This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 30th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

site-iconmuseumbeveiliging.com/2014/01/27/wat-hebben-ruud-spruit-gerard-de-klein-jelle-reumer-en-emily-ansenk-met-elkaar-gemeen/
27/01/2014 – 09:47De naderende heropening van De Kunsthal te Rotterdam (1 februari 2014) na een ingrijpende verbouwing waarbij het klimaat en de beveiliging onder handen werden genomen, roept de publicitair wanstaltige toestand rondom de inbraak en diefstal van oktober 2012 weer in herinnering. Niet in het minst omdat de directrice van De Kunsthal onlangs in De Volkskrant verklaarde dat de beveiliging van De Kunsthal nu ‘goed’ is. Ansenk schaart zich in het rijtje directeuren van geslachtofferde musea die zich, nadat het fout ging, in de publiciteit ineens ontpopten als experts op het gebied van beveiliging en criminaliteit.Nog geen halve dag nadat een stelletje Roemeense losers kinderlijk eenvoudig wisten in te breken in De Kunsthal verklaarde Ansenk doodleuk dat de beveiliging van haar kunsthal ‘state of the art’ was. Een faux pas door emotie over de inbraak? Een vergeeflijke faux pas, ware het niet dat Ansenk in de dagen na die inbraak zowel in De Volkskrant als de NRC de strekking van dat ‘state of the art’ in andere woorden wederom benadrukte. In De Volkskrant werd ze geciteerd met “Er is geen aanleiding de beveiliging aan te passen”. Kan het nog zouter?Heb ik over dit gestuntel in de media al genoeg gezegd? Je zou het haast denken wanneer je de ingezonden brief van Raaskallende Ruudleest in de NRC van 23 oktober 2012. Spruit, want die Ruud is het, smeedt in zijn brief een band met de directeur van De Kunsthal, Emily Ansenk, waar – ik kan me niet anders voorstellen – Ansenk niet blij mee kan zijn. Ansenks buurman Jelle Reumer – directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch – sprong voor Ansenk en Raaskallende Ruud in de bres in een hysterische mail aan mij. Er ontplooit zich een trend, een trend die jaren geleden werd ingezet door Rudy Fuchs, chagrijnig fulminerend tegen een TV journalist nadat een schilderij van Picasso met een aardappelschilmesje was bewerkt door een bezoeker. Als museumdirecteur geef je na incidenten blijkbaar nooit toe dat de beveiliging gefaald heeft, of minstens kritisch onder de loep moet worden genomen, maar je schreeuwt stampvoetend uit dat die beveiliging ‘state of the art’ (Ansenk), ‘geavanceerd’ (Ruud Spruit) of zonder meer ‘goed’ (Fuchs) is. Om je woorden kracht bij te zetten, geef je desnoods de criminelen een compliment met hun ‘professionaliteit’ (Spruit). Er ligt terrein braak  voor mediatrainers..

Overigens vind ik niet dat in 1999 de beveiliging van het Stedelijk Museum onvoldoende was toen dat Picasso schilderij werd beschadigd. Niet de beveiliging faalde, maar Rudy Fuchs, niet bepaald bekend vanwege zijn bescheidenheid, faalde als woordvoerend directeur en viel als een amateur in de kuil die een volhardende journalist voor hem groef. Een pijnlijke TV vertoning.

Gerard de Klein, met in zijn kielzog conservator Yvonne Ploumen mailden mij ziedend van woede toen ik na de verwoestende brand in het Armando Museum in de pers verklaarde dat er onvoldoende afstemming was geweest tussen de gemeente Amersfoort, eigenaar van de Elleboogkerk waarin het museum gehuisvest was, en het museum. Hoe was het anders mogelijk dat men bezig ging met brandgevaarlijke dakwerkzaamheden terwijl het museum de belangrijkste tentoonstelling uit zijn bestaan had? Een tentoonstelling met kostbare bruiklenen die allemaal in de brand verloren gingen. Ik zou de relatie tussen het museum en de gemeente schade toebrengen met mijn opmerking in de pers, aldus Ploumen in een mail aan mij. Wie wat bewaart, die heeft wat. Mails als die van Ploumen zijn parels in mijn archief. Toen de gemeente Amersfoort de toezegging het museum te herbouwen heroverwoog, inmiddels sloeg ook in Nederland de financiële crisis toe, hadden De Klein noch Ploumen enige boodschap aan de relatie met de gemeente en gingen in de pers helemaal los over de onbetrouwbaarheid van de gemeente. De gemeente zou woordbreuk plegen.

Had die brand in het Armando Museum voorkomen kunnen worden? Natuurlijk. Strikt genomen kan, met uitzondering van brandstichting, iedere brand voorkomen worden. Had voorkomen kunnen worden dat de hele collectie verloren ging? Absoluut! Maar: er was vanuit het museum geen toezicht tijdens de werkzaamheden, het museum bezat geen calamiteitenplan met een onderdeel gewijd aan de collectie en er waren geen afspraken met de brandweer over het redden van de collectie, echter…De Klein en Ploumen wasten hun handen in onschuld en stelden zich als slachtoffers op. Ploumen mag nu de kar trekken bij het nieuwe, virtuele Armando Museum in Amelisweerd en Gerard de Klein vond onderdak als directeur in museumgoudA. Daar liet hij van zich spreken door de verkoop van een schilderij van Dumas en had hij in 2012 de pech dat er ingebroken werd en een kostbare monstrans gestolen. Het zit de man niet mee. Had die diefstal voorkomen kunnen worden? Ja. Treft Gerard de Klein hier blaam? Nee, maar ik ben wel nieuwsgierig wat de beste man gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Jelle Reumer van het Natuurhistorisch vond in zijn eerder genoemde arrogante en hysterische mail aan mij dat ik mijn pijlen niet moest richten op zijn buurvrouw van De Kunsthal, maar op de overheid die beknibbelt op budgetten waardoor de musea niet goed beveiligd kunnen worden. Het deed mij goed te lezen dat ook Jelle Reumer van mening is dat de musea niet ‘state of the art’, of geavanceerd beveiligd zijn. Echter, had de inbraak en diefstal door neushoorndieven in zijn museum iets te maken met teruglopende budgetten? Niets, helemaal niets. Het was de inertie van Reumer die deze diefstal mogelijk maakte. Vanuit zijn museum – er schort in het museum iets aan de loyaliteit met directeur Reumer – bereikte mij de informatie dat Jelle Reumer een waarschuwing door de politie terzijde had gelegd en geweigerd had de neushoorns te voorzien van replica hoorns. Een stap die in Naturalis terecht wel genomen werd toen wereldwijd een hausse aan inbraken plaatsvond in natuurhistorische musea.

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

De beveiliging van het Westfries Museum was, wat Raaskallende Ruud dan ook beweerde, ver onder de maat. Ruud verwaarloosde die beveiliging jarenlang en sloeg waarschuwingen van zijn beveiligingsinstallateur jaar na jaar in de wind. “We gaven feitelijk nooit aandacht aan de beveiliging” verklaarde zijn conservator ooit tijdens een receptie. Maar, Ruud mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De Klein verwaarloosde zijn verantwoordelijkheid als directeur van het Armando Museum en verzuimde, hoewel zijn museum deelnam aan een door het Mondriaanfonds gesubsidieerd project, te zorgen voor een calamiteitenplan voor zijn museum. Maar, Gerard mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De beveiliging van De Kunsthal, dat was geen nieuws, was onvoldoende en er werden geen aanvullende maatregelen getroffen toen er een kostbare tentoonstelling werd ingericht. Maar, Emily mocht ondanks aantoonbaar falen en domme presentaties in de publiciteit op haar post blijven.

Jelle Reumer weigerde de in zijn museum aanwezige hoorns van neushoorns te beveiligen, maar ook Jelle, het wordt eentonig, mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

Werd Rudy Fuchs gecorrigeerd nadat hij zo onhandig manoeuvreerde in een TV interview? Niet dat ik weet…misschien achter de schermen?

Zo lang eindverantwoordelijken niet op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken en aantoonbaar falen geen consequenties heeft, zal het aanmodderen blijven met de beveiliging van musea.

Ton Cremers

27 januari 2014

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?.

January 27th, 2014

Posted In: blogwereld, brand museum, Columns Ton Cremers, De Kunsthal, diefstal, diefstal uit museum, Jelle Reumer, Kunsthal, museum security, Museum thefts, Ton Cremers

De naderende heropening van De Kunsthal te Rotterdam (1 februari 2014) na een ingrijpende verbouwing waarbij het klimaat en de beveiliging onder handen werden genomen, roept de publicitair wanstaltige toestand rondom de inbraak en diefstal van oktober 2012 weer in herinnering. Niet in het minst omdat de directrice van De Kunsthal onlangs in De Volkskrant verklaarde dat de beveiliging van De Kunsthal nu ‘goed’ is. Ansenk schaart zich in het rijtje directeuren van geslachtofferde musea die zich, nadat het fout ging, in de publiciteit ineens ontpopten als experts op het gebied van beveiliging en criminaliteit.

Nog geen halve dag nadat een stelletje Roemeense losers kinderlijk eenvoudig wisten in te breken in De Kunsthal verklaarde Ansenk doodleuk dat de beveiliging van haar kunsthal ‘state of the art’ was. Een faux pas door emotie over de inbraak? Een vergeeflijke faux pas, ware het niet dat Ansenk in de dagen na die inbraak zowel in De Volkskrant als de NRC de strekking van dat ‘state of the art’ in andere woorden wederom benadrukte. In De Volkskrant werd ze geciteerd met “Er is geen aanleiding de beveiliging aan te passen”. Kan het nog zouter?

Heb ik over dit gestuntel in de media al genoeg gezegd? Je zou het haast denken wanneer je de ingezonden brief van Raaskallende Ruud leest in de NRC van 23 oktober 2012. Spruit, want die Ruud is het, smeedt in zijn brief een band met de directeur van De Kunsthal, Emily Ansenk, waar – ik kan me niet anders voorstellen – Ansenk niet blij mee kan zijn. Ansenks buurman Jelle Reumer – directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch – sprong voor Ansenk en Raaskallende Ruud in de bres in een hysterische mail aan mij. Er ontplooit zich een trend, een trend die jaren geleden werd ingezet door Rudy Fuchs, chagrijnig fulminerend tegen een TV journalist nadat een schilderij van Picasso met een aardappelschilmesje was bewerkt door een bezoeker. Als museumdirecteur geef je na incidenten blijkbaar nooit toe dat de beveiliging gefaald heeft, of minstens kritisch onder de loep moet worden genomen, maar je schreeuwt stampvoetend uit dat die beveiliging ‘state of the art’ (Ansenk), ‘geavanceerd’ (Ruud Spruit) of zonder meer ‘goed’ (Fuchs) is. Om je woorden kracht bij te zetten, geef je desnoods de criminelen een compliment met hun ‘professionaliteit’ (Spruit). Er ligt terrein braak  voor mediatrainers..

Overigens vind ik niet dat in 1999 de beveiliging van het Stedelijk Museum onvoldoende was toen dat Picasso schilderij werd beschadigd. Niet de beveiliging faalde, maar Rudy Fuchs, niet bepaald bekend vanwege zijn bescheidenheid, faalde als woordvoerend directeur en viel als een amateur in de kuil die een volhardende journalist voor hem groef. Een pijnlijke TV vertoning.

Gerard de Klein, met in zijn kielzog conservator Yvonne Ploumen mailden mij ziedend van woede toen ik na de verwoestende brand in het Armando Museum in de pers verklaarde dat er onvoldoende afstemming was geweest tussen de gemeente Amersfoort, eigenaar van de Elleboogkerk waarin het museum gehuisvest was, en het museum. Hoe was het anders mogelijk dat men bezig ging met brandgevaarlijke dakwerkzaamheden terwijl het museum de belangrijkste tentoonstelling uit zijn bestaan had? Een tentoonstelling met kostbare bruiklenen die allemaal in de brand verloren gingen. Ik zou de relatie tussen het museum en de gemeente schade toebrengen met mijn opmerking in de pers, aldus Ploumen in een mail aan mij. Wie wat bewaart, die heeft wat. Mails als die van Ploumen zijn parels in mijn archief. Toen de gemeente Amersfoort de toezegging het museum te herbouwen heroverwoog, inmiddels sloeg ook in Nederland de financiële crisis toe, hadden De Klein noch Ploumen enige boodschap aan de relatie met de gemeente en gingen in de pers helemaal los over de onbetrouwbaarheid van de gemeente. De gemeente zou woordbreuk plegen.

Had die brand in het Armando Museum voorkomen kunnen worden? Natuurlijk. Strikt genomen kan, met uitzondering van brandstichting, iedere brand voorkomen worden. Had voorkomen kunnen worden dat de hele collectie verloren ging? Absoluut! Maar: er was vanuit het museum geen toezicht tijdens de werkzaamheden, het museum bezat geen calamiteitenplan met een onderdeel gewijd aan de collectie en er waren geen afspraken met de brandweer over het redden van de collectie, echter…De Klein en Ploumen wasten hun handen in onschuld en stelden zich als slachtoffers op. Ploumen mag nu de kar trekken bij het nieuwe, virtuele Armando Museum in Amelisweerd en Gerard de Klein vond onderdak als directeur in museumgoudA. Daar liet hij van zich spreken door de verkoop van een schilderij van Dumas en had hij in 2012 de pech dat er ingebroken werd en een kostbare monstrans gestolen. Het zit de man niet mee. Had die diefstal voorkomen kunnen worden? Ja. Treft Gerard de Klein hier blaam? Nee, maar ik ben wel nieuwsgierig wat de beste man gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Jelle Reumer van het Natuurhistorisch vond in zijn eerder genoemde arrogante en hysterische mail aan mij dat ik mijn pijlen niet moest richten op zijn buurvrouw van De Kunsthal, maar op de overheid die beknibbelt op budgetten waardoor de musea niet goed beveiligd kunnen worden. Het deed mij goed te lezen dat ook Jelle Reumer van mening is dat de musea niet ‘state of the art’, of geavanceerd beveiligd zijn. Echter, had de inbraak en diefstal door neushoorndieven in zijn museum iets te maken met teruglopende budgetten? Niets, helemaal niets. Het was de inertie van Reumer die deze diefstal mogelijk maakte. Vanuit zijn museum – er schort in het museum iets aan de loyaliteit met directeur Reumer – bereikte mij de informatie dat Jelle Reumer een waarschuwing door de politie terzijde had gelegd en geweigerd had de neushoorns te voorzien van replica hoorns. Een stap die in Naturalis terecht wel genomen werd toen wereldwijd een hausse aan inbraken plaatsvond in natuurhistorische musea.

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

De beveiliging van het Westfries Museum was, wat Raaskallende Ruud dan ook beweerde, ver onder de maat. Ruud verwaarloosde die beveiliging jarenlang en sloeg waarschuwingen van zijn beveiligingsinstallateur jaar na jaar in de wind. “We gaven feitelijk nooit aandacht aan de beveiliging” verklaarde zijn conservator ooit tijdens een receptie. Maar, Ruud mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De Klein verwaarloosde zijn verantwoordelijkheid als directeur van het Armando Museum en verzuimde, hoewel zijn museum deelnam aan een door het Mondriaanfonds gesubsidieerd project, te zorgen voor een calamiteitenplan voor zijn museum. Maar, Gerard mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De beveiliging van De Kunsthal, dat was geen nieuws, was onvoldoende en er werden geen aanvullende maatregelen getroffen toen er een kostbare tentoonstelling werd ingericht. Maar, Emily mocht ondanks aantoonbaar falen en domme presentaties in de publiciteit op haar post blijven.

Jelle Reumer weigerde de in zijn museum aanwezige hoorns van neushoorns te beveiligen, maar ook Jelle, het wordt eentonig, mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

Werd Rudy Fuchs gecorrigeerd nadat hij zo onhandig manoeuvreerde in een TV interview? Niet dat ik weet…misschien achter de schermen?

Zo lang eindverantwoordelijken niet op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken en aantoonbaar falen geen consequenties heeft, zal het aanmodderen blijven met de beveiliging van musea.

Ton Cremers

27 januari 2014

 

 

 

January 27th, 2014

Posted In: Uncategorized

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

27/01/2014 – 09:47

De naderende heropening van De Kunsthal te Rotterdam (1 februari 2014) na een ingrijpende verbouwing waarbij het klimaat en de beveiliging onder handen werden genomen, roept de publicitair wanstaltige toestand rondom de inbraak en diefstal van oktober 2012 weer in herinnering. Niet in het minst omdat de directrice van De Kunsthal onlangs in De Volkskrant verklaarde dat de beveiliging van De Kunsthal nu ‘goed’ is. Ansenk schaart zich in het rijtje directeuren van geslachtofferde musea die zich, nadat het fout ging, in de publiciteit ineens ontpopten als experts op het gebied van beveiliging en criminaliteit.

Nog geen halve dag nadat een stelletje Roemeense losers kinderlijk eenvoudig wisten in te breken in De Kunsthal verklaarde Ansenk doodleuk dat de beveiliging van haar kunsthal ‘state of the art’ was. Een faux pas door emotie over de inbraak? Een vergeeflijke faux pas, ware het niet dat Ansenk in de dagen na die inbraak zowel in De Volkskrant als de NRC de strekking van dat ‘state of the art’ in andere woorden wederom benadrukte. In De Volkskrant werd ze geciteerd met “Er is geen aanleiding de beveiliging aan te passen”. Kan het nog zouter?

Heb ik over dit gestuntel in de media al genoeg gezegd? Je zou het haast denken wanneer je de ingezonden brief van Raaskallende Ruud leest in de NRC van 23 oktober 2012. Spruit, want die Ruud is het, smeedt in zijn brief een band met de directeur van De Kunsthal, Emily Ansenk, waar – ik kan me niet anders voorstellen – Ansenk niet blij mee kan zijn. Ansenks buurman Jelle Reumer – directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch – sprong voor Ansenk en Raaskallende Ruud in de bres in een hysterische mail aan mij. Er ontplooit zich een trend, een trend die jaren geleden werd ingezet door Rudy Fuchs, chagrijnig fulminerend tegen een TV journalist nadat een schilderij van Picasso met een aardappelschilmesje was bewerkt door een bezoeker. Als museumdirecteur geef je na incidenten blijkbaar nooit toe dat de beveiliging gefaald heeft, of minstens kritisch onder de loep moet worden genomen, maar je schreeuwt stampvoetend uit dat die beveiliging ‘state of the art’ (Ansenk), ‘geavanceerd’ (Ruud Spruit) of zonder meer ‘goed’ (Fuchs) is. Om je woorden kracht bij te zetten, geef je desnoods de criminelen een compliment met hun ‘professionaliteit’ (Spruit). Er ligt terrein braak  voor mediatrainers..

Overigens vind ik niet dat in 1999 de beveiliging van het Stedelijk Museum onvoldoende was toen dat Picasso schilderij werd beschadigd. Niet de beveiliging faalde, maar Rudy Fuchs, niet bepaald bekend vanwege zijn bescheidenheid, faalde als woordvoerend directeur en viel als een amateur in de kuil die een volhardende journalist voor hem groef. Een pijnlijke TV vertoning.

Gerard de Klein, met in zijn kielzog conservator Yvonne Ploumen mailden mij ziedend van woede toen ik na de verwoestende brand in het Armando Museum in de pers verklaarde dat er onvoldoende afstemming was geweest tussen de gemeente Amersfoort, eigenaar van de Elleboogkerk waarin het museum gehuisvest was, en het museum. Hoe was het anders mogelijk dat men bezig ging met brandgevaarlijke dakwerkzaamheden terwijl het museum de belangrijkste tentoonstelling uit zijn bestaan had? Een tentoonstelling met kostbare bruiklenen die allemaal in de brand verloren gingen. Ik zou de relatie tussen het museum en de gemeente schade toebrengen met mijn opmerking in de pers, aldus Ploumen in een mail aan mij. Wie wat bewaart, die heeft wat. Mails als die van Ploumen zijn parels in mijn archief. Toen de gemeente Amersfoort de toezegging het museum te herbouwen heroverwoog, inmiddels sloeg ook in Nederland de financiële crisis toe, hadden De Klein noch Ploumen enige boodschap aan de relatie met de gemeente en gingen in de pers helemaal los over de onbetrouwbaarheid van de gemeente. De gemeente zouwoordbreuk plegen.

Had die brand in het Armando Museum voorkomen kunnen worden? Natuurlijk. Strikt genomen kan, met uitzondering van brandstichting, iedere brand voorkomen worden. Had voorkomen kunnen worden dat de hele collectie verloren ging? Absoluut! Maar: er was vanuit het museum geen toezicht tijdens de werkzaamheden, het museum bezat geen calamiteitenplan met een onderdeel gewijd aan de collectie en er waren geen afspraken met de brandweer over het redden van de collectie, echter…De Klein en Ploumen wasten hun handen in onschuld en stelden zich als slachtoffers op. Ploumen mag nu de kar trekken bij het nieuwe, virtuele Armando Museum in Amelisweerd en Gerard de Klein vond onderdak als directeur in museumgoudA. Daar liet hij van zich spreken door de verkoop van een schilderij van Dumas en had hij in 2012 de pech dat er ingebroken werd en een kostbare monstrans gestolen. Het zit de man niet mee. Had die diefstal voorkomen kunnen worden? Ja. Treft Gerard de Klein hier blaam? Nee, maar ik ben wel nieuwsgierig wat de beste man gedaan heeft om herhaling te voorkomen.

Jelle Reumer van het Natuurhistorisch vond in zijn eerder genoemde arrogante en hysterische mail aan mij dat ik mijn pijlen niet moest richten op zijn buurvrouw van De Kunsthal, maar op de overheid die beknibbelt op budgetten waardoor de musea niet goed beveiligd kunnen worden. Het deed mij goed te lezen dat ook Jelle Reumer van mening is dat de musea niet ‘state of the art’, of geavanceerd beveiligd zijn. Echter, had de inbraak en diefstal door neushoorndieven in zijn museum iets te maken met teruglopende budgetten? Niets, helemaal niets. Het was de inertie van Reumer die deze diefstal mogelijk maakte. Vanuit zijn museum – er schort in het museum iets aan de loyaliteit met directeur Reumer – bereikte mij de informatie dat Jelle Reumer een waarschuwing door de politie terzijde had gelegd en geweigerd had de neushoorns te voorzien van replica hoorns. Een stap die in Naturalis terecht wel genomen werd toen wereldwijd een hausse aan inbraken plaatsvond in natuurhistorische musea.

Wat hebben Rudy Fuchs, Ruud Spruit, Gerard de Klein, Jelle Reumer en Emily Ansenk met elkaar gemeen?

De beveiliging van het Westfries Museum was, wat Raaskallende Ruud dan ook beweerde, ver onder de maat. Ruud verwaarloosde die beveiliging jarenlang en sloeg waarschuwingen van zijn beveiligingsinstallateur jaar na jaar in de wind. “We gaven feitelijk nooit aandacht aan de beveiliging” verklaarde zijn conservator ooit tijdens een receptie. Maar, Ruud mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De Klein verwaarloosde zijn verantwoordelijkheid als directeur van het Armando Museum en verzuimde, hoewel zijn museum deelnam aan een door het Mondriaanfonds gesubsidieerd project, te zorgen voor een calamiteitenplan voor zijn museum. Maar, Gerard mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

De beveiliging van De Kunsthal, dat was geen nieuws, was onvoldoende en er werden geen aanvullende maatregelen getroffen toen er een kostbare tentoonstelling werd ingericht. Maar, Emily mocht ondanks aantoonbaar falen en domme presentaties in de publiciteit op haar post blijven.

Jelle Reumer weigerde de in zijn museum aanwezige hoorns van neushoorns te beveiligen, maar ook Jelle, het wordt eentonig, mocht ondanks aantoonbaar falen op zijn post blijven.

Werd Rudy Fuchs gecorrigeerd nadat hij zo onhandig manoeuvreerde in een TV interview? Niet dat ik weet…misschien achter de schermen?

Zo lang eindverantwoordelijken niet op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken en aantoonbaar falen geen consequenties heeft, zal het aanmodderen blijven met de beveiliging van musea.

Ton Cremers

27 januari 2014

January 27th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , ,

Archeologenruzie woekert voort

Jarenlang is het private ArcheoMedia weggezet als ‘een cowboy die de archeologie verpest’. De Erfgoedinspectie heeft daarvoor excuses gemaakt, maar het bedrijf wil nu geld zien.

DEN HAAG – ‘We willen ervan af. Deze zaak sleept al sinds 2007 en er moet een streep onder’, verzucht Hans Magdelijns, hoofdinspecteur monumenten en archeologie van de Erfgoed- inspectie, in de wandelgangen van de Haagse rechtbank. Magdelijns heeft net daarvoor omstandig aan de rechters proberen uit te leggen waar toch de ruzieachtige sfeer in de Nederlandse archeologie van de afgelopen jaren vandaan kwam.

De zaak waarop Magdelijns doelt, is de manier waarop zijn voorganger, de hoogleraar en voormalige decaan van de Leidse faculteit archeologie Willem Willems, oorlog heeft gevoerd met een aantal archeologische bedrijven. Een van die bedrijven, ArcheoMedia uit Capelle aan den IJssel, is aan die oorlog bijna ten onder gegaan en heeft daarom de Erfgoedinspectie en de Staat der Nederlanden voor de rechter gedaagd.

Het bedrijf wil een schadevergoeding van ettelijke miljoenen en is daarmee niet het enige. Een ander opgravingsbedrijf, SOB, bereidt eveneens een procedure tegen de overheid voor, op vergelijkbare gronden.

Volgens ArcheoMedia heeft hoogleraar Willems met een jarenlange fluistercampagne het bedrijf het werken onmogelijk gemaakt. Die campagne omvatte negatieve uitlatingen in de archeologische vakpers, diverse pogingen om de opgraafvergunning van het bedrijf in te trekken, het zwartmaken van ArcheoMedia bij collega-archeologen en het zieken van het bedrijf met onredelijke eisen en voorschriften.

‘In één geval bleef ArcheoMedia zitten met zevenhonderd skeletten die ze had opgegraven in Vlissingen’, zegt de advocaat van het bedrijf. ‘De gemeente wilde daarvoor niet betalen. Uiteindelijk moest ArcheoMedia onder druk van Willems zelf die skeletten verzorgen. Dat zou 700 duizend euro kosten.’

Boetekleed
Dat Willems en de Erfgoedinspectie fout zitten, staat vast. In 2011 trok de belangrijkste toezichthouder op het terrein van de archeologie in Nederland publiekelijk het boetekleed aan. In een ‘rehabilitatiebericht’ op de website van de inspectie zei de dienst dat er ‘betreurenswaardige uitlatingen’ waren gedaan over ArcheoMedia. Ook zou er over een groot aantal jaren ‘niet op feiten gebaseerde informatie’ zijn verschaft.

De inspectie maakte omstandig excuses en liet weten dat er ‘maatregelen zijn genomen om dit soort gedrag niet meer te laten voorkomen’. De portemonnee trekken, dat ging de toezichthouder echter te ver. ‘We willen graag een normale verstandhouding met ArcheoMedia’, zegt Magdelijns. ‘Vandaar deze zeer ongebruikelijke rehabilitatie. Maar de verhoudingen blijven slecht. Het gaat alleen nog om geld. Veel geld.’

Hoogleraar Willems was niet aanwezig in de rechtbank. ‘Ik wist niet dat deze zitting was’, zegt hij vanaf de Leidse archeologiefaculteit. ‘Het is erg makkelijk om de schuld bij mij neer te leggen, terwijl ik al jaren weg ben. De details zijn weggezakt, maar ik weet nog wel dat er bedrijven de markt op kwamen die het in onze ogen niet goed deden. ArcheoMedia was er daar één van.’

Na de millenniumwisseling was de tot dan toe slaperige sector van de archeologie opeens booming business. Aanleiding was een nieuwe wet die gemeenten en projectontwikkelaars verplichtte om bodemonderzoek te doen, voordat er een nieuw bouwproject werd gestart. Tegelijkertijd werd de markt voor archeologie, tot dan toe een zaak van vooral overheden en universiteiten, opengesteld voor private bedrijven.

Zoals ArcheoMedia. In vier jaar tijd groeide het bedrijf uit van een tweemanschap tot een archeologisch bureau met 35 man personeel en opgravingen door heel Nederland. ‘En toen begonnen de aanvaringen met Willems en ging alles mis,’ zegt directeur Aart Vermeulen. ‘Hij was met afstand de belangrijkste man in archeologisch Nederland. Hij zag ons als cowboys die de archeologie verpestten. We hebben nog maar een paar man in dienst.’

Nobelgate
Volgens de advocaat van de Erfgoedinspectie Eric Daalder is de klaagzang van Vermeulen onzin. ‘In een markt, ook de archeologische, zijn er winnaars en verliezers. De staat is niet aansprakelijk als een bedrijf minder opdrachten krijgt.’

Ook wijst Daalder op de zogeheten Nobelgate in 2004, een affaire die diepe sporen heeft getrokken in de Nederlandse archeologie. Daarbij liepen de opgravingskosten op een nieuwbouwlocatie bij de Nobelpoort in Zierikzee zo uit de hand, dat er vier wethouders en diverse ambtenaren werden ontslagen. Uitvoerder ArcheoMedia trof geen blaam, maar het kwaad was geschied, aldus Daalder.

‘Het is vergelijkbaar met de Noord-Zuidlijn in Amsterdam: de Duitse bouwer daarvan zal weinig opdrachten in Nederland meer krijgen na de publiciteit over enorme kostenoverschrijdingen. Door alle ophef over Zierikzee zijn opdrachtgevers op zoek gegaan naar andere opgravingsbureaus dan Ar- cheoMedia’, aldus Daalder.

De rechtbank doet op 6 maart uitspraak. Volgens hoogleraar Willems zal het voor zijn vak allemaal weinig uitmaken. ‘Dankzij de economische crisis zijn we sowieso weer terug bij af met de archeologie.’

January 24th, 2014

Posted In: niet museaal

Tags: , , , ,

De Kunsthal: wat is de vergrotende trap van ‘state of the art’ beveiligen?

24/01/2014 – 12:10Emily Ansenk, directeur van De Kunsthal, verzekert in De Volkskrant van 24 januari 2014 dat De Kunsthal wanneer deze op 1 februari 2014 weer open gaat na een ingrijpende verbouwing ‘goed beveiligd’ is.

Is ‘goed beveiligd’ de vergrotende, of misschien wel overtreffende trap van ‘state of the art’ beveiligd? Want dat was De Kunsthal immers al volgens bluffende Ansenk toen in oktober 2012 op kinderlijk eenvoudige wijze een aantal schilderijen gestolen werd uit haar Kunsthal.

Hoe het ook zij: het camerasysteem is vernieuwd – wat zullen we die nutteloze, nostalgische camerabeelden uit 2012 missen – en er zijn rolluiken aangebracht. Stappen in de goede richting. Hopelijk zijn de buitendeuren inmiddels ook voorzien van normconforme sloten en zullen kostbare objecten in de toekomst getoond worden in inbraakwerende compartimenten of idem vitrines.

De inbraak uit 2012 zal niet alleen de geschiedenis in gaan dankzij de klunzige actie door small-time Oost-Europese crimineeltjes, maar ook dankzij het gestuntel door een betweterige directeur die tijdens een van de belangrijkste tentoonstellingen uit de geschiedenis van De Kunsthal een snoepreisje naar het buitenland maakte en doodleuk haar telefoon uit zette omdat ze niet gestoord wilde worden.

Een bijzondere bedrijfscultuur die museumwereld waarbinnen het mogelijk is dat een falende directeur doodleuk op haar post blijft zitten alsof er niets aan de hand is. Faillissement van verantwoordelijkheid.

Ton Cremers

Museumbeveiliging, Ton Cremers » Blog Archive » De Kunsthal: wat is de vergrotende trap van ‘state of the art’ beveiligen?.

January 24th, 2014

Posted In: Mailing list reports

De Kunsthal: wat is de vergrotende trap van ‘state of the art’ beveiligen?

24/01/2014 – 12:10Emily Ansenk, directeur van De Kunsthal, verzekert in De Volkskrant van 24 januari 2014 dat De Kunsthal wanneer deze op 1 februari 2014 weer open gaat na een ingrijpende verbouwing ‘goed beveiligd’ is.

Is ‘goed beveiligd’ de vergrotende, of misschien wel overtreffende trap van ‘state of the art’ beveiligd? Want dat was De Kunsthal immers al volgens bluffende Ansenk toen in oktober 2012 op kinderlijk eenvoudige wijze een aantal schilderijen gestolen werd uit haar Kunsthal.

Hoe het ook zij: het camerasysteem is vernieuwd – wat zullen we die nutteloze, nostalgische camerabeelden uit 2012 missen – en er zijn rolluiken aangebracht. Stappen in de goede richting. Hopelijk zijn de buitendeuren inmiddels ook voorzien van normconforme sloten en zullen kostbare objecten in de toekomst getoond worden in inbraakwerende compartimenten of idem vitrines.

De inbraak uit 2012 zal niet alleen de geschiedenis in gaan dankzij de klunzige actie door small-time Oost-Europese crimineeltjes, maar ook dankzij het gestuntel door een betweterige directeur die tijdens een van de belangrijkste tentoonstellingen uit de geschiedenis van De Kunsthal een snoepreisje naar het buitenland maakte en doodleuk haar telefoon uit zette omdat ze niet gestoord wilde worden.

Een bijzondere bedrijfscultuur die museumwereld waarbinnen het mogelijk is dat een falende directeur doodleuk op haar post blijft zitten alsof er niets aan de hand is. Faillissement van verantwoordelijkheid.

Ton Cremers

January 24th, 2014

Posted In: Geen categorie

Tags: , ,

Emily Ansenk, directeur van De Kunsthal, verzekert in De Volkskrant van 24 januari 2014 dat De Kunsthal wanneer deze op 1 februari 2014 weer open gaat na een ingrijpende verbouwing ‘goed beveiligd’ is.

Is ‘goed beveiligd’ de vergrotende, of misschien wel overtreffende trap van ‘state of the art’ beveiligd? Want dat was De Kunsthal immers al volgens bluffende Ansenk toen in oktober 2012 op kinderlijk eenvoudige wijze een aantal schilderijen gestolen werd uit haar Kunsthal.

Hoe het ook zij: het camerasysteem is vernieuwd – wat zullen we die nutteloze, nostalgische camerabeelden uit 2012 missen – en er zijn rolluiken aangebracht. Stappen in de goede richting. Hopelijk zijn de buitendeuren inmiddels ook voorzien van normconforme sloten en zullen kostbare objecten in de toekomst getoond worden in inbraakwerende compartimenten of idem vitrines.

De inbraak uit 2012 zal niet alleen de geschiedenis in gaan dankzij de klunzige actie door small-time Oost-Europese crimineeltjes, maar ook dankzij het gestuntel door een betweterige directeur die tijdens een van de belangrijkste tentoonstellingen uit de geschiedenis van De Kunsthal een snoepreisje naar het buitenland maakte en doodleuk haar telefoon uit zette omdat ze niet gestoord wilde worden.

Een bijzondere bedrijfscultuur die museumwereld waarbinnen het mogelijk is dat een falende directeur doodleuk op haar post blijft zitten alsof er niets aan de hand is. Faillissement van verantwoordelijkheid.

Ton Cremers

January 24th, 2014

Posted In: Uncategorized

This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 24th, 2014

Posted In: fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 19th, 2014

Posted In: art fraud, fakes and forgeries

This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 18th, 2014

Posted In: art fraud, fakes and forgeries

SLAM Mummy Mask Appeal: “You now have to beg for a do-over”

“All we want here is an opportunity to get in the gate,” argued U.S. Department of Justice Attorney Sharon Swingle before the Eight Circuit Court of Appeals yesterday. But Patrick McInerney, attorney for the St. Louis Art Museum (SLAM), told the court that he wanted finality in the government’s failed attempt to take the Ka Nefer Nefer mummy mask from his client.
Archaeologist Mohamed Zakaria Goneim discovered the more than 3,000 year old mask in Egypt in the 1950’s. Despite SLAM’s purchase of the mummy mask from a gallery in 1998 for approximately a half million dollars, authorities in the U.S. and Egypt say the mask remains a stolen object that was illegally removed from Egypt.
Government lawyers still want a chance to present this argument to the Missouri federal district court by filing a newly amended complaint that would restart the process to forfeit the Ka Nefer Nefer mask from SLAM. But they first need the approval of the court of appeals.The forfeiture case known as U.S. v. Ka Nefer Nefer was first begun in 2011 by the U.S. Attorney in St. LouisHowever, the lower courtdismissed the government’s claim in 2012, saying the the complaint was deficient. The district court turned the government down againafter attorneys tried to rejuvenate the case with a newly minted complaint alleging more facts surrounding the mask’s theft. Justice Department lawyers then appealed the district court’s technical decision dismissing the proceedings, setting the stage for Monday’s oral argument before a three judge appellate panel.

Circuit Court Judge James Loken bluntly observed during yesterday’s oral argument that the government made mistakes in the eyes of the district court and now, “You now have to beg for a do-over.” But Swingle protested that the grounds for the district court’s dismissal was not based on some “fundamental legal defect.” She stressed that the law favors deciding legal cases on their merits, not simply dismissing them before they are substantively argued. In fact, the law favors granting at least one opportunity to amend a complaint before dismissing it with prejudice, she argued.

McInerney contested Swingle’s assertions. “It’s really whether the government is entitled to an advisory opinion from the district court, with the help of defense counsel here, as to what the proper pleading elements are for their claim under the Tariff Act. Because that’s really what they want.”

If the government were successful in its appeal to restart the forfeiture case, McInerney suggested that it would be the first time that happened in the Eight Circuit under the federal rules. He argued that no special exception should be made for the government in this case.

Judge Loken may have given the impression that the government was out of luck, but he also hinted that government’s case might have life left if the appeal were denied. He asked more than once whether the declaratory judgment action might still go forward if the forfeiture case were dismissed. The “DJ” case is the original and still active companion case to the forfeiture action where SLAM petitioned to quiet the title of the Ka Nefer Nefer mask, seeking a judicial determination that it is the rightful owner of the mask. The appellate court suggested that the government could still argue its forfeiture claim as a defense in the DJ case. Swingle was not so sure, however.

Judge Diana Murphy inquired about allegations surrounding the sellers of the mask, remarking to Swingle, “When did facts come out about this company in Switzerland? …which has a cloudy past I gather ….” Swingle replied by describing specific criminal complaints made against the gallery’s owners. McInerney later addressed this issue of “some illegality” by saying,  “It ought to noted … that had absolutely no connection with this case; none whatsoever.” “The facts don’t show it.” Any criminal conduct claimed by the government “post-dated by four years the acquisition of the mask” by SLAM. “This left-handed suggestion that there was some … sort of misconduct in connection with the mask doesn’t stand,” McInerney iterated.

Judge Lavenski Smith attempted to clarify the timetable of the government’s requests to the district court to reconsider the dismissal of the case. He raised a question about the many months that went by between the filing of SLAM’s petition to dismiss the government’s forfeiture complaint, the district court’s dismissal, and the “equity to the government” concerning the opportunity to amend. In other words, why didn’t the government move for leave to amend its complaint during an apparently available ten month time period? Judge Smith, meanwhile, wanted to know what specific prejudice the museum would suffer if the case were allowed to continue and not dismissed. Swingle argued that the government’s actions were timely and, even if not, there was no disadvantage to SLAM.

Swingle endeavored to demonstrate that the government had been taking the high road in this litigation by expressing, “Our preference was to reach a mediated solution to this dispute …”  “It was the museum that precipitated a judicial intervention by filing the declaratory judgment.”

McInerney countered with several critiques. He cited federal attorneys’ failure to show that the mask was stolen. “In order to get to theft in the first place you have to get to ownership.” SLAM’s legal counsel argued that it is not enough for the government to allege that the mask was in one place at one moment and another place at another moment without alleging some type of theft. “They still can’t show that the item was ever owned by the Republic of Egypt,” he exhorted.

McInerney further contended that the government could have taken the case for appeal in a timely fashion but did not. They kept the case in district court, he charged, because “…they were banking on the district court writing a recipe for an appropriate complaint ….” It was 401 days after SLAM filed its motion to dismiss when the government finally presented what it believed was a factually compelling forfeiture complaint to the district court, presenting “satisfactory allegations” that “still don’t suffice,” pressed McInerney.

Swingle particularly objected that one of the grounds the district court relied on to dismiss the forfeiture case concerned an issue not even briefed by the litigants, but raised by the district court sua sponte (on its own), specifically that the government needed to allege facts showing that the mask was imported “contrary to law,” not simply that it needed to allege that the mask was stolen. McInerney urged that “contrary to law” was not a new element raised by the district court, it was just the district court recognizing what is required for a forfeiture claim filed under 19 U.S.C. §  1595a of the customs law.

On Justice Murphy’s mind was the district court’s failure to clarify why it denied the government’s request to amend the forfeiture complaint. She asked early in the oral argument if the district court abused its discretion. Later she questioned McInerney with, “You concede … that the district court did not say much?”Whether the district court abused its discretion is the issue that the judges will ultimately decide when they issue a ruling at a future date.

The appellate argument can be heard in its entirety by clicking here.

This post is researched, written, and published on the blog Cultural Heritage Lawyer Rick St. Hilaire at culturalheritagelawyer.blogspot.com. Text copyrighted 2010-2014 by Ricardo A. St. Hilaire, Attorney & Counselor at Law, PLLC. Any unauthorized reproduction or retransmission of this post is prohibited. CONTACT INFORMATION: www.culturalheritagelawyer.com

Cultural Heritage Lawyer Rick St. Hilaire: SLAM Mummy Mask Appeal: “You now have to beg for a do-over”.

January 17th, 2014

Posted In: Cultural Heritage in Danger, looting and illegal art traffickers

SLAM Mummy Mask Appeal: “You now have to beg for a do-over”

“All we want here is an opportunity to get in the gate,” argued U.S. Department of Justice Attorney Sharon Swingle before the Eight Circuit Court of Appeals yesterday. But Patrick McInerney, attorney for the St. Louis Art Museum (SLAM), told the court that he wanted finality in the government’s failed attempt to take the Ka Nefer Nefer mummy mask from his client.
Archaeologist Mohamed Zakaria Goneim discovered the more than 3,000 year old mask in Egypt in the 1950’s. Despite SLAM’s purchase of the mummy mask from a gallery in 1998 for approximately a half million dollars, authorities in the U.S. and Egypt say the mask remains a stolen object that was illegally removed from Egypt.
Government lawyers still want a chance to present this argument to the Missouri federal district court by filing a newly amended complaint that would restart the process to forfeit the Ka Nefer Nefer mask from SLAM. But they first need the approval of the court of appeals.The forfeiture case known as U.S. v. Ka Nefer Nefer was first begun in 2011 by the U.S. Attorney in St. LouisHowever, the lower courtdismissed the government’s claim in 2012, saying the the complaint was deficient. The district court turned the government down againafter attorneys tried to rejuvenate the case with a newly minted complaint alleging more facts surrounding the mask’s theft. Justice Department lawyers then appealed the district court’s technical decision dismissing the proceedings, setting the stage for Monday’s oral argument before a three judge appellate panel.

Circuit Court Judge James Loken bluntly observed during yesterday’s oral argument that the government made mistakes in the eyes of the district court and now, “You now have to beg for a do-over.” But Swingle protested that the grounds for the district court’s dismissal was not based on some “fundamental legal defect.” She stressed that the law favors deciding legal cases on their merits, not simply dismissing them before they are substantively argued. In fact, the law favors granting at least one opportunity to amend a complaint before dismissing it with prejudice, she argued.

McInerney contested Swingle’s assertions. “It’s really whether the government is entitled to an advisory opinion from the district court, with the help of defense counsel here, as to what the proper pleading elements are for their claim under the Tariff Act. Because that’s really what they want.”

If the government were successful in its appeal to restart the forfeiture case, McInerney suggested that it would be the first time that happened in the Eight Circuit under the federal rules. He argued that no special exception should be made for the government in this case.

Judge Loken may have given the impression that the government was out of luck, but he also hinted that government’s case might have life left if the appeal were denied. He asked more than once whether the declaratory judgment action might still go forward if the forfeiture case were dismissed. The “DJ” case is the original and still active companion case to the forfeiture action where SLAM petitioned to quiet the title of the Ka Nefer Nefer mask, seeking a judicial determination that it is the rightful owner of the mask. The appellate court suggested that the government could still argue its forfeiture claim as a defense in the DJ case. Swingle was not so sure, however.

Judge Diana Murphy inquired about allegations surrounding the sellers of the mask, remarking to Swingle, “When did facts come out about this company in Switzerland? …which has a cloudy past I gather ….” Swingle replied by describing specific criminal complaints made against the gallery’s owners. McInerney later addressed this issue of “some illegality” by saying,  “It ought to noted … that had absolutely no connection with this case; none whatsoever.” “The facts don’t show it.” Any criminal conduct claimed by the government “post-dated by four years the acquisition of the mask” by SLAM. “This left-handed suggestion that there was some … sort of misconduct in connection with the mask doesn’t stand,” McInerney iterated.

Judge Lavenski Smith attempted to clarify the timetable of the government’s requests to the district court to reconsider the dismissal of the case. He raised a question about the many months that went by between the filing of SLAM’s petition to dismiss the government’s forfeiture complaint, the district court’s dismissal, and the “equity to the government” concerning the opportunity to amend. In other words, why didn’t the government move for leave to amend its complaint during an apparently available ten month time period? Judge Smith, meanwhile, wanted to know what specific prejudice the museum would suffer if the case were allowed to continue and not dismissed. Swingle argued that the government’s actions were timely and, even if not, there was no disadvantage to SLAM.

Swingle endeavored to demonstrate that the government had been taking the high road in this litigation by expressing, “Our preference was to reach a mediated solution to this dispute …”  “It was the museum that precipitated a judicial intervention by filing the declaratory judgment.”

McInerney countered with several critiques. He cited federal attorneys’ failure to show that the mask was stolen. “In order to get to theft in the first place you have to get to ownership.” SLAM’s legal counsel argued that it is not enough for the government to allege that the mask was in one place at one moment and another place at another moment without alleging some type of theft. “They still can’t show that the item was ever owned by the Republic of Egypt,” he exhorted.

McInerney further contended that the government could have taken the case for appeal in a timely fashion but did not. They kept the case in district court, he charged, because “…they were banking on the district court writing a recipe for an appropriate complaint ….” It was 401 days after SLAM filed its motion to dismiss when the government finally presented what it believed was a factually compelling forfeiture complaint to the district court, presenting “satisfactory allegations” that “still don’t suffice,” pressed McInerney.

Swingle particularly objected that one of the grounds the district court relied on to dismiss the forfeiture case concerned an issue not even briefed by the litigants, but raised by the district court sua sponte (on its own), specifically that the government needed to allege facts showing that the mask was imported “contrary to law,” not simply that it needed to allege that the mask was stolen. McInerney urged that “contrary to law” was not a new element raised by the district court, it was just the district court recognizing what is required for a forfeiture claim filed under 19 U.S.C. §  1595a of the customs law.

On Justice Murphy’s mind was the district court’s failure to clarify why it denied the government’s request to amend the forfeiture complaint. She asked early in the oral argument if the district court abused its discretion. Later she questioned McInerney with, “You concede … that the district court did not say much?”Whether the district court abused its discretion is the issue that the judges will ultimately decide when they issue a ruling at a future date.

The appellate argument can be heard in its entirety by clicking here.

This post is researched, written, and published on the blog Cultural Heritage Lawyer Rick St. Hilaire at culturalheritagelawyer.blogspot.com. Text copyrighted 2010-2014 by Ricardo A. St. Hilaire, Attorney & Counselor at Law, PLLC. Any unauthorized reproduction or retransmission of this post is prohibited. CONTACT INFORMATION: www.culturalheritagelawyer.com

Cultural Heritage Lawyer Rick St. Hilaire: SLAM Mummy Mask Appeal: “You now have to beg for a do-over”.

January 17th, 2014

Posted In: Cultural Heritage in Danger, looting and illegal art traffickers

This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 2nd, 2014

Posted In: diefstal uit museum, Museum thefts

This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 2nd, 2014

Posted In: fakes and forgeries