In 2002 was voormalig directeur van het Rijksmuseum Ronald de Leeuw  – de man is met de noorderzon vertrokken sinds zijn falend beleid en de verbouwing van het Rijks – een van de ondertekenaars van een verklaring over het universele museum.

Deze verklaring werd opgesteld naar aanleiding van toenemende druk door bronlanden om in koloniale tijden geroofd cultuurgoed terug te geven aan die landen. De directeuren van zogenaamd encyclopedische musea deelden in die gezamenlijke verklaring onder andere mede dat hun musea verzamelplaatsen zijn voor vele soorten cultuur die, juist vanwege de verzameling binnen die encyclopedische musea, in relatie tot allerlei culturen kunnen worden getoond.

Alleen al om die reden moeten deze collecties van grote diversiteit bijeen blijven en niet gestreefd worden naar recuperatie naar de landen van oorsprong: “The universal admiration for ancient civilisations would not be so deeply established today were it not for the influence exercised by the artefacts of these cultures, widely available to an international public in major museums“.

Het zal niet toevallig zijn dat al die encyclopedische, universele musea zich bevinden in Europa en de Verenigde Staten (de Oenaited Steets). In geen van de bronlanden bevindt zich een universeel museum. Sterker nog: inwoners van die bronlanden hebben vaak de grootste moeite een visum te krijgen om te reizen naar die musea rijk aan internationale cultuur; nog los van de vraag of ze het zich financieel kunnen veroorloven. Er zullen slechts weinig Nigerianen in staat zijn de bronzen beelden uit Benin, door de Engelsen in 1897 tijdens een strafexpeditie geroofd uit Benin (= nu Nigeria) in Londen, Wenen of Berlijn te bewonderen. Hoeveel Egyptenaren zijn in staat de steen van Rosetta te bekijken in het Brits Museum? Het Rijksmuseum Amsterdam bezit een stenen beeld afkomstig van de Boroboedoer (Borobudur), naar Nederland gekomen in een schandalige periode uit onze geschiedenis. Slechts een kleine Indonesische elite kan het Rijksmuseum bezoeken.

Waar is het universele museum in Afrika, Zuid-Amerika, Azie?

De marmeren beelden van het Parthenon die door Thomas Bruce, Lord Elgin, begin 19de eeuw naar Engeland verscheept werden zijn te zien in het Brits Museum, het LouvreVaticaanse MuseaNationaal Museum, Kopenhagen, Kunsthistorisches Museum, Wenen, Universiteits Museum, Würzburg en de Glyptothek, Munchen. Verdedigers van Elgin’s roof houden nog steeds vol dat Elgin deze beelden tegen vernietiging beschermd heeft.

Kletskoek, want het nieuwe Acropolis Museum in Athene herbergt een flink aantal, helaas incompleet, beelden van dat Parthenon.

Elgin heeft veel schade aangericht aan het Parthenon. Een complete fries donderde naar beneden toen hij daar beelden vanaf wilde halen. Resultaat: de hele boel aan gruzelementen. De eerste scheepslading met beelden die hij naar Engeland stuurde kwam in zee terecht toen het schip voor de kust van Griekenland verging. In de jaren dertig van de 20ste eeuw kregen schoonmakers in het Brits Museum de opdracht de beelden te reinigen, en reinigen deden ze: met staalborstels, waardoor het oppervlak van de beelden onherstelbaar beschadigd werd en de laatste resten authentieke verf – de beelden waren oorspronkelijk kleurrijk beschilderd – verwijderd werden.

Dus kom mij niet aan met het kulverhaal dat Elgin de beelden gered heeft van de ondergang. Bovendien, mocht dat nonsensargument al correct zijn, dan nog kunnen die beelden nu terug omdat er geen enkele dreiging meer is. Maar nee, dat wordt van tafel geveegd door de elitaire directeuren van de elitaire westerse musea onder andere met het argument (?) dat we tegen deze kwestie aankijken met hedendaagse ogen. Klopt niet! Ook in Elgin’s tijd was er veel oppositie tegen zijn roof. Lord Byron legde deze weerstand vast in zijn gedichten The Curse of Minerva en Childe Harold’s pilgrimage.

Tijdens de discussies rondom de verklaring over de universele musea, presteerde Ronald de Leeuw – ja, hij weer – in een actualiteitenprogramma voor de Nederlandse TV te blaten ‘dat Griekenland niet eens bestond’ toen Elgin de beelden van het Parthenon roofde. Nu heb ik al nooit een hoge pet op gehad van de sociale intelligentie van Ronald de L., maar dat hij ook als (kunst)historicus op zo’n domme manier de fout in zou gaan….plaatsvervangende schaamte krijg je hierbij. Dank je de koekoek: Griekenland was bezet door de Turken en 400 jaar, tegen wil en dank, onderdeel van het Ottomaanse rijk.

Ten koste van duizenden doden en na een lange onafhankelijksstrijd werd Griekenland in 1830 weer zelfstandig. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat iemand met zo’n beperkte historische kennis directeur werd van het Rijkmuseum?

Gebrek aan kennis is misschien het mildste verwijt dat De Leeuw gemaakt kan worden. Ik denk dat hier eerder sprake was van kwaadwillendheid en stampvoetend je gelijk halen terwijl je dat niet hebt.

Wat heeft dit allemaal te maken met die twee tenvoetenuit portretten door Rembrandt van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit die de Rothschildts te koop aanbieden en waar nu ineens van alle kanten in de museumwereld, de pers en ons parlement gepapagaait wordt dat ze in Nederland thuis horen?

Er wordt duidelijk met twee maten gemeten. Ik ben niet echt benieuwd wat De Leeuw nu te melden heeft en vrees dat hij zich niet uit deze knoop aan tegenstrijdigheden los kan wringen. In 2002 moesten de bronlanden van cultuurgoed niet zeuren en maar op het vliegtuig stappen om hun cultuurgoed in Europa of de Verenigde Staten te bekijken, en nu wordt ineens de geplande aankoop voor € 160.000.000,00 van twee Rembrandts verdedigd vanuit nationalistische overwegingen.

Hier lijkt mij iets niet te kloppen. Wat een kleinburgerlijk gezeur, onder leiding van gemankeerd veilingmeester Alexander Pechtold, dat die schilderijen Nederlands cultuurgoed zijn en daarom in Nederland thuishoren.

Kijk, als ooit, bijvoorbeeld in de Napoleontische tijd, De Nachtwacht in twee-en was gesneden en nu de ene helft in Nederland was en de andere helft waar dan ook ter wereld, dan zou ieder streven beide helften te verenigen, en dan bij voorkeur in Nederland, te verdedigen zijn. Overigens: evenzeer als het verdedigbaar is dat de beelden van het Parthenon die nu in Engeland zijn verenigd moeten worden met het Parthenon (of wel; het Acropolis Museum in Athene).

Moeten nu die twee Rembrandts koste wat kost van het ene Europese land – die Europese gedachte staat sowieso al enkele jaren te wankelen – naar het andere verplaatst worden? Die wens is niets anders dan de klok vele tientallen jaren terug zetten.

Ieder argument, hoe oneigenlijk ook, wordt benut om de publieke opinie klaar te stomen om miljoenen euro’s uit te geven aan een onnodige aankoop van twee schilderijen.

Bill Pijbes kwam met een demagogisch vervuilende toevoeging in het publicitaire geweld om de Rothschild Rembrandts naar Nederland te halen door ze de ‘broer en zus’ van De Nachtwacht te noemen. Een absurd argument want die twee schilderijen hebben chronologisch, noch stilistisch ook maar iets met De Nachtwacht van doen. Mochten ze naar het Rijksmuseum komen, gaat hij ze dan links en rechts van De Nachtwacht ophangen? Ik denk het niet.

Het is niet de eerste keer dat nationalisme gepaard gaat met demagogie.

Zo zie je maar weer, dat dit soort discussies altijd gevoerd worden op basis van onderbuik en subjectiviteit, eerdere standpunten in vergelijkbare omstandigheden gerieflijk negerend. Als het goed uitkomt hoeft cultuurgoed niet terug naar het land van herkomst omdat het tot de universele cultuur behoort, en als het 100% andersom uit komt, dan moet het terug naar het land van herkomst omdat het daar thuishoort.

Ook leuk: de PVV, DE voorvechter van nationale identiteit bleek in de Tweede Kamer (29 september 2015) tegenstander van investering in de aankoop, mede met Nederlands belastinggeld, omdat het juist goed is dat Nederlands cultuurgoed in het buitenland te zien is. Bosma van de PVV vertelde jaren in New York gewoond te hebben waar hij ‘regelmatig Rembrandts en Hollandse meester in het MOMA bewonderde’. In het MOMA? Het MOMA? Sinds wanneer vertoont dat museum voor moderne kunst 17de eeuwse meesters?

Ton Cremers, Den Haag

toncremers@gmail.com

September 29th, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , , , , ,

In William St. Clair’s fascinating, and very well documented book Lord Elgin & The Marbles; the controversial history of the Parthenon sculptures (third revised edition, 1998) one can read an account about the illicit removal of ancient manuscripts: “Professor Carlyle had been attached to Lord Elgin’s Embassy by the government for the specific purpose of looking for ancient manuscripts”…”Carlyle obtained them in various ways. Six he brought from the monastery of St Saba near Jerusalem. Four or five others come from the library of the Patriarch of Jerusalem at Constantinople. To none of these manuscripts did Carlyle have any legal title. They were lent to him, at his own insistent request, to allow them to be collated in England and to help with the production of a revised edition of the New Testament. Before he left Constantinople for the last time in March 1801 Carlyle signed a declaration prepared by the Patriarch promising to return the manuscripts to the Patriarch at Constantinople ‘when the purposes for which they were borrowed were completed or whenever the Patriarch should demand them’. Philip Hunt, as a secretary of the Embassy also signed the declaration, thus making the British Government a party to the promise”. (Chapter 21 The fate of the manuscripts, of St. Clair’s book.)

These manuscripts were never returned. Apparently ‘the purposes for which they were borrowed’ are still – after 200 years – to be completed…

Where are they now: in the library of the Archbishop of Canterbury’s Library at Lambeth.

Correct me if I am wrong, but if I remember well Carlyle also took manuscripts form the monastery of Mount Athos.

Ton Cremers
http://www.museum-security.org
meditatione-ignis.org
http://www.toncremers.nl

also read:

Analysing the British Museum’s historical revisionism in Elgin’s own words

September 25th, 2015

Posted In: Parthenon Marbles, Parthenon Marbles (DO NOT CALL THE ELGIN MARBLES!)

Tags: , , , , , , , , , ,

2015-09-11 11:47 GMT+02:00 russell darnley <maxdarn@gmail.com>:

DSC00018

The  Revisionist Position

Current Director of the British Museum Neil MacGregor is the architect of a revisionist rubber band theory of history. When all else fails and the arguments that the Greeks can’t look after the Parthenon Marbles, or have no place to keep them, can no longer be sustained he snaps back into a neo-imperial justification for retaining them.

When they were in Athens no one in the ancient world talked of them, just of the building,”[1] he asserts, without the slightest respect for evidence. Then he attempts to establish the basic premise in the neo-imperial idea underpinning his belief that the sculptures can only be fully understood in the British Museum. He insists that, “It is only when they could be seen at eye level they became the stars. In Athens they were architectural decoration. In London they became great sculptures.”[2]

What Neil MacGregor claims is that these works from 5th century BCE Athens can only be fully understood through the lens of a collection gathered when the British Empire was at its zenith. Indeed he takes the argument further often insisting that only in the British Museum can the sculptures from the Parthenon be fully understood because only there can they be readily compared with other examples of human achievement.

He went on to tell the Evening Standard that “If you can take them out of the politics of modern Greece, what you are looking at are great works of art. What Elgin did was astounding. He wanted to show the world these were supreme objects.”[3]

No he didn’t Neil. Certainly the British Museum makes the undocumented claim that “ from 1803 it had been Elgin’s declared intention to present the sculptures to the nation, on his return to England in 1806.” No evidence is provided to substantiate this claim. It seems very much as though this is just your revisionist view of history, interpreting the past retrospectively to suit your present. It seems like a self-serving invention to insist that what Elgin did was a conscious move to show the world.

What Elgin Actually Did

In reality Elgin stored the Marbles at various placees in England finally transferring them to London, and placing them at the Duke of Richmond’s, in Privy Gardens; removing tbem afterwards and eventually placing them in his house in Park-Lane, and in Burlington-House where they spent time in a garden shed and coal shed where a damp acidic environment prevailed, putting them at great risk.

It wasn’t until 1810, when in desperate need of money, that Elgin started informal negotiations with the British Government with a view to selling the Parthenon Marbles and other materials he had gathered from the Acropolis and from many other sites. As we now know, he eventually sold the Parthenon Marbles, and some other material forming the Elgin Collection, in 1816. The British Museum advises that in the ‘Elgin collection’ then besides objects in stone we should include those made of other materials, such as Greek vases, bronzes, jewellery, plaster casts and drawings.

Not to leave this matter at the level of mere counter assertions, let’s look at the material on Elgin’s exploits in Greece published by a colleague in 1815. By this time Elgin’s funds were running desperately low so it appears he commissioned his former chief private secretary William Richard Hamilton to prepare a catalogue of the things he had acquired in Greece. This catalogue was published under the title Memorandum on the subject of the Earl of Elgin’s pursuits in Greece [4].

The Memorandum does not only list what he collected but it sets out to describe and account for Elgin’s motivation in removing antiquities from Greece.

On the Parthenon

The Temple of Minerva[5] had been converted into a powder magazine, and been completely destroyed, from a shell falling upon it, during the bombardment of Athens by the Venetians towards the end of the seventeenth century;” [6]

DSC00044

The following is offered as justification for Elgin’s actions:

Many of the statues on the posticum of the Temple of Minerva, (Parthenon.) which had been thrown down by the explosion, had been absolutely pounded for mortar, because they furnished the whitest marble within reach; and the parts of the modern fortification, and the miserable houses where this mortar was so applied, were discovered.”[7]

Then it adds, “it is well known that the Turks will frequently climb up the ruined walls, and amuse themselves in defacing any sculpture they can reach; or in breaking columns, statues, or other remains of antiquity, in the fond expectation of finding within them some hidden treasures.”[8]

Although no evidence or any other witnesses are cited there might be other sources of evidence, but the implication is that Elgin’s word is sufficient. Granting Elgin the benefit of the doubt for the moment. We are drawn to this conclusion in the Memorandum when it’s immediately suggested that:

Under these circumstances, Lord Elgin felt himself impelled, by a stronger motive than personal gratification, to endeavor to preserve any specimens of sculpture, he could, without injury, rescue From such impending ruin.”[9]

Then immediately the Memorandum’s author castes doubt on these motivations informing us that:

He had, besides, another inducement, and an example before him, in the conduct of the last French embassy sent to Turkey before the Revolution. French artists did then remove several of the sculptured ornaments from several edifices in the Acropolis, and particularly from the Parthenon. In lowering one of the metopes, the tackle failed, and it was dashed to pieces; but other objects from the same temple were conveyed to France, where they are held in the very highest estimation, and some of them occupy conspicuous places in the gallery of the Louvre.” [10]

At this point it’s not clear whether he is concerned because the French broke one of Parthenon’s Metopes or whether he saw them as competitors in that they had removed sculptured ornaments “particularly from the Parthenon”, apparently since before the French Revolution of 1789. The revolution was ten years earlier. When the Memorandum goes on to note that, “the same agents were remaining at Athens during Lord Elgin’s embassy, waiting only the return of French influence at the Porte to renew their operations.”[11] It’s definitely starting to look as though he regarded the French as competitors.

In summation the Memorandum indicates that all of these matters were motivating factors.

Actuated by these inducements, Lord Elgin made use of all his means, and ultimately with such success, that he has brought to England, from the ruined temples at Athens, from the modern walls and fortifications, in which many fragments had been used as so many blocks of stone, and from excavations made on purpose, a greater quantity of original Athenian sculpture, in statues, alti and bassi relievi, capitals, cornices, frizes, and columns, than exists in any other part of Europe.”[12]

Again we are reminded that the Parthenon was a ruin. Then just in this brief passage the extent of Elgin’s assault on the Parthenon is made plain. He also reminds us that “many fragments had been used as so many blocks of stone” in “modern walls and fortifications” but he is careful not to specify exactly what was used in this way.

What Elgin took

Metopes

A Lapith fighting a Centaur

A Lapith fighting a Centaur

We are told that he several of the original metopes from the temple and assured that Christian zeal, Turkish barbarism and the explosion caused by Venetian shelling has ensure that “with the exception of those preserved by Lord Elgin, it is in general difficult to trace even the outline of the original subject.”[13] The extent of this untruth is plain to anyone who visits the Acroopolis Museum and views the Metopes let behind and now on display in the museum. In the British Museum there are 15 of the 92 metopes from the Parthenon.

Freize

The Memorandum doesn’t refer specifically to how much of the Freize Elgin removed but the British Museum advises that it has 247ft of the original 524ft of frieze

freize

Detail from the Memorandum

The pediment and tympanum

The tympanum is the recessed triangular space forming the centre of the pediment. Venetian shelling caused damage to the west pediment. A janissary dwelling that had been constructed below the western face of the Parthenon so it was purchased and the greatest part of the statue of Victory, the torsi of Jupiter and Vulcan, the breast of the Minerva, together with other fragments were retrieved. Then Elgin moved on to the eastern pediment where he “obtained leave, after much difficulty” to demolish another house but found nothing. It seems reasonable to assume that this house had to be purchased as well, but the Memorandum avoids issue.

Presumably, now with a clear inducement of further windfalls janissiary were keen to sell off other potential sources of ‘treasure’.

What the British Museum says it holds

In the British Museum there are 17 pedimental figures; various pieces of architecture from the Parthenon

Just as an aside, the British Museum claims that “All the sculptures from the Parthenon in the British Museum are on permanent public display.” These images from the first week of August, 2015 give the lie to this claim.

hoarding

Inducements and bribes

Now the Memorandum moves into a euphemistically clever account of what happens next advising us that “the Turk, who had been induced, though most reluctantly, to give up his house to be demolished, then exultingly pointed out the places in the modern fortification, and in his own buildings, where the cement employed had been formed from the very statues which Lord Elgin had been in hopes of finding. And it was afterwards ascertained, on incontrovertible evidence, that these statues had been reduced to powder, and so used. Then, and then only, did Lord Elgin employ means to rescue what still remained from a similar fate.”[14]

Induce is an interesting word and can often be used, in such circumstances as a soft term for bribery. Of course once funds are flowing there is likely to be further inducement to find other potential sources of ‘treasure’ and to add fuel to the fire of Elgin’s passion by assuring him that there was a mounting threat to the remaining statues.

The ‘incontrovertible evidence’ remains Elgin’s word, no other evidence for the alleged grinding up of statues is offered.

It is alleged that the authority for Elgin’s presence on the Acropolis was a Firman. Even in the alleged translation, his rights only extended to sketching, making plaster castes and collecting elements that had fallen. An Italian translation of the so-called firman has been used in the past in an attempt to prove that Elgin was authorised to remove and export the sculptures. The document in question is actually a poor translation of an Italian translation of what is alleged to be the original Ottoman document.

It is most likely that Elgin’s documentation was not a Firman just a letter purportedly signed by Kaimmakam Seyid, Abdullah Pasha, Deputy to the Grand Vizier. Without the standing of a Firman it was just a form of reference. Elgin effectively admits this later when he says ‘in point of fact, all permissions issuing from the Porte to any distant provinces, are little better than authorities to make the best bargain that can be made with the local magistracies’[15]

To ‘make the best bargain’ could be re-phrased as negotiating a bribe.

In addition to the Pediment sculptures he continued on into the Opisthodomos of the Parthenon, the treasury room, where he removed inscriptions,[16] presumably comprising sections of wall.

Other materials taken from the Acropolis

He continued obtaining a Doric and an Ionic capital from the Propylaea,[17] which is described as ruins.

Freize from the Victory Temple was also removed. The Memorandum advises that it “required the whole of Lord Elgin’s influence at the Porte, very great sacrifices, and much perseverance, to remove them; but he at length succeeded.”[18]

Three other temples on the Acropolis are mentioned as dedicated to Neptune and Erectheus; Minerva Polias, the protectress; and, Pandrosos.

Original blocks of the frieze, as well as a capital and a base, were taken from the Neptune and Minerva Polias temples. Elgin also took a Caryatide statues from the Pandrosos temple. Since this temple had seven statues of Caryan women supporting it instead of Ionic columns, his actions were inimical to its continuing stability.

Beyond the Acropolis

Elgin’s interests extended well beyond the Acropolis and the grandiosity of his operation negate the conservationist gloss he attempts to cast over his operation on the Acropolis. An attempt is made to render these activities as being a type of windfall arising from an attempt to map ancient Athens.

The Memorandum advises that, “The ancient walls of the city of Athens . . . have been traced by Lord Elgin’s . . . as well as the long walls that led to the Munychia and the Piraeus. The gates, mentioned in ancient authors, have been ascertained: and every public monument, that could be recognised, has been inserted in a general map”[19].

For all of this to be done extensive excavations were necessary and these were conducted at the Great Theatre of Bacchus ; the Pnyx, and at the theatre built by Herodes Atticus. Then his team excavated the Tumuli of Antiope, Euripides, and others finding “a complete and valuable collection of Greek vases” from Athens, Corinth, Sicily, and Etruria

One grave yielded objects of particular importance, the Memorandum noting that

It “ . . . has furnished a most valuable treasure of this kind. It consists of a large marble vase, five feet in circumference, enclosing one of bronze thirteen inches in diameter, of beautiful sculpture, in which was a deposit of burnt bones, and a lachrymatory of alabaster, of exquisite form ; and on the bones lay a wreath of myrtle in gold, having, besides leaves, both buds and flowers.”

Other treasures taken from the excavations include an ancient sundial, from the Theatre of Bacchus, a large statue of the Indian, or bearded Bacchus. Then Elgin took to using his letter of authority to approach the Archbishop of Athens and to carry away “several curious fragments of antiquity”[20] from “churches and convents in Athens”.[21] This search furnished many valuable bas-reliefs, inscriptions, ancient dials, a Gymnasiarch’s chair in marble”[22]

Purchases were also made from Athenians who had encountered ancient fragments when ploughing their fields.

A word from Tom Minogue

Tom Minogue has made a detailed account of Elgin’s booty reminding us that many observers of the Parthenon Marbles lose sight of the fact that at the time the Westminster parliament bought them they were only part of a large and varied collection of items stolen from sacred sites all over Greece. 

References

[1] http://www.standard.co.uk/lifestyle/london-life/keeping-our-marbles-neil-macgregor-on-why-lord-elgin-s-rescued-sculptures-are-the-perfect-tool-for-9920278.html

[2] ibid

[3] ibid

[4] https://archive.org/details/earlofelginspursuit00hami

[5] The Parthenon

[6] Memorandum on the subject of the Earl of Elgin’s pursuits in Greece. London: Printed for William Miller Albemarle Street. By James Moyes, Greville Street, Hatton Garden Page 7

[7] Op cit page 7 – 8

[8] Op cit page 8

[9] ibid

[10] Op cit page 8-9

[11] ibid

[12] Op cit page 9-10

[13] Op cit page 11

[14] Op cit page 15

[15] Greenfield. J, The Return of Cultural Treasures, 2nd ed., Cambridge University Press, 1996, pp. 76-7

[16] op cit page 16-17

[17] op cit page 20

[18] op cit page 21

[19] op cit pages 28-29

[20] Op cit page 32

[21] ibid

[22] ibid

September 11th, 2015

Posted In: Parthenon Marbles

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Zelfs het Brits Museum noemt de door Thomas Bruce, Lord Elgin, op omstreden wijze uit Athene verwijderde beelden niet naar deze pronkzieke lord. Die beelden heten officieel de Parthenon Marbles. Het is ronduit storend dat in Patrick van IJzendoorns artikel over de pesterige bruikleen aan Rusland keer op keer gesproken wordt over de Elgin Marbles.

Neil MacGregor, directeur van het Brits Museum, mengt zich onophoudelijk op starre wijze in de slepende discussie over de Griekse claim dat deze beelden terugkeren naar Athene. Hij moet dan ook weten hoe gevoelig deze materie is. Zijn besluit een van de beelden uit te lenen aan Rusland bewijst dat hij maling heeft aan deze gevoeligheid. Elgin’s culturele superioriteit vindt in MacGregor een perfecte opvolger.

‘Opinieleider’ Jeremy Paxman papagaait wat al jaren wordt beweerd: Elgin zou de marmeren beelden beschermd hebben tegen vernietiging door de Turken. Een veronderstelling, niet gebaseerd op feiten.
De feiten zijn dat de onbeholpen wijze waarop de beelden naar beneden getakeld werden vanaf het Parthenon er toe leidde dat een fries los schoot uit de takels en aan diggelen viel. Het eerste schip dat beelden naar Engeland moest brengen verging voor de Griekse kust en de beelden belandden in zee. In de jaren dertig van de vorige eeuw liet men in het Brits Museum de beelden ‘reinigen’ door een stel ondeskundige schoonmakers die ze te lijf gingen met staalborstels waardoor de oppervlakte onherstelbaar beschadigd werd. Er is dus heel wat af te dingen op de bewering dat de beelden door Elgin gered zijn.
En dan nog: stel dat Elgin goed werk verrichte en bedreigde beelden redde? Is dat dan een reden ze niet terug te geven nu die dreiging al jaren weg is? Verleent in veiligheid van andersmans eigendom automatisch juridisch eigenaarschap? Het moet niet gekker worden.
In het Brits Museum, en diverse andere toonaangevende musea, wordt gevreesd dat teruggave van de beelden zal leiden tot een hausse aan verzoeken tot teruggave. Er zijn in het Brits Museum immers ook nog de Benin bronzen en de Rosetta steen. Ieder verzoek tot teruggave moet op eigen merites beoordeeld worden.
Er is naast de dubieuze in beslag name nog een duidelijk argument waarom de beelden terugmoeten naar het Parthenon: de architectonische structuur – restauratie duurt helaas veel te lang maar er is een prachtig nieuw museum in de schaduw van het Parthenon – waar de beelden vanaf gehaald werden is nog aanwezig. Teruggave van de beelden zou hereniging betekenen van gebouw met de beelden.
Het veel gehoorde argument dat de eis van Griekenland verjaard zou zijn en dat het onmogelijk is geschiedenis terug te draaien, gaat in dit geval niet op. Ook tijdens het leven van Elgin waren er al grote bezwaren tegen zijn roof van de beelden. Lord Byron besteedde aan deze beschadiging van het Parthenon aandacht in het tweede canto van zijn lange gedicht Childe Harold’s Pilgrimage.
Stel dat De Nachtwacht tijdens een bezetting van Nederland in twee-en werd gesneden en dat een helft zich in het buitenland bevindt. Het lijkt mij dat Nederland alles op alles zal zetten om beide helften te herenigen.
Ton Cremers
2014-12-06 13:06 GMT+01:00 Ton Cremers Sens <toncremers@gmail.com>:

Griekenland boos om Britse verbroederingspoging met Rusland

http://www.volkskrant.nl/beeldende-kunst/griekenland-boos-om-britse-verbroederingspoging-met-rusland~a3804966/

Kunst verbroedert. Met dat idee heeft het British Museum een van de zogeheten Elgin Marbles uitgeleend aan de jubilerende Hermitage (250 jaar) in St. Petersburg. Het is voor het eerst dat zo’n omstreden sculptuur wordt uitgeleend. De hoop is dat het onthoofde beeld van de riviergod Ilissos Rusland en het Westen nader tot elkaar zal brengen. Waar het in ieder geval toe zal leiden, is een verslechtering in de relatie tussen Groot-Brittannië en de Griekse regering. Griekenland strijdt al tientallen jaren voor de teruggave van de marmeren Parthenon-ornamenten.

Door: Patrick Van Ijzendoorn 5 december 2014, 22:01

December 6th, 2014

Posted In: Uncategorized

Tags: , , ,

Zelfs het Brits Museum noemt de door Thomas Bruce, Lord Elgin, op omstreden wijze uit Athene verwijderde beelden niet naar deze pronkzieke lord. Die beelden heten officieel de Parthenon Marbles. Het is ronduit storend dat in Patrick van IJzendoorns artikel over de pesterige bruikleen aan Rusland keer op keer gesproken wordt over de Elgin Marbles.

Neil MacGregor, directeur van het Brits Museum, mengt zich onophoudelijk op starre wijze in de slepende discussie over de Griekse claim dat deze beelden terugkeren naar Athene. Hij moet dan ook weten hoe gevoelig deze materie is. Zijn besluit een van de beelden uit te lenen aan Rusland bewijst dat hij maling heeft aan deze gevoeligheid. Elgin’s culturele superioriteit vindt in MacGregor een perfecte opvolger.

‘Opinieleider’ Jeremy Paxman papagaait wat al jaren wordt beweerd: Elgin zou de marmeren beelden beschermd hebben tegen vernietiging door de Turken. Een veronderstelling, niet gebaseerd op feiten.
De feiten zijn dat de onbeholpen wijze waarop de beelden naar beneden getakeld werden vanaf het Parthenon er toe leidde dat een fries los schoot uit de takels en aan diggelen viel. Het eerste schip dat beelden naar Engeland moest brengen verging voor de Griekse kust en de beelden belandden in zee. In de jaren dertig van de vorige eeuw liet men in het Brits Museum de beelden ‘reinigen’ door een stel ondeskundige schoonmakers die ze te lijf gingen met staalborstels waardoor de oppervlakte onherstelbaar beschadigd werd. Er is dus heel wat af te dingen op de bewering dat de beelden door Elgin gered zijn.
En dan nog: stel dat Elgin goed werk verrichte en bedreigde beelden redde? Is dat dan een reden ze niet terug te geven nu die dreiging al jaren weg is? Verleent in veiligheid van andersmans eigendom automatisch juridisch eigenaarschap? Het moet niet gekker worden.
In het Brits Museum, en diverse andere toonaangevende musea, wordt gevreesd dat teruggave van de beelden zal leiden tot een hausse aan verzoeken tot teruggave. Er zijn in het Brits Museum immers ook nog de Benin bronzen en de Rosetta steen. Ieder verzoek tot teruggave moet op eigen merites beoordeeld worden.
Er is naast de dubieuze in beslag name nog een duidelijk argument waarom de beelden terugmoeten naar het Parthenon: de architectonische structuur – restauratie duurt helaas veel te lang maar er is een prachtig nieuw museum in de schaduw van het Parthenon – waar de beelden vanaf gehaald werden is nog aanwezig. Teruggave van de beelden zou hereniging betekenen van gebouw met de beelden.
Het veel gehoorde argument dat de eis van Griekenland verjaard zou zijn en dat het onmogelijk is geschiedenis terug te draaien, gaat in dit geval niet op. Ook tijdens het leven van Elgin waren er al grote bezwaren tegen zijn roof van de beelden. Lord Byron besteedde aan deze beschadiging van het Parthenon aandacht in het tweede canto van zijn lange gedicht Childe Harold’s Pilgrimage.
Stel dat De Nachtwacht tijdens een bezetting van Nederland in twee-en werd gesneden en dat een helft zich in het buitenland bevindt. Het lijkt mij dat Nederland alles op alles zal zetten om beide helften te herenigen.
Ton Cremers
2014-12-06 13:06 GMT+01:00 Ton Cremers Sens <toncremers@gmail.com>:

Griekenland boos om Britse verbroederingspoging met Rusland

http://www.volkskrant.nl/beeldende-kunst/griekenland-boos-om-britse-verbroederingspoging-met-rusland~a3804966/

Kunst verbroedert. Met dat idee heeft het British Museum een van de zogeheten Elgin Marbles uitgeleend aan de jubilerende Hermitage (250 jaar) in St. Petersburg. Het is voor het eerst dat zo’n omstreden sculptuur wordt uitgeleend. De hoop is dat het onthoofde beeld van de riviergod Ilissos Rusland en het Westen nader tot elkaar zal brengen. Waar het in ieder geval toe zal leiden, is een verslechtering in de relatie tussen Groot-Brittannië en de Griekse regering. Griekenland strijdt al tientallen jaren voor de teruggave van de marmeren Parthenon-ornamenten.

Door: Patrick Van Ijzendoorn 5 december 2014, 22:01

December 6th, 2014

Posted In: Uncategorized

Tags: , , ,

This content is password protected. To view it please enter your password below:

December 6th, 2014

Posted In: Uncategorized

Tags: , , ,

Borrelpraat van Minister Herfkens

http://www.museum-security.org/
info@museum-security.org

Bij het Algemeen Overleg Buitenlandse Zaken, met name Ontwikkelingssamenwerking, sneed kamerlid Sharon Dijksma (PvdA) de problematiek in West Afrika rondom de roof van cultuurgoed aan en vroeg minister Herfkens of de regering plannen heeft het sedert 1996 bij de PvdA levende verzoek de Unidroit Convention on Stolen or Illegally Exported Objects (1995) te ratificeren in te willigen.
Het antwoord van de zeer slecht geïnformeerde Minister Herfkens oversteeg niet de gebruikelijke borrelpraat van sommige kunsthandelaren en verzamelaars. Volgens Herfkens is het in vele gevallen juist goed dat culturele objecten tijdelijk “elders worden geparkeerd” en hadden de “Engelsen destijds gelijk” toen ze de marmeren beelden van het Parthenon verwijderden en naar Engeland vervoerden.
Wat bedoelde de minister hier? Valt de door Lord Elgin gepleegde roof van deze beelden onder de noemer “tijdelijk parkeren” en ondersteunt ze nu de gerechtvaardigde terugkeer van de beelden naar Athene? Of probeerde ze Sharon Dijksma duidelijk te maken dat er rechtvaardiging bestaat voor het tegen de wil van de bronlanden in verwijderen van cultuurgoed omdat dit elders beter bewaard kan worden? Als dit de redeneertrant is van deze slecht geinformeerde Minister, dan houdt dat automatisch in dat alle kinderen uit West Afrika “tijdelijk geparkeerd” moeten worden in Europa omdat er hier betere onderwijsmogelijkheden zijn, en moet de hele Afrikaanse gezondheidszorg, totdat de patiënten hersteld zijn, tijdelijk worden verplaatst naar de westerse wereld.

“Nadeel van internationale verdragen is dat iedere idioot zich dan kan melden met het verzoek om teruggave van cultuurgoed”. Afgezien van het weinig parlementaire taalgebruik liet Minister Herfkens ook hier weer blijken van de hoed noch de rand te weten. Ratificatie van het Unidroit verdrag heeft namelijk geen terugwerkende kracht en kan slechts een ondersteuning zijn in de strijd tegen de nu nog dagelijkse roof van cultuurgoed uit Afrika, Midden en Zuid Amerika en Azië.
Nederland heeft noch de publiekrechtelijke Unesco Conventie ter bestrijding van de illegale handel in cultuurgoed (1970), noch het Unidroit Verdrag geratificeerd. Daarnaast werd onlangs bekend gemaakt dat de afdeling Kunst en Antiek van het CRI per 1 januari a.s. wordt opgeheven. Reeds lang is bekend dat Nederland een prominente rol speelt bij de handel in drugs. Meer dan eens is aangetoond dat er vaak een directe relatie bestaat tussen de illegale handel in cultuurgoed en de handel in drugs. Het is stuitend dat een minister uit het land dat er al jaren prat op gaat de mondiaal belangrijkste kunst- en antiekbeurs (de TEFAF in Maastricht) te organiseren zich zo afwijzend opstelt tegen ratificatie van internationale verdragen ter bestrijding van de illegale handel in kunst.

Is het misschien zo dat die heel belangrijke kunst- en antiekbeurs juist in Nederland plaats vindt dankzij de gerieflijke bescherming van ontbrekende ratificatie?

Ton Cremers
Museum Security Network
winter 2001

December 30th, 2001

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , ,