This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 28th, 2014

Posted In: insider theft

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 28th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

Wie beschermt onze Rembrandts? Predictive Profilers!

27/02/2014 – 12:27In Het Parool van 26 februari 2014 wordt het hoofd beveiliging van het Rijks, Emile Broersma, wederom geciteerd; vrouwen zouden beter zijn in observeren dan mannen. Het zij zo (is dat zo?).

Keuze op gender blijft omstreden, maar niet bij Broersma. Volgens de journaliste van Het Parool, Lorianne van Gelder, hebben de aanhangers van predictive profiling voorlopig het gelijk aan hun kant omdat er sinds 2006, de aanval op een schilderij van Van der Helst, geen incidenten meer zijn geweest in het Rijks. Wel, in de zestien jaar daaraan vooraf gaand waren er ook geen ernstige incidenten. Je zou met evenveel recht kunnen zeggen dat het 16 jaar goed ging dankzij het ontbreken van predictive profilers. Een nonsensverklaring, evenals de verklaring nonsens is dat aanhangers van predictive profiling hun gelijk aantonen doordat er sinds 2006 geen incidenten zijn geweest. In een eerdere column onder de titel Profiling in musea – geen detectiepoortje kan op tegen een mooie jonge vrouw stak ik al de draak met de reclamefolder bla bla rondom predictive profiling.

De verklaring in Het Parool dat predictive profilers het gelijk aan hun kant hebben is zowel historisch als inhoudelijk op los zand gebaseerd.

Het Rijksmuseum is meer dan tien jaar grotendeels gesloten geweest in verband met een grondige restauratie en verbouwing. Gedurende die gedeeltelijke sluiting was de Zuidvleugel – de Philipsvleugel – voor bezoekers geopend die daar de highlights van het museum konden zien. Dat gecondenseerde museum ontving jaarlijks bijna evenveel bezoekers als toen het museum nog helemaal open was. Tot aan het moment dat het Rijks weer helemaal opende, medio april 2013, werden alle bezoekers bij de entree via een geavanceerd detectiesysteem gescreend. Bijna dagelijks werden er messen, pepperspray, vloeistoffen en zelfs hamers uit de bagage en kleding van bezoekers gevist.  Het is pas sinds tien maanden dat geen gebruik wordt gemaakt van dat systeem, maar van predictive profilers. Ik vrees dat al die enge materialen nu dagelijks het museum binnen komen. Dat de aanhangers van predictive profiling het gelijk aan hun kant hebben is historisch strijdig met de vele jaren zonder predictive profiling en zonder incidenten en met de slechts korte tijd dat het nieuwe Rijks weer open is.

Inhoudelijk klopt de conclusie door Lorianne van Gelder, ongetwijfeld ingefluisterd door Emile Broersma, ook niet. Het is namelijk vrijwel onmogelijk de kwaliteit van bewaking en beveiliging af te meten aan het uitblijven van incidenten. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw – ja, ja, zo lang lopen we al mee – vergaten schoonmakers in het Van Goghmuseum de buitendeur te sluiten nadat ze het bordes hadden geveegd. Toen de beveiligers hun posten innamen bleken er al toeristen, met rugzak en al, in het museum rond te lopen. Dat incidenten uitbleven, zegt dus niets over de kwaliteit van de bewaking en beveiliging op dat moment. Dat er sinds de opening van het Rijks geen incidenten plaatsvonden, zegt helemaal niets, pro noch contra, over het effect van predictive profiling in de museale context. Dat Broersma zich dit niet realiseert zegt wel van alles over zijn deskundigheid als beveiliger.

De kwaliteit van gebruikte beveiligingssystemen wordt pas duidelijk zodra zich (bijna-)incidenten voordoen. Predictive profiling heeft niet kunnen voorkomen dat een jeugdige bezoeker op een kostbare chaise longue ging zitten. Betekent dit nu dat die predictive profiling tekort schoot? Het zou kwaadaardig zijn als ik die gemakkelijke conclusie trok. Dat het museum overging tot aangifte omdat de schade ‘aanzienlijk’ zou zijn en dat men later spijt had van die aangifte, de schade niets voorstelde en de bedvandaal door de rechter werd vrijgesproken is een smet op het blazoen van het Rijks.

Stel dat er een ernstiger incident in het museum plaatsvindt, moet dan de conclusie worden getrokken dat predictive profiling gefaald heeft? Nee, er zou hoogstens kritisch bekeken moeten worden in hoeverre de investering in predictive profiling rendement oplevert. Bij dat rendement heb ik nu al grote vraagtekens.

Sinds 1984 – ik neem gemakshalve een periode van 30 jaar – ontving het Rijks circa 35 miljoen bezoekers. In die periode deden zich 5 incidenten (1 op de 7.000.000 bezoekers) van enige omvang voor: diefstal 18de eeuws klokje tijdens de gesloten maandag (interne kwestie?), diefstal van een ornamentbeeldje van een kast (op tweede Paasdag eind jaren tachtig), zoutzuuraanval op De Nachtwacht (1990), diefstal fragment Perzisch tapijt (2000) en de aanval op het schilderij van Van der Helst in 2006. Zeker vergeleken met de tijdspanne en het aantal bezoekers een gering aantal incidenten. Bij vier van die vijf incidenten had predictive profiling eventueel een preventieve rol kunnen vervullen. Ik zeg het met grote voorzichtigheid, want er is geen enkele zekerheid en ik heb zo mijn twijfels. Ook toekomstige incidenten zullen alleen dan iets over predictive profiling kunnen zeggen indien PP aantoonbaar een bijna-incident heeft voorkomen. Dat zal niet gemakkelijk te bewijzen zijn.

Is de investering in PP dan zinloos? Ik denk het niet. Wat zinloos en aanmatigend is, is PP te presenteren als ver superieur boven een detectiesysteem bij de entree waar meer dan tien jaar lang, dag-in-dag-uit van aangetoond is dat er resultaat was.

De predictive profiler die deze week, door getuige geconstateerd, in de onderdoorgang een passerende persoon met een capuchon aansprak met: “He, wat moet jij hier?!”, heeft het PP principe niet goed begrepen. Misschien kan het Rijks nog een dure aanvullende cursus kopen….

 

Toch moet ik een compliment maken, en wel voor de vasthoudende marketing rondom predictive profiling door een kongsi van voormalig politiemensen. Blijkbaar werd ook Lorianne van Gelder, journalist bij een kwaliteitskrant, ingepalmd door de gladde jongens.

 

Ton Cremers

Den Haag, 27 februari 2014

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Wie beschermt onze Rembrandts? Predictive Profilers!.

February 27th, 2014

Posted In: Mailing list reports

Profiling in musea – geen detectiepoortje kan op tegen een mooie jonge vrouw

26/02/2014 – 15:16“Rijks verruilt bewaker voor geheim agente” (Het Financieel Dagblad, 8 februari 2014).

Volgens Emile Broersma, hoofd beveiliging van het Rijksmuseum te Amsterdam, kan de nieuwste elektronische detectieapparatuur niet tippen aan goed getrainde mensen. Een zeer aanvechtbare appels-met-peren vergelijking. Op grond van goede argumenten kan het tegenovergestelde beweerd worden. De onwetenschappelijkheid druipt van Broersma’s niet gefundeerde opmerking af; niveau STER reclame. Ik krijg er dezelfde kriebels bij als bij de gezondheidclaims van cholesterol verlagende voedingsmiddelen, calorieloze cola’s, wasmiddelen die witter dan wit wassen en auto’s die 1 op 50 rijden. Stuitende borstklopperij. Hier preekt de vos de passie, want wat is er aan de hand?

Broersma, nauwelijks nog verhuld, prijst een beveiligingsmethodiek aan die zijn makkers van Art Secure al enkele jaren aan musea proberen te slijten via cursussen ‘predictive profiling’. Sterker nog: Broersma trad namens Art Secure op als cursusleider in andere musea. Er heeft zich een kongsi gevormd van voormalige politiemensen die, met eurotekens op het netvlies, onbewezen succes claimen bij de beveiliging van musea.

Is predictive profiling dan nutteloos? Ik zal niet in dezelfde kuil als Broersma en consorten vallen door ongefundeerd het tegendeel te beweren van hun promotalk. Goed observeren van individuen in mensenmassa’s zal ongetwijfeld nut hebben, zeker indien die observatie gebaseerd is op instructie en oefening. Niets op tegen. Echter, wanneer succesverhalen komen uit de mond van mensen die direct of indirect financieel belang hebben bij het aanprijzen van een product en wanneer dat product dan ook nog eens aangeprezen wordt als DE oplossing, dan ontstaat bij mij argwaan. Hoed je voor de adviseur die oplossingen verkoopt.

Afgelopen zomer heb ik aan den lijve ondervonden hoe betrekkelijk het succes van die aangeprezen observatiemethodiek is. TV zender AT5 nodigde mij via een e-mail uit mee te werken aan een undercover test van de beveiliging van het Rijksmuseum. Ik wilde daar, natuurlijk, niet aan meewerken en stuurde de mail van AT5 door naar Broersma in het Rijksmuseum en zijn collega Drenth (ten overvloede: ook ex-politie en ook met een lijntje naar Art Secure) van het Van Goghmuseum. Beide heren schoten in een onbegrijpelijke angststuip. Hoewel ze die AT5 mail van mij kregen, nam geen van beiden de moeite met mij contact op te nemen. Vooral Broersma maakte het bont. Hij liet via een PowerPoint presentatie – let wel, in mijn bezit – drie dagen achtereen tijdens de ochtendbriefing in het Rijksmuseum mijn portret aan alle beveiligingsmedewerkers zien onder het kopje ‘verdachte personen’, met de nadrukkelijke opdracht om zodra ik het Rijks betrad de meldkamer te alarmeren en met het even nadrukkelijke verbod met mij in gesprek te gaan. Interessant is dat ik alle dagen waarop mijn portret op diffamerende wijze werd getoond door medewerkers uit het Rijksmuseum werd gebeld. Tot zover de falende solidariteit van die medewerkers met hun beveiligingsbaas. In plaats van die overspannen actie had een telefoontje van Broersma, of Drenth, naar mij alle kou uit de lucht kunnen helpen.

Broersma’s door achtervolgingswaanzin ingegeven geklungel kon niet anders dan als een rechtstreekse uitnodiging om het Rijks te bezoeken worden opgevat. Een riskante onderneming, begrijp ik nu uit het artikel in Het Financieel Dagblad, want lekkere meiden ‘die minder snel dan mannen afgeleid zijn’ en met ‘genetisch meer oog voor detail’ zouden via hun niet te onderschatten observatievaardigheden mij natuurlijk meteen door hebben, de meldkamer zou gealarmeerd worden en niemand zou het aandurven met mij in gesprek te gaan. ‘Genetisch meer oog voor detail’? Heeft Broersma na meerdere feministische golven en jarenlange emancipatie een typisch vrouwenberoep gevonden? Wat een van machismo doordrenkte discriminatie. Medewerkers worden door Broersma zonder enige schroom op basis van genen en uiterlijk geselecteerd. Is dat officieel Rijksmuseumbeleid? Die Dr. Cesare Broersma Lombroso toch! Van alle markten thuis, een multi-talent.

Ik zag tijdens mijn bezoek aan het Rijks bij de ingang slechts geanimeerd met elkaar kletsende beveiligers; het viel mij op dat bezoekers overdreven populair en tutoyerend, of in steenkolenengels werden aangesproken – plaatsvervangende schaamte was mijn deel – en dat een bezoeker een terracotta dubbelportret op de ‘beletage’, in de oostelijke kabinetten, liefkoosde, bekrabbelde en zich met zijn arm om het terracottabeeld door zijn partner liet fotograferen. Nogal afwijkend gedrag, maar geobserveerd door die schoonheidskoninginnen met bijzondere genen? Nee.

Kreeg ik enige extra aandacht bij mijn bezoek? Ik moet, gebukt onder teleurstelling, ontkennen. Werd de meldkamer of een leidinggevende geïnformeerd over mijn aanwezigheid? Nee. Hielden de mij bekende medewerkers zich aan het nadrukkelijke verbod met mij te spreken? Mag ik die vraag onbeantwoord laten? Fantaseert u maar, net zoals Broersma fantaseert over het effect van ‘predictive profiling’ en de observatiekwaliteiten van mooie meisjes.

Ik heb nooit de loftrompet geblazen over enig beveiligingssysteem omdat zulks zich tegen je keert wanneer het fout gaat. Hopelijk valt Broersma niet in de kuil die hij stelselmatig voor zichzelf graaft met zijn lofzangen op mooie dames en observatie van afwijkend gedrag. Ik gun het Rijks alle goeds en hoop van harte dat het op beveiligingsgebied nooit fout gaat, maar diep in mij is een duiveltje dat bijna onhoorbaar bij voorbaat in zijn vuistje lacht.

Overigens: laat ik nu altijd gedacht hebben dat het not-done is mededelingen te doen over je beveiliging. Ik raad iedereen aan die in het Rijksmuseum iets wil uitspoken: beware of beautiful girls.

Ton Cremers,

Den Haag, 26 februari 2014

 Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Profiling in musea – geen detectiepoortje kan op tegen een mooie jonge vrouw.

February 27th, 2014

Posted In: Mailing list reports

27/02/2014 – 12:27

In Het Parool van 26 februari 2014 wordt het hoofd beveiliging van het Rijks, Emile Broersma, wederom geciteerd; vrouwen zouden beter zijn in observeren dan mannen. Het zij zo (is dat zo?).

Keuze op gender blijft omstreden, maar niet bij Broersma. De vraag dringt zich op wat de mannelijke profilers in het Rijksmuseum vinden van Emile’s in allerlei publicaties ge-etaleerde voorkeur. Ze krijgen immers keer op keer in de krant te lezen dat hun vrouwelijke collega’s volgens Broersma beter geschikt zijn voor deze functie. Ik vraag mij af hoe Broersma, die altijd zijn mond vol heeft over synergie, dit vermeende verschil in talent verwerkt in de periodieke beoordeling van zijn medewerkers. Broersma mag zijn voorkeuren hebben en zelfs etaleren. Het is de vraag of hij een grens overschrijdt wanneer hij, gebruikmakend van de afgekorte naam van de organisatie waar hij voor werkt, er blijk van geeft zijn hitsige obsessie door de ‘genen’ van de vrouw niet te kunnen beheersen: Emile Broersma ‏@RMAbackstage  14 mei 2010 @HMHBackstage wat zat er in dat truitje?? RMAbackstage? Achter de schermen van RijksMuseum Amsterdam?

Volgens de journaliste van Het Parool, Lorianne van Gelder, hebben de aanhangers van predictive profiling voorlopig het gelijk aan hun kant omdat er sinds 2006, de aanval op een schilderij van Van der Helst, geen incidenten meer zijn geweest in het Rijks. Wel, in de zestien jaar daaraan vooraf gaand waren er ook geen ernstige incidenten. Je zou met evenveel recht kunnen zeggen dat het 16 jaar goed ging dankzij het ontbreken van predictive profilers. Een nonsensverklaring, evenals de verklaring nonsens is dat aanhangers van predictive profiling hun gelijk aantonen doordat er sinds 2006 geen incidenten zijn geweest. In een eerdere column onder de titel Profiling in musea – geen detectiepoortje kan op tegen een mooie jonge vrouw stak ik al de draak met de reclamefolder bla bla rondom predictive profiling.

De verklaring in Het Parool dat predictive profilers het gelijk aan hun kant hebben is zowel historisch als inhoudelijk op los zand gebaseerd.

Het Rijksmuseum is meer dan tien jaar grotendeels gesloten geweest in verband met een grondige restauratie en verbouwing. Gedurende die gedeeltelijke sluiting was de Zuidvleugel – de Philipsvleugel – voor bezoekers geopend die daar de highlights van het museum konden zien. Dat gecondenseerde museum ontving jaarlijks bijna evenveel bezoekers als toen het museum nog helemaal open was. Tot aan het moment dat het Rijks weer helemaal opende, medio april 2013, werden alle bezoekers bij de entree via een geavanceerd detectiesysteem gescreend. Bijna dagelijks werden er messen, pepperspray, vloeistoffen en zelfs hamers uit de bagage en kleding van bezoekers gevist.  Het is pas sinds tien maanden dat geen gebruik wordt gemaakt van dat systeem, maar van predictive profilers. Ik vrees dat al die enge materialen nu dagelijks het museum binnen komen. Dat de aanhangers van predictive profiling het gelijk aan hun kant hebben is historisch strijdig met de vele jaren zonder predictive profiling en zonder incidenten en met de slechts korte tijd dat het nieuwe Rijks weer open is.

Inhoudelijk klopt de conclusie door Lorianne van Gelder, ongetwijfeld ingefluisterd door Emile Broersma, ook niet. Het is namelijk vrijwel onmogelijk de kwaliteit van bewaking en beveiliging af te meten aan het uitblijven van incidenten. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw – ja, ja, zo lang lopen we al mee – vergaten schoonmakers in het Van Goghmuseum de buitendeur te sluiten nadat ze het bordes hadden geveegd. Toen de beveiligers hun posten innamen bleken er al toeristen, met rugzak en al, in het museum rond te lopen. Dat incidenten uitbleven, zegt dus niets over de kwaliteit van de bewaking en beveiliging op dat moment. Dat er sinds de opening van het Rijks geen incidenten plaatsvonden, zegt helemaal niets, pro noch contra, over het effect van predictive profiling in de museale context. Dat Broersma zich dit niet realiseert zegt wel van alles over zijn deskundigheid als beveiliger.

De kwaliteit van gebruikte beveiligingssystemen wordt pas duidelijk zodra zich (bijna-)incidenten voordoen. Predictive profiling heeft niet kunnen voorkomen dat een jeugdige bezoeker op een kostbare chaise longue ging zitten. Betekent dit nu dat die predictive profiling tekort schoot? Het zou kwaadaardig zijn als ik die gemakkelijke conclusie trok. Dat het museum overging tot aangifte omdat de schade ‘aanzienlijk’ zou zijn en dat men later spijt had van die aangifte, de schade niets voorstelde en de bedvandaal door de rechter werd vrijgesproken is een smet op het blazoen van het Rijks.

Stel dat er een ernstiger incident in het museum plaatsvindt, moet dan de conclusie worden getrokken dat predictive profiling gefaald heeft? Nee, er zou hoogstens kritisch bekeken moeten worden in hoeverre de investering in predictive profiling rendement oplevert. Bij dat rendement heb ik nu al grote vraagtekens.

Sinds 1984 – ik neem gemakshalve een periode van 30 jaar – ontving het Rijks circa 35 miljoen bezoekers. In die periode deden zich 5 incidenten (1 op de 7.000.000 bezoekers) van enige omvang voor: diefstal 18de eeuws klokje tijdens de gesloten maandag (interne kwestie?), diefstal van een ornamentbeeldje van een kast (op tweede Paasdag eind jaren tachtig), zoutzuuraanval op De Nachtwacht (1990), diefstal fragment Perzisch tapijt (2000) en de aanval op het schilderij van Van der Helst in 2006. Zeker vergeleken met de tijdspanne en het aantal bezoekers een gering aantal incidenten. Bij vier van die vijf incidenten had predictive profiling eventueel een preventieve rol kunnen vervullen. Ik zeg het met grote voorzichtigheid, want er is geen enkele zekerheid en ik heb zo mijn twijfels. Ook toekomstige incidenten zullen alleen dan iets over predictive profiling kunnen zeggen indien PP aantoonbaar een bijna-incident heeft voorkomen. Dat zal niet gemakkelijk te bewijzen zijn.

Is de investering in PP dan zinloos? Ik denk het niet. Wat zinloos en aanmatigend is, is PP te presenteren als ver superieur boven een detectiesysteem bij de entree waar meer dan tien jaar lang, dag-in-dag-uit van aangetoond is dat er resultaat was.

De predictive profiler die deze week, door getuige geconstateerd, in de onderdoorgang een passerende persoon met een capuchon aansprak met: “He, wat moet jij hier?!”, heeft het PP principe niet goed begrepen. Misschien kan het Rijks nog een dure aanvullende cursus kopen….

Toch moet ik een compliment maken, en wel voor de vasthoudende marketing rondom predictive profiling door een kongsi van voormalig politiemensen. Blijkbaar werd ook Lorianne van Gelder, journalist bij een kwaliteitskrant, ingepalmd door de gladde jongens.

Ton Cremers

Den Haag, 27 februari 2014

February 27th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , ,

In Het Parool van 26 februari 2014 wordt het hoofd beveiliging van het Rijks, Emile Broersma, wederom geciteerd; vrouwen zouden beter zijn in observeren dan mannen. Het zij zo (is dat zo?).

Keuze op gender blijft omstreden, maar niet bij Broersma. De vraag dringt zich op wat de mannelijke profilers in het Rijksmuseum vinden van Emile’s in allerlei publicaties ge-etaleerde voorkeur. Ze krijgen immers keer op keer in de krant te lezen dat hun vrouwelijke collega’s volgens Broersma beter geschikt zijn voor deze functie. Ik vraag mij af hoe Broersma, die altijd zijn mond vol heeft over synergie, dit vermeende verschil in talent verwerkt in de periodieke beoordeling van zijn medewerkers. Broersma mag zijn voorkeuren hebben en zelfs etaleren. Het is de vraag of hij een grens overschrijdt wanneer hij, gebruikmakend van de afgekorte naam van de organisatie waar hij voor werkt, er blijk van geeft zijn hitsige obsessie door de ‘genen’ van de vrouw niet te kunnen beheersen: Emile Broersma ‏@RMAbackstage  14 mei 2010 @HMHBackstage wat zat er in dat truitje?? RMAbackstage? Achter de schermen van RijksMuseum Amsterdam?

Volgens de journaliste van Het Parool, Lorianne van Gelder, hebben de aanhangers van predictive profiling voorlopig het gelijk aan hun kant omdat er sinds 2006, de aanval op een schilderij van Van der Helst, geen incidenten meer zijn geweest in het Rijks. Wel, in de zestien jaar daaraan vooraf gaand waren er ook geen ernstige incidenten. Je zou met evenveel recht kunnen zeggen dat het 16 jaar goed ging dankzij het ontbreken van predictive profilers. Een nonsensverklaring, evenals de verklaring nonsens is dat aanhangers van predictive profiling hun gelijk aantonen doordat er sinds 2006 geen incidenten zijn geweest. In een eerdere column onder de titel Profiling in musea – geen detectiepoortje kan op tegen een mooie jonge vrouw stak ik al de draak met de reclamefolder bla bla rondom predictive profiling.

De verklaring in Het Parool dat predictive profilers het gelijk aan hun kant hebben is zowel historisch als inhoudelijk op los zand gebaseerd.

Het Rijksmuseum is meer dan tien jaar grotendeels gesloten geweest in verband met een grondige restauratie en verbouwing. Gedurende die gedeeltelijke sluiting was de Zuidvleugel – de Philipsvleugel – voor bezoekers geopend die daar de highlights van het museum konden zien. Dat gecondenseerde museum ontving jaarlijks bijna evenveel bezoekers als toen het museum nog helemaal open was. Tot aan het moment dat het Rijks weer helemaal opende, medio april 2013, werden alle bezoekers bij de entree via een geavanceerd detectiesysteem gescreend. Bijna dagelijks werden er messen, pepperspray, vloeistoffen en zelfs hamers uit de bagage en kleding van bezoekers gevist.  Het is pas sinds tien maanden dat geen gebruik wordt gemaakt van dat systeem, maar van predictive profilers. Ik vrees dat al die enge materialen nu dagelijks het museum binnen komen. Dat de aanhangers van predictive profiling het gelijk aan hun kant hebben is historisch strijdig met de vele jaren zonder predictive profiling en zonder incidenten en met de slechts korte tijd dat het nieuwe Rijks weer open is.

Inhoudelijk klopt de conclusie door Lorianne van Gelder, ongetwijfeld ingefluisterd door Emile Broersma, ook niet. Het is namelijk vrijwel onmogelijk de kwaliteit van bewaking en beveiliging af te meten aan het uitblijven van incidenten. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw – ja, ja, zo lang lopen we al mee – vergaten schoonmakers in het Van Goghmuseum de buitendeur te sluiten nadat ze het bordes hadden geveegd. Toen de beveiligers hun posten innamen bleken er al toeristen, met rugzak en al, in het museum rond te lopen. Dat incidenten uitbleven, zegt dus niets over de kwaliteit van de bewaking en beveiliging op dat moment. Dat er sinds de opening van het Rijks geen incidenten plaatsvonden, zegt helemaal niets, pro noch contra, over het effect van predictive profiling in de museale context. Dat Broersma zich dit niet realiseert zegt wel van alles over zijn deskundigheid als beveiliger.

De kwaliteit van gebruikte beveiligingssystemen wordt pas duidelijk zodra zich (bijna-)incidenten voordoen. Predictive profiling heeft niet kunnen voorkomen dat een jeugdige bezoeker op een kostbare chaise longue ging zitten. Betekent dit nu dat die predictive profiling tekort schoot? Het zou kwaadaardig zijn als ik die gemakkelijke conclusie trok. Dat het museum overging tot aangifte omdat de schade ‘aanzienlijk’ zou zijn en dat men later spijt had van die aangifte, de schade niets voorstelde en de bedvandaal door de rechter werd vrijgesproken is een smet op het blazoen van het Rijks.

Stel dat er een ernstiger incident in het museum plaatsvindt, moet dan de conclusie worden getrokken dat predictive profiling gefaald heeft? Nee, er zou hoogstens kritisch bekeken moeten worden in hoeverre de investering in predictive profiling rendement oplevert. Bij dat rendement heb ik nu al grote vraagtekens.

Sinds 1984 – ik neem gemakshalve een periode van 30 jaar – ontving het Rijks circa 35 miljoen bezoekers. In die periode deden zich 5 incidenten (1 op de 7.000.000 bezoekers) van enige omvang voor: diefstal 18de eeuws klokje tijdens de gesloten maandag (interne kwestie?), diefstal van een ornamentbeeldje van een kast (op tweede Paasdag eind jaren tachtig), zoutzuuraanval op De Nachtwacht (1990), diefstal fragment Perzisch tapijt (2000) en de aanval op het schilderij van Van der Helst in 2006. Zeker vergeleken met de tijdspanne en het aantal bezoekers een gering aantal incidenten. Bij vier van die vijf incidenten had predictive profiling eventueel een preventieve rol kunnen vervullen. Ik zeg het met grote voorzichtigheid, want er is geen enkele zekerheid en ik heb zo mijn twijfels. Ook toekomstige incidenten zullen alleen dan iets over predictive profiling kunnen zeggen indien PP aantoonbaar een bijna-incident heeft voorkomen. Dat zal niet gemakkelijk te bewijzen zijn.

Is de investering in PP dan zinloos? Ik denk het niet. Wat zinloos en aanmatigend is, is PP te presenteren als ver superieur boven een detectiesysteem bij de entree waar meer dan tien jaar lang, dag-in-dag-uit van aangetoond is dat er resultaat was.

De predictive profiler die deze week, door getuige geconstateerd, in de onderdoorgang een passerende persoon met een capuchon aansprak met: “He, wat moet jij hier?!”, heeft het PP principe niet goed begrepen. Misschien kan het Rijks nog een dure aanvullende cursus kopen….

Toch moet ik een compliment maken, en wel voor de vasthoudende marketing rondom predictive profiling door een kongsi van voormalig politiemensen. Blijkbaar werd ook Lorianne van Gelder, journalist bij een kwaliteitskrant, ingepalmd door de gladde jongens.

Ton Cremers

Den Haag, 27 februari 2014

 

February 27th, 2014

Posted In: Uncategorized

“Rijks verruilt bewaker voor geheim agente” (Het Financieel Dagblad, 8 februari 2014).

Volgens Emile Broersma, hoofd beveiliging van het Rijksmuseum te Amsterdam, kan de nieuwste elektronische detectieapparatuur niet tippen aan goed getrainde mensen. Een zeer aanvechtbare appels-met-peren vergelijking. Op grond van goede argumenten kan het tegenovergestelde beweerd worden. De onwetenschappelijkheid druipt van Broersma’s niet gefundeerde opmerking af; niveau STER reclame. Ik krijg er dezelfde kriebels bij als bij de gezondheidclaims van cholesterol verlagende voedingsmiddelen, calorieloze cola’s, wasmiddelen die witter dan wit wassen en auto’s die 1 op 50 rijden. Stuitende borstklopperij. Hier preekt de vos de passie, want wat is er aan de hand?

Broersma, nauwelijks nog verhuld, prijst een beveiligingsmethodiek aan die zijn makkers van Art Secure al enkele jaren aan musea proberen te slijten via cursussen ‘predictive profiling’. Sterker nog: Broersma trad namens Art Secure op als cursusleider in andere musea. Er heeft zich een kongsi gevormd van voormalige politiemensen die, met eurotekens op het netvlies, onbewezen succes claimen bij de beveiliging van musea.

Is predictive profiling dan nutteloos? Ik zal niet in dezelfde kuil als Broersma en consorten vallen door ongefundeerd het tegendeel te beweren van hun promotalk. Goed observeren van individuen in mensenmassa’s zal ongetwijfeld nut hebben, zeker indien die observatie gebaseerd is op instructie en oefening. Niets op tegen. Echter, wanneer succesverhalen komen uit de mond van mensen die direct of indirect financieel belang hebben bij het aanprijzen van een product en wanneer dat product dan ook nog eens aangeprezen wordt als DE oplossing, dan ontstaat bij mij argwaan. Hoed je voor de adviseur die oplossingen verkoopt.

Afgelopen zomer heb ik aan den lijve ondervonden hoe betrekkelijk het succes van die aangeprezen observatiemethodiek is. TV zender AT5 nodigde mij via een e-mail uit mee te werken aan een undercover test van de beveiliging van het Rijksmuseum. Ik wilde daar, natuurlijk, niet aan meewerken en stuurde de mail van AT5 door naar Broersma in het Rijksmuseum en zijn collega Drenth (ten overvloede: ook ex-politie en ook met een lijntje naar Art Secure) van het Van Goghmuseum. Beide heren schoten in een onbegrijpelijke angststuip. Hoewel ze die AT5 mail van mij kregen, nam geen van beiden de moeite met mij contact op te nemen. Vooral Broersma maakte het bont. Hij liet via een PowerPoint presentatie – let wel, in mijn bezit – drie dagen achtereen tijdens de ochtendbriefing in het Rijksmuseum mijn portret aan alle beveiligingsmedewerkers zien onder het kopje ‘verdachte personen’, met de nadrukkelijke opdracht om zodra ik het Rijks betrad de meldkamer te alarmeren en met het even nadrukkelijke verbod met mij in gesprek te gaan. Interessant is dat ik alle dagen waarop mijn portret op diffamerende wijze werd getoond door medewerkers uit het Rijksmuseum werd gebeld. Tot zover de falende solidariteit van die medewerkers met hun beveiligingsbaas. In plaats van die overspannen actie had een telefoontje van Broersma, of Drenth, naar mij alle kou uit de lucht kunnen helpen.

Broersma’s door achtervolgingswaanzin ingegeven geklungel kon niet anders dan als een rechtstreekse uitnodiging om het Rijks te bezoeken worden opgevat. Een riskante onderneming, begrijp ik nu uit het artikel in Het Financieel Dagblad, want lekkere meiden ‘die minder snel dan mannen afgeleid zijn’ en met ‘genetisch meer oog voor detail’ zouden via hun niet te onderschatten observatievaardigheden mij natuurlijk meteen door hebben, de meldkamer zou gealarmeerd worden en niemand zou het aandurven met mij in gesprek te gaan. ‘Genetisch meer oog voor detail’? Heeft Broersma na meerdere feministische golven en jarenlange emancipatie een typisch vrouwenberoep gevonden? Wat een van machismo doordrenkte discriminatie. Medewerkers worden door Broersma zonder enige schroom op basis van genen en uiterlijk geselecteerd. Is dat officieel Rijksmuseumbeleid? Die Dr. Cesare Broersma Lombroso toch! Van alle markten thuis, een multi-talent.

Ik zag tijdens mijn bezoek aan het Rijks bij de ingang slechts geanimeerd met elkaar kletsende beveiligers; het viel mij op dat bezoekers overdreven populair en tutoyerend, of in steenkolenengels werden aangesproken – plaatsvervangende schaamte was mijn deel – en dat een bezoeker een terracotta dubbelportret op de ‘beletage’, in de oostelijke kabinetten, liefkoosde, bekrabbelde en zich met zijn arm om het terracottabeeld door zijn partner liet fotograferen. Nogal afwijkend gedrag, maar geobserveerd door die schoonheidskoninginnen met bijzondere genen? Nee.

Kreeg ik enige extra aandacht bij mijn bezoek? Ik moet, gebukt onder teleurstelling, ontkennen. Werd de meldkamer of een leidinggevende geïnformeerd over mijn aanwezigheid? Nee. Hielden de mij bekende medewerkers zich aan het nadrukkelijke verbod met mij te spreken? Mag ik die vraag onbeantwoord laten? Fantaseert u maar, net zoals Broersma fantaseert over het effect van ‘predictive profiling’ en de observatiekwaliteiten van mooie meisjes.

Ik heb nooit de loftrompet geblazen over enig beveiligingssysteem omdat zulks zich tegen je keert wanneer het fout gaat. Hopelijk valt Broersma niet in de kuil die hij stelselmatig voor zichzelf graaft met zijn lofzangen op mooie dames en observatie van afwijkend gedrag. Ik gun het Rijks alle goeds en hoop van harte dat het op beveiligingsgebied nooit fout gaat, maar diep in mij is een duiveltje dat bijna onhoorbaar bij voorbaat in zijn vuistje lacht.

Overigens: laat ik nu altijd gedacht hebben dat het not-done is mededelingen te doen over je beveiliging. Ik raad iedereen aan die in het Rijksmuseum iets wil uitspoken: beware of beautiful girls.

Ton Cremers,

Den Haag, 26 februari 2014

Lees verder: http://www.museumbeveiliging.com/2014/02/27/wie-beschermt-onze-rembrandts-predictive-profilers/

 

February 26th, 2014

Posted In: Uncategorized

26/02/2014 – 15:16

“Rijks verruilt bewaker voor geheim agente” (Het Financieel Dagblad, 8 februari 2014).

Volgens Emile Broersma, hoofd beveiliging van het Rijksmuseum te Amsterdam, kan de nieuwste elektronische detectieapparatuur niet tippen aan goed getrainde mensen. Een zeer aanvechtbare appels-met-peren vergelijking. Op grond van goede argumenten kan het tegenovergestelde beweerd worden. De onwetenschappelijkheid druipt van Broersma’s niet gefundeerde opmerking af; niveau STER reclame. Ik krijg er dezelfde kriebels bij als bij de gezondheidclaims van cholesterol verlagende voedingsmiddelen, calorieloze cola’s, wasmiddelen die witter dan wit wassen en auto’s die 1 op 50 rijden. Stuitende borstklopperij. Hier preekt de vos de passie, want wat is er aan de hand?

Broersma, nauwelijks nog verhuld, prijst een beveiligingsmethodiek aan die zijn makkers van Art Secure al enkele jaren aan musea proberen te slijten via cursussen ‘predictive profiling’. Sterker nog: Broersma trad namens Art Secure op als cursusleider in andere musea. Er heeft zich een kongsi gevormd van voormalige politiemensen die, met eurotekens op het netvlies, onbewezen succes claimen bij de beveiliging van musea.

Is predictive profiling dan nutteloos? Ik zal niet in dezelfde kuil als Broersma en consorten vallen door ongefundeerd het tegendeel te beweren van hun promotalk. Goed observeren van individuen in mensenmassa’s zal ongetwijfeld nut hebben, zeker indien die observatie gebaseerd is op instructie en oefening. Niets op tegen. Echter, wanneer succesverhalen komen uit de mond van mensen die direct of indirect financieel belang hebben bij het aanprijzen van een product en wanneer dat product dan ook nog eens aangeprezen wordt als DE oplossing, dan ontstaat bij mij argwaan. Hoed je voor de adviseur die oplossingen verkoopt.

Afgelopen zomer heb ik aan den lijve ondervonden hoe betrekkelijk het succes van die aangeprezen observatiemethodiek is. TV zender AT5 nodigde mij via een e-mail uit mee te werken aan een undercover test van de beveiliging van het Rijksmuseum. Ik wilde daar, natuurlijk, niet aan meewerken en stuurde de mail van AT5 door naar Broersma in het Rijksmuseum en zijn collega Drenth (ten overvloede: ook ex-politie en ook met een lijntje naar Art Secure) van het Van Goghmuseum. Beide heren schoten in een onbegrijpelijke angststuip. Hoewel ze die AT5 mail van mij kregen, nam geen van beiden de moeite met mij contact op te nemen. Vooral Broersma maakte het bont. Hij liet via een PowerPoint presentatie – let wel, in mijn bezit – drie dagen achtereen tijdens de ochtendbriefing in het Rijksmuseum mijn portret aan alle beveiligingsmedewerkers zien onder het kopje ‘verdachte personen’, met de nadrukkelijke opdracht om zodra ik het Rijks betrad de meldkamer te alarmeren en met het even nadrukkelijke verbod met mij in gesprek te gaan. Interessant is dat ik alle dagen waarop mijn portret op diffamerende wijze werd getoond door medewerkers uit het Rijksmuseum werd gebeld. Tot zover de falende solidariteit van die medewerkers met hun beveiligingsbaas. In plaats van die overspannen actie had een telefoontje van Broersma, of Drenth, naar mij alle kou uit de lucht kunnen helpen.

Broersma’s door achtervolgingswaanzin ingegeven geklungel kon niet anders dan als een rechtstreekse uitnodiging om het Rijks te bezoeken worden opgevat. Een riskante onderneming, begrijp ik nu uit het artikel in Het Financieel Dagblad, want lekkere meiden ‘die minder snel dan mannen afgeleid zijn’ en met ‘genetisch meer oog voor detail’ zouden via hun niet te onderschatten observatievaardigheden mij natuurlijk meteen door hebben, de meldkamer zou gealarmeerd worden en niemand zou het aandurven met mij in gesprek te gaan. ‘Genetisch meer oog voor detail’? Heeft Broersma na meerdere feministische golven en jarenlange emancipatie een typisch vrouwenberoep gevonden? Wat een van machismo doordrenkte discriminatie. Medewerkers worden door Broersma zonder enige schroom op basis van genen en uiterlijk geselecteerd. Is dat officieel Rijksmuseumbeleid? Die Dr. Cesare Broersma Lombroso toch! Van alle markten thuis, een multi-talent.

Ik zag tijdens mijn bezoek aan het Rijks bij de ingang slechts geanimeerd met elkaar kletsende beveiligers; het viel mij op dat bezoekers overdreven populair en tutoyerend, of in steenkolenengels werden aangesproken – plaatsvervangende schaamte was mijn deel – en dat een bezoeker een terracotta dubbelportret op de ‘beletage’, in de oostelijke kabinetten, liefkoosde, bekrabbelde en zich met zijn arm om het terracottabeeld door zijn partner liet fotograferen. Nogal afwijkend gedrag, maar geobserveerd door die schoonheidskoninginnen met bijzondere genen? Nee.

Kreeg ik enige extra aandacht bij mijn bezoek? Ik moet, gebukt onder teleurstelling, ontkennen. Werd de meldkamer of een leidinggevende geïnformeerd over mijn aanwezigheid? Nee. Hielden de mij bekende medewerkers zich aan het nadrukkelijke verbod met mij te spreken? Mag ik die vraag onbeantwoord laten? Fantaseert u maar, net zoals Broersma fantaseert over het effect van ‘predictive profiling’ en de observatiekwaliteiten van mooie meisjes.

Ik heb nooit de loftrompet geblazen over enig beveiligingssysteem omdat zulks zich tegen je keert wanneer het fout gaat. Hopelijk valt Broersma niet in de kuil die hij stelselmatig voor zichzelf graaft met zijn lofzangen op mooie dames en observatie van afwijkend gedrag. Ik gun het Rijks alle goeds en hoop van harte dat het op beveiligingsgebied nooit fout gaat, maar diep in mij is een duiveltje dat bijna onhoorbaar bij voorbaat in zijn vuistje lacht.

Overigens: laat ik nu altijd gedacht hebben dat het not-done is mededelingen te doen over je beveiliging. Ik raad iedereen aan die in het Rijksmuseum iets wil uitspoken: beware of beautiful girls.

Ton Cremers,

Den Haag, 26 februari 2014

Lees verder: http://www.museumbeveiliging.com/2014/02/27/wie-beschermt-onze-rembrandts-predictive-profilers/

February 26th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , ,

Er bestaan voor de inbraakwerendheid van vitrines geen nationale of internationale normen.

Er bestaan wel NEN en EN normen over inbraakwerendheid van gevelelementen en inbraakwerendheid van glas, plus allerlei normen en kwalificaties op het gebied van hang- en sluitwerk, alarmsignalering en technische alarmtransmissie. Daarnaast bestaan er branche- en overheidseisen over de verificatie en opvolging van alarmen.

Vitrines kunnen worden samengesteld uit allerlei elementen waar normen aangaande inbraakwerendheid voor bestaan, zoals glas en hang- en sluitwerk en elektronische alarmsignalering. Deze normen zeggen echter onvoldoende over de uiteindelijke inbraakwerendheid van de vitrines.

Voorafgaand aan het ontwerp zal moeten worden bepaald aan welke inbraakwerendheid de vitrines moeten voldoen. Die inbraakwerendheid moet worden geformuleerd in een tijdseenheid – 3, 5, 10 minuten – gekoppeld aan het gereedschap waarmee een aanval op de vitrine redelijkerwijs kan worden verwacht. Er zal getest moeten worden of de vitrines voldoen aan de gestelde eisen. Er moet dus ook een testprotocol worden opgesteld, waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen contacttijd bij het testen en totale testtijd. Met contacttijd wordt bedoeld de feitelijke aanval op de vitrine tijdens de test. De testtijd wordt bepaald door de contacttijd plus de tijd nodig om te wisselen van gereedschappen en ‘bedenktijd’ tijdens de test. Bij het bepalen van de inbraakwerendheid van de vitrine in een tijdseenheid wordt bedoeld contacttijd.  Naast die contacttijd moet tevens bepaald worden hoe lang de totale testtijd mag duren. Wanneer de contacttijd bepaald wordt op 3 minuten, dan kan daar bijvoorbeeld een testtijd van 10 minuten aan gekoppeld worden. Zaken die geregeld moeten worden in de contractdocumenten (bestek) bij de aanbesteding van de werkzaamheden. Het testprotocol moet ook in de contractdocumenten worden opgenomen.

De gereedschapsset: in het programma van eisen over de vitrines moet bij het onderdeel inbraakwerendheid naast de contacttijd ook bepaald worden tegen welk gereedschappen de vitrines de gehele contacttijd bestand moeten zijn. De keuze voor het gereedschap moet realistisch zijn, zoals bijvoorbeeld schroevendraaier, (klauw)hamer, koevoet, en klein accu-elektrisch handgereedschap.

Voorkomen moet worden dat eindeloos getest wordt totdat eindelijk het gewenste resultaat daar is. Bovendien, wie draait voor al die kosten van het testen op?

De eerste test komt ten laste van de opdrachtgever. Volgende testen vinden plaats voor rekening van de opdrachtnemer. In het testprotocol, en dus ook in de contractdocumenten, staat vermeld hoeveel testen maximaal mogen plaatsvinden.

Het is bij de aanbesteding belangrijk dat met partijen in zee gegaan wordt die deskundigheid bezitten op het terrein van inbraakwerende constructies. Dit blijkt in de praktijk belangrijker dan ervaring met de bouw van vitrines. Voorkeur gaat vanzelfsprekend uit naar een partij die met beide ervaring heeft.

Algemene kenmerken van inbraakwerende vitrines:

– gelaagd glas met polycarbonaat of kevlar als tussenlaag;

– glas dient gevat te zijn in stalen (niet kunststof of aluminium) frames; glas op glas lijmverbindingen bieden geen hoogwaardige inbraakwerendheid;

– de vitrines dienen vast bevestigd te zijn op de ondergrond;

– sloten dienen op basis van eurosloten en eurocilinders of gelijkwaardig met doorboorbeveiliging;

– de vitrines en sloten dienen voorzien te zijn van gecertificeerde elektronische alarmsignalering;

– de alarmverificatie en -opvolging dienen in overeenstemming te zijn met de gerealiseerde inbraakwerendheid (in tijd uitgedrukt).

Ton Cremers

24 februari 2014

February 25th, 2014

Posted In: Uncategorized

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 25th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 24th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 22nd, 2014

Posted In: fakes and forgeries

Conference: Art Crime, NY, June 2014

Art Crime and Cultural Heritage: Fakes, Forgeries, and Looted and Stolen Art

Event Information

Dates: June 4–6, 2014

Time: 9 a.m.–5 p.m.

Location:
Lipton Hall, NYU Law School

Elective Credit

Students in the following certificate programs can receive credit for a 10-session elective by attending the entire symposium. For additional information on the course assignment, please call (212) 998-7289.

With the spectacular rise in art market activity and international art transactions, the market for stolen and fraudulent art has boomed. Art crime is now the third-highest grossing criminal enterprise worldwide. Dozens of major U.S. arts institutions are grappling with repatriation and other issues concerning stolen or looted art in their collections.

Join legal experts from NYU School of Law, art crime lawyers, forensic experts, and other major players working on legal, forensic, governmental, and political efforts to address the enormity of this global phenomenon. Topics include the history of fakes and forgeries, insurance fraud, art theft and art scams, scientific and forensic approaches, provenance research, cultural repatriation, issues facing auction houses and purchasers, and current case studies.

General Admission

Full symposium fee: $955        Single-day fee: $350 AAA & NYSBA members and NYU students: $900 | $300

CLE units and financial aid are available for those who qualify.

Symposium Participants

  • Chris Marinello, Director and Founder, Art Recovery International
  • Jane C.H. Jacob, President, Jacob Fine Art in Chicago; Trustee, Appraisal Foundation, Washington, D.C.
  • Amy Adler, Emily Kempin Professor of Law, NYU School of Law
  • Anthony Amore, security expert; coauthor, Stealing Rembrandts
  • James Butterwick, Russian and fine art expert, London
  • John Cahill, Cahill Partners, LLP; Chair, Art Law Committee, New York City Bar Association
  • James Cuno, President and CEO, J. Paul Getty Trust
  • Patty Gerstenblith, Director, Center for Art, Museum, & Cultural Heritage Law, DePaul University; Chair, President’s Cultural Property Advisory Committee
  • Salomon Grimberg, author, Frida Kahlo Catalogue Raisonné
  • Kathleen Guzman, Managing Director, Heritage Auctions
  • Jim McAndrew, Grunfeld, Desiderio, Lebowitz, Silverman & Klestadt LLP; former Senior Special Agent, U.S. Immigration and Customs Enforcement, U.S. Department of Homeland Security
  • James Martin, Orion Analytical
  • Judith Pearson, President, ARIS Corporation
  • Marianne Rosenberg, lawyer and granddaughter of Paul Rosenberg, one of the world’s leading dealers in modern art prior to World War II; working to recover family art looted by the Nazis
  • Laurie W. Rush, Director, In Theater Heritage Training Program for Deploying Personnel, Archaeology Institute of America and U.S. Department of Defense
  • Meridith Savona / James Wynne, FBI Art Crime Team
  • Larry Schindel, Executive Director, ARIS Corporation
  • Lucian Simmons, Senior Vice President and worldwide head, Restitution Department, Sotheby’s, New York
  • Stephen K. Urice, Professor of Law, University of Miami School of Law
  • Geza von Habsburg, specialist, antiquities and Fabergé

Museum Security Network.

February 21st, 2014

Posted In: Mailing list reports

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 20th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 11th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 7th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 7th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 7th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 6th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 6th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

Petje af voor Sjarel Ex

05/02/2014 – 14:31

Boijmans-directeur erkent fout bij aanbesteding ontwerp depot

Claudia Kammer

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Directeur Sjarel Ex heeft toegegeven dat hij de aanbestedingsregels heeft overtreden. Foto ANP / Koen SUYK

Cultuur

In zijn ‘naïviteit en enthousiasme’ praatte Sjarel Ex, de directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, in september met één van de vijf architectenbureaus die nog in de race waren om het nieuwe Collectiegebouw voor zijn museum te ontwerpen. Hij had geen idee dat hij daarmee de aanbestedingsregels schond.

‘Een stomme fout’, erkent hij in NRC Handelsblad:

“Als museumdirecteur ben ik gewend in een vroeg stadium met kunstenaars en tentoonstellingsmakers te overleggen. Daar worden projecten beter van. In diezelfde geest popelde ik om met de toekomstige architect over het open depot te praten.”

lees verder: Boijmans-directeur erkent fout bij aanbesteding ontwerp depot – nrc.nl.

In  een recente column, en ook in eerdere fulmineerde ik tegen directeuren die hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun museum – een verwijt dat Ex absoluut niet gemaakt kan worden, integendeel – verwaarloosden en daarna stuntelden in de publiciteit. Ze kunnen aan Sjarel Ex een voorbeeld nemen. Iedereen kan fouten maken. Sjarel Ex speelde na zijn fout – wat is daar overtrokken op gereageerd – open kaart en erkende dat hij anders had moeten handelen. Daar kunnen heel wat collega’s, inclusief zijn buren van De Kunsthal en het Natuurhistorisch nog wat van leren.

Chapeau voor Ex!

Het doet mij genoegen dat de rechter goed begrepen heeft dat de gemeente Rotterdam paranoide reageerde op het foutje van Ex en geloofde in zijn oprechtheid:

MVRDV mag Boijmans-depot bouwen

De gemeente Rotterdam moet de opdracht voor een nieuw collectiegebouw voor Boijmans toch aan MVRDV gunnen. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam dinsdagmiddag bepaald. (…)

 

Ex heeft later verklaard dat het gesprek, dat op zijn initiatief werd gevoerd, een fout was. MVRDV stapte naar de rechter. Die bepaalde dat het voorgesprek MVRDV niet op een voorsprong heeft gezet ten opzichte van de andere vier architecten in de aanbestedingsprocedure.

De punten waarop MVRDV beter scoorde dan het bureau waaraan de gemeente de opdracht heeft gegund, zijn tijdens het gesprek tussen MVRDV en de directeur van Boijmans niet aan de orde gekomen. Aangezien MVRDV verder als beste uit de bus kwam moet de gemeente de opdracht voor het collectiegebouw aan MVRDV gunnen.

meer:

 

 

 Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Petje af voor Sjarel Ex.

February 5th, 2014

Posted In: Mailing list reports

Boijmans-directeur erkent fout bij aanbesteding ontwerp depot

Claudia Kammer

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Directeur Sjarel Ex heeft toegegeven dat hij de aanbestedingsregels heeft overtreden. Foto ANP / Koen SUYK

Cultuur

In zijn ‘naïviteit en enthousiasme’ praatte Sjarel Ex, de directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, in september met één van de vijf architectenbureaus die nog in de race waren om het nieuwe Collectiegebouw voor zijn museum te ontwerpen. Hij had geen idee dat hij daarmee de aanbestedingsregels schond.

‘Een stomme fout’, erkent hij in NRC Handelsblad:

“Als museumdirecteur ben ik gewend in een vroeg stadium met kunstenaars en tentoonstellingsmakers te overleggen. Daar worden projecten beter van. In diezelfde geest popelde ik om met de toekomstige architect over het open depot te praten.”

lees verder: Boijmans-directeur erkent fout bij aanbesteding ontwerp depot – nrc.nl.

In  een recente column, en ook in eerdere fulmineerde ik tegen directeuren die hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun museum – een verwijt dat Ex absoluut niet gemaakt kan worden, integendeel – verwaarloosden en daarna stuntelden in de publiciteit. Ze kunnen aan Sjarel Ex een voorbeeld nemen. Iedereen kan fouten maken. Sjarel Ex speelde na zijn fout – wat is daar overtrokken op gereageerd – open kaart en erkende dat hij anders had moeten handelen. Daar kunnen heel wat collega’s, inclusief zijn buren van De Kunsthal en het Natuurhistorisch nog wat van leren.

Chapeau voor Ex!

Het doet mij genoegen dat de rechter goed begrepen heeft dat de gemeente Rotterdam paranoide reageerde op het foutje van Ex en geloofde in zijn oprechtheid:

MVRDV mag Boijmans-depot bouwen

De gemeente Rotterdam moet de opdracht voor een nieuw collectiegebouw voor Boijmans toch aan MVRDV gunnen. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam dinsdagmiddag bepaald. (…)

Ex heeft later verklaard dat het gesprek, dat op zijn initiatief werd gevoerd, een fout was. MVRDV stapte naar de rechter. Die bepaalde dat het voorgesprek MVRDV niet op een voorsprong heeft gezet ten opzichte van de andere vier architecten in de aanbestedingsprocedure.

De punten waarop MVRDV beter scoorde dan het bureau waaraan de gemeente de opdracht heeft gegund, zijn tijdens het gesprek tussen MVRDV en de directeur van Boijmans niet aan de orde gekomen. Aangezien MVRDV verder als beste uit de bus kwam moet de gemeente de opdracht voor het collectiegebouw aan MVRDV gunnen.

meer:

 

 

 

February 5th, 2014

Posted In: Uncategorized

Petje af voor Sjarel Ex

05/02/2014 – 14:31Boijmans-directeur erkent fout bij aanbesteding ontwerp depot

Claudia Kammer

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Directeur Sjarel Ex heeft toegegeven dat hij de aanbestedingsregels heeft overtreden. Foto ANP / Koen SUYK

Cultuur

In zijn ‘naïviteit en enthousiasme’ praatte Sjarel Ex, de directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, in september met één van de vijf architectenbureaus die nog in de race waren om het nieuwe Collectiegebouw voor zijn museum te ontwerpen. Hij had geen idee dat hij daarmee de aanbestedingsregels schond.

‘Een stomme fout’, erkent hij in NRC Handelsblad:

“Als museumdirecteur ben ik gewend in een vroeg stadium met kunstenaars en tentoonstellingsmakers te overleggen. Daar worden projecten beter van. In diezelfde geest popelde ik om met de toekomstige architect over het open depot te praten.”

lees verder: Boijmans-directeur erkent fout bij aanbesteding ontwerp depot – nrc.nl.

In  een recente column, en ook in eerdere fulmineerde ik tegen directeuren die hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun museum – een verwijt dat Ex absoluut niet gemaakt kan worden, integendeel – verwaarloosden en daarna stuntelden in de publiciteit. Ze kunnen aan Sjarel Ex een voorbeeld nemen. Iedereen kan fouten maken. Sjarel Ex speelde na zijn fout – wat is daar overtrokken op gereageerd – open kaart en erkende dat hij anders had moeten handelen. Daar kunnen heel wat collega’s, inclusief zijn buren van De Kunsthal en het Natuurhistorisch nog wat van leren.

Chapeau voor Ex!

Het doet mij genoegen dat de rechter goed begrepen heeft dat de gemeente Rotterdam paranoide reageerde op het foutje van Ex en geloofde in zijn oprechtheid:

MVRDV mag Boijmans-depot bouwen

De gemeente Rotterdam moet de opdracht voor een nieuw collectiegebouw voor Boijmans toch aan MVRDV gunnen. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam dinsdagmiddag bepaald. (…)

Ex heeft later verklaard dat het gesprek, dat op zijn initiatief werd gevoerd, een fout was. MVRDV stapte naar de rechter. Die bepaalde dat het voorgesprek MVRDV niet op een voorsprong heeft gezet ten opzichte van de andere vier architecten in de aanbestedingsprocedure.

De punten waarop MVRDV beter scoorde dan het bureau waaraan de gemeente de opdracht heeft gegund, zijn tijdens het gesprek tussen MVRDV en de directeur van Boijmans niet aan de orde gekomen. Aangezien MVRDV verder als beste uit de bus kwam moet de gemeente de opdracht voor het collectiegebouw aan MVRDV gunnen.

meer:

 

 

 

February 5th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , ,

05/02/2014 – 14:31

Boijmans-directeur erkent fout bij aanbesteding ontwerp depot

Claudia Kammer

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Directeur Sjarel Ex heeft toegegeven dat hij de aanbestedingsregels heeft overtreden. Foto ANP / Koen SUYK

Cultuur

In zijn ‘naïviteit en enthousiasme’ praatte Sjarel Ex, de directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, in september met één van de vijf architectenbureaus die nog in de race waren om het nieuwe Collectiegebouw voor zijn museum te ontwerpen. Hij had geen idee dat hij daarmee de aanbestedingsregels schond.

‘Een stomme fout’, erkent hij in NRC Handelsblad:

“Als museumdirecteur ben ik gewend in een vroeg stadium met kunstenaars en tentoonstellingsmakers te overleggen. Daar worden projecten beter van. In diezelfde geest popelde ik om met de toekomstige architect over het open depot te praten.”

lees verder: Boijmans-directeur erkent fout bij aanbesteding ontwerp depot – nrc.nl.

In  een recente column, en ook in eerdere fulmineerde ik tegen directeuren die hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun museum – een verwijt dat Ex absoluut niet gemaakt kan worden, integendeel – verwaarloosden en daarna stuntelden in de publiciteit. Ze kunnen aan Sjarel Ex een voorbeeld nemen. Iedereen kan fouten maken. Sjarel Ex speelde na zijn fout – wat is daar overtrokken op gereageerd – open kaart en erkende dat hij anders had moeten handelen. Daar kunnen heel wat collega’s, inclusief zijn buren van De Kunsthal en het Natuurhistorisch nog wat van leren.

Chapeau voor Ex!

Het doet mij genoegen dat de rechter goed begrepen heeft dat de gemeente Rotterdam paranoide reageerde op het foutje van Ex en geloofde in zijn oprechtheid:

MVRDV mag Boijmans-depot bouwen

De gemeente Rotterdam moet de opdracht voor een nieuw collectiegebouw voor Boijmans toch aan MVRDV gunnen. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam dinsdagmiddag bepaald. (…)

 

Ex heeft later verklaard dat het gesprek, dat op zijn initiatief werd gevoerd, een fout was. MVRDV stapte naar de rechter. Die bepaalde dat het voorgesprek MVRDV niet op een voorsprong heeft gezet ten opzichte van de andere vier architecten in de aanbestedingsprocedure.

De punten waarop MVRDV beter scoorde dan het bureau waaraan de gemeente de opdracht heeft gegund, zijn tijdens het gesprek tussen MVRDV en de directeur van Boijmans niet aan de orde gekomen. Aangezien MVRDV verder als beste uit de bus kwam moet de gemeente de opdracht voor het collectiegebouw aan MVRDV gunnen.

meer:

 

Bron: Museumbeveiliging, Ton Cremers – Petje af voor Sjarel Ex | Museumbeveiliging Museum Security

February 4th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , ,

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 4th, 2014

Posted In: fakes and forgeries, vervalsing

This content is password protected. To view it please enter your password below:

February 2nd, 2014

Posted In: fakes and forgeries