toe.

Sprak ik dan nooit over een opdrachtgever? Jazeker wel: dat is 1 keer gebeurd, na de brand in het Armando Museum. Er diende toen een groter belang: de rol van sprinklers in musea, bibliothken, archieven etc. Op die rol kom ik nog terug in de reeks Herinneringen. Gaf ik vertrouwelijke informatie prijs over het Armando Museum? Natuurlijk niet. Echter, zelfs in algemene zin werden mijn sprinkleropmerkingen in de pers niet in dank afgenomen, gezien de reacties van Yvonne Ploumen (via e-mail) en Gerard de Klein (in mijn gezicht vlak voordat hij tijdens een sprinklerbijeenkomst in het Catharijne Convent tijdens de presentaties in slaap viel). Ik zou de relatie tussen het Armando Museum en de gemeente Amersfoort geschaad hebben. Mocht dat al waar zijn – ik betwijfel dat nog steeds – dan gooiden Ploumen en De Klein daar niet een schepje, maar een schep bovenop toen ze korte tijd later de gemeente in de pers schoffeerden. Ook daar kom ik nog op terug. Het nieuwe Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd zal ik een dezer weken met een bezoek vereren; mij bereiken namelijk verontrustende signalen over de beveiliging.

Mochten er ‘gedupeerden’ zijn die menen recht te hebben op dat geheel verzorgde weekend Parijs, dan kunnen ze zich melden via toncremers@gmail.com.

Ton Cremers

 

October 6th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , ,

In 1987 trad ik (1948) in dienst van het Rijksmuseum. Dat dienstverband, uiteindelijk als hoofd beveiliging en veiligheid, duurde tot 2001. Van 2001 tot 2015 was ik in binnen- en buitenland als adviseur of ad-interim hoofd beveiliging actief in meer dan 450 musea, bibliotheken, archieven, kerken met collecties, oude molens, monumenten en bij particuliere verzamelaars.

Bijna dertig jaar gevuld met successen, af en toe teleurstellingen, bijzondere contacten met ‘professionals’ en vrijwilligers.

De museumwereld zou stante pede op zijn gat vallen wanneer er geen vrijwlligers beschikbaar waren. Tussen professionals en vrijwllligers bestaat slechts in schijn een tegenstelling.

In al die jaren struikelde ik af en toe over acteurs in de erfgoedpiste die ik op mijn site of e-maillijst niet onbesproken kon laten. Die besprekingen ontaardden niet zelden in slidings en soms zelfs een gestrekt been (met dank aan Henk Schutten voor deze beeldspraak).

Ik kon het niet laten en betreur dat ook niet. Het moest blijkbaar zo zijn. Hoewel ongebruikelijk in de hermetische museumwereld, koos ik er voor raaskallen van mensen als Eveline Herfkens (borrelpraat spuiende minister van ontwikkelingssamenwerking), Ruud Spruit (Westfries Museum), Emilie Ansenk (Kunsthal), Jelle Reumer (Natuurhistorisch Rotterdam), Marja van Heese (Erfgoedinspectie Den Haag), Gerard de Klein en Yvonne Ploumen, Siebe Weide en Chris Reinewald (deze plagieerde op een knullige wijze in een Belgisch tijdschrift een tekst die ik inleverde voor Museumvisie), de lijst is niet uitputtend, Haags recht-voor-zijn-raap, vaak ook badinerend te bespreken.

Soms kreeg ik, meestal indirect, boze reacties en was geklaag mijn deel. Marja van Heese maakte het helemaal bont en deed bij de Haagse politie aangifte tegen mij wegens smaad en laster. Een tot mislukken gedoemde en zonder meer verwerpelijke poging mij de mond te snoeren. De officier van justitie trok terecht de conclusie dat er geen sprake was van een strafbaar feit en de Erfgoedinspectie moest namens Marja van Heese, nadat ik een klacht bij de minister indiende over deze poging mij monddood te maken, publiek bakzeil halen en excuus aanbieden. Nog steeds kijk ik met verbazing terug naar deze episode. Geen zwarte bladzijde in mijn carriere; in die van Marja van Heese wel. De aangifte door Marja van Heese was onbegrijpelijk, dom, hysterisch en kwaadaardig. Daar kan ik nog boos over worden, omdat hij gericht was op ondermijning van mijn grondwettelijk recht: vrijheid van meningsuiting (helaas een uitgehold begrip zo langzamerhand).

Er was wel een zwarte bladzijde in mijn 30-jarige loopbaan als museumbeveiliger: ik raakte in de Verenigde Staten verwikkeld in een aangifte tegen mij wegens smaad. Mijn tegenstander daar, Ellen L. Batzel, was evenmin succesvol – ze eiste dertig miljoen dollar van mij – als haar tegenvoetster Marja van Heese. Voor die claim van dertig miljoen dollar ontbrak enige grond. Mevrouw Batzel verloor deze zaak die vijf jaar voortsleepte. Haar motivatie een zaak tegen mij te beginnen, begreep ik. Die Claim niet.

Op de www.museum-security.org deed ik regelmatig mijn zegje voor een internationaal publiek en op www.museumbeveiliging.com voor de thuismarkt.

Tijdens een bijeenkomst in het Catharijne Convent, Utrecht 7 februari 2008, naar aanleiding van de brand in het Armandomuseum hield ik een presentatie over het gebruik van sprinklers. Het hoofd beveiliging/facility manager van het Scheepvaartmuseum, Amsterdam, voegde mij tijdens de interpellatie toe dat ik gemakkelijk praten had omdat ik zelfstandig ondernemer was. Een misinterpretatie van de feiten. Als zelfstandige heb je vele bazen; als werknemer heb je te maken met slechts een enkele leidinggevende. Mijn verbale schermutselingen op het internet en af en toe via radio of TV hebben nooit geleid tot een hausse aan nieuwe opdrachten. Integendeel. Verlies van opdrachtgevers heb ik altijd aanvaard: wat heb je immers aan een adviseur die geen mening heeft? Ik koos er altijd voor op de tafel te gaan staan in de overtuiging dat misstanden gefaciliteerd worden door de zwijgers. Ik wilde niet zo’n zwijger zijn. Maakte dat mij acteur onder de acteurs in dezelfde erfgoedpiste? Ongetwijfeld…

Op deze site staat een keuze uit de teksten die ik de afgelopen 15 jaar schreef – er moet nog veel uit het archief worden opgedist – aangevuld met reflecties over actuele zaken. Niet alleen museale zaken. In de categorie Herinneringen van een museumbeveiliger kom ik op bovenvermelde en vele andere zaken terug. Met meer distantie dan in de hitte van de strijd toen zaken actueel waren. De balans wordt opgemaakt. Altijd in de overtuiging dat het internet een digitale Hyde Park Speakers corner is, waar iedereen, vaak tongue in cheek, zijn zegje mag doen op informele wijze.

Voor alle duidelijkheid: als je op deze site onthullingen verwacht over zaken die thuishoren tussen opdrachtgever-opdrachtnemer in de museumbeveiliging, dan zal teleurstelling je deel zijn.

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

October 5th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , , , , ,

How a fake masterpiece ended up on walls of Florida museum

Mark Landis dressed in a faded black blazer, tucked a small, square piece of art into his black valise, and set off from Mississippi to meet with the directors of the Boca Museum of Art.

The museum was expecting a wealthy philanthropist.

Landis traveled by Greyhound bus.

When he arrived in Boca Raton that December of 2002, the senior curator at the time, Wendy Blazier, was eager to meet him. That summer, he had enticed her with a gift.

He sent a letter to the museum saying he had a rare drawing from the avant-garde French artist Marie Laurencin he wanted to donate. He listed several others he planned to give, including a work from Italian artist Giorgio de Chirico, whose work is renowned the world over.

And then there was this: He didn’t want to be paid for the artwork. Didn’t even want a write-off for his taxes, which most donors demand. He simply wanted the piece hung in memory of his father, the late Navy Lt. Cmdr. Arthur Landis Jr.

But why Boca, she’d asked him. What was his tie to the city?

“He said when he met me, he would reveal the connection,” Blazier recalls.

Blazier was used to eccentrics. But even by those standards, Landis is memorable 13 years later.

“It was such a strange and interesting encounter,” she said. “He was so odd.”

Read full report at: How a fake masterpiece ended up on walls of Florida museum

October 4th, 2015

Posted In: fakes and forgeries, Ton Cremers

Tags: , , ,

In the aftermath of the second world war, allied soldiers recovered paintings of great value that the Nazis had looted from museums during their conquest of Europe. Among these was a most remarkable work by the eminent Johann Vermeer, The woman taken in adultery, found in the stash of Hermann Goering, Hitler’s second-in-line. Tracing its acquisition records pointed to a certain Han van Meegeren as the dealer in Amsterdam and a potential traitor to the Netherlands. Faced with a charge of collaboration for selling a Dutch national treasure to the Nazis, van Meegeren wrestled with a dilemma: stand trial for this act of treason, punishable by death, or confess to forgery?

Van Meegeren had forged The woman taken in adultery, as well as a handful of other artworks, attributing them to Dutch golden age painters Vermeer and Pieter de Hooch. This arose out of a desperate need for income due to his failing artistic career as well as a personal vendetta against the art historians and museum curators who denied his talents. 

Van Meegeren was a unique forger, in that he created ‘original forgeries’ – paintings made to resemble the style of a particular artist but which had never been created by them. He imitated the styles of the masters so convincingly that he was able to dupe both the Nazis and well-regarded art historians. He accomplished this with a number of duplicitous tricks, including purchasing genuinely aged canvases and using the expensive ultramarine blue pigment that artists would have exclusively used for blue in the 17th century.

One trick involved mixing bakelite into paint pigments and baking completed canvases in the oven – the resulting hard paint layer gave the appearance of authentic age. Bakelite is the common name for a resin, a thermosetting plastic synthesised from an elimination reaction between phenol and formaldehyde.

Unfortunately, his clever sleight of hand was eventually seen through. A key witness to the trial was Paul Coremans, a Belgian chemist. To disprove van Meegeren’s work, he conducted x-ray radiography on the forgeries. The radiograph revealed damage marks from van Meegeren’s modification of the canvases he had obtained to fit his new paintings, detecting traces of the old paint layer’s white lead residue he had scraped away and showing that the craquelure of the underlying primer layer did not match that of the painted surface layer, which van Meegeren had artificially induced. Another anachronism was that the ultramarine blue pigment van Meegeren had used contained traces of cobalt blue, a cheaper synthetic alternative that would have been unavailable during Vermeer’s time.

Read full text at: A veneer of Vermeer | Chemistry World

October 4th, 2015

Posted In: fakes and forgeries, Ton Cremers

Tags: , , ,

In the aftermath of the second world war, allied soldiers recovered paintings of great value that the Nazis had looted from museums during their conquest of Europe. Among these was a most remarkable work by the eminent Johann Vermeer, The woman taken in adultery, found in the stash of Hermann Goering, Hitler’s second-in-line. Tracing its acquisition records pointed to a certain Han van Meegeren as the dealer in Amsterdam and a potential traitor to the Netherlands. Faced with a charge of collaboration for selling a Dutch national treasure to the Nazis, van Meegeren wrestled with a dilemma: stand trial for this act of treason, punishable by death, or confess to forgery?

Van Meegeren had forged The woman taken in adultery, as well as a handful of other artworks, attributing them to Dutch golden age painters Vermeer and Pieter de Hooch. This arose out of a desperate need for income due to his failing artistic career as well as a personal vendetta against the art historians and museum curators who denied his talents. 

Van Meegeren was a unique forger, in that he created ‘original forgeries’ – paintings made to resemble the style of a particular artist but which had never been created by them. He imitated the styles of the masters so convincingly that he was able to dupe both the Nazis and well-regarded art historians. He accomplished this with a number of duplicitous tricks, including purchasing genuinely aged canvases and using the expensive ultramarine blue pigment that artists would have exclusively used for blue in the 17th century.

One trick involved mixing bakelite into paint pigments and baking completed canvases in the oven – the resulting hard paint layer gave the appearance of authentic age. Bakelite is the common name for a resin, a thermosetting plastic synthesised from an elimination reaction between phenol and formaldehyde.

Unfortunately, his clever sleight of hand was eventually seen through. A key witness to the trial was Paul Coremans, a Belgian chemist. To disprove van Meegeren’s work, he conducted x-ray radiography on the forgeries. The radiograph revealed damage marks from van Meegeren’s modification of the canvases he had obtained to fit his new paintings, detecting traces of the old paint layer’s white lead residue he had scraped away and showing that the craquelure of the underlying primer layer did not match that of the painted surface layer, which van Meegeren had artificially induced. Another anachronism was that the ultramarine blue pigment van Meegeren had used contained traces of cobalt blue, a cheaper synthetic alternative that would have been unavailable during Vermeer’s time.

Read full text at: A veneer of Vermeer | Chemistry World

October 4th, 2015

Posted In: fakes and forgeries, Ton Cremers

Tags: , , ,

Op 29 september zond ik mijn tekst ‘REMBRANDT – MAERTEN SOOLMANS EN OOPJEN COPPIT SYMBOOL VAN NATIONALISME‘ naar de NRC omdat ik de discussie rondom de naderende aankoop van beide Rembrandtschilderijen, in alle bescheidenheid, benaderde vanuit een invalshoek die ik in geen van de commentaren, in welke krant dan ook, mocht waarnemen.

Ik becommentarieerde de:

  1. nationalistische emotie rond ‘onze Rembrandts moeten naar huis’
  2. in relatie tot de onwil in de museumwereld om verzoeken van bronlanden tot teruggave van ooit geroofd cultuurgoed te honoreren. Als voorbeelden noemde ik:
  3. de marmeren beelden van het Parthenon in het Brits Museum, evenals de Steen van Rosetta en de bronzen reliefs uit Benin (= tegenwoordig Nigeria), en het beeld van de Borobudur, in het Rijksmuseum;
  4. ik vermeldde dat landen als Griekenland (volgens Ronald de Leeuw) en Nigeria nog niet bestonden toen daar cultuurgoed werd weggehaald;

Een dergelijk verband zag ik nergens waar de twee Rothschildrembrandts werden besproken gelegd. Ik verwachtte dat mijn tekst, als hij al geplaatst zou worden, zeker niet ongeredigeerd geplaatst zou worden omdat ik er met een gestrekt been in ging richting Ronald de Leeuw, voormalig directeur van het Rijksmuseum.

Op 1 oktober kreeg ik een reactie van de NRC met de mededeling dat mijn tekst niet geplaatst zou worden omdat anderen inmiddels ook werkten aan dit onderwerp. Drie oktober, zaterdagochtendtraditioneel met cappucino en de krant op tafel dook ik in de weekend-NRC en las REMBRANDT VERKOCHT AAN BUITENLANDSE RIJKAARDS, door Pieter van Os, waarin onder andere besproken werden:

  1. nationalistisme en de aankoop van beide Rembrandts
  2. in relatie tot de onwil in de museumwereld om verzoeken van bronlanden tot teruggave van ooit geroofd cultuurgoed te honoreren. Als voorbeeld noemde Pieter:
  3. de marmeren beelden van het Parthenon in het Brits Museum.
  4. Bovendien  besprak hij dat sommige landen die cultuurgoed terug willen hebben nog niet bestonden toen dat cultuurgoed werd weggehaald.

Mocht ik ooit gedacht hebben dat toeval niet bestaat, dan moet ik die gedachte nu voorgoed uit mijn hoofd zetten. Pieter besprak de Rembrandtkestie gedeeltelijk vanuit dezelfde invalshoek waarvan ik in al mijn ijdelheid dacht dat die origineel was. Een koude douche…

Het zal ergens begin jaren negentig van de vorige eeuw geweest zijn dat ik Pieter voor het eerst ontmoette. Zijn vader Henk, destijds directeur van het Rijksmuseum, benaderde mij of ik voor zijn studerende zoon vakantiewerk had in het Rijksmuseum. Dat had ik. Ik ontving Pieter in het museum, liet hem door een leidinggevende in de bewaking rondleiden en informeren over de principes van suppoostenwerk. Het was een beetje een practical joke om hem als eerste bewakingspost de post naast De Nachtwacht te geven. Toen vader Henk dat zag, belde hij mij met: “Ton, dat was nu ook weer niet de bedoeling; hij is toch al zo’n babbelkont”. Babbelkont? Dat was ik niet met Henk eens. Pieter was een gezellige, enthousiaste, goedlachse en vlotte communicator. Een vlotte communicator is hij volgens mij nog steeds; bovendien een communicator met een bovengemiddeld vaardige pen. Zijn tekst in de NRC heb ik daarom met interesse en bewondering gelezen, maar – ik moet het toegeven – ook een beetje tandenknarsend omdat ik erdoor mijn arrogante monopolie op originaliteit in een kwestie die velen in Nederland en Frankrijk wekenlang bezig hield, verloor.

Pieter van Os zal zonder twijfel een plaats krijgen in mijn ‘Herinneringen van een museumbeveiliger’. Niet prominent, maar een plaats krijgt hij omdat ik nog altijd met een glimlach op mijn gezicht aan die korte episode in het Rijksmuseum terug denk.

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

 

 

October 4th, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , ,

Hoewel MAERTEN SOOLMANS EN OOPJEN COPPIT door Wim Pijbes in zijn queeste naar particulier geld op demagogische wijze de broer en zus van De Nachtwacht genoemd werden, zullen ze toch niet links en rechts van die Nachtwacht getoond worden. Nee, Pijbes denkt eerder aan een plek op de eregalerij van het Rijksmuseum, bijvoorbeeld tegenover het dubbelportret door Frans Hals van Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laen. Dat lijkt mij geen goede keuze…wel voor Frans Hals, maar zeker niet voor Rembrandt en helemaal niet om deze veel te dure aankoop van beide schilderijen te rechtvaardigen. De portretten van Soolmans en Coppit kunnen niet in de schaduw staan van het prachtige dubbelportret door Frans Hals. Let wel: hier spreekt de enthousiaste museumbezoeker met meer dan 50 jaar ‘ervaring’, en niet een kunsthistoricus. Overigens: als het gaat om subjectieve beleving van kunst zijn we volgens mij allemaal even professoneel/amateuristisch.

Het dubbelportret van Massa en van der Laen is een feest aan 17de eeuwse goedgeluimde uitbundigheid waartegenover die beide chagrijnige portretten van Soolmans en Coppit deprimerend symboliseren dat stampvoetend ‘eigen cultuur eerst’ niet altijd leidt tot verstandige aankopen.

Wat ik denk over dat tenenkrommende ‘Rembrandts komen thuis’ gedoe was enkele dagen geleden al te lezen op: http://www.columns-ton-cremers.nl/rembrandt-maerten-soolmans-en-oopjen-coppit-symbool-van-nationalisme/

Portret van een stel, waarschijnlijk Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laen, Frans Hals, ca. 1622

Portret van een stel, waarschijnlijk Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laen, Frans Hals, ca. 1622

 

 

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

October 3rd, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , ,

Dale trui = Smeets trui

Dale trui = Smeets trui

 

Al vele jaren lees ik met plezier de boeken van Smeets. Ik heb zeker niet alles gelezen – zijn bibliografie in Verhaal halen, the best of Mart Smeets (uitgeverij Carrera, Amsterdam 2015; samenstelling Jacob Bergsma) beslaat zes pagina’s – maar veel wel. De boeken over wielrennen hadden mijn, zelf bij tijd en wijle een enthousiast fietser, voorkeur, maar ook zijn verhalen over reizen in de Verenigde Staten. Die min of meer autobiografische verslagen tonen een kind in een speelgoedwinkel die niets liever doet dan shoppen, bij voorkeur in CD winkels. Zijn enthousiasme is aanstekelijk. Voor mij althans, want het werd in de loop der jaren in toenemende mate lastig mijn leesplezier te delen met anderen. Waarom weet ik niet, maar hoon was mijn deel en ik kreeg steeds meer de indruk stiekem mijn guilty pleasure voor mij te moeten houden. Zelfs in de boekenwinkel waar ik mijn bestelling van Verhaal halen kocht, kreeg ik te horen dat ik waarschijnlijk een van de laatste Smeetsfans ben in Nederland. Dat zal niet waar zijn. Ik weet niet de oplagecijfers van Smeets’ boeken, maar ga er van uit dat ze voor de uitgever voldoende winstgevend zijn.

Sinds de Avondetappe met Smeets er niet meer is, is de Tour de France voor mij minder interessant, echt niet alleen om aan het einde van de Avondetappe weg te kunnen dromen bij het melancholische Buenas noches mi amor van Dalida. Smeets en Dalida zijn in de loop der jaren voor mij wel met elkaar verbonden geraakt. Dat bleek toen mijn vrouw Monique en ik vorig jaar in Montmartre langs het beeld van Dalida liepen; even voelden we de sfeer van de avondetappe. De Avondetappe was in de eerste plaats een must tijdens de Tour de France, vanwege de rustige sfeer, de gasten, de gesprekken, de verhalen van wijlen Jean Nelisse en Smeets. Dat ik ’s winters een Dale trui draag, is niet geinspireerd door Smeets, maar het is wel mijn ‘Mart-Smeetstrui’.

Ben ik fan? Ja, zonder enige twijfel. Kritiekloos? Zeker niet. Hij valt iedere keer voor mij een beetje van zijn voetstuk wanneer hij zich laat interviewen. Hij zou niet moeten deelnemen aan die idiotie van elkaar interviewende journalisten, deze journalistieke inteelt (met dank aan Ton Planken). Wanneer hij net iets te fanatiek het gebruik van de autocue verdedigt (door Eva Jinek even fanatiek tegengesproken) manouvreert hij zich in de weinig elegante rol van de seniorprofessional die het beter weet en beter kan, het verleden ophemelt en de nieuwe generatie de les leest. Kromme tenen.

Wat is de reden dat hij zo veel anti-gevoelens oproept? Is het zijn neiging tot bombastisch taalgebruik, is het de overkill aan Mart Smeets in de publiciteit, is het zijn succes? “Mensen zijn bereid je alles te vergeven, behalve je succes”, zei Henk van der Meijdentoen hij afscheid nam van De Telegraaf als PRIVE roddelprofessional. Geen van deze drie mogelijke oorzaken van antipathie kan verklaren waarom Smeets uitgekotst wordt. Hoe ver dat uitkotsen gaat is te lezen in de boeiende en vlot geschreven inleiding doorJacob Bergsma in Verhaal halen, the best of Mart Smeets: “Tijdens de research voor dit boek ben ik ronduit geschrokken van de overstelpende hoeveelheid vuiligheid en nog heel, heel, heel veel erger die er over Mart Smeets is geschreven, vooral op de kennelijke vrijplaats die internet heet. Wanneer tegen het topje van de ijsberg aangifte zou worden gedaan, zou het Openbaar Ministerie met een royale dagtaak worden opgezadeld. Dat weet Mart Smeets zelf ook. Hij probeert het niet te lezen. Hij probeert het te ontwijken. Niet zelden loopt hij over straat, of hij wordt beschimpt, bespuugd, uitgescholden of zelfs met de dood bedreigd. En dan nemen ze zijn vrouw, en zijn kinderen en het licht in zijn ogen in een moeite mee. Want ze weten allemaal waar hij woont, dus komen ze hem opzoeken…..“.

Je schrikt er van als je het leest. Het kan bijna niet waar zijn. Las ik ooit een tekst van Mart Smeets die maar in de verte dergelijke reacties verklaart (gerechtvaardigd zijn ze sowieso niet)? Nooit! Als publiek figuur roep je onvermijdelijk alleen al omdat je kop op TV verschijnt negatieve reacties op. Dat hoort er blijkbaar bij. Je hoeft slechts een enkele keer live de tweets te lezen die gestuurd worden naar aanleiding van babbelprogramma’s als De wereld draait door en Pauw en het wordt duidelijk wat Jacob Bergsma bedoelt met ‘de kennelijke vrijplaats die internet heet’. De reacties zijn vaak te walgelijk voor woorden en zelden inhoudelijk waardevol.

Heerlijk dat we leven in een maatschappij waar iedereen vrijwel onbegrensd mag blaten wat hij wil. Jammer dat velen niet begrijpen wat vrijheid van meningsuiting werkelijk inhoudt.

Een keuze uit Twitter in de maand september 2015:

Sep 23 Als Peter R. de Vries, Halina Reijn en Mart Smeets tegelijk ziek zijn, dan is er die week geen tv.

Sep 23 Als Mart Smeets mij ging volgen op Twitter zou ik hem direct blocken

Sep 21  ‘BITCH JE MOEDER IS ZO DIK ALS ZE BIJ DE RADIO ZIT LIJKT ZE OP MART SMEETS IN BODYWARMER.’

Sep 19 Heeft Mart Smeets nou zo’n groot lichaam of een heel klein hoofdje?

Sep 18 Kees Jansma over Mart Smeets: “Moeilijke man, terroriseerde de redactie”

Sep 10 Zijn er echt mensen die Mart Smeets leuk vinden? Echt? Eerlijk?

Sep 9 Zag vanmorgen een ongewassen Mart Smeets recht in de ogen… man man man… wat een stinkerd is dat.

Sep 9 Kan iemand die idioot Mart Smeets achter de microfoon weghalen?

Hoe het ook zij: ik verorber de nieuwe Smeets bloemlezing met veel smaak. Hoewel Smeets zelf in het voorwoord blijkbaar fan van Ischa Meijer was, ‘maar een fan die niet in zijn schaduw kan staan’, vind ik zijn interviews met de weduwe van Piet Moeskops en met Gerrie Kneteman van een ‘meijeriaans’ niveau. Smullen!
Het wordt tijd dat Nico Dijkshoorn, over Smeets een op de man spelend repeteergeweer, uit zijn leegrakende voorraad originaliteit iets anders weet te halen dan “Mag ik dat zeggen, ja, dat mag ik zeggen“… Overigens: met alle respect voor Dijkshoorn die volgens mij de-beste-ooit-column (2010) uitsprak op TV; ook na jaren nog steeds niet met droge ogen aan te horen, en vooral te zien.
Ton Cremers

 

October 1st, 2015

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: ,

Al vele jaren lees ik met plezier de boeken van Smeets. Ik heb zeker niet alles gelezen – zijn bibliografie in Verhaal halen, the best of Mart Smeets (uitgeverij Carrera, Amsterdam 2015; samenstelling Jacob Bergsma) beslaat zes pagina’s – maar veel wel. De boeken over wielrennen hadden mijn, zelf bij tijd en wijle een enthousiast fietser, voorkeur, maar ook zijn verhalen over reizen in de Verenigde Staten. Die min of meer autobiografische verslagen tonen een kind in een speelgoedwinkel die niets liever doet dan shoppen, bij voorkeur in CD winkels. Zijn enthousiasme is aanstekelijk. Voor mij althans, want het werd in de loop der jaren in toenemende mate lastig mijn leesplezier te delen met anderen. Waarom weet ik niet, maar hoon was mijn deel en ik kreeg steeds meer de indruk stiekem mijn guilty pleasure voor mij te moeten houden. Zelfs in de boekenwinkel waar ik mijn bestelling van Verhaal halen kocht, kreeg ik te horen dat ik waarschijnlijk een van de laatste Smeetsfans ben in Nederland. Dat zal niet waar zijn. Ik weet niet de oplagecijfers van Smeets’ boeken, maar ga er van uit dat ze voor de uitgever voldoende winstgevend zijn.

Sinds de Avondetappe met Smeets er niet meer is, is de Tour de France voor mij minder interessant, echt niet alleen om aan het einde van de Avondetappe weg te kunnen dromen bij het melancholische Buenas noches mi amor van Dalida. Smeets en Dalida zijn in de loop der jaren voor mij wel met elkaar verbonden geraakt. Dat bleek toen mijn vrouw Monique en ik vorig jaar in Montmartre langs het beeld van Dalida liepen; even voelden we de sfeer van de avondetappe. De Avondetappe was in de eerste plaats een must tijdens de Tour de France, vanwege de rustige sfeer, de gasten, de gesprekken, de verhalen van wijlen Jean Nelisse en Smeets. Dat ik ‘s winters een Dale trui draag, is niet geinspireerd door Smeets, maar het is wel mijn ‘Mart-Smeetstrui’.

Ben ik fan? Ja, zonder enige twijfel. Kritiekloos? Zeker niet. Hij valt iedere keer voor mij een beetje van zijn voetstuk wanneer hij zich laat interviewen. Hij zou niet moeten deelnemen aan die idiotie van elkaar interviewende journalisten, deze journalistieke inteelt (met dank aan Ton Planken). Wanneer hij net iets te fanatiek het gebruik van de autocue verdedigt (door Eva Jinek even fanatiek tegengesproken) manouvreert hij zich in de weinig elegante rol van de seniorprofessional die het beter weet en beter kan, het verleden ophemelt en de nieuwe generatie de les leest. Kromme tenen.

Wat is de reden dat hij zo veel anti-gevoelens oproept? Is het zijn neiging tot bombastisch taalgebruik, is het de overkill aan Mart Smeets in de publiciteit, is het zijn succes? “Mensen zijn bereid je alles te vergeven, behalve je succes”, zei Henk van der Meijden toen hij afscheid nam van De Telegraaf als PRIVE roddelprofessional. Geen van deze drie mogelijke oorzaken van antipathie kan verklaren waarom Smeets uitgekotst wordt. Hoe ver dat uitkotsen gaat is te lezen in de boeiende en vlot geschreven inleiding door Jacob Bergsma in Verhaal halen, the best of Mart Smeets: “Tijdens de research voor dit boek ben ik ronduit geschrokken van de overstelpende hoeveelheid vuiligheid en nog heel, heel, heel veel erger die er over Mart Smeets is geschreven, vooral op de kennelijke vrijplaats die internet heet. Wanneer tegen het topje van de ijsberg aangifte zou worden gedaan, zou het Openbaar Ministerie met een royale dagtaak worden opgezadeld. Dat weet Mart Smeets zelf ook. Hij probeert het niet te lezen. Hij probeert het te ontwijken. Niet zelden loopt hij over straat, of hij wordt beschimpt, bespuugd, uitgescholden of zelfs met de dood bedreigd. En dan nemen ze zijn vrouw, en zijn kinderen en het licht in zijn ogen in een moeite mee. Want ze weten allemaal waar hij woont, dus komen ze hem opzoeken…..“.

Je schrikt er van als je het leest. Het kan bijna niet waar zijn. Las ik ooit een tekst van Mart Smeets die maar in de verte dergelijke reacties verklaart (gerechtvaardigd zijn ze sowieso niet)? Nooit! Als publiek figuur roep je onvermijdelijk alleen al omdat je kop op TV verschijnt negatieve reacties op. Dat hoort er blijkbaar bij. Je hoeft slechts een enkele keer live de tweets te lezen die gestuurd worden naar aanleiding van babbelprogramma’s als De wereld draait door en Pauw en het wordt duidelijk wat Jacob Bergsma bedoelt met ‘de kennelijke vrijplaats die internet heet’. De reacties zijn vaak te walgelijk voor woorden en zelden inhoudelijk waardevol.

Heerlijk dat we leven in een maatschappij waar iedereen vrijwel onbegrensd mag blaten wat hij wil. Jammer dat velen niet begrijpen wat vrijheid van meningsuiting werkelijk inhoudt.

Een keuze uit Twitter in de maand september 2015:

Sep 23 Als Peter R. de Vries, Halina Reijn en Mart Smeets tegelijk ziek zijn, dan is er die week geen tv.

Sep 23 Als Mart Smeets mij ging volgen op Twitter zou ik hem direct blocken

Sep 21  ‘BITCH JE MOEDER IS ZO DIK ALS ZE BIJ DE RADIO ZIT LIJKT ZE OP MART SMEETS IN BODYWARMER.’

Sep 19 Heeft Mart Smeets nou zo’n groot lichaam of een heel klein hoofdje?

Sep 18 Kees Jansma over Mart Smeets: “Moeilijke man, terroriseerde de redactie”

Sep 10 Zijn er echt mensen die Mart Smeets leuk vinden? Echt? Eerlijk?

Sep 9 Zag vanmorgen een ongewassen Mart Smeets recht in de ogen… man man man… wat een stinkerd is dat.

Sep 9 Kan iemand die idioot Mart Smeets achter de microfoon weghalen?

Hoe het ook zij: ik verorber de nieuwe Smeets bloemlezing met veel smaak. Hoewel Smeets zelf in het voorwoord blijkbaar fan van Ischa Meijer was, ‘maar een fan die niet in zijn schaduw kan staan’, vind ik zijn interviews met de weduwe van Piet Moeskops en met Gerrie Kneteman van een ‘meijeriaans’ niveau. Smullen!
Het wordt tijd dat Nico Dijkshoorn, over Smeets een op de man spelend repeteergeweer, uit zijn leegrakende voorraad originaliteit iets anders weet te halen dan “Mag ik dat zeggen, ja, dat mag ik zeggen“… Overigens: met alle respect voor Dijkshoorn die volgens mij de-beste-ooit-column (2010) uitsprak op TV; ook na jaren nog steeds niet met droge ogen aan te horen, en vooral te zien.
Ton Cremers

 

October 1st, 2015

Posted In: niet museaal

Tags: , , ,

In 2002 was voormalig directeur van het Rijksmuseum Ronald de Leeuw  – de man is met de noorderzon vertrokken sinds zijn falend beleid en de verbouwing van het Rijks – een van de ondertekenaars van een verklaring over het universele museum.

Deze verklaring werd opgesteld naar aanleiding van toenemende druk door bronlanden om in koloniale tijden geroofd cultuurgoed terug te geven aan die landen. De directeuren van zogenaamd encyclopedische musea deelden in die gezamenlijke verklaring onder andere mede dat hun musea verzamelplaatsen zijn voor vele soorten cultuur die, juist vanwege de verzameling binnen die encyclopedische musea, in relatie tot allerlei culturen kunnen worden getoond.

Alleen al om die reden moeten deze collecties van grote diversiteit bijeen blijven en niet gestreefd worden naar recuperatie naar de landen van oorsprong: “The universal admiration for ancient civilisations would not be so deeply established today were it not for the influence exercised by the artefacts of these cultures, widely available to an international public in major museums“.

Het zal niet toevallig zijn dat al die encyclopedische, universele musea zich bevinden in Europa en de Verenigde Staten (de Oenaited Steets). In geen van de bronlanden bevindt zich een universeel museum. Sterker nog: inwoners van die bronlanden hebben vaak de grootste moeite een visum te krijgen om te reizen naar die musea rijk aan internationale cultuur; nog los van de vraag of ze het zich financieel kunnen veroorloven. Er zullen slechts weinig Nigerianen in staat zijn de bronzen beelden uit Benin, door de Engelsen in 1897 tijdens een strafexpeditie geroofd uit Benin (= nu Nigeria) in Londen, Wenen of Berlijn te bewonderen. Hoeveel Egyptenaren zijn in staat de steen van Rosetta te bekijken in het Brits Museum? Het Rijksmuseum Amsterdam bezit een stenen beeld afkomstig van de Boroboedoer (Borobudur), naar Nederland gekomen in een schandalige periode uit onze geschiedenis. Slechts een kleine Indonesische elite kan het Rijksmuseum bezoeken.

Waar is het universele museum in Afrika, Zuid-Amerika, Azie?

De marmeren beelden van het Parthenon die door Thomas Bruce, Lord Elgin, begin 19de eeuw naar Engeland verscheept werden zijn te zien in het Brits Museum, het LouvreVaticaanse MuseaNationaal Museum, Kopenhagen, Kunsthistorisches Museum, Wenen, Universiteits Museum, Würzburg en de Glyptothek, Munchen. Verdedigers van Elgin’s roof houden nog steeds vol dat Elgin deze beelden tegen vernietiging beschermd heeft.

Kletskoek, want het nieuwe Acropolis Museum in Athene herbergt een flink aantal, helaas incompleet, beelden van dat Parthenon.

Elgin heeft veel schade aangericht aan het Parthenon. Een complete fries donderde naar beneden toen hij daar beelden vanaf wilde halen. Resultaat: de hele boel aan gruzelementen. De eerste scheepslading met beelden die hij naar Engeland stuurde kwam in zee terecht toen het schip voor de kust van Griekenland verging. In de jaren dertig van de 20ste eeuw kregen schoonmakers in het Brits Museum de opdracht de beelden te reinigen, en reinigen deden ze: met staalborstels, waardoor het oppervlak van de beelden onherstelbaar beschadigd werd en de laatste resten authentieke verf – de beelden waren oorspronkelijk kleurrijk beschilderd – verwijderd werden.

Dus kom mij niet aan met het kulverhaal dat Elgin de beelden gered heeft van de ondergang. Bovendien, mocht dat nonsensargument al correct zijn, dan nog kunnen die beelden nu terug omdat er geen enkele dreiging meer is. Maar nee, dat wordt van tafel geveegd door de elitaire directeuren van de elitaire westerse musea onder andere met het argument (?) dat we tegen deze kwestie aankijken met hedendaagse ogen. Klopt niet! Ook in Elgin’s tijd was er veel oppositie tegen zijn roof. Lord Byron legde deze weerstand vast in zijn gedichten The Curse of Minerva en Childe Harold’s pilgrimage.

Tijdens de discussies rondom de verklaring over de universele musea, presteerde Ronald de Leeuw – ja, hij weer – in een actualiteitenprogramma voor de Nederlandse TV te blaten ‘dat Griekenland niet eens bestond’ toen Elgin de beelden van het Parthenon roofde. Nu heb ik al nooit een hoge pet op gehad van de sociale intelligentie van Ronald de L., maar dat hij ook als (kunst)historicus op zo’n domme manier de fout in zou gaan….plaatsvervangende schaamte krijg je hierbij. Dank je de koekoek: Griekenland was bezet door de Turken en 400 jaar, tegen wil en dank, onderdeel van het Ottomaanse rijk.

Ten koste van duizenden doden en na een lange onafhankelijksstrijd werd Griekenland in 1830 weer zelfstandig. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat iemand met zo’n beperkte historische kennis directeur werd van het Rijkmuseum?

Gebrek aan kennis is misschien het mildste verwijt dat De Leeuw gemaakt kan worden. Ik denk dat hier eerder sprake was van kwaadwillendheid en stampvoetend je gelijk halen terwijl je dat niet hebt.

Wat heeft dit allemaal te maken met die twee tenvoetenuit portretten door Rembrandt van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit die de Rothschildts te koop aanbieden en waar nu ineens van alle kanten in de museumwereld, de pers en ons parlement gepapagaait wordt dat ze in Nederland thuis horen?

Er wordt duidelijk met twee maten gemeten. Ik ben niet echt benieuwd wat De Leeuw nu te melden heeft en vrees dat hij zich niet uit deze knoop aan tegenstrijdigheden los kan wringen. In 2002 moesten de bronlanden van cultuurgoed niet zeuren en maar op het vliegtuig stappen om hun cultuurgoed in Europa of de Verenigde Staten te bekijken, en nu wordt ineens de geplande aankoop voor € 160.000.000,00 van twee Rembrandts verdedigd vanuit nationalistische overwegingen.

Hier lijkt mij iets niet te kloppen. Wat een kleinburgerlijk gezeur, onder leiding van gemankeerd veilingmeester Alexander Pechtold, dat die schilderijen Nederlands cultuurgoed zijn en daarom in Nederland thuishoren.

Kijk, als ooit, bijvoorbeeld in de Napoleontische tijd, De Nachtwacht in twee-en was gesneden en nu de ene helft in Nederland was en de andere helft waar dan ook ter wereld, dan zou ieder streven beide helften te verenigen, en dan bij voorkeur in Nederland, te verdedigen zijn. Overigens: evenzeer als het verdedigbaar is dat de beelden van het Parthenon die nu in Engeland zijn verenigd moeten worden met het Parthenon (of wel; het Acropolis Museum in Athene).

Moeten nu die twee Rembrandts koste wat kost van het ene Europese land – die Europese gedachte staat sowieso al enkele jaren te wankelen – naar het andere verplaatst worden? Die wens is niets anders dan de klok vele tientallen jaren terug zetten.

Ieder argument, hoe oneigenlijk ook, wordt benut om de publieke opinie klaar te stomen om miljoenen euro’s uit te geven aan een onnodige aankoop van twee schilderijen.

Bill Pijbes kwam met een demagogisch vervuilende toevoeging in het publicitaire geweld om de Rothschild Rembrandts naar Nederland te halen door ze de ‘broer en zus’ van De Nachtwacht te noemen. Een absurd argument want die twee schilderijen hebben chronologisch, noch stilistisch ook maar iets met De Nachtwacht van doen. Mochten ze naar het Rijksmuseum komen, gaat hij ze dan links en rechts van De Nachtwacht ophangen? Ik denk het niet.

Het is niet de eerste keer dat nationalisme gepaard gaat met demagogie.

Zo zie je maar weer, dat dit soort discussies altijd gevoerd worden op basis van onderbuik en subjectiviteit, eerdere standpunten in vergelijkbare omstandigheden gerieflijk negerend. Als het goed uitkomt hoeft cultuurgoed niet terug naar het land van herkomst omdat het tot de universele cultuur behoort, en als het 100% andersom uit komt, dan moet het terug naar het land van herkomst omdat het daar thuishoort.

Ook leuk: de PVV, DE voorvechter van nationale identiteit bleek in de Tweede Kamer (29 september 2015) tegenstander van investering in de aankoop, mede met Nederlands belastinggeld, omdat het juist goed is dat Nederlands cultuurgoed in het buitenland te zien is. Bosma van de PVV vertelde jaren in New York gewoond te hebben waar hij ‘regelmatig Rembrandts en Hollandse meester in het MOMA bewonderde’. In het MOMA? Het MOMA? Sinds wanneer vertoont dat museum voor moderne kunst 17de eeuwse meesters?

Ton Cremers, Den Haag

toncremers@gmail.com

September 29th, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , , , , ,

Het is alweer bijna acht jaar geleden dat toenmalig directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, Wim van Krimpen, zich in allerlei bochten wrong om zijn besluit te rechtvaardigen foto’s van homo’s met Mohammed- en Alimaskers van de net afgestudeerde Iraanse kunstenares Sooreh Hera niet te tonen. Ondanks dat het museum uit de moslimhoek geen dreigementen bereikte, besloot Van Krimpen ze niet tentoon te stellen omdat hij het museum geen plek vond voor politieke statements. Los van de vraag of de overgevoeligheid van sommige moslims over het tonen van portretten van hun profeet werkelijk een politieke kwestie is, is de mening van Van Krimpen over de rol van musea en politiek natuurlijk niet houdbaar. Sooreh Hera trok na Van Krimpens bizarre besluit haar deelname aan de 7-UP tentoonstelling in, ‘tot spijt van het Gemeentemuseum’.

Van Krimpen verwachtte in 2007 dat de foto’s ‘over een paar jaar’, wanneer de integratie van moslims voltooid zou zijn, wel getoond konden worden. Een paar jaar? We zijn nu bijna acht jaar verder en waren begin dit jaar nog massaal Charlie (Hebdo), maar de foto’s worden nog steeds niet getoond in het Gemeentemuseum, blijkbaar ook niet door Van Krimpens opvolger Benno Tempel.

De integratie van moslims komt nooit tot stand wanneer autoritaire bangerikken als Wim van Krimpen de kop laten hangen naar de luimen van onverdraagzame fundamentalisten. Laten we wel wezen de godsdienst waar deze mensen zich op beroepen om hun onverdraagzaamheid te rechtvaardigen is, net als iedere godsdienst, een mensenproduct, zoals alle regels uit die godsdiensten archaische, willekeurig te interpreteren mensenverzinsels zijn.

Wim van Krimpens ‘politieke’ motivatie is evenmin relevant als mijn reactie op de foto’s: ik vind ze knullig en niet mooi.

Na zijn vertrek uit het Gemeentemuseum Den Haag begon Van Krimpen een galerie in Amsterdam. Is ‘een van de meest gewaardeerde Nederlandse museumdirecteuren‘ bereid de foto’s van Sooreh Hera daar wel te tonen? Hij vond ze in 2007 immers mooi en wilde ze voor het Gemeentemuseum aankopen.

De fundamentalistische moslims die er voor kozen te migreren naar een christelijke, westerse maatschappij – ik heb dat nooit begrepen – zijn pas echt geintegreerd wanneer het mogelijk is een Life of Brian te maken over hun geloof en de foto’s van Sooreh Hera zonder angst in een museum te tonen.

Daar moeten we echter ‘nog een paar jaar’ op wachten.

De foto’s van Sooreh Hera zijn te zien op haar eigen site: http://soorehhera.com/gallery.html

Ton Cremers

 

September 28th, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , ,

Treasures… Beware of artful codgers

Eleanor Flegg

Published 25/09/2015 | 02:30

Shaun Greenhalgh fake Egyptian princess
Shaun Greenhalgh fake Egyptian princess

During the summer I visited an antiques shop in Dublin where I found a small painted box with oriental styling. The price was €135 and dealer assured me that it was 19th century. “Is the stamp more recent than the rest of the box?” I asked after showing him the “Made in Japan” logo.

“Yeah,” said the dealer shiftily, “that must have been done later.”

When I went back a few weeks later, the shop was closed. The incident was a salutary reminder of the shady side of the antiques industry. Fakes and forgeries are out there. The trouble is many forgeries are very good indeed and don’t come with “Made in Japan” stamped on the base. In fact, the little box was just a copy of a period piece, not intended to deceive. The dodgy dealer, however, was.

A forgery, just to define the terms, is an object made from scratch to be a fraudulent imitation of something else, designed to deceive just like a forged banknote. A fake is an original object that has been altered to give it the appearance of something else, like a painting with the signature of another artist added. A fence meantime, is a person, like Del Boy in Only Fools And Horses, who knowingly trades in dodgy goods.

More: Treasures… Beware of artful codgers – Independent.ie

September 26th, 2015

Posted In: fakes and forgeries, Ton Cremers

Tags: , , ,

There are many amazing things about the story of Wolfgang Beltracchi, the convicted art forger who was released from prison early this year after serving two-thirds of a six-year sentence.

First is his undeniable skill and ingenuity, which are quietly celebrated in Arne Birkenstock’s fascinating documentary Beltracchi: The Art of Forgery.

The second is just how long he kept up the charade: 40 years! In four decades, Beltracchi and his wife, Helene, unloaded over 300 paintings, earning millions as they pulled the wool over the attentive eyes of the art world.

Which brings us to the third and most intriguing point: how eager everyone was to go along with the game. It’s a topic Birkenstock circles around in his not quite objective but thoroughly entertaining film. (The director’s father served as a lawyer for the Beltracchis.)

More: Movie review – Beltracchi: The Art of Forgery sheds light on hypocrisy of art world | Montreal Gazette

September 25th, 2015

Posted In: fakes and forgeries, Ton Cremers

Tags: , ,

There are many amazing things about the story of Wolfgang Beltracchi, the convicted art forger who was released from prison early this year after serving two-thirds of a six-year sentence.

First is his undeniable skill and ingenuity, which are quietly celebrated in Arne Birkenstock’s fascinating documentary Beltracchi: The Art of Forgery.

The second is just how long he kept up the charade: 40 years! In four decades, Beltracchi and his wife, Helene, unloaded over 300 paintings, earning millions as they pulled the wool over the attentive eyes of the art world.

Which brings us to the third and most intriguing point: how eager everyone was to go along with the game. It’s a topic Birkenstock circles around in his not quite objective but thoroughly entertaining film. (The director’s father served as a lawyer for the Beltracchis.)

More: Movie review – Beltracchi: The Art of Forgery sheds light on hypocrisy of art world | Montreal Gazette

September 25th, 2015

Posted In: fakes and forgeries, Ton Cremers

Tags: , ,

A $15 million Pablo Picasso painting is back on display in a Paris museum after a long and unusual journey. ‘La Coiffeuse’ disappeared from a French storage room more than a decade ago, then turned up in a package from Belgium to New York last year — with a customs label calling it a $37 Christmas gift.

More: Stolen Picasso painting found in New Jersey makes its way back to Paris museum | Entertainment & Showbiz from CTV News

September 25th, 2015

Posted In: Museum thefts, Ton Cremers

Tags: , , ,

A $15 million Pablo Picasso painting is back on display in a Paris museum after a long and unusual journey. ‘La Coiffeuse’ disappeared from a French storage room more than a decade ago, then turned up in a package from Belgium to New York last year — with a customs label calling it a $37 Christmas gift.

More: Stolen Picasso painting found in New Jersey makes its way back to Paris museum | Entertainment & Showbiz from CTV News

September 25th, 2015

Posted In: Museum thefts, Ton Cremers

Tags: , , ,

In William St. Clair’s fascinating, and very well documented book Lord Elgin & The Marbles; the controversial history of the Parthenon sculptures (third revised edition, 1998) one can read an account about the illicit removal of ancient manuscripts: “Professor Carlyle had been attached to Lord Elgin’s Embassy by the government for the specific purpose of looking for ancient manuscripts”…”Carlyle obtained them in various ways. Six he brought from the monastery of St Saba near Jerusalem. Four or five others come from the library of the Patriarch of Jerusalem at Constantinople. To none of these manuscripts did Carlyle have any legal title. They were lent to him, at his own insistent request, to allow them to be collated in England and to help with the production of a revised edition of the New Testament. Before he left Constantinople for the last time in March 1801 Carlyle signed a declaration prepared by the Patriarch promising to return the manuscripts to the Patriarch at Constantinople ‘when the purposes for which they were borrowed were completed or whenever the Patriarch should demand them’. Philip Hunt, as a secretary of the Embassy also signed the declaration, thus making the British Government a party to the promise”. (Chapter 21 The fate of the manuscripts, of St. Clair’s book.)

These manuscripts were never returned. Apparently ‘the purposes for which they were borrowed’ are still – after 200 years – to be completed…

Where are they now: in the library of the Archbishop of Canterbury’s Library at Lambeth.

Correct me if I am wrong, but if I remember well Carlyle also took manuscripts form the monastery of Mount Athos.

Ton Cremers
http://www.museum-security.org
meditatione-ignis.org
http://www.toncremers.nl

also read:

Analysing the British Museum’s historical revisionism in Elgin’s own words

September 25th, 2015

Posted In: Parthenon Marbles, Parthenon Marbles (DO NOT CALL THE ELGIN MARBLES!)

Tags: , , , , , , , , , ,

Het schilderij La Coiffeuse (de kapster) van Picasso dat meer dan tien jaar geleden werd gestolen, is terug in handen van het museum Centre Pompidou in Parijs. Door de diefstal en de slechte manier waarop het doek is bewaard, is het wel toe aan een restauratie, zegt museumdirecteur Serge Lasvignes donderdag.Het kubistische schilderij, dat naar schatting 13,3 miljoen euro waard is, dook in december 2014 op in New York. Douaniers ontdekten het pakket, dat vanuit België was verstuurd.

meer: Gestolen schilderij ‘La Coiffeuse’ van Picasso is terug in Parijs | NU – Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

September 25th, 2015

Posted In: diefstal uit museum

Tags: , , , ,

Het schilderij La Coiffeuse (de kapster) van Picasso dat meer dan tien jaar geleden werd gestolen, is terug in handen van het museum Centre Pompidou in Parijs. Door de diefstal en de slechte manier waarop het doek is bewaard, is het wel toe aan een restauratie, zegt museumdirecteur Serge Lasvignes donderdag.Het kubistische schilderij, dat naar schatting 13,3 miljoen euro waard is, dook in december 2014 op in New York. Douaniers ontdekten het pakket, dat vanuit België was verstuurd.

meer: Gestolen schilderij ‘La Coiffeuse’ van Picasso is terug in Parijs | NU – Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

September 25th, 2015

Posted In: diefstal uit museum

Tags: , , , ,

Museum Escher misleidt bezoeker met kopieën – Van Krimpen bluft deskundigheid

24/09/2015 – 11:29

Uit De Volkskrant: Veel van de werken die nu te zien zijn in het Haagse museum Escher in het Paleis zijn replica’s. Voor bezoekers staat niet aangegeven welke werken van de wereldberoemde grafisch kunstenaar echt zijn en welke niet. Ook het personeel kan dat niet vertellen.(…………………………….) Escher in het Paleis, een eigen museum voor de kunstenaar aan het Korte Voorhout in Den Haag, toont volgens haar website ‘permanent ruim 150 werken van de kunstenaar; altijd de bekendste werken en een selectie van ander werk uit zijn oeuvre.’(……………………………)Van Krimpen(….):. ‘Escher in het Paleis heeft altijd facsimile’s gebruikt in de tentoonstelling. Je kan een kwetsbaar werk slechts een maand laten bezichtigen, dan moet het een jaar naar de opslagplaats.’(……………..)Benno Tempel, de huidige directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, is verbaasd over de kritiek. ‘De stichting heeft de licentieovereenkomsten goedgekeurd waarin staat dat wij die reproducties mochten maken. Bovendien is er een bordje bij de ingang, waarop staat dat er reproducties gebruikt worden.’De Volkskrant kon het bestaan van een dergelijk bordje bij een bezoek niet vaststellen. Ook bij de tentoongestelde werken is niet aangegeven of het een kopie is of niet.(………………)

einde artikel De Volkskrant

(Lees volledig artikel op: volkskrant.nlhttp://www.volkskrant.nl/beeldende-kunst/museum-escher-misleidt-bezoeker-met-kopieen~a4148423/)

Het is natuurlijk je reinste volksverlakkerij door het Gemeentemuseum / Museum Escher. Zeker nu blijkt dat nergens aangegeven is dat het kopieen betreft. Op zijn Krimpensiaans bluft voormalig directeur van het Gemeentemuseum (en van De Kunsthal Rotterdam) Van Krimpen quasi-deskundigheid dat papier te kwetsbaar is om langdurig tentoon te stellen. Ja, dat was ooit zo. Echter, indien werken achter glas getoond worden – dat worden ze – en wanneer dat glas volgens de huidige norm diefstalbeveiligd is met een folie tussen twee lagen glas, dan wordt schadelijke UV-straling voor meer dan 99% weggefilterd.

Ton Cremers

 

September 24th, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , ,

Uit De Volkskrant: Veel van de werken die nu te zien zijn in het Haagse museum Escher in het Paleis zijn replica’s. Voor bezoekers staat niet aangegeven welke werken van de wereldberoemde grafisch kunstenaar echt zijn en welke niet. Ook het personeel kan dat niet vertellen.

(…………………………….) Escher in het Paleis, een eigen museum voor de kunstenaar aan het Korte Voorhout in Den Haag, toont volgens haar website ‘permanent ruim 150 werken van de kunstenaar; altijd de bekendste werken en een selectie van ander werk uit zijn oeuvre.’

(……………………………)

Van Krimpen(….):. ‘Escher in het Paleis heeft altijd facsimile’s gebruikt in de tentoonstelling. Je kan een kwetsbaar werk slechts een maand laten bezichtigen, dan moet het een jaar naar de opslagplaats.’

(……………..)

Benno Tempel, de huidige directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, is verbaasd over de kritiek. ‘De stichting heeft de licentieovereenkomsten goedgekeurd waarin staat dat wij die reproducties mochten maken. Bovendien is er een bordje bij de ingang, waarop staat dat er reproducties gebruikt worden.’

De Volkskrant kon het bestaan van een dergelijk bordje bij een bezoek niet vaststellen. Ook bij de tentoongestelde werken is niet aangegeven of het een kopie is of niet.

(………………)

einde artikel De Volkskrant

(Lees volledig artikel op: volkskrant.nlhttp://www.volkskrant.nl/beeldende-kunst/museum-escher-misleidt-bezoeker-met-kopieen~a4148423/)

Het is natuurlijk je reinste volksverlakkerij door het Gemeentemuseum / Museum Escher. Zeker nu blijkt dat nergens aangegeven is dat het kopieen betreft. Op zijn Krimpensiaans bluft voormalig directeur van het Gemeentemuseum (en van De Kunsthal Rotterdam) Van Krimpen quasi-deskundigheid dat papier te kwetsbaar is om langdurig tentoon te stellen. Ja, dat was ooit zo. Echter, indien werken achter glas getoond worden – dat worden ze – en wanneer dat glas volgens de huidige norm diefstalbeveiligd is met een folie tussen twee lagen glas, dan wordt schadelijke UV-straling voor meer dan 99% weggefilterd.

Ton Cremers

 

September 24th, 2015

Posted In: Columns Ton Cremers

Tags: , , , ,

Hero Jakkie Brinkman; politieke partijen hoppende diender

Hero Jakkie Brinkman; politieke partijen hoppende diender

 

Politieke partijen hoppende opportunist Hero Brinkman en ‘loan shark’ Dirk Scheringa presenteerden bij Jeroen Pauw hun nieuwe kongsi: de Ondernemers Partij.

De partij wil het ondernemen in Nederland gemakkelijker maken en richt zich daarbij specifiek op ZZP’ers en MKB’ers.

Tijdens de presentatie bij Pauw greep Hero Brinkman meteen de kans te laten zien hoe deze nieuwe partij zich in gaat zetten voor de ZZP’ers en hoe ondernemers door hem en Scheringa – hoe durft die man – ondersteund gaan worden.

Peter de Vries, ook niet vies van een politiek avontuurtje, plaatste op de hem bekende wijze, liever de bal dan de man spelend (en dat door een beunhazende voetbalmakelaar), kanttekeningen bij de plannen van beide politieke en financiele oplichters.

Brinkman kon niets anders bedenken dan de ZZP-ende Peter de Vries aan te vallen omdat deze zich voor zijn werkzaamheden bij Pauw zou laten betalen. Een vraag die helemaal niets te maken had met de discussie die plaatsvond tijdens het programma.

Dan presenteer je een partij die zich gaat richten op de belangen van ZZP-ers en MKB’ers en het eerste dat je publiek doet is een ZZP’er aanvallen op zijn inkomsten. Niet slim.

Mijn advies: MKB’ers en ZZP’ers aller landen verenigt u en stem niet op het onbetrouwbare partijtje van deze twee onbetrouwbare heren.

Ton Cremers

 

September 23rd, 2015

Posted In: Geen categorie, Ton Cremers blogs

Tags: , , , ,

‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’ – Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht kletst uit haar nek

September 21, 2015 – 14:52

“Het is niet zo dat kunst vastzit in particuliere handen.” Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht, de belangrijkste kunstbeurs ter wereld, sust de zorgen van minister Bussemaker. Die wil met de aankoop van twee Rembrandts voorkomen dat ze, in de woorden van de minister, “in handen komen van een of andere rijke oliesjeik”.

Bussemaker vreest dat het publiek de doeken nooit meer kan zien als ze in vreemde handen terechtkomen. Maar Strijbos wijst erop dat particulieren hun kunstwerken vaak uitlenen aan musea. “Ik begrijp heel goed dat het Rijksmuseum deze werken in de collectie wil hebben, maar het is niet zo zwart-wit dat kunst in particuliere handen altijd achter gesloten deuren blijft.”

lees hele artikel: ‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’

Die Madelon Strijbos lijkt haar kunsthandelarenkongsi op een prima wijze te vertegenwoordigen, maar goed beschouwd kletst ze uit haar nek. Om te beginnen worden de schatrijke Rothschilds met Nederlands belastinggeld nog rijker gemaakt dan ze al zijn. Strijbos kakelt in haar interview met de NOS lustig door dat dit soort kunst (Rembrandtschilderijen) continu in waarde stijgt en dus een goede belegging is. We hoeven ons niet ongerust te maken, want die particulieren lenen de kunst vaak weer uit aan musea zodat we er allemaal van kunnen genieten.

Dank je de koekoek: dat is zo, maar ten koste van wat/wie? Denkt deze dame nu echt dat particulieren hun kostbare schilderijen uit filantropische overwegingen aan musea uitlenen? Welnee, hun investering in kunst wordt op die manier in een beveiligde omgeving bewaard – soms schiet die beveiliging tekort, dat realiseer ik mij maar al te goed – zonder dat ze daar een cent voor hoeven uit te geven en de lenende musea draaien dan in vrijwel alle gevallen ook nog op voor de kosten van verzekering en duurzaam behoud en beheer. Aangezien alle Nederlandse musea, en met name de musea die Rembrandts tentoonstellen, afhankelijk zijn van subsidies – uit gemeenschapsgeld – draait de belastingbetaler altijd op voor de kosten, of schilderijen met hulp van belastinggeld worden aangekocht of wanneer gesubsidieeerde musea de kostbaarheden voor  particuliere investeerders-verzamelaars opslaan. Feitelijk wordt de investering in kostbare kunst op deze wijze gesubsidieerd door de belastingbetaler, zeker wanneer je je realiseert dat de winst bij verkoop van de schilderijen onbelast is. Maar wie strijkt bij verkoop, desnoods door een volgende generatie, de winst op? Juist: die toch al rijke beleggers. Een risicoloze maar, volgens Madelon, lucratieve belegging.

Als de bruiklenen uiteindelijk verkocht worden op een elitaire beurs als de TEFAF is het balletje rond en kunnen Madelon Strijbos en haar collega’s het champagneglas heffen.

Ton Cremers

 

September 21st, 2015

Posted In: BLOG World (from related blogs), blogwereld, Ton Cremers

Tags: , , , , ,

‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’ – Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht kletst uit haar nek

September 21, 2015 – 14:52

“Het is niet zo dat kunst vastzit in particuliere handen.” Madelon Strijbos van TEFAF Maastricht, de belangrijkste kunstbeurs ter wereld, sust de zorgen van minister Bussemaker. Die wil met de aankoop van twee Rembrandts voorkomen dat ze, in de woorden van de minister, “in handen komen van een of andere rijke oliesjeik”.

Bussemaker vreest dat het publiek de doeken nooit meer kan zien als ze in vreemde handen terechtkomen. Maar Strijbos wijst erop dat particulieren hun kunstwerken vaak uitlenen aan musea. “Ik begrijp heel goed dat het Rijksmuseum deze werken in de collectie wil hebben, maar het is niet zo zwart-wit dat kunst in particuliere handen altijd achter gesloten deuren blijft.”

lees hele artikel: ‘Rembrandts hoeven niet gered te worden van oliesjeiks’

Die Madelon Strijbos lijkt haar kunsthandelarenkongsi op een prima wijze te vertegenwoordigen, maar goed beschouwd kletst ze uit haar nek. Om te beginnen worden de schatrijke Rothschilds met Nederlands belastinggeld nog rijker gemaakt dan ze al zijn. Strijbos kakelt in haar interview met de NOS lustig door dat dit soort kunst (Rembrandtschilderijen) continu in waarde stijgt en dus een goede belegging is. We hoeven ons niet ongerust te maken, want die particulieren lenen de kunst vaak weer uit aan musea zodat we er allemaal van kunnen genieten.

Dank je de koekoek: dat is zo, maar ten koste van wat/wie? Denkt deze dame nu echt dat particulieren hun kostbare schilderijen uit filantropische overwegingen aan musea uitlenen? Welnee, hun investering in kunst wordt op die manier in een beveiligde omgeving bewaard – soms schiet die beveiliging tekort, dat realiseer ik mij maar al te goed – zonder dat ze daar een cent voor hoeven uit te geven en de lenende musea draaien dan in vrijwel alle gevallen ook nog op voor de kosten van verzekering en duurzaam behoud en beheer. Aangezien alle Nederlandse musea, en met name de musea die Rembrandts tentoonstellen, afhankelijk zijn van subsidies – uit gemeenschapsgeld – draait de belastingbetaler altijd op voor de kosten, of schilderijen met hulp van belastinggeld worden aangekocht of wanneer gesubsidieeerde musea de kostbaarheden voor  particuliere investeerders-verzamelaars opslaan. Feitelijk wordt de investering in kostbare kunst op deze wijze gesubsidieerd door de belastingbetaler, zeker wanneer je je realiseert dat de winst bij verkoop van de schilderijen onbelast is. Maar wie strijkt bij verkoop, desnoods door een volgende generatie, de winst op? Juist: die toch al rijke beleggers. Een risicoloze maar, volgens Madelon, lucratieve belegging.

Als de bruiklenen uiteindelijk verkocht worden op een elitaire beurs als de TEFAF is het balletje rond en kunnen Madelon Strijbos en haar collega’s het champagneglas heffen.

Ton Cremers

 

September 21st, 2015

Posted In: BLOG World (from related blogs), blogwereld, Ton Cremers

Tags: , , , , ,