De afgelopen 15 jaar werd de museumwereld een aantal keren geconfronteerd met zeer ernstige schade veroorzaakt door lethargisch beleid van museumdirecteuren. Consequenties van falen door eindverantwoordelijken hoort niet tot de bedrijfscultuur van musea. Je vraagt je af waarom. Het vermoeden dringt zich op dat consequenties uitblijven omdat het falen gevolg is van een keten falende verantwoordelijkheid van subsidiegever, bestuur, raad van toezicht tot de eindverantwoordelijke directeur.

In de profit sector komt het regelmatig voor dat ondeskundige managers hun biezen moeten pakken. Ik geef toe: dat biezen pakken gaat nogal eens gepaard met een financiële douceur waar menig werknemer in dienstverband van smult. Wie wil er niet als een Rijkman Groenink genoodzaakt worden de werkjas aan de wilgen te hangen? Rijkman – what’s in a name – zou later spreken over rampjaar: 2007, het jaar waarin hij door de vijandige overname van de ABN AMRO bank een beloning van een slordige 30 miljoen euro in de schoot geworpen kreeg. Bij zijn vertrek kreeg hij twee jaarsalarissen mee en zijn optie- en aandelenbeloningen bleken in één klap zo’n 26 miljoen euro waard. Je zou bijna medelijden krijgen met de man, vooral omdat het volk nog jaren kritiek bleef spuien over dit riante afscheidscadeau. Groenink, een verklaard tegenstander van absurd hoge bonussen in de bankenwereld – een beter voorbeeld van een vos die de passie predikt is niet denkbaar – ziet het geld dat hij kreeg als genoegdoening voor het onverteerbare feit dat ABN Amro in 2007 tegen zijn zin werd overgenomen en opgeknipt. Een jaar later bleek niet alleen de ABN AMRO bank er een bende van te hebben gemaakt, maar dat vrijwel de hele bankenwereld wegens egoïstisch, zelfverrijkend management door de mand viel. Er rolden vele volgevreten koppen op alle niveaus in de bankenwereld.

Hoge vertrekpremies zijn in de profit sector minder sociaal aanvaard dan voorheen, maar worden wel nog verstrekt. Falen loont in veel gevallen op financieel aantrekkelijke wijze. Niet goed functioneren? Wegwezen en tegelijk de schaapjes op het droge.

Als ik Rijkman Willem Johan Groenink tijdens de vernissage op The European Fina Art Fair (TEFAF) in Maastricht in zijn maatkostuum en met zijn ijdele haarbos, net onder de droogkap vandaan, rond zie stappen, kan ik niet nalaten te denken: “Met belastingcenten volgepropt varken dat je bent!” Belastingcenten omdat zijn omvallende bank met miljarden belastinggeld overeind moest worden gehouden.

Zo lang die bonussen en vertrekpremies betaald worden uit de winst die bedrijven maken, is dat hoogstens zeer pijnlijk voor de werknemers die alleen via zeer moeizame CAO-onderhandelingen een enkel graantje meepikken van het succes. Erger nog: niet zelden stapt de CEO met een zak vol geld de deur uit vlak voordat een faillissement wordt uitgesproken. Werknemers en leveranciers in verbijsterde armoe en werkloosheid achterlatend.

Maar dan de museale non-profit sector. Geen, voor zover ik weet, klinkende gouden handdrukken bij falend beleid. Nee, erger nog: falend beleid heeft helemaal geen gevolgen voor de eindverantwoordelijke directeur.

Je ‘halve museum’ leeggeroofd in Hoorn (2005)? Je liegt in de pers en op bijeenkomsten van de Museumvereniging dat je een geavanceerde beveiliging had, maar helaas geslachtofferd werd door ‘professionele criminelen’. Dat zijn twee vliegen in 1 klap: liegen over zowel de beveiliging als over de professionaliteit van de criminelen. De vraag dringt zich op: hoe komt het dat je na een inbraak ineens expert lijkt te zijn over de professionaliteit van de criminelen, maar nooit zelfs maar het initiatief nam iets te doen aan je beveiliging? Helemaal een gotspe: nadat deze directeur – ik heb het over raaskallende Ruud Spruit – door het ijs zakte als buiten-de-deur-beunhazende broodschrijver en programmamaker, vertaalde en verziekte hij een boek over gestolen kunst. Alles, werkelijk alles, dat Beun de Haas toevoegde aan het oorspronkelijke boek is gelardeerd met nonsens en fouten. De inleiding die hij schreef in dit slordig geproduceerde boek, een onvervalste commercial voor het Art Loss Register (een particuliere onderneming met winstdoelmerk), geurt naar hoerige journalistiek. Had al dat falen en gesjoemel van Ruud consequenties? Wie zal het zeggen. Ongeveer een jaar voor zijn pensioen verdween hij met stille trom uit het museum, overeind gehouden door wethouder van cultuur Tonnaer. Volledig onbegrijpelijk: na de omvangrijke diefstal uit het Westfries Museum meldden zich diverse museumdirecteuren die het allemaal zo sneu vonden voor Ruud dat ze hem aan de borst namen en ongevraagd schilderijen in bruikleen aanboden om de gaten in het museum op te vullen. De Museumvereniging ging op de uitnodiging van Ruud in om in zijn museum de sectie Veiligheidszorg te presenteren. Ben ik nu gek geworden? Laat ik deze vraag meteen beantwoorden: Nee, dat ben ik niet. Het hermetische, zichzelf beschermende museumwereldje toonde hier symptomen van gekte. (Ruud organiseerde ooit een Karel Appel tentoonstelling en kreeg, als directeur van het museum, van Appel als dank een schilderij cadeau. Waar is dat schilderij?)

Hoe kon dit slecht beveiligde museum verzekerd zijn? De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Een unieke situatie? Van geen kant. Na de inbraak en diefstal in het Museon Den Haag (2002) waar een tentoonstelling met diamanten sieraden werd gedecimeerd door criminelen, kreeg toenmalig directeur Bert Molsbergen van allerlei kanten het aanbod sieraden in bruikleen te nemen om de tentoonstelling weer aan te vullen. Ben ik u gek geworden? Nee, nee, nee. Het ‘wereldje’ vertoonde ook daar trekken van acute verstandsverbijstering. De verzekeraar weigerde de schade te vergoeden omdat de beveiliging middeleeuws was. Een terecht besluit. Maar, hoe kwam het dat de verzekeraar deze slecht georganiseerde tentoonstelling ‘dekte’. Hier gaat het deksel van een kwalijk riekende beerput open. De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope. Twee weken voordat in het Museon werd ingebroken vertelde een medewerker van AON Artscope mij dat de beveiliging van de tentoonstelling ‘om te huilen’ was. Vreemd, heel vreemd. Waarom bracht deze makelaar de tentoonstelling zonder eisen te stellen onder bij een verzekeraar? Laat ik hierover niet fantaseren. Of toch een beetje: had het misschien iets te maken met geld verdienen en duimen dat er niets fout zou gaan? Wie zal het zeggen. Hoe het ook zij: de Portugese kroonjuwelen die gestolen werden, zijn nooit meer teruggevonden, evenmin als alle andere gestolen sieraden.

Had dit falen gevolgen voor de verantwoordelijke managers in het museum? Wie het weet mag het zeggen. Ik weet het, maar zeg het deze keer niet.

Jaar-in-jaar uit niet in staat een honderden miljoenen kostende verbouwing van het Rijksmuseum niet vlot krijgen als eindverantwoordelijke? Ik las in geen enkele krant dat de grootste financier van deze verbouwing en tevens eigenaar van de collectie en gebouwen consequenties uit dit onvermogen trok. Nee, Ronald de Leeuw vertrok met stille trom, omdat hij ‘meer tijd voor zichzelf wilde hebben’. Wat??! Vijfenvijftig jaren jong en bedeeld met de meest prestigieuze baan in de Nederlandse museumwereld, een van de meest prestigieuze banen in de internationale museumwereld, en dan in de bloei van je carrière aan je stutten trekken omdat je meer tijd voor jezelf wilt hebben? Binnen en wereld gebouwd op creativiteit en kunstzinnigheid had ik een wat originelere smoes verwacht. Werd Ronald de Leeuw onder druk van het ministerie de laan uit gestuurd? Geen idee. Collectie en gebouwen zijn weliswaar eigendom van de staat, maar het toezicht ligt in handen van de zelfstandige Stichting Het Rijksmuseum. Ronald de Leeuw vormde in zijn eentje het bestuur van deze stichting onder toezicht van een commissie zeer wijze mannen en vrouwen (onder andere de huidige directeur Wim Pijbes). Kreeg Ronald een financiële douceur mee? Laat ik niet te veel suggestieve vragen stellen, want ik weet niet wat er gebeurd is. Echter, niemand kan mij verkopen dat er geen relatie is tussen dat vroegtijdige vertrek, na een kort dienstverband, van Ronald de Leeuw en de stagnatie bij de verbouwing. Laat ik het er op houden dat mijn zeer persoonlijke overtuiging is dat RdeL zorgvuldig beschermd door het Rijksmuseale netwerk genoodzaakt was het hazenpad te nemen.

Brand (2007) je gehele museum af en komt de aap uit de mouw dat je geen calamiteitenplan had, dat er geen duidelijke afspraken waren met externe hulpverlening zoals de brandweer, dat er dakwerkzaamheden plaatsvonden terwijl je de belangrijkste tentoonstelling uit je tienjarig bestaan organiseerde en dat er over die werkzaamheden onvoldoende afstemming was met de gemeente? Geen probleem. Het museum – Armando Museum in de Elleboogkerk in Amersfoort – is na de brand van de aardbodem verdwenen samen met de in het museum aanwezige collectie, inclusief kostbare bruiklenen. De verantwoordelijke directeur, Gerard de Klein, raakte door zijn falen zijn museum kwijt en daardoor zijn baan. Geen reden tot zorg: binnen de kortste keren werd binnen de museumwereld weer een directeursbaantje voor hem gevonden, en wel van museumgoudA (let wel: deze maffe spelling is niet mijn vondst). Gerard haalde binnen de kortste keren weer het nieuws door de twijfelachtige veilingverkoop om de museale kas te spekken van een Marlene Dumas schilderij. De inbraak in zijn museum en de diefstal van een monstrans is hem niet aan te rekenen. Wel ben ik natuurlijk heel benieuwd wat Gerardje gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Hoorde of las ik kritische vragen over het functioneren van De Klein in Amersfoort? Hoorde of las ik kritische vragen over het wanbeleid van Spruit in Hoorn. Werd Bert Molsbergen persoonlijk aangesproken over de uiterst slechte beveiliging van de tentoonstelling in het Museon? Hoorde of las ik kritische kanttekeningen bij het verbouwingswanbeleid van Ronald de Leeuw? Niets van dat al. Ik zag wel meeleven op het medelijdende af, verhulling van falen, idiote aanbiedingen van bruiklenen aan geslachtofferde musea. Hoe vreemd kan het lopen.

Is bovenstaand overzicht compleet? Nee, er is nog een museum met een ‘geavanceerde beveiliging’ waar een stelletje Roemeense kruimeldieven met het grootste gemak hun slag sloegen (2012): De Kunsthal (strikt genomen geen museum) in Rotterdam. Alsof het de diefstal uit een onbeveiligd rijtjeshuis betrof gingen die jongens aan de haal met een aantal beroemde meesters, maar aan de beveiliging mankeerde volgens directeur Emily Ansenk helemaal niets. Die was dik op orde. Hoe bont kan je het maken. Dacht mevrouw Ansenk werkelijk dat de buitenwereld, inclusief ondergetekende, die Spruitiaanse bluf zou slikken voor zoete koek? Niet alleen gefaald als eindverantwoordelijke voor het veilig tentoonstellen van kostbare bruiklenen – maling aan de gedupeerde bruikleengevers – maar ook nog minachting voor de pers en de buitenwereld. Had dit voor de positie van Ansenk gevolgen? Natuurlijk niet. Waren er dan helemaal geen gevolgen? Ja, binnen een dag werd de geavanceerde beveiliging nog geavanceerde gemaakt door op voor ramkraak kwetsbare plekken rondom het gebouw betonnen plantenbakken te plaatsen en anderhalf jaar later vond er een aanzienlijke ingreep plaats in het gebouw om onder andere de ‘klimaatbeheersing te moderniseren’.

Oh ja, voordat ik het vergeet: wie was de verzekeringsmakelaar? Juist: AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Vooruit, om af te sluiten nog een kleintje: het Natuurhistorisch Museum, buur van Ansenk. Daar werd ingebroken (2011) en de kostbare hoorn van een neushoorn werd gestolen. Hoe was dat mogelijk? Dat was mogelijk doordat de beunhazende (ja, Ruud Spruit staat niet alleen) directeur een advies van de politie in de wind sloeg. Meneer Jelle Reumer had geen boodschap aan de hausse aan inbraken in natuurhistorische musea waar een, vermoedelijk Ierse, bende zich richtte op deze hoorns. Reumer wilde het de scholieren niet aan doen dat ze moesten kijken naar een kopie van kunsthars. Nee, ze moesten het echte werk zien en niets anders. Jammer, heel jammer dat dat echte werk er nu niet meer is. Was er enig kritisch geluid te horen over Jelle? Niente, nada. Wat Jelle wel deed: mij een aanmatigende mail sturen omdat ik mij kritisch uitliet over zijn wanpresterende buurvrouw en over zijn maatje Ruud Spruit. Het zij hem vergeven. Ook Jelle heeft op z’n tijd recht de ratio uit het oog te verliezen en neer te donderen in een emotionele afgrond.

Is bovenstaand overzicht volledig? Nee. Moet ik door gaan? Een volgende keer. Er is meer, veel meer in binnen- en buitenland. Erger nog: de lijst zal, zo vrees ik, in de toekomst groeien.

Ton Cremers

 

 

January 18th, 2016

Posted In: Geen categorie, Herinneringen van een museumbeveiliger, Ton Cremers blogs

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

De afgelopen vijftien jaar overkwam het mij meerdere keren dat vraagtekens geplaatst werden bij de vertrouwelijkheid van mijn werk als adviseur beveiliging en veiligheid in de erfgoedsector.

Er waren momenten waarop ik in de gelegenheid werd gesteld uitleg te geven over mijn optreden in de pers en op het internet. Mogelijk werden die vragen ook achter mijn rug gesteld. In slechs 1 geval kreeg ik botweg van een conservator te horen dat ik een opdracht niet kreeg omdat het bestuur van de Gelderse Kastelen mij reeds veroordeeld had als niet integer. Zo af en toe kom je verliezers in je leven tegen die zich behaaglijk voelen in de rol van aanklager, rechter en beul; multi-getalenteerde bangerikken die de ‘verdachte’ zijn kans op weerwoord misgunnen. Het is helaas niet anders.

Ooit was ik voor een museum werkzaam, ingehuurd door de facilitymanager, zonder dat de directrice van het betreffende museum daarover geinformeerd was. Ze was ‘not amused’ toen ze hierover hoorde en stelde mij de indringende vraag hoe het zat met mijn vertrouwelijkheid omdat ik menig keer in de publiciteit commentaar leverde op incidenten in de museumwereld.

Ik kon haar zorg wegnemen en stelde haar een geheel verzorgd weekend Parijs, inclusief partner, in het vooruitzicht als ze ook maar 1 voorbeeld kon vinden waaruit bleek dat ik de vertrouwelijkheid tussen mij en mijn opdrachtgever schond.

Dat voorbeeld kon ze, natuurlijk, niet geven. Interessant is – nee, we noemen geen namen – dat ze mijn opdacht tot het maken van een risicoanalyse opschortte toen ik meldde grote vraagtekens te zetten bij de beveiliging van haar instituut, met name in het licht van een naderende tentoonstelling met veel kostbare bruiklenen uit binnen- en buitenland.

De opdrachtgever is de baas, dus ik diende mijn werkzaamheden en rapportage uit te stellen, echter niet zonder, vooruitlopend op mijn definitieve rapportage, een tussentijds verslag te overhandigen met daarin mijn overtuiging dat de tentoonstelling niet verantwoord was.

De tentoonstelling ging door, zonder inachtneming van mijn bevindingen, en gelukkig deden zich geen incidenten voor.

Ik leerde van deze casus, dat het blijkbaar bestaat dat een museumdirecteur willens en wetens bruiklenen in huis haalt terwijl dat niet verantwoord is. Deze kwestie dateerde enkele jaren voor de ‘blitzinbraak’ en diefstal in De Kunsthal (heb ik nooit voor gewerkt). De directricve daar trachtte zich weliswaar onder haar verantwoordelijkheid uit te bluffen met een de-beveiliging-is-state-of-the-art verklaring, maar later werd duidelij dat er al jaren onvoldoende budget was voor de beveiliging. Na die internationaal geruchtmakende inbraak in De Kunsthal werd de beveiliging opgewaardeerd waarmee naast het begrip state-of-the-art,  ‘stater-of-the-art’ en ‘statest-of-the-art’ waren geboren. Ook een voorbeeld waarbij willens en wetens dat het niet verantwoord was kostbare kunstwerken in huis werden gehaald. Juichende bezoekstatistieken wegen blijkbaar zwaarder dan verantwoorde beveiliging.

De buurman van De Kunsthal, Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam (nooit mijn opdrachtgever geweest) mailde mij zelfs dat de overheid te weinig budget beschikbaar stelt voor een goede beveiliging. Reumer schoot met die zelfingenomen wijsheid zichzelf in de voet, want hij realiseerde zich niet dat dit feitelijk een schuldbekentenis is: er van overtuigd dat er te weinig geld is voor beveiliging en dan toch kostbare bruiklenen aanvaarden of kostbare eigen collectie in gevaar brengen. Op Jelle Reumer kom ik nog terug in mijn Herinneringen…

Heb ik meer voorbeelden van onverantwoord omgaan met de beveiliging? Natuurlijk: denk onder andere aan het Westfries Museum en het Museon. Waarom kan ik die beide musea noemen? Omdat ze nooit mijn opdrachtgever waren. Zijn er meer voorbeelden? Ja…..

Daar informatie over geven zou betekenen dat ik mededelingen doe over (ex-)opdrachtgevers. Ik verkeer niet in de positie om allerlei opdrachtgevers te tracteren op geheel verzorgde weekenden Parijs. Dus doe er liever het zwijgen toe.

Sprak ik dan nooit over een opdrachtgever? Jazeker wel: dat is 1 keer gebeurd, na de brand in het Armando Museum. Er diende toen een groter belang: de rol van sprinklers in musea, bibliothken, archieven etc. Op die rol kom ik nog terug in de reeks Herinneringen. Gaf ik vertrouwelijke informatie prijs over het Armando Museum? Natuurlijk niet. Echter, zelfs in algemene zin werden mijn sprinkleropmerkingen in de pers niet in dank afgenomen, gezien de reacties van Yvonne Ploumen (via e-mail) en Gerard de Klein (in mijn gezicht vlak voordat hij tijdens een sprinklerbijeenkomst in het Catharijne Convent tijdens de presentaties in slaap viel). Ik zou de relatie tussen het Armando Museum en de gemeente Amersfoort geschaad hebben. Mocht dat al waar zijn – ik betwijfel dat nog steeds – dan gooiden Ploumen en De Klein daar niet een schepje, maar een schep bovenop toen ze korte tijd later de gemeente in de pers schoffeerden. Ook daar kom ik nog op terug. Het nieuwe Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd zal ik een dezer weken met een bezoek vereren; mij bereiken namelijk verontrustende signalen over de beveiliging.

Mochten er ‘gedupeerden’ zijn die menen recht te hebben op dat geheel verzorgde weekend Parijs, dan kunnen ze zich melden via toncremers@gmail.com.

Ton Cremers

 

October 6th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , ,

In 1987 trad ik (1948) in dienst van het Rijksmuseum. Dat dienstverband, uiteindelijk als hoofd beveiliging en veiligheid, duurde tot 2001. Van 2001 tot 2015 was ik in binnen- en buitenland als adviseur of ad-interim hoofd beveiliging actief in meer dan 450 musea, bibliotheken, archieven, kerken met collecties, oude molens, monumenten en bij particuliere verzamelaars.

Bijna dertig jaar gevuld met successen, af en toe teleurstellingen, bijzondere contacten met ‘professionals’ en vrijwilligers.

De museumwereld zou stante pede op zijn gat vallen wanneer er geen vrijwlligers beschikbaar waren. Tussen professionals en vrijwllligers bestaat slechts in schijn een tegenstelling.

In al die jaren struikelde ik af en toe over acteurs in de erfgoedpiste die ik op mijn site of e-maillijst niet onbesproken kon laten. Die besprekingen ontaardden niet zelden in slidings en soms zelfs een gestrekt been (met dank aan Henk Schutten voor deze beeldspraak).

Ik kon het niet laten en betreur dat ook niet. Het moest blijkbaar zo zijn. Hoewel ongebruikelijk in de hermetische museumwereld, koos ik er voor raaskallen van mensen als Eveline Herfkens (borrelpraat spuiende minister van ontwikkelingssamenwerking), Ruud Spruit (Westfries Museum), Emilie Ansenk (Kunsthal), Jelle Reumer (Natuurhistorisch Rotterdam), Marja van Heese (Erfgoedinspectie Den Haag), Gerard de Klein en Yvonne Ploumen, Siebe Weide en Chris Reinewald (deze plagieerde op een knullige wijze in een Belgisch tijdschrift een tekst die ik inleverde voor Museumvisie), de lijst is niet uitputtend, Haags recht-voor-zijn-raap, vaak ook badinerend te bespreken.

Soms kreeg ik, meestal indirect, boze reacties en was geklaag mijn deel. Marja van Heese maakte het helemaal bont en deed bij de Haagse politie aangifte tegen mij wegens smaad en laster. Een tot mislukken gedoemde en zonder meer verwerpelijke poging mij de mond te snoeren. De officier van justitie trok terecht de conclusie dat er geen sprake was van een strafbaar feit en de Erfgoedinspectie moest namens Marja van Heese, nadat ik een klacht bij de minister indiende over deze poging mij monddood te maken, publiek bakzeil halen en excuus aanbieden. Nog steeds kijk ik met verbazing terug naar deze episode. Geen zwarte bladzijde in mijn carriere; in die van Marja van Heese wel. De aangifte door Marja van Heese was onbegrijpelijk, dom, hysterisch en kwaadaardig. Daar kan ik nog boos over worden, omdat hij gericht was op ondermijning van mijn grondwettelijk recht: vrijheid van meningsuiting (helaas een uitgehold begrip zo langzamerhand).

Er was wel een zwarte bladzijde in mijn 30-jarige loopbaan als museumbeveiliger: ik raakte in de Verenigde Staten verwikkeld in een aangifte tegen mij wegens smaad. Mijn tegenstander daar, Ellen L. Batzel, was evenmin succesvol – ze eiste dertig miljoen dollar van mij – als haar tegenvoetster Marja van Heese. Voor die claim van dertig miljoen dollar ontbrak enige grond. Mevrouw Batzel verloor deze zaak die vijf jaar voortsleepte. Haar motivatie een zaak tegen mij te beginnen, begreep ik. Die Claim niet.

Op de www.museum-security.org deed ik regelmatig mijn zegje voor een internationaal publiek en op www.museumbeveiliging.com voor de thuismarkt.

Tijdens een bijeenkomst in het Catharijne Convent, Utrecht 7 februari 2008, naar aanleiding van de brand in het Armandomuseum hield ik een presentatie over het gebruik van sprinklers. Het hoofd beveiliging/facility manager van het Scheepvaartmuseum, Amsterdam, voegde mij tijdens de interpellatie toe dat ik gemakkelijk praten had omdat ik zelfstandig ondernemer was. Een misinterpretatie van de feiten. Als zelfstandige heb je vele bazen; als werknemer heb je te maken met slechts een enkele leidinggevende. Mijn verbale schermutselingen op het internet en af en toe via radio of TV hebben nooit geleid tot een hausse aan nieuwe opdrachten. Integendeel. Verlies van opdrachtgevers heb ik altijd aanvaard: wat heb je immers aan een adviseur die geen mening heeft? Ik koos er altijd voor op de tafel te gaan staan in de overtuiging dat misstanden gefaciliteerd worden door de zwijgers. Ik wilde niet zo’n zwijger zijn. Maakte dat mij acteur onder de acteurs in dezelfde erfgoedpiste? Ongetwijfeld…

Op deze site staat een keuze uit de teksten die ik de afgelopen 15 jaar schreef – er moet nog veel uit het archief worden opgedist – aangevuld met reflecties over actuele zaken. Niet alleen museale zaken. In de categorie Herinneringen van een museumbeveiliger kom ik op bovenvermelde en vele andere zaken terug. Met meer distantie dan in de hitte van de strijd toen zaken actueel waren. De balans wordt opgemaakt. Altijd in de overtuiging dat het internet een digitale Hyde Park Speakers corner is, waar iedereen, vaak tongue in cheek, zijn zegje mag doen op informele wijze.

Voor alle duidelijkheid: als je op deze site onthullingen verwacht over zaken die thuishoren tussen opdrachtgever-opdrachtnemer in de museumbeveiliging, dan zal teleurstelling je deel zijn.

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

October 5th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , , , , ,

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

27/01/2014 – 09:47

De naderende heropening van De Kunsthal te Rotterdam (1 februari 2014) na een ingrijpende verbouwing waarbij het klimaat en de beveiliging onder handen werden genomen, roept de publicitair wanstaltige toestand rondom de inbraak en diefstal van oktober 2012 weer in herinnering. Niet in het minst omdat de directrice van De Kunsthal onlangs in De Volkskrant verklaarde dat de beveiliging van De Kunsthal nu ‘goed’ is. Ansenk schaart zich in het rijtje directeuren van geslachtofferde musea die zich, nadat het fout ging, in de publiciteit ineens ontpopten als experts op het gebied van beveiliging en criminaliteit.

Nog geen halve dag nadat een stelletje Roemeense losers kinderlijk eenvoudig wisten in te breken in De Kunsthal verklaarde Ansenk doodleuk dat de beveiliging van haar kunsthal ‘state of the art’ was. Een faux pas door emotie over de inbraak? Een vergeeflijke faux pas, ware het niet dat Ansenk in de dagen na die inbraak zowel in De Volkskrant als de NRC de strekking van dat ‘state of the art’ in andere woorden wederom benadrukte. In De Volkskrant werd ze geciteerd met “Er is geen aanleiding de beveiliging aan te passen”. Kan het nog zouter?

Heb ik over dit gestuntel in de media al genoeg gezegd? Je zou het haast denken wanneer je de ingezonden brief van Raaskallende Ruud leest in de NRC van 23 oktober 2012. Spruit, want die Ruud is het, smeedt in zijn brief een band met de directeur van De Kunsthal, Emily Ansenk, waar – ik kan me niet anders voorstellen – Ansenk niet blij mee kan zijn. Ansenks buurman Jelle Reumer – directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch – sprong voor Ansenk en Raaskallende Ruud in de bres in een hysterische mail aan mij. Er ontplooit zich een trend, een trend die jaren geleden werd ingezet door Rudy Fuchs, chagrijnig fulminerend tegen een TV journalist nadat een schilderij van Picasso met een aardappelschilmesje was bewerkt door een bezoeker. Als museumdirecteur geef je na incidenten blijkbaar nooit toe dat de beveiliging gefaald heeft, of minstens kritisch onder de loep moet worden genomen, maar je schreeuwt stampvoetend uit dat die beveiliging ‘state of the art’ (Ansenk), ‘geavanceerd’ (Ruud Spruit) of zonder meer ‘goed’ (Fuchs) is. Om je woorden kracht bij te zetten, geef je desnoods de criminelen een compliment met hun ‘professionaliteit’ (Spruit). Er ligt terrein braak  voor mediatrainers..

Overigens vind ik niet dat in 1999 de beveiliging van het Stedelijk Museum onvoldoende was toen dat Picasso schilderij werd beschadigd. Niet de beveiliging faalde, maar Rudy Fuchs, niet bepaald bekend vanwege zijn bescheidenheid, faalde als woordvoerend directeur en viel als een amateur in de kuil die een volhardende journalist voor hem groef. Een pijnlijke TV vertoning.

Gerard de Klein, met in zijn kielzog conservator Yvonne Ploumen mailden mij ziedend van woede toen ik na de verwoestende brand in het Armando Museum in de pers verklaarde dat er onvoldoende afstemming was geweest tussen de gemeente Amersfoort, eigenaar van de Elleboogkerk waarin het museum gehuisvest was, en het museum. Hoe was het anders mogelijk dat men bezig ging met brandgevaarlijke dakwerkzaamheden terwijl het museum de belangrijkste tentoonstelling uit zijn bestaan had? Een tentoonstelling met kostbare bruiklenen die allemaal in de brand verloren gingen. Ik zou de relatie tussen het museum en de gemeente schade toebrengen met mijn opmerking in de pers, aldus Ploumen in een mail aan mij. Wie wat bewaart, die heeft wat. Mails als die van Ploumen zijn parels in mijn archief. Toen de gemeente Amersfoort de toezegging het museum te herbouwen heroverwoog, inmiddels sloeg ook in Nederland de financiële crisis toe, hadden De Klein noch Ploumen enige boodschap aan de relatie met de gemeente en gingen in de pers helemaal los over de onbetrouwbaarheid van de gemeente. De gemeente zouwoordbreuk plegen.

Had die brand in het Armando Museum voorkomen kunnen worden? Natuurlijk. Strikt genomen kan, met uitzondering van brandstichting, iedere brand voorkomen worden. Had voorkomen kunnen worden dat de hele collectie verloren ging? Absoluut! Maar: er was vanuit het museum geen toezicht tijdens de werkzaamheden, het museum bezat geen calamiteitenplan met een onderdeel gewijd aan de collectie en er waren geen afspraken met de brandweer over het redden van de collectie, echter…De Klein en Ploumen wasten hun handen in onschuld en stelden zich als slachtoffers op. Ploumen mag nu de kar trekken bij het nieuwe, virtuele Armando Museum in Amelisweerd en Gerard de Klein vond onderdak als directeur in museumgoudA. Daar liet hij van zich spreken door de verkoop van een schilderij van Dumas en had hij in 2012 de pech dat er ingebroken werd en een kostbare monstrans gestolen. Het zit de man niet mee. Had die diefstal voorkomen kunnen worden? Ja. Treft Gerard de Klein hier blaam? Nee, maar ik ben wel nieuwsgierig wat de beste man gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Jelle Reumer van het Natuurhistorisch vond in zijn eerder genoemde arrogante en hysterische mail aan mij dat ik mijn pijlen niet moest richten op zijn buurvrouw van De Kunsthal, maar op de overheid die beknibbelt op budgetten waardoor de musea niet goed beveiligd kunnen worden. Het deed mij goed te lezen dat ook Jelle Reumer van mening is dat de musea niet ‘state of the art’, of geavanceerd beveiligd zijn. Echter, had de inbraak en diefstal door neushoorndieven in zijn museum iets te maken met teruglopende budgetten? Niets, helemaal niets. Het was de inertie van Reumer die deze diefstal mogelijk maakte. Vanuit zijn museum – er schort in het museum iets aan de loyaliteit met directeur Reumer – bereikte mij de informatie dat Jelle Reumer een waarschuwing door de politie terzijde had gelegd en geweigerd had de neushoorns te voorzien van replica hoorns. Een stap die in Naturalis terecht wel genomen werd toen wereldwijd een hausse aan inbraken plaatsvond in natuurhistorische musea.

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

De beveiliging van het Westfries Museum was, wat Raaskallende Ruud dan ook beweerde, ver onder de maat. Ruud verwaarloosde die beveiliging jarenlang en sloeg waarschuwingen van zijn beveiligingsinstallateur jaar na jaar in de wind. “We gaven feitelijk nooit aandacht aan de beveiliging” verklaarde zijn conservator ooit tijdens een receptie. Maar, Ruud mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De Klein verwaarloosde zijn verantwoordelijkheid als directeur van het Armando Museum en verzuimde, hoewel zijn museum deelnam aan een door het Mondriaanfonds gesubsidieerd project, te zorgen voor een calamiteitenplan voor zijn museum. Maar, Gerard mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De beveiliging van De Kunsthal, dat was geen nieuws, was onvoldoende en er werden geen aanvullende maatregelen getroffen toen er een kostbare tentoonstelling werd ingericht. Maar, Emily mocht ondanks aantoonbaar falen en domme presentaties in de publiciteit op haar post blijven.

Jelle Reumer weigerde de in zijn museum aanwezige hoorns van neushoorns te beveiligen, maar ook Jelle, het wordt eentonig, mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

Werd Rudy Fuchs gecorrigeerd nadat hij zo onhandig manoeuvreerde in een TV interview? Niet dat ik weet…misschien achter de schermen?

Zo lang eindverantwoordelijken niet op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken en aantoonbaar falen geen consequenties heeft, zal het aanmodderen blijven met de beveiliging van musea.

Ton Cremers

27 januari 2014

January 27th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , ,