Op 18 oktober 2007, een stralende najaarsdag, bezocht ik het Armando Museum in Amerfoort om de risico’s te analyseren. Na een rondgang door het museum kondigde ik aan dat ik in mijn rapportage een sprinklerinstallatie zou adviseren. Mijn mondelinge mededeling staat helder in mijn geheugen: “Ik ga zeker adviseren dat het museum voorzien wordt van een sprinklerinstallatie, ook al verwacht ik niet dat dat advies opgevolgd zal worden. Wanneer hier brand ontstaat dan zal het hele museum reddeloos verloren zijn”.

Helaas heb ik niet de vrijheid dit advies hier nader toe te lichten.

Er werd een afspraak gemaakt voor een vervolg van mijn onderzoek in het museum, maar maandag 22 oktober 2007, vier dagen na mijn eerste bezoek, belde de moeder van een ‘medewerkster’ die naast mij in de auto zat met het bericht dat het Armando Museum in brand stond. Na ongeloof, sloeg bij mij de verbijstering toe. Die verbijstering werd in de loop van de dag groter toen bleek dat mijn voorspelling over het effect van een brand uit kwam. Mijn ‘opdrachtgever’ brandde geheel af.

De volgende ochtend werd ik gebeld door een nieuwsdienst over deze brand en ik vertelde de journalist dat ik net begonnen was met een risicoanalyse en bij mijn eerste inspectie al vreesde dat een eventuele brand fataal zou zijn en ik mij voorgenomen had in mijn rapportage sprinklers te adviseren. Die mededeling ging een eigen leven leiden en werd vervormd tot een bericht dat ik een risicoanalyse had verricht, sprinklers had geadviseerd en dat met mijn adies niets gedaan was.

Ik kon/kan mij voorstellen dat deze verkeerde weergave bij Gerard de Klein en Yvonne Ploumen van het Armando Museum niet in goede aarde viel. Ik kan mij overigens niet hun hysterische reactie voorstellen, lang nadat ze bekomen moesten zijn van de schrik. Mij werd, in een overtrokken mail van Ploumen aan mij, verweten dat ik de relatie tussen het Armando Museum en de Gemeente Amersfoort op het spel zette. Ploumen en De Klein hadden aan die relatie geen enkele boodschap toen de gemeente Amersfoort nieuwbouwplannen uitstelde, niet afstelde, na het uitbreken van de economische crisis in 2008. Een zeer begrijpelijk besluit van de gemeente Amersfoort, maar Ploumen en De Klein vonden het nodig de gemeente publiekelijk de maat te nemen op een wijze waar mijn milde kanttekening kinderspel bij was. Volgens hysterica Ploum(en) pleegde de gemeente woordbreuk. Een wel heel vreemde manier om de relatie met de gemeente goed te houden.

Op 23 oktober 2007, ik was in Kasteel Heeze om een voorlichtingsbijeenkomst te houden, werd ik vroeg in de morgen gebeld door Siebe Weide, de nog verse directeur van de Museumvereniging: “Ton, ik zal ongetwijfeld door de pers gebeld worden over de brand in het Armando Museum; kan jij mij wat informatie geven over de werking van sprinklers? Ik wil geen fouten maken”. Die informatie wilde ik natuurlijk geven. Ik liet de aanwezigen in Kasteel Heeze wachten en vertelde Siebe Weide uitgebreid over voor- en nadelen van sprinklers, de werking van sprinklers en ik probeerde vooroordelen over sprinklers te ontkrachten.

Na mijn werkdag ramde ik thuis op het toetsenbord van mijn computer zes pagina’s tekst over sprinklers en mailde die 24 oktober (wie wat bewaart die heeft wat) naar Siebe Weide met de suggestie te bezien of deze tekst geschikt was voor  Museumvisie opdat alle musea voorgelicht konden worden over sprinklers. Op die mail kreeg ik geen reactie en mijn tekst werd niet geplaatst in Museumvisie.

Een maand na de brand in het Armando Museum schreef Siebe Weide een redactionele column in Museumberichten ‘Na de brand’. De brandweer, aldus Siebe Weide, zou de voormalige Elleboogkerk waarin het Armando Museum was gevestigd brandveilig hebben verklaard, maar “Toch was veiligheidsdeskundige Ton Cremers meteen in staat te concluderen dat de brand niet ver gekomen was als er een sprinklerinstallatie in de kap van het museum aanwezig zou zijn geweest”.

Siebe Weide’s woorden ‘meteen’ en ‘toch’ suggereren dat er een tegenstrijdigheid zou bestaan tussen de goedkeuring door de brandweer en mijn opmerking over sprinklers. ‘Meteen’ lijkt te suggereren dat ik (te) snel met mijn conclusie was. Tussen de verklaring van de brandweer en mijn visie is geen tegenstrijdigheid. De brandweer/overheid kijkt bij de brandveiligheid van gebouwen naar de veiligheid van mens en dier en niet naar de veiligheid van museumcollecties. Het is mijn vak ook naar dat laatste te kijken. Collecties kunnen niet op eigen benen bij calamiteiten een museum verlaten; alleen al om die reden – mensen zullen in en uit moeten om collectie te redden – leg ik de lat bij brandveiligheid hoger dan de brandweer.

Naar aanleiding van zijn column en zijn suggestieve opmerkingen, nam ik telefonisch contact op met Siebe Weide met de vraag of ik in Museumberichten kon reageren op zijn column: “Dat is niet de formule”, aldus Siebe Weide. Niet de formule? Dus het is wel de formule suggesties over mij te publiceren, dat mag natuurlijk altijd, maar weerwoord / reactie wordt niet toegelaten?

In welke categorie plaatst dat Siebe Weide? In de categorie: multi-getalenteerde bangerikken die zich kosjer voelen in de rol van aanklager, rechter en beul maar de ‘beklaagde’ zijn kans op weerwoord misgunnen. Siebe Weide liet mij geen andere keuze dan te reageren via mijn website museumbeveiliging.com.

Niet netjes van Weide. Er is echter meer. Op 24 oktober (zie boven) stuurde ik een tekst over sprinklers om te publiceren in Museumvisie. December 2007 verscheen in Museumvisie een artikel over sprinklers en blusgas – niet van mijn hand – en februari 2008, verscheen in het populair wetenschapelijk tijdschrift EOS-magazine eveneens een artikel over sprinklers en andere blusmethoden. Beide artikelen zijn doorspekt met idiotie, dooreen husselen van verschillende blusmethodes en een brandpreventie techniek wordt verward met een blustechniek. Hoe kan het ook anders: beide artikelen zijn afgescheiden door iemand die de ballen verstand heeft van deze technieken en die bovendien wel heel erg amateuristisch en willekeurig gewinkeld heeft in mijn tekst van 24 oktober. Mogelijk om de beschuldiging van plagiaat te ontwijken is mijn tekst in een hoge hoed gegooid en een aantal keren flink door elkaar geschud, waarna een wanproduct uit die hoed getoverd werd. En wie schreef die teksten en schnabbelde in Belgie bij met mijn tekst? Chris Reinewald….laat die Chris Reinewald de hoofdredacteur zijn van Museumvisie….

23 februari 2008 schreef ik op mijn site: “Beide artikelen werden geschreven door Chris Reinewald, hoofdredacteur van Museumvisie. Natuurlijk heb ik, toen iemand mij attent maakte op het EOS artikel en mij vertelde dat er blijkbaar heel onzorgvuldig van mijn tekst uit oktober gebruik gemaakt was, meteen gebeld met Chris Reinewald. Die gaf via de telefoon toe van mijn tekst gebruik gemaakt te hebben. Ik vind dat prima, ook al had ik het zorgvuldiger gevonden als ik daarover geïnformeerd was en ik de kans had gekregen de blunders uit de teksten van Reinewald te halen. Dat zou voor hem, maar zeker ook voor de museumwereld beter zijn geweest. Nu zal de misinformatie in beide publicaties nog lang een eigen leven blijven leiden.”

Siebe Weide weigerde mijn reactie op zijn column in Museumberichten. Chris Reinewald weigerde mijn reactie op zijn, grotendeels gepikte, artikelen in Museumvisie en EOS-magazine. Reinewald wilde dat ik uit mijn reactie mijn opmerkingen over het EOS-magazine artikel verwijderde. Ik kon me daar niet mee verenigen. Waarschijnlijk was beunhazende Chris bang dat te veel mensen achter zijn handel-en-wandel zouden komen.

Zo zijn onze – sommige- manieren in de Nederlandse museumwereld.

Het digitale geheugen is geduldig…

Reinewald en Weide zijn vanzelfsprekend welkom te reageren; dat is namelijk mijn formule.

Lees mijn hele relaas uit 2008 op: http://www.museumbeveiliging.com/2008/02/23/artikelen-over-sprinklers-in-museumvisie-en-eos-gelardeerd-met-fouten/

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

 

 

October 7th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , ,

In 1987 trad ik (1948) in dienst van het Rijksmuseum. Dat dienstverband, uiteindelijk als hoofd beveiliging en veiligheid, duurde tot 2001. Van 2001 tot 2015 was ik in binnen- en buitenland als adviseur of ad-interim hoofd beveiliging actief in meer dan 450 musea, bibliotheken, archieven, kerken met collecties, oude molens, monumenten en bij particuliere verzamelaars.

Bijna dertig jaar gevuld met successen, af en toe teleurstellingen, bijzondere contacten met ‘professionals’ en vrijwilligers.

De museumwereld zou stante pede op zijn gat vallen wanneer er geen vrijwlligers beschikbaar waren. Tussen professionals en vrijwllligers bestaat slechts in schijn een tegenstelling.

In al die jaren struikelde ik af en toe over acteurs in de erfgoedpiste die ik op mijn site of e-maillijst niet onbesproken kon laten. Die besprekingen ontaardden niet zelden in slidings en soms zelfs een gestrekt been (met dank aan Henk Schutten voor deze beeldspraak).

Ik kon het niet laten en betreur dat ook niet. Het moest blijkbaar zo zijn. Hoewel ongebruikelijk in de hermetische museumwereld, koos ik er voor raaskallen van mensen als Eveline Herfkens (borrelpraat spuiende minister van ontwikkelingssamenwerking), Ruud Spruit (Westfries Museum), Emilie Ansenk (Kunsthal), Jelle Reumer (Natuurhistorisch Rotterdam), Marja van Heese (Erfgoedinspectie Den Haag), Gerard de Klein en Yvonne Ploumen, Siebe Weide en Chris Reinewald (deze plagieerde op een knullige wijze in een Belgisch tijdschrift een tekst die ik inleverde voor Museumvisie), de lijst is niet uitputtend, Haags recht-voor-zijn-raap, vaak ook badinerend te bespreken.

Soms kreeg ik, meestal indirect, boze reacties en was geklaag mijn deel. Marja van Heese maakte het helemaal bont en deed bij de Haagse politie aangifte tegen mij wegens smaad en laster. Een tot mislukken gedoemde en zonder meer verwerpelijke poging mij de mond te snoeren. De officier van justitie trok terecht de conclusie dat er geen sprake was van een strafbaar feit en de Erfgoedinspectie moest namens Marja van Heese, nadat ik een klacht bij de minister indiende over deze poging mij monddood te maken, publiek bakzeil halen en excuus aanbieden. Nog steeds kijk ik met verbazing terug naar deze episode. Geen zwarte bladzijde in mijn carriere; in die van Marja van Heese wel. De aangifte door Marja van Heese was onbegrijpelijk, dom, hysterisch en kwaadaardig. Daar kan ik nog boos over worden, omdat hij gericht was op ondermijning van mijn grondwettelijk recht: vrijheid van meningsuiting (helaas een uitgehold begrip zo langzamerhand).

Er was wel een zwarte bladzijde in mijn 30-jarige loopbaan als museumbeveiliger: ik raakte in de Verenigde Staten verwikkeld in een aangifte tegen mij wegens smaad. Mijn tegenstander daar, Ellen L. Batzel, was evenmin succesvol – ze eiste dertig miljoen dollar van mij – als haar tegenvoetster Marja van Heese. Voor die claim van dertig miljoen dollar ontbrak enige grond. Mevrouw Batzel verloor deze zaak die vijf jaar voortsleepte. Haar motivatie een zaak tegen mij te beginnen, begreep ik. Die Claim niet.

Op de www.museum-security.org deed ik regelmatig mijn zegje voor een internationaal publiek en op www.museumbeveiliging.com voor de thuismarkt.

Tijdens een bijeenkomst in het Catharijne Convent, Utrecht 7 februari 2008, naar aanleiding van de brand in het Armandomuseum hield ik een presentatie over het gebruik van sprinklers. Het hoofd beveiliging/facility manager van het Scheepvaartmuseum, Amsterdam, voegde mij tijdens de interpellatie toe dat ik gemakkelijk praten had omdat ik zelfstandig ondernemer was. Een misinterpretatie van de feiten. Als zelfstandige heb je vele bazen; als werknemer heb je te maken met slechts een enkele leidinggevende. Mijn verbale schermutselingen op het internet en af en toe via radio of TV hebben nooit geleid tot een hausse aan nieuwe opdrachten. Integendeel. Verlies van opdrachtgevers heb ik altijd aanvaard: wat heb je immers aan een adviseur die geen mening heeft? Ik koos er altijd voor op de tafel te gaan staan in de overtuiging dat misstanden gefaciliteerd worden door de zwijgers. Ik wilde niet zo’n zwijger zijn. Maakte dat mij acteur onder de acteurs in dezelfde erfgoedpiste? Ongetwijfeld…

Op deze site staat een keuze uit de teksten die ik de afgelopen 15 jaar schreef – er moet nog veel uit het archief worden opgedist – aangevuld met reflecties over actuele zaken. Niet alleen museale zaken. In de categorie Herinneringen van een museumbeveiliger kom ik op bovenvermelde en vele andere zaken terug. Met meer distantie dan in de hitte van de strijd toen zaken actueel waren. De balans wordt opgemaakt. Altijd in de overtuiging dat het internet een digitale Hyde Park Speakers corner is, waar iedereen, vaak tongue in cheek, zijn zegje mag doen op informele wijze.

Voor alle duidelijkheid: als je op deze site onthullingen verwacht over zaken die thuishoren tussen opdrachtgever-opdrachtnemer in de museumbeveiliging, dan zal teleurstelling je deel zijn.

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

October 5th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , , , , ,

Artikelen over sprinklers in Museumvisie en EOS gelardeerd met fouten.

23/02/2008 – 12:29

De brand in het Armando Museum heeft geleid tot een uitgebreide discussie over het nut en gevaar van sprinklers in musea. Zowel deskundigen als minder-deskundigen mengden zich in die discussie. De sprinklerdiscussie is beladen met emotie en vaak worden man en bal verward. Hoewel de directeur van de Museumvereniging, Siebe Weide, in Museumberichten nauwelijks verholen Cremers’ mening dat sprinklers gebouw en collectie hadden kunnen redden kritiseert, de brandweer had het gebouw immers veilig verklaard, is in Museumvisie van december 2007 te lezen dat blusgas in het Armando Museum veel ellende had kunnen voorkomen. De mening van de brandweer is dan blijkbaar niet meer relevant. De opmerking over blusgas moet zijn ingegeven door koudwatervrees want blusgas had bij de brand in het Armando Museum geen enkele rol kunnen spelen. Die brand begon namelijk aan de buitenzijde van het gebouw en de blusgasinstallatie zou pas zijn geactiveerd nadat de brand een gat in het dak had gebrand. Waar was dat gas dan naartoe gegaan? Juist, ins blaue hinein.

Blusgas heeft nu eenmaal een goed afgesloten ruimte nodig om zijn werk te kunnen doen. Aan het einde van het artikel in Museumvisie wordt verwezen naar OxyReduct (een merknaam). Een onbegrijpelijke verwijzing. OxyReduct is geen blusmiddel maar een systeem waarmee brand wordt voorkomen doordat in een ruimte het zuurstofgehalte naar circa 19% wordt verlaagd. Had dat gewerkt bij een brand die van buitenaf begon en een gat in het dak maakte? De vraag stellen is hem beantwoorden.

In het blad EOS (februari 2008), Belgisch populair wetenschappelijk tijdschrift dat gelieerd is aan Scientific American wordt het zo mogelijk nog bonter gemaakt. In Museumvisie, de artikelen in Museumvisie en EOS vloeiden uit de pen van dezelfde schrijver, werd nog met stelligheid gezegd dat “blusgas veel ellende had kunnen voorkomen in het Armando Museum”. In EOS heet het dat een beveiligingsexpert (uw dienstwillige dienaar en ondergetekende wordt daarmee bedoeld) ‘vermoedde’ dat de brand met sprinklers beheersbaar zou zijn geweest. Wel, ik vermoedde dat niet, maar ben er stellig, ondersteund door sprinklerFEITEN, van overtuigd.

Het kan nog erger. Volgens de schrijver van het EOS artikel werken sprinklers als volgt: onder invloed van hitte springen gevoelige buisverbindingen! Gevoelige buisverbindingen? Gelukkig is dat niet zo, want het zou een groot, ongericht waterballet veroorzaken en dat is nu precies waar de sprinklerfobie zijn oorsprong vindt. Nee, bij sprinklerinstallaties breken bij een hitte van ongeveer 70 graden vloeistofgevulde buisjes in sprinklerkoppen die gericht de beginnende brand blussen.

Sprinklers zouden, volgens de schrijver in EOS, branden beperkt blussen. Beperkt? Uit de sprinklerstatistiek blijkt dat 95% van alle branden met 1 of 2 sprinklerkoppen geblust worden. Dat noem ik niet beperkt.

Het gaat door: sprinklers alleen in vluchtroutes is voldoende. Is dat zo wanneer je de collectie tegen brand wilt beschermen? Om te beginnen moet het in de vluchtroutes branden om daar de sprinklers te activeren. Voor het veilig vluchten van mensen wordt deze methode hier en daar gebruikt, met name in bioscopen en theaters. Wanneer je als museum er voor kiest alleen in de vluchtroutes sprinklers te installeren dan zie je op basis van je risico inschatting brand blijkbaar als een reeel gevaar maar kies je er tegelijk voor de collectie te laten verbranden. Een vreemde keuze voor een museum.

Het ergste, hier moet ik echt de kwalificatie baarlijke nonsens gebruiken, is wanneer de schrijver in dit populair wetenschappelijke tijdschrift het heeft over sprinklers waar blusgas uit komt dat het verouderingsproces vertraagt. Die sprinklers zouden het stikstofgehalte verhogen.

Hier worden allerlei technieken op een wel heel ondeskundige wijze door elkaar gegooid. Er bestaan diverse technieken van zuurstofreductie waardoor brand kan worden voorkomen. Die technieken hebben, zo deelde Agnes Brokerhof van het Instituut Collectie Nederland op de themabijeenkomst sprinklers van de sectie Veiligheidszorg en Facility Management van de Museumvereniging mede, een heel gering vertragend effect op de veroudering. Zuurstofreductie is geen blustechniek. Blusgassystemen, wel een blustechniek, hebben geen enkel effect op de veroudering.

De schrijver van het EOS artikel ontpopt zich hier echt als een goochelaar die drie technieken – sprinklers, gasblussing en zuurstofreductie – in een hoge hoed gooit en iets heel nieuws uit die hoed tovert: sprinklers waar stikstof uit komt waardoor de levensduur van de collectie verlengd wordt. Meteen overal installeren, zo is mijn advies, en alle kranen minimaal eens per maand open zetten om de levensduur van de collectie te verlengen. Het zou zonde zijn deze wonderbaarlijke kans op een nieuwe techniek te negeren.

EOS plaatste bij de tekst over branden in musea een blokschema met daaronder de tekst: een intelligent blusgassysteem. Een leek kan zien – wordt zo’n schema slechts als franje gezien die toch door niemand bestudeerd wordt? – dat hier geen sprake is van een ‘intelligent blusgassysteem’ maar van een zuurstofreductie systeem.

Hoe kwamen die artikelen in zowel Museumvisie als EOS tot stand?

Op 22 oktober deed zich de brand voor in het Armando Museum;
Op 23 oktober vertelde ik op radio en TV dat sprinklers veel ellende hadden kunnen voorkomen;
Op 23 oktober, ik was op dat moment voor een presentatie in Kasteel Heeze, werd ik ’s morgens gebeld door de directeur van de Museumvereniging, Siebe Weide, met de vraag hoe sprinklers werken omdat hij ook telefoontjes van de pers verwachtte. Ik vond dat een heel goede zet van Siebe Weide. Het is nu eenmaal verstandig goed voorbereid de pers te woord te staan. Jammer is dat Weide tijdens een interview voor BNR nieuwsradio verklaarde dat je in een omgeving met collecties papier zoals prenten beter geen sprinklers kunt hebben. Dat heb ik hem niet wijs gemaakt, want wat brandt snel? Papier. Dus waar moet je snel bij zijn als er brand is? Papier. Het Archiefbesluit van 2001 schrijft onder bepaalde omstandigheden zelfs de installatie van sprinklers dwingend voor..;

Op 24 oktober stuurde ik Siebe Weide zes pagina’s tekst met informatie over sprinklers om hem nader te informeren en stelde de vraag: “Is dit niet iets voor Museumvisie”? Op die vraag kreeg ik nooit antwoord.

In Museumvisie en EOS is duidelijk herkenbaar, naast andere bronnen, ongelooflijk slordig geput uit mijn tekst van 24 oktober. Ben ik verdrietig dat ik niet als bron ben vermeld? Geenszins. Die tekst van mij heb ik tenslotte, aanzienlijk uitgebreid, ook op het Internet gepubliceerd (http://www.museumbeveiliging.com/sprinklerdiscussie.pdf). Dat wil niet zeggen dat die teksten onbelemmerd zonder bronvermelding gebruikt mogen worden, maar ik zet ze op het WWW juist omdat ik wil dat zo veel lezers goed geïnformeerd worden. Gezien de vele fouten in beide artikelen zou ik me echter ongemakkelijk hebben gevoeld als mijn naam er wel als bron onder had gestaan.

Beide artikelen werden geschreven door Chris Reinewald, hoofdredacteur van Museumvisie. Natuurlijk heb ik, toen iemand mij attent maakte op het EOS artikel en mij vertelde dat er blijkbaar heel onzorgvuldig van mijn tekst uit oktober gebruik gemaakt was, meteen gebeld met Chris Reinewald. Die gaf via de telefoon toe van mijn tekst gebruik gemaakt te hebben. Ik vind dat prima, ook al had ik het zorgvuldiger gevonden als ik daarover geïnformeerd was en ik de kans had gekregen de blunders uit de teksten van Reinewald te halen. Dat zou voor hem, maar zeker ook voor de museumwereld beter zijn geweest. Nu zal de misinformatie in beide publicaties nog lang een eigen leven blijven leiden.

Het is jammer dat bij de ‘research’ die voorafging aan de artikelen in Museumvisie en EOS geen gebruik gemaakt is van een door Peter Westhuis in 1992 (!) in Museumvisie gepubliceerd artikel over sprinklers. Dat artikel is ook vandaag nog heel actueel met uitzondering van hetgeen vermeld wordt over zogenaamde “on off “ sprinklersystemen. Toen Peter Westhuis zijn tekst destijds schreef werd er volop met die systemen geëxperimenteerd. Inmiddels is gebleken dat ze heel onbetrouwbaar en zeker niet geschikt zijn voor een museale omgeving.

Verdienen deze door Chris Reinewald geschreven artikelen de aandacht die ik ze nu geef? Liever had ik ze helemaal genegeerd. Echter, die artikelen verschenen in het vakblad van de belangenvereniging die de Museumvereniging tegenwoordig wil zijn en in het populair wetenschappelijk tijdschrift EOS. Beide bladen hebben een zekere autoriteit. Het risico bestaat dat de door Reinewald verwoorde misvattingen nog jaren een eigen leven blijven leiden. Er bestaan al zo veel fobische vooroordelen tegen sprinklers. Die vooroordelen vormen een belemmering gebruik te maken van een adequate brandbestrijdingstechniek die al bijna honderd jaar overtuigend zijn diensten bewezen heeft.

Voor degenen die de themabijeenkomst over sprinklers gemist hebben: op http://www.museumvereniging.nl/default.aspx?id=258 staat een beknopt verslag van die bijeenkomst. Mijn presentatie tijdens de bijeenkomst is vanaf diezelfde site te downloaden.

(Mijn telefonisch verzoek aan Siebe Weide op zijn tekst in Museumberichten te mogen reageren is door hem afgewezen omdat zulks “niet de formule is”. Ik heb daarom gereageerd op mijn eigen site. Mijn tekst over sprinklers van 24 oktober werd zonder enige mededeling van Siebe Weide of Chris Reinewald niet opgenomen in Museumvisie. De reactie die ik afgelopen week aan Museumvisie aanbood op de beide artikelen van Chris Reinewald werd door deze laatste geweigerd. Reinewald wilde mijn opmerkingen over het EOS artikel verwijderd hebben. Ik kon me daar niet mee verenigen).

Ton Cremers
februari 2008

Bron: Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Artikelen over sprinklers in Museumvisie en EOS gelardeerd met fouten.

February 23rd, 2008

Posted In: Geen categorie

Tags: , , ,

Reactie op column in Museumberichten van Siebe Weide, directeur Museumvereniging, over de brand in het Armando Museum en de sprinklerdiscussie

23/12/2007 – 12:16

Na de brand

Museumberichten, november 2007, van de Museumvereniging bevat een column van de Museumverenigingdirecteur Siebe Weide met de titel Na de brand. Die column van Siebe Weide bevat enkele formuleringen die uitnodigen tot reactie.

Ik weet niet of het klopt dat de brandweer het Armando Museum brandveilig had verklaard, maar neem aan dat deze door Siebe Weide verstrekte informatie juist is. Dat moet de brandweer dan gedaan hebben in het kader van het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de Gebruiksvergunning. Siebe Weide’s opmerking over de verklaring van de brandweer wordt gevolgd door: “Toch was veiligheidsdeskundige Ton Cremers meteen in staat te concluderen dat de brand niet ver gekomen was als er een sprinklerinstallatie in de kap van het museum aanwezig zou zijn geweest”.  De woorden ‘meteen’ en ‘toch’ suggereren dat er een tegenstrijdigheid bestaat tussen de goedkeuring door de brandweer en mijn opmerking over sprinklers. Die tegenstrijdigheid is er niet. De brandweer kijkt bij de brandveiligheid van gebouwen naar de veiligheid voor mens en dier en niet naar de veiligheid van museumcollecties. Het is mijn vak ook naar dat laatste te kijken.

Volgens Bouwbesluit en Bouwverordening mag de brandweer slechts onder bepaalde omstandigheden een sprinklerinstallatie eisen. Die eisen golden blijkbaar niet voor de Elleboogkerk waar het Armandomuseum in gehuisvest was. In de meeste gevallen mag de brandweer ook geen brandmeldsysteem (rookmelders) eisen. Toch zou niemand mij wijzen op een tegenstrijdigheid met de eisen van de brandweer wanneer ik na een brand zou verklaren dat een brandmeldsysteem de schade aanzienlijk had beperkt omdat er dan een snellere alarmopvolging was geweest. Hoewel niet geeist door de brandweer en niet vereist in het kader van de Gebruiksvergunning zijn er gelukkig heel veel erfgoedbeheerders die een brandmeldinstallatie hebben.

Na mijn opmerkingen op TV en radio over sprinklers “…. was de nationale pers een dag lang alleen nog geïnteresseerd in de ontbrekende sprinklers en kon elke museumdirecteur die de pers te woord stond zich verantwoorden voor het niet hebben van sprinklers.”  Interessanter dan de vragen over sprinklers die de museumdirecteuren kregen voorgelegd zijn de antwoorden die ze op die vragen hebben gegeven. Blijkbaar was in de column van Siebe Weide te weinig ruimte daar iets over te schrijven. Voor de geinteresseerden is dat te lezen op: http://www.museumbeveiliging.com/sprinklerdiscussie.pdf.

Een brand als in het Armando Museum komt volgens Weide slechts eens in de 70 jaar in Nederland voor. Daar heeft hij gelijk in: IN NEDERLAND. Wordt hier door Siebe Weide bedoeld dat het installeren van sprinklers overbodig is omdat zo’n brand ‘slechts’ eens in de 70 jaar voor komt? Nederland is geen eiland. Bij systematisch risicobeheer is het heel gebruikelijk verder te kijken dan de grenzen van het eigen land.

Drie jaar geleden brandde de Anna Amaliabibliotheek in Weimar voor een groot deel af. Er gingen 50.000 boeken verloren en twee keer zo veel boeken werden beschadigd (in de week waarin het Armando Museum afbrandde werd de gerestaureerde Anna Amalia Bibliothek heropend, nu met een geavanceerd sprinklersysteem op basis van watermist). Twee jaar geleden brandde in het Belgische Ieper het Onderwijsmuseum in zijn geheel af. Dat museum was evenals het Armando Museum gevestigd in een kerkgebouw. Er zullen weinigen onder ons zijn die zich niet de branden in de opera La Fenice, Windsor Castle en de Hofburg kunnen herinneren. Binnen de door Siebe Weide genoemde periode van 70 jaar deden zich in Europa, de USA en Canada meer dan 30.000 branden voor in musea en bibliotheken; vele daarvan met aanzienlijke schade.

Siebe Weide’s column begint met de relativering dat museumbranden eens per 70 jaar in Nederland voorkomen en eindigt met: “Boijmans en het Natuurhistorisch Museum staan er nu (trots) bij, als feniksen uit de as herrezen. Nu het Armando Museum nog.”

Konden we dat ook maar zeggen van de bij die branden verloren geraakte collecties….

Ton Cremers; toncremers@museumbeveiliging.com

23 december 2007

Meer info over sprinklers: http://www.museumbeveiliging.com/sprinklerdiscussie.pdf

De volledige tekst van Siebe Weide’s column: http://www.museumvereniging.nl/mailing/MB_07_09.html

Op 7 februari 2008 organiseert de sectie Veiligheidszorg en Facilitymanagement van de Museumvereniging in het Catharijneconvent te Utrecht een themabijeenkomst over sprinklers.

Bron: Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Reactie op column in Museumberichten van Siebe Weide, directeur Museumvereniging, over de brand in het Armando Museum en de sprinklerdiscussie

December 23rd, 2007

Posted In: Geen categorie

Tags: , , ,

Na de brand 

Museumberichten, november 2007, van de Museumvereniging bevat een column van de Museumverenigingdirecteur Siebe Weide met de titel Na de brand. Die column van Siebe Weide bevat enkele formuleringen die uitnodigen tot reactie. (more…)

December 23rd, 2007

Posted In: algemeen, brand Armando Museum

Tags: , , ,