De afgelopen 15 jaar werd de museumwereld een aantal keren geconfronteerd met zeer ernstige schade veroorzaakt door lethargisch beleid van museumdirecteuren. Consequenties van falen door eindverantwoordelijken hoort niet tot de bedrijfscultuur van musea. Je vraagt je af waarom. Het vermoeden dringt zich op dat consequenties uitblijven omdat het falen gevolg is van een keten falende verantwoordelijkheid van subsidiegever, bestuur, raad van toezicht tot de eindverantwoordelijke directeur.

In de profit sector komt het regelmatig voor dat ondeskundige managers hun biezen moeten pakken. Ik geef toe: dat biezen pakken gaat nogal eens gepaard met een financiële douceur waar menig werknemer in dienstverband van smult. Wie wil er niet als een Rijkman Groenink genoodzaakt worden de werkjas aan de wilgen te hangen? Rijkman – what’s in a name – zou later spreken over rampjaar: 2007, het jaar waarin hij door de vijandige overname van de ABN AMRO bank een beloning van een slordige 30 miljoen euro in de schoot geworpen kreeg. Bij zijn vertrek kreeg hij twee jaarsalarissen mee en zijn optie- en aandelenbeloningen bleken in één klap zo’n 26 miljoen euro waard. Je zou bijna medelijden krijgen met de man, vooral omdat het volk nog jaren kritiek bleef spuien over dit riante afscheidscadeau. Groenink, een verklaard tegenstander van absurd hoge bonussen in de bankenwereld – een beter voorbeeld van een vos die de passie predikt is niet denkbaar – ziet het geld dat hij kreeg als genoegdoening voor het onverteerbare feit dat ABN Amro in 2007 tegen zijn zin werd overgenomen en opgeknipt. Een jaar later bleek niet alleen de ABN AMRO bank er een bende van te hebben gemaakt, maar dat vrijwel de hele bankenwereld wegens egoïstisch, zelfverrijkend management door de mand viel. Er rolden vele volgevreten koppen op alle niveaus in de bankenwereld.

Hoge vertrekpremies zijn in de profit sector minder sociaal aanvaard dan voorheen, maar worden wel nog verstrekt. Falen loont in veel gevallen op financieel aantrekkelijke wijze. Niet goed functioneren? Wegwezen en tegelijk de schaapjes op het droge.

Als ik Rijkman Willem Johan Groenink tijdens de vernissage op The European Fina Art Fair (TEFAF) in Maastricht in zijn maatkostuum en met zijn ijdele haarbos, net onder de droogkap vandaan, rond zie stappen, kan ik niet nalaten te denken: “Met belastingcenten volgepropt varken dat je bent!” Belastingcenten omdat zijn omvallende bank met miljarden belastinggeld overeind moest worden gehouden.

Zo lang die bonussen en vertrekpremies betaald worden uit de winst die bedrijven maken, is dat hoogstens zeer pijnlijk voor de werknemers die alleen via zeer moeizame CAO-onderhandelingen een enkel graantje meepikken van het succes. Erger nog: niet zelden stapt de CEO met een zak vol geld de deur uit vlak voordat een faillissement wordt uitgesproken. Werknemers en leveranciers in verbijsterde armoe en werkloosheid achterlatend.

Maar dan de museale non-profit sector. Geen, voor zover ik weet, klinkende gouden handdrukken bij falend beleid. Nee, erger nog: falend beleid heeft helemaal geen gevolgen voor de eindverantwoordelijke directeur.

Je ‘halve museum’ leeggeroofd in Hoorn (2005)? Je liegt in de pers en op bijeenkomsten van de Museumvereniging dat je een geavanceerde beveiliging had, maar helaas geslachtofferd werd door ‘professionele criminelen’. Dat zijn twee vliegen in 1 klap: liegen over zowel de beveiliging als over de professionaliteit van de criminelen. De vraag dringt zich op: hoe komt het dat je na een inbraak ineens expert lijkt te zijn over de professionaliteit van de criminelen, maar nooit zelfs maar het initiatief nam iets te doen aan je beveiliging? Helemaal een gotspe: nadat deze directeur – ik heb het over raaskallende Ruud Spruit – door het ijs zakte als buiten-de-deur-beunhazende broodschrijver en programmamaker, vertaalde en verziekte hij een boek over gestolen kunst. Alles, werkelijk alles, dat Beun de Haas toevoegde aan het oorspronkelijke boek is gelardeerd met nonsens en fouten. De inleiding die hij schreef in dit slordig geproduceerde boek, een onvervalste commercial voor het Art Loss Register (een particuliere onderneming met winstdoelmerk), geurt naar hoerige journalistiek. Had al dat falen en gesjoemel van Ruud consequenties? Wie zal het zeggen. Ongeveer een jaar voor zijn pensioen verdween hij met stille trom uit het museum, overeind gehouden door wethouder van cultuur Tonnaer. Volledig onbegrijpelijk: na de omvangrijke diefstal uit het Westfries Museum meldden zich diverse museumdirecteuren die het allemaal zo sneu vonden voor Ruud dat ze hem aan de borst namen en ongevraagd schilderijen in bruikleen aanboden om de gaten in het museum op te vullen. De Museumvereniging ging op de uitnodiging van Ruud in om in zijn museum de sectie Veiligheidszorg te presenteren. Ben ik nu gek geworden? Laat ik deze vraag meteen beantwoorden: Nee, dat ben ik niet. Het hermetische, zichzelf beschermende museumwereldje toonde hier symptomen van gekte. (Ruud organiseerde ooit een Karel Appel tentoonstelling en kreeg, als directeur van het museum, van Appel als dank een schilderij cadeau. Waar is dat schilderij?)

Hoe kon dit slecht beveiligde museum verzekerd zijn? De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Een unieke situatie? Van geen kant. Na de inbraak en diefstal in het Museon Den Haag (2002) waar een tentoonstelling met diamanten sieraden werd gedecimeerd door criminelen, kreeg toenmalig directeur Bert Molsbergen van allerlei kanten het aanbod sieraden in bruikleen te nemen om de tentoonstelling weer aan te vullen. Ben ik u gek geworden? Nee, nee, nee. Het ‘wereldje’ vertoonde ook daar trekken van acute verstandsverbijstering. De verzekeraar weigerde de schade te vergoeden omdat de beveiliging middeleeuws was. Een terecht besluit. Maar, hoe kwam het dat de verzekeraar deze slecht georganiseerde tentoonstelling ‘dekte’. Hier gaat het deksel van een kwalijk riekende beerput open. De verzekeringsmakelaar was AON – breek me de bek niet open – Artscope. Twee weken voordat in het Museon werd ingebroken vertelde een medewerker van AON Artscope mij dat de beveiliging van de tentoonstelling ‘om te huilen’ was. Vreemd, heel vreemd. Waarom bracht deze makelaar de tentoonstelling zonder eisen te stellen onder bij een verzekeraar? Laat ik hierover niet fantaseren. Of toch een beetje: had het misschien iets te maken met geld verdienen en duimen dat er niets fout zou gaan? Wie zal het zeggen. Hoe het ook zij: de Portugese kroonjuwelen die gestolen werden, zijn nooit meer teruggevonden, evenmin als alle andere gestolen sieraden.

Had dit falen gevolgen voor de verantwoordelijke managers in het museum? Wie het weet mag het zeggen. Ik weet het, maar zeg het deze keer niet.

Jaar-in-jaar uit niet in staat een honderden miljoenen kostende verbouwing van het Rijksmuseum niet vlot krijgen als eindverantwoordelijke? Ik las in geen enkele krant dat de grootste financier van deze verbouwing en tevens eigenaar van de collectie en gebouwen consequenties uit dit onvermogen trok. Nee, Ronald de Leeuw vertrok met stille trom, omdat hij ‘meer tijd voor zichzelf wilde hebben’. Wat??! Vijfenvijftig jaren jong en bedeeld met de meest prestigieuze baan in de Nederlandse museumwereld, een van de meest prestigieuze banen in de internationale museumwereld, en dan in de bloei van je carrière aan je stutten trekken omdat je meer tijd voor jezelf wilt hebben? Binnen en wereld gebouwd op creativiteit en kunstzinnigheid had ik een wat originelere smoes verwacht. Werd Ronald de Leeuw onder druk van het ministerie de laan uit gestuurd? Geen idee. Collectie en gebouwen zijn weliswaar eigendom van de staat, maar het toezicht ligt in handen van de zelfstandige Stichting Het Rijksmuseum. Ronald de Leeuw vormde in zijn eentje het bestuur van deze stichting onder toezicht van een commissie zeer wijze mannen en vrouwen (onder andere de huidige directeur Wim Pijbes). Kreeg Ronald een financiële douceur mee? Laat ik niet te veel suggestieve vragen stellen, want ik weet niet wat er gebeurd is. Echter, niemand kan mij verkopen dat er geen relatie is tussen dat vroegtijdige vertrek, na een kort dienstverband, van Ronald de Leeuw en de stagnatie bij de verbouwing. Laat ik het er op houden dat mijn zeer persoonlijke overtuiging is dat RdeL zorgvuldig beschermd door het Rijksmuseale netwerk genoodzaakt was het hazenpad te nemen.

Brand (2007) je gehele museum af en komt de aap uit de mouw dat je geen calamiteitenplan had, dat er geen duidelijke afspraken waren met externe hulpverlening zoals de brandweer, dat er dakwerkzaamheden plaatsvonden terwijl je de belangrijkste tentoonstelling uit je tienjarig bestaan organiseerde en dat er over die werkzaamheden onvoldoende afstemming was met de gemeente? Geen probleem. Het museum – Armando Museum in de Elleboogkerk in Amersfoort – is na de brand van de aardbodem verdwenen samen met de in het museum aanwezige collectie, inclusief kostbare bruiklenen. De verantwoordelijke directeur, Gerard de Klein, raakte door zijn falen zijn museum kwijt en daardoor zijn baan. Geen reden tot zorg: binnen de kortste keren werd binnen de museumwereld weer een directeursbaantje voor hem gevonden, en wel van museumgoudA (let wel: deze maffe spelling is niet mijn vondst). Gerard haalde binnen de kortste keren weer het nieuws door de twijfelachtige veilingverkoop om de museale kas te spekken van een Marlene Dumas schilderij. De inbraak in zijn museum en de diefstal van een monstrans is hem niet aan te rekenen. Wel ben ik natuurlijk heel benieuwd wat Gerardje gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Hoorde of las ik kritische vragen over het functioneren van De Klein in Amersfoort? Hoorde of las ik kritische vragen over het wanbeleid van Spruit in Hoorn. Werd Bert Molsbergen persoonlijk aangesproken over de uiterst slechte beveiliging van de tentoonstelling in het Museon? Hoorde of las ik kritische kanttekeningen bij het verbouwingswanbeleid van Ronald de Leeuw? Niets van dat al. Ik zag wel meeleven op het medelijdende af, verhulling van falen, idiote aanbiedingen van bruiklenen aan geslachtofferde musea. Hoe vreemd kan het lopen.

Is bovenstaand overzicht compleet? Nee, er is nog een museum met een ‘geavanceerde beveiliging’ waar een stelletje Roemeense kruimeldieven met het grootste gemak hun slag sloegen (2012): De Kunsthal (strikt genomen geen museum) in Rotterdam. Alsof het de diefstal uit een onbeveiligd rijtjeshuis betrof gingen die jongens aan de haal met een aantal beroemde meesters, maar aan de beveiliging mankeerde volgens directeur Emily Ansenk helemaal niets. Die was dik op orde. Hoe bont kan je het maken. Dacht mevrouw Ansenk werkelijk dat de buitenwereld, inclusief ondergetekende, die Spruitiaanse bluf zou slikken voor zoete koek? Niet alleen gefaald als eindverantwoordelijke voor het veilig tentoonstellen van kostbare bruiklenen – maling aan de gedupeerde bruikleengevers – maar ook nog minachting voor de pers en de buitenwereld. Had dit voor de positie van Ansenk gevolgen? Natuurlijk niet. Waren er dan helemaal geen gevolgen? Ja, binnen een dag werd de geavanceerde beveiliging nog geavanceerde gemaakt door op voor ramkraak kwetsbare plekken rondom het gebouw betonnen plantenbakken te plaatsen en anderhalf jaar later vond er een aanzienlijke ingreep plaats in het gebouw om onder andere de ‘klimaatbeheersing te moderniseren’.

Oh ja, voordat ik het vergeet: wie was de verzekeringsmakelaar? Juist: AON – breek me de bek niet open – Artscope.

Vooruit, om af te sluiten nog een kleintje: het Natuurhistorisch Museum, buur van Ansenk. Daar werd ingebroken (2011) en de kostbare hoorn van een neushoorn werd gestolen. Hoe was dat mogelijk? Dat was mogelijk doordat de beunhazende (ja, Ruud Spruit staat niet alleen) directeur een advies van de politie in de wind sloeg. Meneer Jelle Reumer had geen boodschap aan de hausse aan inbraken in natuurhistorische musea waar een, vermoedelijk Ierse, bende zich richtte op deze hoorns. Reumer wilde het de scholieren niet aan doen dat ze moesten kijken naar een kopie van kunsthars. Nee, ze moesten het echte werk zien en niets anders. Jammer, heel jammer dat dat echte werk er nu niet meer is. Was er enig kritisch geluid te horen over Jelle? Niente, nada. Wat Jelle wel deed: mij een aanmatigende mail sturen omdat ik mij kritisch uitliet over zijn wanpresterende buurvrouw en over zijn maatje Ruud Spruit. Het zij hem vergeven. Ook Jelle heeft op z’n tijd recht de ratio uit het oog te verliezen en neer te donderen in een emotionele afgrond.

Is bovenstaand overzicht volledig? Nee. Moet ik door gaan? Een volgende keer. Er is meer, veel meer in binnen- en buitenland. Erger nog: de lijst zal, zo vrees ik, in de toekomst groeien.

Ton Cremers

 

 

January 18th, 2016

Posted In: Geen categorie, Herinneringen van een museumbeveiliger, Ton Cremers blogs

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

Blijkbaar weten ze in De Kunsthal niet wat het verschil is tussen een inbraak- en een brandalarm.

De sensoren rondom (?) het gebouw zijn zo gevoelig afgesteld dat er wel vaker brandalarm is, aldus het hoofd beveiliging. Bedoelt hij hier inbraak- of brandalarm? Hij zegt brandalarm, maar meent hij dat nu? Sinds wanneer komt de politie op brandalarmen en niet de brandweer?

Rondom het gebouw: hebben ze brandmelders aan de buitenkant van het gebouw daar bij De Kunsthal? Ik vraag maar…

Laat ik hem een handje helpen: brandalarmen die goed afgesteld zijn geven nooit onnodige alarmen. Er moet dan wat aan de hand zijn; dat hoeft niet altijd brand te zijn, maar stof die circuleert door de lucht.

Moderne inbraakmelders, liefst van het anti-mask dual-type, geven geen onnodige alarmen. Er hoeft niet altijd inbraak te zijn. Het kan ook speling op ramen of deuren zijn, of, afhankelijk van het soort melders, trillingen veroorzaak door passerend zwaar verkeer.

Als je weet dat er speling op een deur is, dan laat je dat toch verhelpen? Niets erger voor een inbraakmeldsysteem dan veel onnodige meldingen.

Ook volgens het hoofd beveiliging (zijn directeur Emily Ansenk is blijkbaar niet de enige die onzin uitkraamt in de pers): “Ik kan wel zeggen dat het (!) beveiliging zo verscherpt is, dat een inbraak onmogelijk is.”

Nu maar hopen dat het inbrekersgilde niet uit zijn spelonken omhoog kruipt om op deze regelrechte uitnodiging in te gaan. De deuren kieren, alarmen gaan af wanneer er niets aan de hand is, maar de beveiliging maakt inbraak onmogelijk.

Overigens: die beveiliging was herfst 2012 toch al state-of-the-art en dan nu toch nog verscherpt?

Ik raak verward (maar niet zo verward als men al jaren in De Kunsthal is).

Is dit humor? Nee, dit is geen humor, maar kippenvel!

Ton Cremers

Inbraakalarm Kunsthal herinnert aan kunstroof

 

Even schrikken voor kunstliefhebbers in Rotterdam. Vrijdagmorgen ging het inbraakalarm af bij De Kunsthal Rotterdam, waar in 2012 zeven schilderijen werden geroofd. Het bleek echter loos alarm.

De politie meldde rond 06.00 uur op Twitter dat meerdere agenten de mogelijke inbraak onderzochten. De vermoedelijke oorzaak was speling op de deur.

Volgens de hoofd van beveiliging gebeurt het wel vaker dat het brandalarm afgaat. De sensoren rondom het gebouw zijn zeer gevoelig ingesteld. “Ik kan wel zeggen dat het beveiliging zo verscherpt is, dat een inbraak onmogelijk is.”

Lees verder op: Inbraakalarm Kunsthal herinnert aan kunstroof

October 30th, 2015

Posted In: Geen categorie

Tags: , , ,

De afgelopen vijftien jaar overkwam het mij meerdere keren dat vraagtekens geplaatst werden bij de vertrouwelijkheid van mijn werk als adviseur beveiliging en veiligheid in de erfgoedsector.

Er waren momenten waarop ik in de gelegenheid werd gesteld uitleg te geven over mijn optreden in de pers en op het internet. Mogelijk werden die vragen ook achter mijn rug gesteld. In slechs 1 geval kreeg ik botweg van een conservator te horen dat ik een opdracht niet kreeg omdat het bestuur van de Gelderse Kastelen mij reeds veroordeeld had als niet integer. Zo af en toe kom je verliezers in je leven tegen die zich behaaglijk voelen in de rol van aanklager, rechter en beul; multi-getalenteerde bangerikken die de ‘verdachte’ zijn kans op weerwoord misgunnen. Het is helaas niet anders.

Ooit was ik voor een museum werkzaam, ingehuurd door de facilitymanager, zonder dat de directrice van het betreffende museum daarover geinformeerd was. Ze was ‘not amused’ toen ze hierover hoorde en stelde mij de indringende vraag hoe het zat met mijn vertrouwelijkheid omdat ik menig keer in de publiciteit commentaar leverde op incidenten in de museumwereld.

Ik kon haar zorg wegnemen en stelde haar een geheel verzorgd weekend Parijs, inclusief partner, in het vooruitzicht als ze ook maar 1 voorbeeld kon vinden waaruit bleek dat ik de vertrouwelijkheid tussen mij en mijn opdrachtgever schond.

Dat voorbeeld kon ze, natuurlijk, niet geven. Interessant is – nee, we noemen geen namen – dat ze mijn opdacht tot het maken van een risicoanalyse opschortte toen ik meldde grote vraagtekens te zetten bij de beveiliging van haar instituut, met name in het licht van een naderende tentoonstelling met veel kostbare bruiklenen uit binnen- en buitenland.

De opdrachtgever is de baas, dus ik diende mijn werkzaamheden en rapportage uit te stellen, echter niet zonder, vooruitlopend op mijn definitieve rapportage, een tussentijds verslag te overhandigen met daarin mijn overtuiging dat de tentoonstelling niet verantwoord was.

De tentoonstelling ging door, zonder inachtneming van mijn bevindingen, en gelukkig deden zich geen incidenten voor.

Ik leerde van deze casus, dat het blijkbaar bestaat dat een museumdirecteur willens en wetens bruiklenen in huis haalt terwijl dat niet verantwoord is. Deze kwestie dateerde enkele jaren voor de ‘blitzinbraak’ en diefstal in De Kunsthal (heb ik nooit voor gewerkt). De directricve daar trachtte zich weliswaar onder haar verantwoordelijkheid uit te bluffen met een de-beveiliging-is-state-of-the-art verklaring, maar later werd duidelij dat er al jaren onvoldoende budget was voor de beveiliging. Na die internationaal geruchtmakende inbraak in De Kunsthal werd de beveiliging opgewaardeerd waarmee naast het begrip state-of-the-art,  ‘stater-of-the-art’ en ‘statest-of-the-art’ waren geboren. Ook een voorbeeld waarbij willens en wetens dat het niet verantwoord was kostbare kunstwerken in huis werden gehaald. Juichende bezoekstatistieken wegen blijkbaar zwaarder dan verantwoorde beveiliging.

De buurman van De Kunsthal, Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam (nooit mijn opdrachtgever geweest) mailde mij zelfs dat de overheid te weinig budget beschikbaar stelt voor een goede beveiliging. Reumer schoot met die zelfingenomen wijsheid zichzelf in de voet, want hij realiseerde zich niet dat dit feitelijk een schuldbekentenis is: er van overtuigd dat er te weinig geld is voor beveiliging en dan toch kostbare bruiklenen aanvaarden of kostbare eigen collectie in gevaar brengen. Op Jelle Reumer kom ik nog terug in mijn Herinneringen…

Heb ik meer voorbeelden van onverantwoord omgaan met de beveiliging? Natuurlijk: denk onder andere aan het Westfries Museum en het Museon. Waarom kan ik die beide musea noemen? Omdat ze nooit mijn opdrachtgever waren. Zijn er meer voorbeelden? Ja…..

Daar informatie over geven zou betekenen dat ik mededelingen doe over (ex-)opdrachtgevers. Ik verkeer niet in de positie om allerlei opdrachtgevers te tracteren op geheel verzorgde weekenden Parijs. Dus doe er liever het zwijgen toe.

Sprak ik dan nooit over een opdrachtgever? Jazeker wel: dat is 1 keer gebeurd, na de brand in het Armando Museum. Er diende toen een groter belang: de rol van sprinklers in musea, bibliothken, archieven etc. Op die rol kom ik nog terug in de reeks Herinneringen. Gaf ik vertrouwelijke informatie prijs over het Armando Museum? Natuurlijk niet. Echter, zelfs in algemene zin werden mijn sprinkleropmerkingen in de pers niet in dank afgenomen, gezien de reacties van Yvonne Ploumen (via e-mail) en Gerard de Klein (in mijn gezicht vlak voordat hij tijdens een sprinklerbijeenkomst in het Catharijne Convent tijdens de presentaties in slaap viel). Ik zou de relatie tussen het Armando Museum en de gemeente Amersfoort geschaad hebben. Mocht dat al waar zijn – ik betwijfel dat nog steeds – dan gooiden Ploumen en De Klein daar niet een schepje, maar een schep bovenop toen ze korte tijd later de gemeente in de pers schoffeerden. Ook daar kom ik nog op terug. Het nieuwe Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd zal ik een dezer weken met een bezoek vereren; mij bereiken namelijk verontrustende signalen over de beveiliging.

Mochten er ‘gedupeerden’ zijn die menen recht te hebben op dat geheel verzorgde weekend Parijs, dan kunnen ze zich melden via toncremers@gmail.com.

Ton Cremers

 

October 6th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , ,

In 1987 trad ik (1948) in dienst van het Rijksmuseum. Dat dienstverband, uiteindelijk als hoofd beveiliging en veiligheid, duurde tot 2001. Van 2001 tot 2015 was ik in binnen- en buitenland als adviseur of ad-interim hoofd beveiliging actief in meer dan 450 musea, bibliotheken, archieven, kerken met collecties, oude molens, monumenten en bij particuliere verzamelaars.

Bijna dertig jaar gevuld met successen, af en toe teleurstellingen, bijzondere contacten met ‘professionals’ en vrijwilligers.

De museumwereld zou stante pede op zijn gat vallen wanneer er geen vrijwlligers beschikbaar waren. Tussen professionals en vrijwllligers bestaat slechts in schijn een tegenstelling.

In al die jaren struikelde ik af en toe over acteurs in de erfgoedpiste die ik op mijn site of e-maillijst niet onbesproken kon laten. Die besprekingen ontaardden niet zelden in slidings en soms zelfs een gestrekt been (met dank aan Henk Schutten voor deze beeldspraak).

Ik kon het niet laten en betreur dat ook niet. Het moest blijkbaar zo zijn. Hoewel ongebruikelijk in de hermetische museumwereld, koos ik er voor raaskallen van mensen als Eveline Herfkens (borrelpraat spuiende minister van ontwikkelingssamenwerking), Ruud Spruit (Westfries Museum), Emilie Ansenk (Kunsthal), Jelle Reumer (Natuurhistorisch Rotterdam), Marja van Heese (Erfgoedinspectie Den Haag), Gerard de Klein en Yvonne Ploumen, Siebe Weide en Chris Reinewald (deze plagieerde op een knullige wijze in een Belgisch tijdschrift een tekst die ik inleverde voor Museumvisie), de lijst is niet uitputtend, Haags recht-voor-zijn-raap, vaak ook badinerend te bespreken.

Soms kreeg ik, meestal indirect, boze reacties en was geklaag mijn deel. Marja van Heese maakte het helemaal bont en deed bij de Haagse politie aangifte tegen mij wegens smaad en laster. Een tot mislukken gedoemde en zonder meer verwerpelijke poging mij de mond te snoeren. De officier van justitie trok terecht de conclusie dat er geen sprake was van een strafbaar feit en de Erfgoedinspectie moest namens Marja van Heese, nadat ik een klacht bij de minister indiende over deze poging mij monddood te maken, publiek bakzeil halen en excuus aanbieden. Nog steeds kijk ik met verbazing terug naar deze episode. Geen zwarte bladzijde in mijn carriere; in die van Marja van Heese wel. De aangifte door Marja van Heese was onbegrijpelijk, dom, hysterisch en kwaadaardig. Daar kan ik nog boos over worden, omdat hij gericht was op ondermijning van mijn grondwettelijk recht: vrijheid van meningsuiting (helaas een uitgehold begrip zo langzamerhand).

Er was wel een zwarte bladzijde in mijn 30-jarige loopbaan als museumbeveiliger: ik raakte in de Verenigde Staten verwikkeld in een aangifte tegen mij wegens smaad. Mijn tegenstander daar, Ellen L. Batzel, was evenmin succesvol – ze eiste dertig miljoen dollar van mij – als haar tegenvoetster Marja van Heese. Voor die claim van dertig miljoen dollar ontbrak enige grond. Mevrouw Batzel verloor deze zaak die vijf jaar voortsleepte. Haar motivatie een zaak tegen mij te beginnen, begreep ik. Die Claim niet.

Op de www.museum-security.org deed ik regelmatig mijn zegje voor een internationaal publiek en op www.museumbeveiliging.com voor de thuismarkt.

Tijdens een bijeenkomst in het Catharijne Convent, Utrecht 7 februari 2008, naar aanleiding van de brand in het Armandomuseum hield ik een presentatie over het gebruik van sprinklers. Het hoofd beveiliging/facility manager van het Scheepvaartmuseum, Amsterdam, voegde mij tijdens de interpellatie toe dat ik gemakkelijk praten had omdat ik zelfstandig ondernemer was. Een misinterpretatie van de feiten. Als zelfstandige heb je vele bazen; als werknemer heb je te maken met slechts een enkele leidinggevende. Mijn verbale schermutselingen op het internet en af en toe via radio of TV hebben nooit geleid tot een hausse aan nieuwe opdrachten. Integendeel. Verlies van opdrachtgevers heb ik altijd aanvaard: wat heb je immers aan een adviseur die geen mening heeft? Ik koos er altijd voor op de tafel te gaan staan in de overtuiging dat misstanden gefaciliteerd worden door de zwijgers. Ik wilde niet zo’n zwijger zijn. Maakte dat mij acteur onder de acteurs in dezelfde erfgoedpiste? Ongetwijfeld…

Op deze site staat een keuze uit de teksten die ik de afgelopen 15 jaar schreef – er moet nog veel uit het archief worden opgedist – aangevuld met reflecties over actuele zaken. Niet alleen museale zaken. In de categorie Herinneringen van een museumbeveiliger kom ik op bovenvermelde en vele andere zaken terug. Met meer distantie dan in de hitte van de strijd toen zaken actueel waren. De balans wordt opgemaakt. Altijd in de overtuiging dat het internet een digitale Hyde Park Speakers corner is, waar iedereen, vaak tongue in cheek, zijn zegje mag doen op informele wijze.

Voor alle duidelijkheid: als je op deze site onthullingen verwacht over zaken die thuishoren tussen opdrachtgever-opdrachtnemer in de museumbeveiliging, dan zal teleurstelling je deel zijn.

Ton Cremers

toncremers@gmail.com

October 5th, 2015

Posted In: Herinneringen van een museumbeveiliger

Tags: , , , , , , , , , , ,

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

27/01/2014 – 09:47

De naderende heropening van De Kunsthal te Rotterdam (1 februari 2014) na een ingrijpende verbouwing waarbij het klimaat en de beveiliging onder handen werden genomen, roept de publicitair wanstaltige toestand rondom de inbraak en diefstal van oktober 2012 weer in herinnering. Niet in het minst omdat de directrice van De Kunsthal onlangs in De Volkskrant verklaarde dat de beveiliging van De Kunsthal nu ‘goed’ is. Ansenk schaart zich in het rijtje directeuren van geslachtofferde musea die zich, nadat het fout ging, in de publiciteit ineens ontpopten als experts op het gebied van beveiliging en criminaliteit.

Nog geen halve dag nadat een stelletje Roemeense losers kinderlijk eenvoudig wisten in te breken in De Kunsthal verklaarde Ansenk doodleuk dat de beveiliging van haar kunsthal ‘state of the art’ was. Een faux pas door emotie over de inbraak? Een vergeeflijke faux pas, ware het niet dat Ansenk in de dagen na die inbraak zowel in De Volkskrant als de NRC de strekking van dat ‘state of the art’ in andere woorden wederom benadrukte. In De Volkskrant werd ze geciteerd met “Er is geen aanleiding de beveiliging aan te passen”. Kan het nog zouter?

Heb ik over dit gestuntel in de media al genoeg gezegd? Je zou het haast denken wanneer je de ingezonden brief van Raaskallende Ruud leest in de NRC van 23 oktober 2012. Spruit, want die Ruud is het, smeedt in zijn brief een band met de directeur van De Kunsthal, Emily Ansenk, waar – ik kan me niet anders voorstellen – Ansenk niet blij mee kan zijn. Ansenks buurman Jelle Reumer – directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch – sprong voor Ansenk en Raaskallende Ruud in de bres in een hysterische mail aan mij. Er ontplooit zich een trend, een trend die jaren geleden werd ingezet door Rudy Fuchs, chagrijnig fulminerend tegen een TV journalist nadat een schilderij van Picasso met een aardappelschilmesje was bewerkt door een bezoeker. Als museumdirecteur geef je na incidenten blijkbaar nooit toe dat de beveiliging gefaald heeft, of minstens kritisch onder de loep moet worden genomen, maar je schreeuwt stampvoetend uit dat die beveiliging ‘state of the art’ (Ansenk), ‘geavanceerd’ (Ruud Spruit) of zonder meer ‘goed’ (Fuchs) is. Om je woorden kracht bij te zetten, geef je desnoods de criminelen een compliment met hun ‘professionaliteit’ (Spruit). Er ligt terrein braak  voor mediatrainers..

Overigens vind ik niet dat in 1999 de beveiliging van het Stedelijk Museum onvoldoende was toen dat Picasso schilderij werd beschadigd. Niet de beveiliging faalde, maar Rudy Fuchs, niet bepaald bekend vanwege zijn bescheidenheid, faalde als woordvoerend directeur en viel als een amateur in de kuil die een volhardende journalist voor hem groef. Een pijnlijke TV vertoning.

Gerard de Klein, met in zijn kielzog conservator Yvonne Ploumen mailden mij ziedend van woede toen ik na de verwoestende brand in het Armando Museum in de pers verklaarde dat er onvoldoende afstemming was geweest tussen de gemeente Amersfoort, eigenaar van de Elleboogkerk waarin het museum gehuisvest was, en het museum. Hoe was het anders mogelijk dat men bezig ging met brandgevaarlijke dakwerkzaamheden terwijl het museum de belangrijkste tentoonstelling uit zijn bestaan had? Een tentoonstelling met kostbare bruiklenen die allemaal in de brand verloren gingen. Ik zou de relatie tussen het museum en de gemeente schade toebrengen met mijn opmerking in de pers, aldus Ploumen in een mail aan mij. Wie wat bewaart, die heeft wat. Mails als die van Ploumen zijn parels in mijn archief. Toen de gemeente Amersfoort de toezegging het museum te herbouwen heroverwoog, inmiddels sloeg ook in Nederland de financiële crisis toe, hadden De Klein noch Ploumen enige boodschap aan de relatie met de gemeente en gingen in de pers helemaal los over de onbetrouwbaarheid van de gemeente. De gemeente zouwoordbreuk plegen.

Had die brand in het Armando Museum voorkomen kunnen worden? Natuurlijk. Strikt genomen kan, met uitzondering van brandstichting, iedere brand voorkomen worden. Had voorkomen kunnen worden dat de hele collectie verloren ging? Absoluut! Maar: er was vanuit het museum geen toezicht tijdens de werkzaamheden, het museum bezat geen calamiteitenplan met een onderdeel gewijd aan de collectie en er waren geen afspraken met de brandweer over het redden van de collectie, echter…De Klein en Ploumen wasten hun handen in onschuld en stelden zich als slachtoffers op. Ploumen mag nu de kar trekken bij het nieuwe, virtuele Armando Museum in Amelisweerd en Gerard de Klein vond onderdak als directeur in museumgoudA. Daar liet hij van zich spreken door de verkoop van een schilderij van Dumas en had hij in 2012 de pech dat er ingebroken werd en een kostbare monstrans gestolen. Het zit de man niet mee. Had die diefstal voorkomen kunnen worden? Ja. Treft Gerard de Klein hier blaam? Nee, maar ik ben wel nieuwsgierig wat de beste man gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Jelle Reumer van het Natuurhistorisch vond in zijn eerder genoemde arrogante en hysterische mail aan mij dat ik mijn pijlen niet moest richten op zijn buurvrouw van De Kunsthal, maar op de overheid die beknibbelt op budgetten waardoor de musea niet goed beveiligd kunnen worden. Het deed mij goed te lezen dat ook Jelle Reumer van mening is dat de musea niet ‘state of the art’, of geavanceerd beveiligd zijn. Echter, had de inbraak en diefstal door neushoorndieven in zijn museum iets te maken met teruglopende budgetten? Niets, helemaal niets. Het was de inertie van Reumer die deze diefstal mogelijk maakte. Vanuit zijn museum – er schort in het museum iets aan de loyaliteit met directeur Reumer – bereikte mij de informatie dat Jelle Reumer een waarschuwing door de politie terzijde had gelegd en geweigerd had de neushoorns te voorzien van replica hoorns. Een stap die in Naturalis terecht wel genomen werd toen wereldwijd een hausse aan inbraken plaatsvond in natuurhistorische musea.

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

De beveiliging van het Westfries Museum was, wat Raaskallende Ruud dan ook beweerde, ver onder de maat. Ruud verwaarloosde die beveiliging jarenlang en sloeg waarschuwingen van zijn beveiligingsinstallateur jaar na jaar in de wind. “We gaven feitelijk nooit aandacht aan de beveiliging” verklaarde zijn conservator ooit tijdens een receptie. Maar, Ruud mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De Klein verwaarloosde zijn verantwoordelijkheid als directeur van het Armando Museum en verzuimde, hoewel zijn museum deelnam aan een door het Mondriaanfonds gesubsidieerd project, te zorgen voor een calamiteitenplan voor zijn museum. Maar, Gerard mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De beveiliging van De Kunsthal, dat was geen nieuws, was onvoldoende en er werden geen aanvullende maatregelen getroffen toen er een kostbare tentoonstelling werd ingericht. Maar, Emily mocht ondanks aantoonbaar falen en domme presentaties in de publiciteit op haar post blijven.

Jelle Reumer weigerde de in zijn museum aanwezige hoorns van neushoorns te beveiligen, maar ook Jelle, het wordt eentonig, mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

Werd Rudy Fuchs gecorrigeerd nadat hij zo onhandig manoeuvreerde in een TV interview? Niet dat ik weet…misschien achter de schermen?

Zo lang eindverantwoordelijken niet op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken en aantoonbaar falen geen consequenties heeft, zal het aanmodderen blijven met de beveiliging van musea.

Ton Cremers

27 januari 2014

January 27th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , ,

De Kunsthal: wat is de vergrotende trap van ‘state of the art’ beveiligen?

24/01/2014 – 12:10Emily Ansenk, directeur van De Kunsthal, verzekert in De Volkskrant van 24 januari 2014 dat De Kunsthal wanneer deze op 1 februari 2014 weer open gaat na een ingrijpende verbouwing ‘goed beveiligd’ is.

Is ‘goed beveiligd’ de vergrotende, of misschien wel overtreffende trap van ‘state of the art’ beveiligd? Want dat was De Kunsthal immers al volgens bluffende Ansenk toen in oktober 2012 op kinderlijk eenvoudige wijze een aantal schilderijen gestolen werd uit haar Kunsthal.

Hoe het ook zij: het camerasysteem is vernieuwd – wat zullen we die nutteloze, nostalgische camerabeelden uit 2012 missen – en er zijn rolluiken aangebracht. Stappen in de goede richting. Hopelijk zijn de buitendeuren inmiddels ook voorzien van normconforme sloten en zullen kostbare objecten in de toekomst getoond worden in inbraakwerende compartimenten of idem vitrines.

De inbraak uit 2012 zal niet alleen de geschiedenis in gaan dankzij de klunzige actie door small-time Oost-Europese crimineeltjes, maar ook dankzij het gestuntel door een betweterige directeur die tijdens een van de belangrijkste tentoonstellingen uit de geschiedenis van De Kunsthal een snoepreisje naar het buitenland maakte en doodleuk haar telefoon uit zette omdat ze niet gestoord wilde worden.

Een bijzondere bedrijfscultuur die museumwereld waarbinnen het mogelijk is dat een falende directeur doodleuk op haar post blijft zitten alsof er niets aan de hand is. Faillissement van verantwoordelijkheid.

Ton Cremers

January 24th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , ,

De Kunsthal: buurman Jelle Reumer gaat uit zijn dak

Update – De Kunsthal: buurman Jelle Reumer gaat uit zijn dak

18/03/2013 – 12:00http://www.museumbeveiliging.com/2012/12/13/de-kunsthal-buurman-jelle-reumer-gaat-uit-zijn-dak/

December 13, 2012

13/12/2012 – 17:45In mijn vorige column ‘Museumbeveiliging, publiciteit en vertrouwelijkheid

‘ trachtte ik uit te leggen wat de drijfveer is achter mijn publieke optreden na ernstige incidenten in de museumwereld. Ik schetste hoe ik over het algemeen reageer op vragen door de pers en waarom ik in drie gevallen, eigenlijke twee, op basis van argumenten ernstige kritiek had op het falend beveiligingsbeleid.

Het fenomeen dat de zo geprezen vrijheid van meningsuiting ineens geen absoluut recht meer is wanneer je een mening hebt die niet in dank wordt afgenomen, is mij al lang bekend. Vandaag werd dat weer eens duidelijk gemaakt door de onderstaande mail die ik kreeg van Jelle Reumer, directeur van Het Natuurhistorisch te Rotterdam:

-citaat openen-

Dag Ton,

Zojuist je column op de website van Museumbeveiliging gelezen. Ik ben geschokt door je onfatsoen.

Ik denk niet dat er sinds de afschaffing van de Inquisitie zoveel vunzig gif over één persoon is heen gegooid. Het is een meer dan walgelijke karaktermoord, en en passant wordt ook Ruud Spruit weer even onderuit geschopt.

In een periode dat het de musea van overheidswege volstrekt onmogelijk wordt gemaakt om ook maar één suppoost te betalen, laat staan gekwalificeerde beveiligingsmedewerkers, kun je je gifspuit beter in de richting van de overheid wenden.

Heb je uit mijn LinkedIn lijst van contacten verwijderd, met mensen van jouw allooi wens ik niet te worden geassocieerd.

 Jelle Reumer, directeur

Het Natuurhistorisch

-citaat sluiten-

Zo, dat liegt er niet om. Waar zijn de argumenten, vraag ik mij dan af. Jelle verwijt mij op hysterische wijze dat ik gif zou strooien over (voormalige) museumdirecteuren en nodigt mij tegelijk uit met gif te gaan spuiten. Ik mag dus van Jelle wel gif spuiten, maar hij moet bepalen welke kant dat gif uit gaat. Beetje aanmatigend en een wat vreemde ‘argumentatie’.

Het is in ieder geval duidelijk: dat het Westfries Museum werd beroofd van 22 schilderijen en dat op kinderlijk eenvoudige wijze 7 schilderijen in twee minuten werden gestolen uit De Kunsthal is de directeuren van die beide musea niet te verwijten, maar het is die kwade overheid die het volstrekt onmogelijk maakt gekwalificeerde beveiligingsmedewerkers aan te trekken. Wel, onze Jelle durft nog al. Volgens hem zijn de beveiligers bij zijn buurvouw, Emily Ansenk van De Kunsthal, dus niet gekwalificeerd. Weet Jelle wel waar hij het over heeft? Die beveiligers in De Kunsthal zijn conform de

Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus

 wel degelijk gekwalificeerd. Mocht dat niet zo zijn, dan handelt De Kunsthal – je kan zo langzamerhand alles verwachten – in strijd met de wet. Niet fris van Jelle Reumer dat hij op deze wijze de beveiligers van De Kunsthal als niet gekwalificeerd onderuit schoffelt. In mijn ogen niets anders dan een trap onder de gordel. Jelle draagt voor zijn buurvrouw een smoes aan waar ze volgens mij echt niet blij mee kan zijn. Hoe was het ook alweer: met een vriend als Jelle heb je geen vijanden nodig?

Zou Reumer het werkelijk menen dat die inbraak en diefstal uit De Kunsthal te wijten is aan de bezuinigende overheid? Stel dat hij gelijk heeft dat de beveiliging van De Kunsthal door gemeentelijke bezuinigingen onder de maat was, was het dan desondanks verantwoord deze tentoonstelling met kostbare bruiklenen te organiseren? Met andere woorden – ik volg de hysterische redenatie (ja, een oxymoron, ik weet het) van Reumer: de overheid knijpt budgetten, de beveiliging (beveiligers) is daardoor niet gekwalificeerd, maar de directie besluit doodleuk kostbare objecten die een bruikleengever aan de zorg van De Kunsthal toevertrouwt te tonen. Het wordt mij ineens duidelijk dat Jelle, hij weet dat zelf nog niet maar hopelijk leest hij ook deze column, het helemaal met mij eens is. De directrice van De Kunsthal wist dat de beveiliging niet in orde was doordat de gemeente op budgetten kortte, maar ging, tegen beter weten in, met deze tentoonstelling door. Foei Ansenk! Cremers en Reumer vinden dat je dat niet had moeten doen.

Met een vijand als Reumer heb ik helemaal geen vrienden nodig!

Noemde ik Ruud Spruit ‘en passant’? Wat een slechte lezer is onze Jelle. Ik noemde raaskallende Ruud helemaal niet ‘en passant’, maar als het meest duidelijke voorbeeld van een directeur die de beveiliging van zijn museum jarenlang stelselmatig verwaarloosde. Lag het toen ook aan de wegens crisis bezuinigende overheid? Welnee: het was juichende hoogconjunctuur toen het Westfries Museum leeggeroofd werd. Er was geld genoeg. Wat bij Spruit ontbrak was een visie, het ontbrak hem aan interesse voor de beveiliging. In de jaren voorafgaand aan de roof uit zijn museum diende Spruit nooit enig voorstel in bij de gemeente om de beveiliging van zijn museum te verbeteren; ondanks dat de installateur hem keer op keer attent maakte op de noodzaak de beveiliging op te waarderen.

Jelle Reumer heeft, net als ik, recht op zijn mening. Jammer dat hij zich beperkt tot opgewonden schelden en geen enkel houdbaar argument aandraagt. Wat zal ik Jelle missen op LinkedIn. Ik ga een zwaar weekend tegemoet.

Ton Cremers

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » De Kunsthal: buurman Jelle Reumer gaat uit zijn dak.

March 18th, 2013

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , ,

www.museumbeveiliging.com/2012/12/12/museumbeveiliging-publiciteit-en-vertrouwelijkheid-2/

Museumbeveiliging, publiciteit en vertrouwelijkheid

12/12/2012 – 11:35http://www.museumbeveiliging.com/2012/12/12/museumbeveiliging-publiciteit-en-vertrouwelijkheid/

December 12, 2012

12/12/2012 – 11:20

Sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw worden mijn contactgegevens door journalisten uit binnen- en buitenland uit de kaartenbak gelicht – zelf nam ik nooit contact op – zodra zich een ernstig incident voordoet bij een collectiebeheerder.  Meestal betreft het musea, maar soms ook bibliotheken, archieven of andere collectiebeheerders. Ik stond pers welwillend, en bijna altijd  terughoudend te woord en beperkte mijn kanttekeningen bij de beveiliging van geslachtofferde collectiebeheerders tot het milde ‘er zijn blijkbaar verbetermogelijkheden’.

In de meeste gevallen koos ik ervoor, soms tegen beter weten in, het slachtoffer te beschermen tegen negatieve opmerkingen over de beveiliging.  Het is nu eenmaal de eerste vraag die alle journalisten stellen: hoe heeft de inbraak, de diefstal, het vandalisme plaats kunnen vinden? Is dit museum goed beveiligd? In een drietal gevallen ging ik verder dan het obligate ‘verbeteringsmogelijkheden’, en wel na de inbraak en diefstal van twee schilderijen uit het Van Goghmuseum (2003), de omvangrijke diefstal uit het Westfriesmuseum in  Hoorn (2005), en de inbraak in De Kunshal, Rotterdam (2012).

BELANGRIJK IS TE WETEN, DAT IK VOOR GEEN VAN DEZE DRIE ORGANISATIES OOIT GEWERKT HEB. Het is nu eenmaal onderdeel van de beroepsethiek van een beveiliger, of beveiligingsadviseur geen mededelingen, en zeker geen vertrouwelijke, over (voormalige) opdrachtgevers te doen.

Terugkijkend op die drie optredens in de publiciteit vind ik, dat ik mij ten aanzien van het Van Goghmuseum terughoudender op had moeten stellen. Aangaande het Westfriesmuseum en De Kunsthal, en beide falende, in de publiciteit mallotig optredende directeuren heb ik geen enkele twijfel over mijn verklaringen in de pers en mijn teksten op mijn website.

Na de inbraak in het Van Goghmuseum – ik werd vanuit Amsterdam door een getuige gebeld  VOORDAT de politie arriveerde – werd ik, zoals altijd belaagd door journalisten die mijn commentaar wilden horen. Zoals altijd was dat commentaar terughoudend, ook op de TV in het programma NOVA. Daar kreeg ik na afloop van het interview de gebruikelijke fles wijn en werd met de taxi naar huis gebracht. De volgende dag, zondag, keerde de rust weer en genoot ik aan het einde van de middag ontspannen van de wijn…en toen werd ik gebeld door een journalist van Het Parool. De eerste les in ‘Omgaan met de pers’, schrijft voor dat alcohol en pers een slechte combinatie vormt. Ik zondigde tegen die les en liet mij ontvallen dat de ladder die de inbrekers gebruikten er al dagen stond en de voorhamer klaar lag op het dak. Niet slim, maar nog minder slim was mijn commentaar dat de criminelen het gebouw blijkbaar beter in de gaten houden dan de beveiligers, want dat werd vanzelfsprekend de volgende dag de kop in de krant. Het gesprek dat later plaatsvond met de toenmalige zakelijk directrice van het museum en het toenmalige hoofd bewaking verliep wat de zakelijk directrice en mij betrof in een goede, sympathieke sfeer. Het hoofd bewaking zat er tandenknarsend bij en knarst, ruim tien jaar na datum, volgens mij nog steeds zijn tanden. Dat die inbraak mogelijk was in zijn museum is eerder de Rijksgebouwendienst te verwijten dan hem. Wat gezegd is, is gezegd en kan na publicatie in een krant niet gewist worden uit het geheugen. Dat er achter deze kwestie en mijn commentaar veel meer schuilt, is zonder meer waar, maar zal vertrouwelijk blijven.

Over het mallotige gedrag, gejok en gedraai van de voormalige directeur van het Westfries Museum schreef ik al meerdere keren. In het Westfries Museum plakten de criminelen tijdens openingstijd de ouderwetse bewegingsmelders af waardoor ze ‘s nachts ongemerkt hun gang konden gaan; 22 schilderijen werden niet alleen uit de lijsten gehaald, maar ook spijkertje-voor-spijkertje verwijderd van de spieramen. Er moet langdurig gefröbeld zijn in het museum. Bovendien werden deuren en vitrines ingetrapt en een aantal zilveren voorwerpen gestolen. Maar wat beweerde de directeur – raaskallende Ruud – de beveiliging was geavanceerd – een glasharde leugen – en de inbrekers ‘zeer professioneel’. Zum kotzen dat een falende manager complimentjes uitdeelt aan criminelen. Ruud liet door zijn liegen de hele museumwereld in de kou staan: de waarheid had zijn collega’s kunnen helpen in het verbeteren van de beveiliging van hun musea. Pikant detail: een paar maanden na deze inbraak en diefstal was Ruud Spruit gastheer bij de presentatie van de Database Incidenten Cultureel Erfgoed (DICE) waar collectiebeheerders hun incidenten kunnen registreren. Pijnlijk dat een directeur die juist helemaal niet bereid bleek de waarheid over een ernstig incident te spreken – en dat bijna acht jaar later nog steeds niet doet – bij dit evenement gastheer mocht zijn. Na een presentatie door ondergetekende in de Reinwardt Academie over diefstallen uit musea – ik nodigde Ruud Spruit daar meerdere keren voor uit, maar hij kwam niet- stuurde de man mij een mail waarin hij bezwaar maakte dat ik over zijn museum had gesproken en dreigde alle museumdirecteuren te waarschuwen voor dat ‘bureautje’ van mij. In mijn presentatie gingen 3 slides, van meer dan 110, over het Westfries Museum en ik onthulde geen vertrouwelijke informatie.

Spruit weigerde dat idiote dreigement in te trekken, dus koos ik ervoor met deze kwestie naar buiten te treden. Ik heb immers een winkeltje en de etalage moet verzorgd worden. Ruud kon een jaar voor zijn pensioen als directeur vertrekken en kwekt nog steeds ondeskundig voort over kunstcriminaliteit en mysterieuze minuscule chips waarmee gestolen schilderijen wereldwijd gevolgd en opgespoord kunnen worden. Over criminaliteit gesproken: wie kan mij vertellen waar het schilderij van Karel Appel gebleven is dat Ruud als museumdirecteur na het organiseren van een tentoonstelling ooit van Appel cadeau kreeg? Ik vraag maar, ik vraag maar…

De Kunsthalkwestie ligt nog vers in het geheugen. De beveiliging daar faalde pijnlijk, want bij een inbraak die slechts twee minuten duurde werden zeven schilderijen gestolen. Spruit blijkt school te hebben gemaakt, want de directrice van De Kunsthal presteerde het na de inbraak te verkondigen dat de beveiliging geavanceerder dan geavanceerd is, en kwalificeerde de beveiliging van De Kunsthal als ‘state of the art’, daarmee zichzelf diskwalificerend als directeur. Zelfs in de dagen na de inbraak verkondigde ze in De Volkskrant en NRC Handelsblad geen aanleiding te zien de beveiliging aan te pakken. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat zo iemand doodleuk op een post blijft waar ze aantoonbaar niet geschikt voor is. De woorden van de voorzitter van de Raad voor cultuur dat musea zich zakelijker moeten opstellen, geldt blijkbaar niet voor falende directeuren. Die kunnen gewoon op hun post blijven.

Dat ik zonder terughoudendheid mijn mening over dit falen geef, kan zijn repercussies hebben op mijn winkeltje. Het zij zo. Dat risico neem ik bewust. Er is namelijk een hoger doel: de beveiliging van cultuurgoed. Ik ben ervan overtuigd dat grote sprongen vooruit gemaakt kunnen worden indien eindverantwoordelijke directeuren persoonlijk aangesproken worden wanneer de kerntaak beveiliging aantoonbaar verwaarloosd is. Dat werd zowel bij het Westfries Museum als bij De kunsthal zonder enige twijfel aangetoond. Niet alleen door de feiten, maar ook door de verklaringen van beide directeuren achteraf in de pers.

Hoe goed de beveiliging ook is, het blijft altijd mogelijk dat er iets fout gaat, maar 22 schilderijen minutieus van de spieramen verwijderen of 7 kostbare schilderijen in twee minuten bij een inbraak stelen valt niet in de categorie ‘iets fout gaan’. Dat is het gevolg van verwaarlozing van de beveiliging en beleidsmatig falen. De enig juiste consequentie is hier dat de eindverantwoordelijke plaats maakt voor een opvolger. Doodleuk blijven zitten is arrogant en een belediging voor het hele museumveld.

Ik zal dit standpunt blijven herhalen en verdedigen..

Ton Cremers

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Museumbeveiliging, publiciteit en vertrouwelijkheid.

December 12th, 2012

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , ,

www.museumbeveiliging.com/2012/11/30/beroofde-musea-de-kunsthal-het-museon-het-westfries-museum-en-aon-artscope-een-wereld-van-overeenkomsten/

30/11/2012 – 22:37

Wat zijn de overeenkomsten tussen het Museon in Den Haag, het Westfries Museum in Hoorn en De Kunsthal in Rotterdam?

In de nacht van 1 op 2 december 2002 werd in het Museon succesvol ingebroken en voor miljoenen aan diamanten sieraden gestolen. De beveiliging van het Museon bleek ver achter te blijven bij de te beschermen waarde.

Op 10 januari 2005 werd het Westfries Museum slachtoffer van criminelen – eigenlijk zou ik moeten schrijven: slachtoffer van falende directeur Ruud Spruit – en werden 22 schilderijen en een aantal zilveren objecten gestolen. De schilderijen werden niet alleen uit de lijsten, maar spijkertje voor spijkertje van de spieramen gehaald. Blijkbaar had(den) de crimine(e)l(en) de tijd, en waren ze zich dat bewust, langdurig met hun buit te fröbelen in het museum. Ze wisten dat de beveiliging niets voorstelde, maar directeur Ruud Spruit zocht en kreeg in de maanden na deze diefstal het door hem zo fel begeerde publicitaire podium om leugens te verkondigen over de beveiliging van zijn museum. Die beveiliging zou ‘geavanceerd’ zijn en op de koop toe strooide hij met complimentjes over de ‘professionaliteit’ van de criminelen.

In de nacht van 15 op 16 oktober werd (te) eenvoudig ingebroken in De Kunsthal en werden zeven schilderijen gestolen. Emily Ansenk, directeur van De Kunsthal, bleek na deze inbraak en diefstal te horen tot de Spruitiaanse school en blaatte nonsens over de beveiliging van De Kunsthal.

Wat dat betreft pakte Bert Molsbergen, in 2002 nog directeur van het Museon, het veel slimmer aan. Hij onthield zich publiek van alle commentaar over de beveiliging van het Museon.

Er is tot op heden (30 november 2012) geen enkel spoor gevonden van de objecten gestolen uit het Museon, het Westfries Museum of De Kunsthal.

Er is echter nog een opvallende overeenkomst tussen deze drie musea (ik noem voor het gemak De Kunsthal ook museum): alle drie maakten ze gebruik van de ‘diensten’ van verzekeringsmakelaar AON Artscope. ‘Diensten’ tussen aanhalingstekens omdat bij deze diensten kritische vragen moeten worden gesteld.

Een aantal jaren geleden werd ik in het Algemeen Dagblad geciteerd met: “Verzekeraar AON Artscope zal wel gedacht hebben, er gebeurt toch niets”. Het ging toen over het Museon. Toenmalig directeur Nederland van AON Artscope, Cees Kortleve, reageerde verbolgen. Hij maakt in zijn mail aan mij, mij terecht erop attent dat AON Artscope verzekeringsmakelaar is en geen verzekeraar. Verder schreef hij mij dat ik ongetwijfeld veel capaciteiten heb, maar dat helderziendheid daar niet bij hoort, en dat ik niet kan weten wat AON Artscope denkt. Daar had meneer Kortleve slechts zeer gedeeltelijk gelijk: een van zijn medewerkers vertelde mij TWEE WEKEN VOOR DAT DE INBRAAK IN HET MUSEON PLAATSVOND, dat de beveiliging van het Museon ‘om te huilen’ was. Ik heb Kortleve in reactie op zijn mail aan mij laten weten dat hij zich niet zo aanmatigend op moest stellen omdat ik anders naar buiten zou treden met deze informatie. Hierop reageerde Kortleve – misschien doodgeschrokken, maar ja: ik ben niet helderziende en weet dat niet – niet meer. Nadat de beveiliging van het Museon en AON Artscope gefaald had en voor mijoenen gestolen werd, kwam de verzekeraar in beeld. de rol van de makelaar is na een inbraak feitelijk uitgespeeld. De verzekeraar vond, evenals AON Artscope, de beveiliging onder de maat en weigerde uit te keren. Voor zover ik weet draaide de gemeente Den Haag uiteindelijk voor de schade op. Ik trok destijds en ook nu de conclusie dat de rol van AON Artscope slechts een administratie – opstrijken van provisie – was en dat men zich passief opstelde daar waar het eisen aan de beveiliging betrof.

Bij het Westfries Museum van hetzelfde laken een pak. De beveiliging was waardeloos, de schade groot – onder andere voor Museum Boijmans Van Beuningen dat een schilderij kwijtraakte – en AON Artscope was de verzekeringsmakelaar.

Ik moet helaas in herhaling vallen: ook bij de Rotterdamse Kunsthal waar kinderlijk eenvoudig ingebroken werd was AON Artscope de verzekeringsmakelaar en wat verklaarde Emily Ansenk, directeur van De Kunsthal: “De verzekeraar (ze moet hier bedoeld hebben: de verzekeringsmakelaar) was akkoord met de beveiliging. So what? Alsof De Kunsthal geen eigen verantwoordelijkheid heeft voor de beveiliging. Je vraagt je af wat de rol was van AON Artscope bij de aanloop naar de kostbare tentoonstelling. Akkoord met de beveiliging, die helaas zo aantoonbaar faalde. Wat nou akkoord? Op grond van welke maatstaven? Vond er een grondige analyse van de risico’s plaats? Natuurlijk niet, want anders had deze inbraak nooit succesvol – voor de criminelen – mogen plaatsvinden.

Is het toeval dat AON Artscope de verzekeringsmakelaar was bij deze drie musea die slachtoffer werden van criminelen omdat de beveiliging alles behalve ‘state of the art’ was?

Er werd het afgelopen decennium bij meer Nederlandse musea succesvol ingebroken. Laat ik nu heel benieuwd zijn of AON Artscope zijn ‘diensten’ ook aanbood aan het Frans Halsmuseum, het Van Goghmuseum, het Stadsmuseum IJsselsteijn, Museum GoudA….

Ton Cremers

 

November 30th, 2012

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

www.museumbeveiliging.com/2012/11/30/nog-een-keer-de-kunsthal/

30/11/2012 – 22:17

In de nacht van 15 op 16 oktober werden bij een inbraak en diefstal zeven kostbare (hoe kostbaar is onduidelijk) schilderijen gestolen uit de Kunsthal in Rotterdam. De ochtend van 16 oktober werd ik door een journalist gebeld over deze inbraak. ik wist op dat moment nog van niets. Al snel kwam de hele publicitaire machine op gang en werd ik binnen een half uur zestien (!) keer gebeld. Resultaat: de hele dag interviews met radio- en TV-journalisten uit binnen- en buitenland. Veel van de interviews werden opgenomen aan de achterzijde van de Kunsthal. Ik heb de hele dag – tegen beter weten in – vragen van journalisten over de kwaliteit van de beveiliging beantwoord met: “Op een schaal van 0 tot 10 verdient De Kunsthal een 8”. Het is nu eenmaal niet mijn gewoonte een op de grond spartelend slachtoffer na te trappen (voor alle duidelijkheid: het is ook niet mijn gewoonte, en zelfs in strijd met mijn beroepsethiek mededelingen te doen over musea waar ik voor gewerkt heb; ik werkte niet voor De kunsthal, noch voor de directrice Emily Ansenk; ik heb haar nooit ontmoet). Zelfs ‘s avonds toen ik door Matthijs van Nieuwkerk geïnterviewd werd in De Wereld Draait Door heb ik niet het achterste van mijn tong laten zien en beperkte mij tot de kwalificatie dat er blijkbaar ‘verbetermogelijkheden’ zijn. Ik had wel al twee keer de directrice van De kunsthal, Emily Ansenk, in persconferenties aan het woord gehoord. De eerste persconferentie vond plaats op 16 oktober om 14.00 uur. Die tijd is belangrijk omdat Emily Ansenk toen in haar Kunsthal ingebroken werd in het buitenland verbleef. Pikant detail is niet alleen dat Emily Ansenk tijdens de viering van het 20-jarig bestaan van De Kunsthal in het buitenland was, maar dat ze daar was in een periode waarin een van de belangrijkste tentoonstellingen uit de geschiedenis van De Kunsthal plaatsvond. Het wordt nog boeiender wanneer in de krant te lezen staat dat Emily Ansenk unverfroren en alsof het de normaalste zaak van de wereld was voor het slapen gaan haar telefoon op stil zette. Eindverantwoordelijke directeur van De Kunsthal, een zeer kostbare en belangrijke tentoonstelling, breed uitgepakt met 20-jarig bestaan, en dan zet je je telefoon op stil omdat je lekker slapen wilt, alsof je staf (en familie) niet zouden weten dat ze je ‘s nachts alleen voor dringende zaken mogen bellen? Je telefoon op stil?? Dat gaat er bij mij niet in, maar blijkbaar vindt Emily Ansenk dat de normaalste zaak van de wereld.

Maar goed…Emily Ansenk komt dus om 12.00 uur op Schiphol aan en zal vandaar ongeveer een uur nodig hebben gehad om in Rotterdam aan te komen. Weer een uur later geeft Emily Ansenk een persconferentie en waar begint ze mee…met: “Dames en heren, eerst wil ik de mededeling kwijt dat deze inbraak in de Nederlandse museum- en kunstwereld (wie zijn dat?) als een bom is ingeslagen”. Een overbodige verklaring omdat inbraken in musea waarbij kostbare objecten worden gestolen altijd als een een bom inslaan. Er is echter meer: Emily Ansenk is nog geen twee uur in Nederland en weet nu al te melden hoe de Nederlandse museum- en kunstwereld deze inbraak ervaren heeft. Managers die vermoedens en platitudes, de intelligentie van toehoorders onderschattend, presenteren als gecontroleerde feiten zijn blufmanagers die meestal iets te verbergen hebben. Later op de dag werd het nog erger. Volgens Emily Ansenk was de beveiliging van De Kunsthal ‘state of the art’. Zo zeer ‘state of the art’ dat de volgende dag allemaal betonnen plantenbakken voor de glazen puien werden geplaatst. Blijkbaar kan zelfs ‘state of the art’ nog beter. Een idiote actie, want er had helemaal geen ramkraak plaatsgevonden, of was het misschien zo dat Emily Ansenk het diep in haar hart met mij eens was dat het compartimentloze Kunsthalgebouw veel te kwetsbaar is voor een tentoonstelling met kostbare schilderijen?

Wat betekende die verklaring van Emily Ansenk dat de beveiliging van De Kunsthal ‘state of the art’ was? Niets anders dan dat er feitelijk geen ruimte was voor verbetering van die beveiliging. ‘State of the art’ betekent immers ‘het beste van het beste’, volgens de modernste inzichten en technieken. Dat Emily Ansenk zoiets bedoelde bleek een dag later toen ze in De volkskrant werd geciteerd met de mededeling dat er geen reden was de beveiliging aan te pakken (enkele dagen later herhaald in een lang interview – grotendeels afgenomen voordat die rampzalige inbraak plaatsvond – in NRC/Handelsblad).

Na de absurde verklaringen door Emily Ansenk – hoe haalde ze het in haar hoofd om de beveiliging van De kunsthal te loven nadat die beveiliging zo ernstig gefaald had – kon ik niet anders dan werkelijk mijn mening te geven over die slordige beveiliging. Had ik Emily Ansenk gesteund in haar wereldvreemde kwalificaties over de beveiliging van De Kunsthal, dat had ik mij volledig belachelijk gemaakt tegenover mijn peergroup, de (museum)beveiligingswereld. Voor iedere beveiliger, en niet alleen voor deze beroepsgroep, was het immers overduidelijk dat de beveiliging van De Kunsthal ‘het naatje’ is. Wat dat betreft waren de camerabeelden die op TV en internet getoond werden overduidelijk: ze lieten immers zien dat de beveiliging van De Kunsthal alles behalve ‘state of the art’ is.

Wat bezielde Emily Ansenk om deze ‘state of the art’ verklaring af te geven? Er zijn enkele opties. Emily Ansenk was (is nog steeds?) de overtuiging toegedaan dat de beveiliging van De Kunsthal ‘state of the art’ is. Iemand die zo blind is voor de feiten en zich zo naïef opstelt, hoort niet op de positie thuis van eindverantwoordelijke van De Kunsthal. Let wel: strikt genomen MOET de beveiliging van De Kunsthal ‘state of the art’ zijn omdat De kunsthal het tot zijn taak gemaakt heeft alleen bezittingen van anderen te tonen. De Kunsthal heeft geen eigen collectie. Wanneer je alleen eigendom van anderen toont, en dus tijdelijk verantwoordelijk bent voor die bezittingen, dan stelt dat extra eisen aan de beveiliging.

Er is nog een andere optie: Emily Ansenk wist wel dat de beveiliging niet ‘state of the art’ was, maar verklaarde dat tegen beter weten in (om zichzelf in te dekken?). Oeps; dat lijkt mij helemaal een reden op zoek te gaan naar een nieuwe carriere, want jokkende managers zijn slechte managers.

Mocht Emily Ansenk een security manager, facility manager, hoofd bewaking in haar team hebben die niet tegen zijn taak opgewassen is, dan is ook dat haar verantwoordelijkheid. Gelukkig weet ik dat er een deskundige in De Kunsthal in dienst is die alles afweet van INCI/DETAR en De Haagse Methodiek en de vereiste papieren op zak heeft. Dus, wat dat betreft hoeft Emily Ansenk zich niet te schamen (ook al was deze functionaris al in dienst toen Wim Pijbes aan het roet stond). Is het misschien zo, dat ze de deskundigheid binnen haar beveiligingsteam genegeerd heeft bij de voorbereidingen op deze tentoonstelling? Wie zal het zeggen? Ik weet het niet. De feiten hebben overduidelijk gemaakt dat De Kunsthal niet de maatregelen heeft getroffen die nodig waren voor veilig verloop van deze tentoonstelling. Iets te veel gericht op de feesten die een week na de inbraak plaatsvonden om het – willekeurige – 20-jarig bestaan te vieren?

Beveiliging en veiligheid behoren tot de kerntaak van ieder museum. Ook voor De Kunsthal, ongeacht het feit dat De Kunsthal strikt genomen niet onder de museumdefinitie valt. Emily Ansenk vindt dat ze aan museale normen moet voldoen, anders was ze de persconferentie om 14.00 uur op 16 oktober 2012 nooit begonnen met verwijzing naar ‘de Nederlandse museumwereld’. Als Ansenk dan toch vindt tot deze wereld te behoren, dan had ze veel beter zorg moeten (laten) dragen voor de beveiliging en veiligheid van De Kunsthal. Hoe absurd het was zich te verschuilen achter de verzekeraar (ze bedoelde natuurlijk verzekeringsmakelaar AON Artscope) zal ik in een volgende column toelichten.

Het wordt tijd dat binnen de Nederlandse museumwereld een bedrijfscultuur ontstaat waarbij falende directeuren – ik onderdruk met enige moeite de neiging weer over die mallotige Ruud Spruit, voormalig directeur van het Westfries Museum te Hoorn, te beginnen – niet wegkomen met nonsensverklaringen over de beveiliging van hun museum, maar ook werkelijk als eindverantwoordelijke worden aangesproken.

Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur, verkondigde enkele maanden geleden dat musea zich zakelijker moeten opstellen. Dat geldt ook voor de conclusies die getrokken moeten worden indien er aantoonbaar gefaald wordt door de eindverantwoordelijke directeur. De inbraak en diefstal uit De Kunsthal toonden al aan dat er fundamenteel gefaald is. De ‘state of the art’ en aanvullende verklaringen door Emily Ansenk laten zien hoe hardleers dat falen is.

Word vervolgd: De Kunsthal en AON Artscope

Ton Cremers

 

 

November 30th, 2012

Posted In: Geen categorie

Tags: , , ,

www.museumbeveiliging.com/2012/10/23/ruud-spruit-en-emily-ansenk-slachtoffer-van-beveiligingsmafia/

23/10/2012 – 20:28In een huilerig ingezonden stuk in de NRC Handelsblad van 23 oktober 2012 doet Ruud Spruit, voormalig directeur van het Westfries Museum in Hoorn, zijn beklag over de beveiligingsmaffia die directeuren van musea waar ingebroken is lastig valt. Sterker nog: de directeuren zijn slachtoffer van de beveiligingsmafia. Spruit doet hier aan vervalsing van feiten. Zo kennen we hem ook. Als directeur van het Westfries Museum verwaarloosde hij stelselmatig de beveiliging van zijn museum, ondanks de herhaalde waarschuwingen die hij kreeg van zijn beveiligingsinstallateur (destijds Initial Varel).

10 Januari 2005 werd het Westfries Museum beroofd van 24 schilderijen en een aantal zilveren voorwerpen. Al deze gestolen stukken zijn nog steeds zoek. De dieven haalden de schilderijen niet alleen uit de lijsten, maar ook spijkertje voor spijkertje van de spieramen. Ze moeten daar veel tijd voor uitgetrokken hebben. Dat kon ook omdat ze overdag de bewegingsmelders hadden afgeplakt. Het museum had een beveiligingssysteem dat ver onder de norm was voor een museum. Maar, wat beweerde Spruit na de inbraak: het museum had een geavanceerd (lijkt een beetje op: ‘state of the art’) beveiligingssysteem en was het slachtoffer van zeer professionele criminelen. Ja, dat doe je dan als falende directeur: je liegt over je beveiliging en geeft criminelen een compliment met hun professionaliteit. Zelfs zeven jaar later heeft Spruit niets geleerd en jokt vrolijk verder over zijn rol en blijft fantaseren over minuscule chips waarmee je schilderijen na diefstal wereldwijd via GPS kan volgen. Die chips kunnen ‘met een dun draadje verborgen in de lijsten’ – wat een nonsens! – voor criminelen verborgen blijven. Wat jammer, klaagt Spruit in zijn ingezonden brief dat het bedrijf dat deze techniek ontwikkelde andere prioriteiten gesteld heeft. Dat bedrijf heeft helemaal geen andere prioriteiten gesteld, maar heeft simpelweg Spruits natte-chips-droom niet waar kunnen maken.

Je krijgt bijna medelijden met Emily Ansenk, directeur van de Kunsthal, dat Spruit haar bombardeert tot lotgenoot. Ik kan me niet voorstellen dat mevrouw Ansenk daar blij mee is. De beveiliging van de Kunsthal verdient geen schoonheidsprijs, daar is inmiddels genoeg over gezegd, maar de schaamteloze wijze waarop Spruit zijn museum destijds verwaarloosde slaat werkelijk alles. Hij voelt zich niet alleen slachtoffer van professionele criminelen, maar ook van de beveiligingsmafia. Ik houd het er op dat Nederlands cultuurbezit geslachtofferd is door de nalatigheid van Spruit.

Ton Cremers

Museum Security Network

October 23rd, 2012

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , ,