Verdriet bij bisdom om gestolen monstrans

http://www.at5.nl/artikelen/95374/verdriet-bij-bisdom-om-gestolen-monstrans

 

Het bisdom Haarlem-Amsterdam heeft met ontzetting gereageerd op de diefstal van een peperdure monstrans, gisteren in Utrecht.

Twee nog onbekende personen hebben daar dinsdagmiddag een zogenaamde monstrans, een houder voor de  geconsacreerde hostie, geroofd uit vitrines van museum Catharijneconvent in Utrecht. 

 

(………………………………………………………..

 

Vorig jaar maart werd uit het Museum Gouda ook een zilveren monstrans gestolen die tot op de dag van vandaag onvindbaar is. Museumdirecteur Marieke van Schijndel noemde het object na de roof al ‘onverkoopbaar’ en ook het bisdom denkt niet dat het voorwerp zomaar te verkopen is.”

 

 

Een object met diamanten onverkoopbaar? Hoe naïef kan je zijn. Natuurlijk is dat object verkoopbaar. Er is een markt voor. Die markt is voor het hele object beperkt, maar voor de kostbare onderdelen van de monstrans is zeker een markt.

 De discussie over het al of niet bestaan van een markt is overigens een non-discussie. Al vele tientallen jaren, na honderden diefstallen – al of niet buitenopeningstijd bij een inbraak of tijdens openingstijd sneaky of met geweld – is aangetoond dat onverkoopbaarheid niet leidt tot vermindering van het aantal incidenten.

 Bekende, kostbare, veelvuldig gedocumenteerde kunst beschermt niet zichzelf omdat dieven er toch niets mee kunnen. Daar zijn maatregelen voor nodig. Maatregelen die soms wel en soms geen investeringen eisen.

 

Bij die maatregelen horen inbraakwerende gebouwen, inbraakwerende vitrines, inpandige inbraakvertragende compartimenteringen (eventueel met rolluiken), meeneembeperkende maatregelen zoals ophang- en bevestigingssystemen, elektronische signalering, cameraobservatie, en organisatorische maatregelen zoals opleiding en training van het personeel en adequate alarmopvolging.

 

De afgelopen jaren wordt door slimme en vasthoudende marketing veel te veel de nadruk gelegd op de training van personeel om afwijkend gedrag te herkennen. Die training is een marginaal onderdeel van het hele pakket aan preventieve maatregelen. Het is zeer de vraag – eigenlijk weet ik het antwoord wel – of een dergelijke training de diefstal van een monstrans uit het Catharijneconvent had kunnen voorkomen. De dief of dieven zijn zonder enige twijfel eerder in het museum geweest om de boel te verkennen. Stel dat een van de suppoosten de indruk had gehad dat de objecten en de beveiliging op een ‘deviante’ wijze door de criminelen worden geobserveerd, wat kan die suppoost dan doen? De bezoekers aanspreken en vragen of ze informatie willen? Dat kan en de verkennende crimineel zou dan weten dat hij in de gaten gehouden wordt. Voldoende reden een volgende dag niet terug te keren met een bivakmuts op? Misschien, heel misschien. Kan die bezoeker het museum uitgezet worden omdat hij deviant kijkt? Nee. Kan de politie gebeld worden met het verzoek die rare bezoeker op te pakken? Nee. Kan de politie verzocht worden te posten voor het museum totdat die rare man terug komt? Allemaal vragen die helaas ontkennend beantwoord moeten worden. Bovendien is het heel goed mogelijk dat de verkenner niet de feitelijke dader zal worden.

 

Hoe had deze hit-and-run diefstal van een monstrans wel voorkomen kunnen worden?

 

Er zijn bij enkele collectiebeheerders in Nederland vitrines van een hoogwaardige inbraakwerendheid. Deze vitrines zijn door professionals getest en het is niet gelukt met gebruik van (voor)hamers, bijlen en andere gereedschappen binnen twintig minuten die vitrines te openen.

 

Ja, maar dat kost toch geld. Ja, dat kost geld! Er moet een relatie zijn tussen de investering en wat je beschermt. Als het erom gaat een object ter waarde van

€ 250.000,00 te beschermen dan kosten dergelijke vitrines een fractie.

 

Geen budget voor het treffen van maatregelen, dat hoor je vaak, is feitelijk een schuldbekentenis: een  museumverantwoordelijke die zegt geen middelen te hebben om objecten adequaat te beveiligen bekent feitelijk dat bewust gekozen wordt voor te kwetsbare presentaties. Geen geld voor beveiliging – let wel: beveiliging is een museale kerntaak – betekent dat het museum niet in staat is een kerntaak naar behoren uit te voeren. Dat mag ‘onze’ objecten niet aangedaan worden.

 

Ton Cremers

 

 ++++++++++

Ton Cremers
+31624224620
http://www.linkedin.com/in/toncremers
https://groups.google.com/group/museum_security_network
http://www.museum-security.org 

Stolen Egyptian Ka Nefer Nefer Mask in Saint Louis Art Museum
++++++++++++++++++++++++++++

 

January 30th, 2013

Posted In: Catharijneconvent, Columns Ton Cremers, diefstal uit museum, Museum thefts, religieuze voorwerpen

Verdriet bij bisdom om gestolen monstrans

http://www.at5.nl/artikelen/95374/verdriet-bij-bisdom-om-gestolen-monstrans

 

Het bisdom Haarlem-Amsterdam heeft met ontzetting gereageerd op de diefstal van een peperdure monstrans, gisteren in Utrecht.

Twee nog onbekende personen hebben daar dinsdagmiddag een zogenaamde monstrans, een houder voor de  geconsacreerde hostie, geroofd uit vitrines van museum Catharijneconvent in Utrecht. 

 

(………………………………………………………..

 

Vorig jaar maart werd uit het Museum Gouda ook een zilveren monstrans gestolen die tot op de dag van vandaag onvindbaar is. Museumdirecteur Marieke van Schijndel noemde het object na de roof al ‘onverkoopbaar’ en ook het bisdom denkt niet dat het voorwerp zomaar te verkopen is.”

 

 

Een object met diamanten onverkoopbaar? Hoe naïef kan je zijn. Natuurlijk is dat object verkoopbaar. Er is een markt voor. Die markt is voor het hele object beperkt, maar voor de kostbare onderdelen van de monstrans is zeker een markt.

 De discussie over het al of niet bestaan van een markt is overigens een non-discussie. Al vele tientallen jaren, na honderden diefstallen – al of niet buitenopeningstijd bij een inbraak of tijdens openingstijd sneaky of met geweld – is aangetoond dat onverkoopbaarheid niet leidt tot vermindering van het aantal incidenten.

 Bekende, kostbare, veelvuldig gedocumenteerde kunst beschermt niet zichzelf omdat dieven er toch niets mee kunnen. Daar zijn maatregelen voor nodig. Maatregelen die soms wel en soms geen investeringen eisen.

 

Bij die maatregelen horen inbraakwerende gebouwen, inbraakwerende vitrines, inpandige inbraakvertragende compartimenteringen (eventueel met rolluiken), meeneembeperkende maatregelen zoals ophang- en bevestigingssystemen, elektronische signalering, cameraobservatie, en organisatorische maatregelen zoals opleiding en training van het personeel en adequate alarmopvolging.

 

De afgelopen jaren wordt door slimme en vasthoudende marketing veel te veel de nadruk gelegd op de training van personeel om afwijkend gedrag te herkennen. Die training is een marginaal onderdeel van het hele pakket aan preventieve maatregelen. Het is zeer de vraag – eigenlijk weet ik het antwoord wel – of een dergelijke training de diefstal van een monstrans uit het Catharijneconvent had kunnen voorkomen. De dief of dieven zijn zonder enige twijfel eerder in het museum geweest om de boel te verkennen. Stel dat een van de suppoosten de indruk had gehad dat de objecten en de beveiliging op een ‘deviante’ wijze door de criminelen worden geobserveerd, wat kan die suppoost dan doen? De bezoekers aanspreken en vragen of ze informatie willen? Dat kan en de verkennende crimineel zou dan weten dat hij in de gaten gehouden wordt. Voldoende reden een volgende dag niet terug te keren met een bivakmuts op? Misschien, heel misschien. Kan die bezoeker het museum uitgezet worden omdat hij deviant kijkt? Nee. Kan de politie gebeld worden met het verzoek die rare bezoeker op te pakken? Nee. Kan de politie verzocht worden te posten voor het museum totdat die rare man terug komt? Allemaal vragen die helaas ontkennend beantwoord moeten worden. Bovendien is het heel goed mogelijk dat de verkenner niet de feitelijke dader zal worden.

 

Hoe had deze hit-and-run diefstal van een monstrans wel voorkomen kunnen worden?

 

Er zijn bij enkele collectiebeheerders in Nederland vitrines van een hoogwaardige inbraakwerendheid. Deze vitrines zijn door professionals getest en het is niet gelukt met gebruik van (voor)hamers, bijlen en andere gereedschappen binnen twintig minuten die vitrines te openen.

 

Ja, maar dat kost toch geld. Ja, dat kost geld! Er moet een relatie zijn tussen de investering en wat je beschermt. Als het erom gaat een object ter waarde van

€ 250.000,00 te beschermen dan kosten dergelijke vitrines een fractie.

 

Geen budget voor het treffen van maatregelen, dat hoor je vaak, is feitelijk een schuldbekentenis: een  museumverantwoordelijke die zegt geen middelen te hebben om objecten adequaat te beveiligen bekent feitelijk dat bewust gekozen wordt voor te kwetsbare presentaties. Geen geld voor beveiliging – let wel: beveiliging is een museale kerntaak – betekent dat het museum niet in staat is een kerntaak naar behoren uit te voeren. Dat mag ‘onze’ objecten niet aangedaan worden.

 

Ton Cremers

 

 ++++++++++

Ton Cremers
+31624224620
http://www.linkedin.com/in/toncremers
https://groups.google.com/group/museum_security_network
http://www.museum-security.org 

Stolen Egyptian Ka Nefer Nefer Mask in Saint Louis Art Museum
++++++++++++++++++++++++++++

 

January 30th, 2013

Posted In: Catharijneconvent, Columns Ton Cremers, diefstal uit museum, Museum thefts, religieuze voorwerpen

Yesterday, the Dutch newspaper De Telegraaf ran an editorial suggesting that a notorious Irish criminal gang was “almost certainly” responsible for the burglary and multi-million euro art theft from the Rotterdam Kunsthal in October last year. The source of this speculation was the internationally renowned art detective Charles Hill. According to De Telegraaf:
“The retired English top agent, who for years was the head of Scotland Yard’s Art Squad, emphasized that the two burglars struck very professionally. The burglary took only two and half minutes, and was prepared in detail. That method calls in mind the Rathkeale Rovers, who currently strike all over Europe, said Hill. The British detective in the past was involved in undercover operations throughout the world, solving numerous notorious art thefts including the theft of The Scream (Munch) and Writing Woman with Maid (Vermeer).
Hill’s ability to predict the perpetrators in these cases — shamelessly offering his services as a mediator in the Kunsthal heist at the same time as criticizing Rotterdam police — is becoming embarrassing.
Some years ago, Benvenuto Cellini’s saliera (salt cellar), worth over 20 million euros, was stolen with almost childish simplicity from the Kunsthistorisches Museum in Vienna. On that occasion, Hill stated with absolute certainty that a Serbian gang was responsible and that the theft would soon be solved. He was correct on that last point; shortly after Hill articulated these Balkan fantasies, a native of Vienna was arrested. The man responsible, drunk and totally unprepared, had climbed the scaffolding in front of the museum, smashed a window, then broke into a display case, grabbed the salt cellar and ran off. The burglary and theft took just 58 seconds, a scenario somewhat different to Hill’s assertion that it had been the work of Serbian professionals.
Hill also stated that the intruder alarm detectors attached to the window had been tampered with from the outside, thereby confirming that his knowledge of these systems is next to zero.
Now Hill is at it again, asserting that an Irish gang is behind the burglary at the Kunsthal. It is true that an Irish gang roams (or roamed) through Europe, breaking into museums. However, these were predominantly natural history museums targeted for  their rhino horn.
Perhaps it’s time the retired Scotland Yard art sleuth spent a little more time on the golf course instead of venturing outlandish predictions based on fantasy rather than fact.
An Irish gang? If so, it was a gang with connections in Romania. Three suspected perpetrators have just been arrested there.
Ton Cremers

 

January 23rd, 2013

Posted In: comment, Museum thefts

Gisteren was in een Nederlandse krant te lezen dat achter de inbraak en diefstal uit de Kunsthal zo goed als zeker een Ierse bende schuil ging, althans volgens Charles Hill, voormalig Scotland Yard rechercheur:

door Jolande van der Graaf 
 
ROTTERDAM, maandag 
 
Achter de megakraak in de Rotterdamse Kunsthal waarbij in oktober vorig jaar voor honderd miljoen aan schilderijen is buit gemaakt, zit volgens de internationaal vermaarde politie-inspecteur Charley Hill vrijwel zeker een beruchte Ierse roversbende.

De gepensioneerde Engelse topagent, die jaren aan het hoofd stond van Scotland Yard’s Art Squad, benadrukt dat de twee inbrekers zeer professioneel toesloegen. De binnen tweeënhalve minuut gepleegde inbraak werd bovendien tot in detail voorbereid. Die werkwijze doet in alles denken aan de Rathkeale Rovers, die momenteel in heel Europa toeslaan , aldus Hill. De Britse speurder wist in het verleden met undercoveroperaties over de hele wereld tal van beruchte kunstroven als de diefstal van De Schreeuw (Munch) en van Schrijvende vrouw met dienstbode (Vermeer) op te lossen.

De voorspellende gave van Charles Hill, die zich in bovengenoemd artikel op schaamteloze wijze aanbiedt als bemiddelaar in de Kunsthalzaak en de Rotterdamse politie onderuit schoffelt, wordt zo langzamerhand genant.

Toen een aantal jaren geleden de door Benvenuto Cellini gemaakte Saliera (zoutvat), waarde meer dan 20 miljoen euro, kinderlijk eenvoudig gestolen werd uit het Kunsthistorisches Museum in Wenen verklaarde Hill met grote stelligheid dat een Servische bende verantwoordelijk was en dat deze diefstal snel zou worden opgehelderd. In dat laatste had hij gelijk: kort na zijn duimzuigerij werd een inwoner van Wenen gearresteerd die geheel onvoorbereid in een dronken bui steigers voor het museum op klom, een raam en een vitrine in sloeg en er met de saliera vandoor ging. Inbraak en diefstal duurden 58 seconden, maar volgens Hill was het het werk van Servische professionals.

Nu weet hij het weer zeker: een Ierse bende zit achter de inbraak in de Kunsthal. Het klopt dat een Ierse bende op pad is, was, door Europa om in te breken in musea. Echter: alleen in natuurhistorische musea om hoorns van neushoorns te stelen.

Opnieuw lijkt het er sterk op dat gepensioneerde Hill beter kan gaan golven in plaats van zich te wagen aan voorspellingen die keer op keer niet uit komen.

Ierse bende? Dan wel met banden in Roemenië waar vandaag drie vermoedelijke daders werden gearresteerd.

Ton Cremers 

January 23rd, 2013

Posted In: Columns Ton Cremers, diefstal uit kerken, Kunsthal

Kunsthal Rotterdam – helderziendheid van Charles Hill valt een beetje tegen…

23/01/2013 – 01:39Gisteren was in een Nederlandse krant te lezen dat achter de inbraak en diefstal uit de Kunsthal zo goed als zeker een Ierse bende schuil ging, althans volgens Charles Hill, voormalig Scotland Yard rechercheur:

door Jolande van der Graaf 

ROTTERDAM, maandag 

Achter de megakraak in de Rotterdamse Kunsthal waarbij in oktober vorig jaar voor honderd miljoen aan schilderijen is buit gemaakt, zit volgens de internationaal vermaarde politie-inspecteur Charley Hill vrijwel zeker een beruchte Ierse roversbende.De gepensioneerde Engelse topagent, die jaren aan het hoofd stond van Scotland Yard’s Art Squad, benadrukt dat de twee inbrekers zeer professioneel toesloegen. De binnen tweeënhalve minuut gepleegde inbraak werd bovendien tot in detail voorbereid. Die werkwijze doet in alles denken aan de Rathkeale Rovers, die momenteel in heel Europa toeslaan , aldus Hill. De Britse speurder wist in het verleden met undercoveroperaties over de hele wereld tal van beruchte kunstroven als de diefstal van De Schreeuw (Munch) en van Schrijvende vrouw met dienstbode (Vermeer) op te lossen.

De voorspellende gave van Charles Hill, die zich in bovengenoemd artikel op schaamteloze wijze aanbiedt als bemiddelaar in de Kunsthalzaak en de Rotterdamse politie onderuit schoffelt, wordt zo langzamerhand genant.

Toen een aantal jaren geleden de door Benvenuto Cellini gemaakte Saliera (zoutvat), waarde meer dan 20 miljoen euro, kinderlijk eenvoudig gestolen werd uit het Kunsthistorisches Museum in Wenen verklaarde Hill met grote stelligheid dat een Servische bende verantwoordelijk was en dat deze diefstal snel zou worden opgehelderd. In dat laatste had hij gelijk: kort na zijn duimzuigerij werd een inwoner van Wenen gearresteerd die geheel onvoorbereid in een dronken bui steigers voor het museum op klom, een raam en een vitrine in sloeg en er met de saliera vandoor ging. Inbraak en diefstal duurden 58 seconden, maar volgens Hill was het het werk van Servische professionals.

Nu weet hij het weer zeker: een Ierse bende zit achter de inbraak in de Kunsthal. Het klopt dat een Ierse bende op pad is, was, door Europa om in te breken in musea. Echter: alleen in natuurhistorische musea om hoorns van neushoorns te stelen.

Opnieuw lijkt het er sterk op dat gepensioneerde Hill beter kan gaan golven in plaats van zich te wagen aan voorspellingen die keer op keer niet uit komen.

Ierse bende? Dan wel met banden in Roemenië waar vandaag drie vermoedelijke daders werden gearresteerd.

Ton Cremers

January 23rd, 2013

Posted In: Geen categorie

Tags: , , , , , , ,

This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 22nd, 2013

Posted In: De Kunsthal, diefstal uit museum

In dit rapport presenteerde de Erfgoedinspectie augustus 2012 de geanonimiseerde resultaten van een onderzoek uit 2011 naar integrale veiligheidszorg bij rijksgesubsidieerde collectiebeherende instellingen.

De inspectie werd uitgevoerd op verzoek van de Directie Cultureel Erfgoed (DCE) van het ministerie OCW. Voor alle duidelijkheid, de Erfgoedinspectie is ook een afdeling van OCW. Op basis van prestatieafspraken met DCE moeten de verzelfstandigde rijksmusea per 1 januari 2011 de beschikking hebben over een integraal veiligheidsplan.

De resultaten van de inspectie zijn in september 2011 gedeeld met DCE.

Daarna heeft de Erfgoedinspectie een jaar (!) nodig gehad de resultaten in een summier rapport naar buiten te brengen.
Als daartoe aanleiding was heeft DCE contact opgenomen met de betreffende instelling.

De Erfgoedinspectie heeft in april 2011 38 instellingen per e-mail uitgenodigd de vragenlijst in te vullen. Bij het sluiten van de inzendtermijn hadden 35 instellingen de vragenlijst ingevuld. Twee instellingen bleken onder één organisatie te vallen en hebben daarom één vragenlijst ingevuld.

De instellingen werden bevraagd op een aantal gebieden: het integraal veiligheidsplan, collectiehulpverlening, calamiteitenoefeningen, risicoanalyse, maatregelen naar aanleiding van de risicoanalyse, incidentenregister en de veiligheidsregio.

Definitie Integraal veiligheidsplan door DCE / Erfgoedinspectie: “Het geheel van plannen voor de integrale veiligheidszorg zoals bedrijfhulpverlening, collectiehulpverlening, informatiehulpverlening, bewaking en beveiliging”.

Je mist in deze definitie brandveiligheid.Wel BHV en collectiehulpverlening, wat te doen als het fout gaat, maar niet preventie en dat terwijl beveiliging en bewaking wel vermeld worden.

Ondanks de prestatieafspraak blijken 11 van de 35 instellingen die de vragenlijst invulden niet in het bezit te zijn van een integraal veiligheidsplan, 32% dus. Een zorgwekkende constatering 11 jaar nadat de Erfgoedinspectie een rapport publiceerde onder de titel: “Het risicobeheer in twintig verzelfstandigde musea: een inventarisatie”; negen jaar (2002) nadat de Haagse Pilot werd opgezet waarbij 18 collectiebeherende instellingen, inclusief enkele rijksgesubsidieerde, werkten aan het ontwikkelen van een integraal veiligheidszorgplan, en ruim 6 jaar nadat toenmalig staatssecretaris Medy van der Laan financiën beschikbaar stelde opdat collectiebeheerders in heel
Nederland via regionale projecten konden werken aan hun veiligheidszorg.

Het is schrikken dat 30% van de verzelfstandigde rijksmusea na al die incidentele financiële injecties, plus de niet geringe vaste ondersteuning die deze grootste subsidieslurpers uit belastingopbrengsten krijgen, na meer dan 20 jaar – laten we niet vergeten dat al die musea verzelfstandigden in de jaren negentig van de vorige eeuw – hun veiligheidszorgzaken niet op orde hebben. En dat terwijl op deze musea door de Erfgoedinspectie – een kostbare
overheidsdienst – constant toezicht wordt gehouden.

Het is echter nog erger: de helft van deze collectiebeheerders heeft geen compleet integraal plan. De instellingen die niet over een integraal veiligheidsplan of over een onvolledig plan beschikken, geven daarvoor als voornaamste redenen: gebrek aan personele middelen, gebrek aan tijd, gebrek aan financiële middelen en gebrek aan kennis.

Gebrek aan kennis? Hoe is dat mogelijk? In de inleiding van het rapport staat te lezen dat de overheid al sinds 2005 een Kenniscentrum Veiligheid Voor Cultureel Erfgoed heeft. De kennis lijkt dus voor het grijpen te liggen.Gebrek aan tijd, personeel en geld? Zal het misschien zo zijn dat het eerder een kwestie is van gebrek aan prioriteit en motivatie? Ook al kan je je dat niet voorstellen want in de periode sinds de publicatie door de Erfgoedinspectie van het rapport “Het risicobeheer in twintigverzelfstandigde musea: een inventarisatie” deden zich inbraken met diefstal voor in het Museon Den Haag (zes miljoen aan diamantensieraden, onder andere Portugese kroonjuwelen, werd gestolen, niets teruggevonden), het VanGoghmuseum (twee schilderijen, nog steeds zoek), het Frans Halsmuseum(gestolen schilderijen zijn terug), het Westfries Museum te Hoorn (meer dan 20 schilderijen plus een aantal zilveren voorwerpen, niets teruggevonden); het Armando Museum brandde af en de gehele collectie ging verloren, hetSchutterijmuseum in Steijl brandde af en er was een gewapende overval op het Scheringa Museum (niet opgelost). Deze opsomming is verre van compleet, want er deden zich meer inbraken, diefstallen, waterschades en branden voor.

Ook kan je je niet voorstellen dat de overheid de verzelfstandigde musea qua middelen in de kou laat staan, want het zijn slechts de organisaties die in een tijd toen dat een politieke hype was verzelfstandigden. De collecties en gebouwen zijn nog steeds eigendom van de overheid. Mocht het waar zijn dat de verzelfstandigde organisaties te weinig middelen krijgen van die overheid, dan wordt het werkelijk interessant, want de Erfgoedinspectie (overheid) doet op verzoek van de Dienst Cultureel Erfgoed (overheid) een onderzoek naar het beheer door private organisaties van overheidscollecties in overheidsgebouwen en daar komt o.a. uit dat de overheid onvoldoende middelen beschikbaar stelt… Wanneer het beheer onder de maat is, de cijfers geven dat aan, doordat de verzelfstandigde organisaties onvoldoende middelen krijgen, dan geeft de overheid zichzelf hier een draai om de oren.

Dat 66% van de zelfstandige organisaties nooit oefent roept vragen op over het toezicht door de overheid (= Erfgoedinspectie).Veertien procent van de organisaties analyseerde nooit de risico’s en dat terwijl een risicoanalyse uitgangspunt en basis is van het veiligheidszorgbeleid. Van de organisaties die wel een risicoanalyse uitvoerden nam 60% geen maatregelen n.a.v. die risicoanalyse omdat dat ‘niet hoefde’. Met andere woorden: de zorg voor de veiligheid is volgens die organisaties perfect geregeld. Goed nieuws? Misschien, maar in het licht van alle andere cijfers twijfelachtig. Risicoanalyses waarbij geen verbeterpunten worden geconstateerd zijn een witte raaf, maar blijkbaar vond de Erfgoedinspectie bij het onderzoek een hele vlucht witte raven.

Vijftien procent van de organisaties houdt incidenten niet bij. Dat cijfer verbaast niet, want komt bijna exact overeen met het aantal organisaties dat nooit een risicoanalyse maakte. Helaas geeft het rapport van de Erfgoedinspectie niet aan of dit dezelfde organisaties zijn. Een gemiste kans, of gebrek aan openheid?

Sinds 2005, ook betaald uit belastingopbrengsten, beheert het KVCE de Database Incidenten Cultureel Erfgoed (DICE). Hier kunnen musea geanonimiseerd hun incidenten melden opdat het KVCE gericht kan adviseren aan de collectiebeherende sector. Helaas meldt 58% van de verzelfstandigde musea nooit iets in DICE (en DICE heeft andersom na al die jaren nog nooit iets geadviseerd aan de collectiebeherende sector als geheel op basis van in DICE gemelde incidenten).

Niet duidelijk is of de 42% die wel iets gemeld heeft in DICE structureel meldt. Dat kom je ook niet te weten wanneer in een onderzoek daar niet expliciet naar gevraagd wordt.

Overigens: 29% van de beheerders van rijkscollecties meldt incidenten ook niet aan de eigen inspectie.

Nog een paar cijfers: 14% van de organisaties is niet bekend met de veiligheidsregio en de helft heeft geen afspraken met die veiligheidsregio over bestrijding van rampen en crisisbeheersing.

De conclusie dat het beheer van ‘onze’ nationale collecties kwalitatief onvoldoende is, is gerechtvaardigd. Dat is niet alleen de zelfstandige organisaties aan te rekenen, maar ook het lakse, want sanctieloze, toezicht door de Erfgoedinspectie. Of zal het zo zijn dat die inspectie, en het KVCE, de deskundigheid ontberen om professioneel
voor te lichten en te controleren?

Nogmaals: in de inleiding van het rapport door de Erfgoedinspectie wordt de prestatieafspraak vermeld die DCE heeft met de verzelfstandigde Rijksmusea: per 1 januari 2011 hebben van een integraal veiligheidszorgplan. Meer dan de helft van die musea heeft geen, of geen volledig plan en dat terwijl de overheid hier jaarlijks tientallen miljoenen in pompt. Er is dus een afspraak en die wordt niet nagekomen. Wat nu? Over tien jaar weer een rapport met ongeveer dezelfde conclusies als in 2000 en 2011?

Heeft Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur, dan toch gelijk dat musea zich zakelijker moeten manifesteren?

Zou dit wanpresteren in een profitsector waar voor miljoenen aan kostbaarheden moeten worden beschermd worden geaccepteerd? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Als het gaat om Rijkseigendom en belastinggeld worden blijkbaar softere eisen gesteld, en als ze al gesteld worden is er geen sanctie – verminderen subsidie of personele gevolgen op managementniveau – op niet nakomen.

Let wel: we hebben het hier over de KERNTAAK veiligheidszorg en niet over een marginale verantwoordelijkheid.

Rapport is te downloaden op:
http://www.erfgoedinspectie.nl/uploads/publications/rapport_inspectie_integrale_veiligheidszorg.pdf

Ton Cremers

 

January 20th, 2013

Posted In: Columns Ton Cremers, DICE Database Incidenten Cultureel Erfgoed, Dienst Cultureel Erfgoed, Erfgoedinspectie

Nigeria – Arts of the Benue River Valley

http://www.museum-security.org/opoku_nigeria-benue-valley.htm

January 15, 2013

Nigeria – Arts of the Benue River Valley

Arts de la valle de la Bnou Nigeria

 

 

 

We have just received an excellent catalogue of the exhibition, Arts de la valle de la Bnou Nigeria (Nigeria – Arts of the Benue River Valley) which is taking place at the Muse du Quai Branly in Paris, France from 13 November 2012 to 27 January 2013.

 

The exhibition shows some 150 impressive wood, terracotta and metal sculptures demonstrating the diversity of cultures and the creative genius of the peoples of the Benue Valley.

 

What struck me though, in this Age of Restitution with various discussions about the return of cultural artefacts looted or otherwise illegally exported from Nigeria, is that the artefacts all come from Western institutions and private persons. The artefacts have been lent for the exhibition by institutions and private individuals. Of the 19 institutions, 12 are from the United States of America, 2 from the United Kingdom, 1 from France, 2 from Germany and 2 from Switzerland.  The private individual lenders are also from the United States and Europe but none is from Nigeria.

 

A look at the contributions to the catalogue shows that there are no Nigerians among the writers. We looked at the bibliography given in the catalogue and noted that out of the 76 writers mentioned, 6 came from Nigeria. And the remaining are from the United States and Europe including one Belgian writer of Congolese origin. The preponderance of Western presence is thus massive in all aspects of organizing and presenting the exhibition.

 

In her acknowledgement of the help given by several persons, the curator thanked the lenders and those who helped in the United States of America and in Europe by name, expressing the hope that she had not forgotten to mention the name of any person. Some 183 persons and 24 institutions are mentioned. When she comes to acknowledge the help she and the other scholars had received from Nigerians since 1960, she declares that they are too many to mention and mentions no Nigerian by name or any Nigerian institution. So much for the sincere acknowledgements in French which will presumably not be read by any of those whose help and assistance she wishes to acknowledge. After mentioning so many names in the Western world, she did not seem to find it odd not to mention Nigerians who had helped the scholars. This seems to be a Western scholarly tradition; one treats Americans and Europeans in the way that

most people would expect but when it comes to Africans, there is a very different treatment. I am sure the writer did not intend to offend anyone. But this is what makes such differentiated consideration even more annoying. Africans are accorded different treatment as this appears most natural to some Westerners. Was this difference in treatment accidental or is there a system behind it?

 

The general introduction of the catalogue states that both Fowler Museum and Muse du Quai Branly possess vast collections of Nigerian artefacts. But how did all these excellent works of Nigerian art reach the United States and Europe?

The introduction states that there were essentially two waves of collection of the artefacts from the Benue River Valley. The first wave was constituted by Western anthropologists who did field work in the area between 1949 and 1953

mentioning in particular the research of Laura and Paul Bohannan on the Tiv who were followed by other researchers in the 1950s and 1960s. The second wave of collecting was during the Biafran War (1967-1970) that provoked a large exodus of artefacts via Cameroon for the international market through dealers in Paris and Brussels. Most of those artefacts were acquired by private collectors but later on ended in art galleries in the United States.

 

According to the authors of the Introduction, Marla C. Berns and Richard Fardon, most of the works shown in the catalogue were sold or stolen during and after the Biafran War when art traffickers and dealers profited from the porous of the eastern frontier of Nigeria and the tragic poverty of a country at war. The authors add that in all probability most of the sellers of the objects were not aware that the sale of objects that were the property of their community required export licence. This raises the question whether these sales were legal or not at the various stages of actions that are now some forty years old. The authors quote John Picton as stating that:

 

The fact that a work of art, that formerly was in a shrine or temple, is now in a museum, wherever that museum may be may be, does not automatically lead to the supposition that  the process  of its acquisition was necessarily illegal. Only a thorough research could clarify this question. In the meanwhile, we must agree at least that the object can be seen and published, if we do not want to remain in ignorance nourished by prejudice and disinformation. (P.25)

 

What an extraordinary defence of illegally exported artefacts. The authors have convincingly explained that most of the artworks left Nigeria during or after the Biafran War and that many of the sellers may not have been aware of the need of export licence. But Picton is suggesting that we must not presume that such works left Nigeria illegally and that only thorough research could we settle the question of legality. With all due respect, it would seem to us that most of these objects, like most Nigerian artefacts abroad, must be presumed to have been illegally exported unless the holders can prove the existence of a relevant export licence. The need for export license for antiquities has been a requirement of Nigerian Law since 1953.

 

The fact that some sellers may not have been aware of this legal requirement does not make the export legal. Moreover, the Western purchasers, including the museums, were aware of this requirement but did not bother, as some of them still do not worry about legal requirements. In this regard, I agree with Derek Fincham when he states My rule of thumb when visiting a museum is, if they don’t tell you about the history of an object, there is very good chance it was looted.

In any case, ignorance of legal requirements is no excuse.

 

In an interesting contribution on the development of the market for the arts of the River Benue Valley that completes the catalogue, Hlne Joubert concludes

that the absence of properly regulated market has at least contributed to the preservation and conservation of these artefacts that are now to be found in European and American collections. It is this kind of reasoning; much beloved by Westerners, that annoys most non-Westerners. Having stolen a huge amount of our artefacts, Westerners tell us: be happy, the objects now exist in Europe and America that would otherwise have been destroyed. One could thus justify most criminal and nefarious activities of Europeans in their colonies.

 

What is generally missing in this catalogue is an indication that there is a sincere feeling of unease or guilty conscience among the owners and organizers of the exhibition for the massive illegal transfer of Nigerian artefacts from the River Benue Valley. There is no sign that efforts are being made or will be made to return some of these objects to Nigeria. The National Commission for Museums and Monuments has called for the return of artefacts that left Nigeria illegally for the West. We are not aware that the Commission has approached the organizers of the exhibition or the lenders of objects to arrange for the return of any of the objects.

 

The exhibition which started in the United States of America , in the Fowler Museum, University of California, Los Angeles, (February-July 2011), went to the Smithsonian National Museum of African Art (September 2011-February 2012), then to Cantor Arts Center, Stanford University, May to October 2012)  is now in Muse du Quai Branly Paris, France (November – January 27,1213). But this travelling exhibition will not be shown in Nigeria or any other African country.  Neither the United States nor France would grant visa to Nigerians who want to see these objects of Nigerian culture. So for whom did the Westerners preserve Nigerian cultural objects? Do Nigerians and other Africans need not learn about Nigerian art? This should worry all those concerned with cultural development. In cases such as this exhibition, where we are told that little is known about the objects and that many of them were removed from Nigeria, in 1967-1970 or at an earlier date, a large number of Nigerians will not be familiar with them. Somebody would have to explain to Nigerians why they cannot see the Nigerian objects in this exhibition.

 

This exhibition demonstrates the preponderant influence of the Western world over African art. The West has most of the excellent pieces of African art and has demonstrated that it can organize exhibitions on African art, such as Nigerian art, without the Nigerians and Nigerian scholarly input. These fine objects are African but the rest is Western. Who finally benefits from such exhibitions? No doubt one may find a few of the Nigerian elite who may even express their pride that Nigerian culture is being exhibited in the West but have they thought about the long term effect of such a trend? Have they thought about the negative effect of Western dominance in this as in other areas? Have they considered whether a country that is so dependent on the West to exhibit its culture can truly enjoy the advantages of independence?  The West seems to have taken full control over the narrative of Nigerian Art History. Whoever directs Nigerias culture and cultural policy, directs the destiny of its peoples and that of many African peoples.

 

 

 

Kwame Opoku, 14 January, 2013.

 

 

 Nigeria – Arts of the Benue River Valley.

January 15th, 2013

Posted In: Dr. Kwame Opoku writings about looted cultural objects

In 1987 werd een schilderij van Matisse, “Le Jardin”, gestolen uit het Stockholmse museum voor moderne kunst. Na ruim 25 jaar dook het schilderij weer op bij een Engelse kunsthandelaar die het in opdracht van een Pool moest verkopen. De Poolse aanbieder zou het schilderij al sinds 1990 in zijn bezit hebben. De handelaar liet het schilderij ‘onderzoeken’ door het Art Loss Register waar bleek dat het om een gestolen stuk ging.

Zo ver zo goed: het schilderij zal na wat juridische formaliteiten terugkeren naar het Moderne Museet in Stockholm. Met deze uitkomst moeten wij met ons allen, ook ik, tevreden zijn.

Er is een kanttekening..

Na diefstallen van beroemde meesters uit musea hoor je altijd weer museumdirecteuren verklaren dat de dieven er geen kant mee uit kunnen. Dat ben ik met ze eens, ook al weten we het niet zeker, want  die diefstallen vinden steeds weer plaats.

In het verlengde van dat ‘ze kunnen er niets mee’ hoor je: ‘uiteindelijk keren gestolen schilderijen weer terug’. Dat is helaas slechts af en toe waar. Mij bekruipt bij ze-komen-uiteindelijk-allemaal-weer-terug verklaringen een zorglijk gevoel. Het klinkt als een excuus geen extra aandacht te besteden aan de beveiliging. Wanneer je dan ook nog mag horen dat we ‘van onze musea geen forten kunnen maken’ lijkt de motivatie preventieve actie te nemen helemaal zoek.

Van gestolen schilderijen komt slechts een beperkt aantal terug. Ik kan niet in de toekomst kijken, maar op de terugkeer van alle schilderijen ben ik niet gerust. Berichten over teruggevonden schilderijen zijn een witte raaf tussen alle berichten over diefstallen. Er is geen gelijke tred.

Musea als forten? Ik ken ze niet.

Al die relativerende verklaringen getuigen van een amateuristisch risicobesef en daarmee risicobeheer. Veel van de diefstallen uit musea, in Nederland en elders, hadden voorkomen kunnen worden. Daar is een andere houding bij nodig dan die van sitting duck.

Ton Cremers

January 10th, 2013

Posted In: Columns Ton Cremers, diefstal uit museum, Uncategorized

Oakland museum hit by 2nd burglary – SFGate

http://www.sfgate.com/crime/article/Invaluable-item-stolen-from-Oakland-museum-4177973.php

January 10, 2013

  • A larger sign on the corner of Oak and 10th Streets marks the newly restored Oakland Museum of California. Photo: Michael Macor, The Chronicle / SF

     

(01-08) 22:11 PST OAKLAND — A burglar made off with valuable Gold Rush artifacts in the Oakland Museum of California‘s second break-in in less than two months, police said Tuesday.

The latest theft happened at about 3:15 a.m. Monday, when at least one burglar got into the museum at 1000 Oak St. and stole a quartz and gold box dating to the Gold Rush, museum and police officials said. That object includes ornamentation depicting early California and could be valued at more than $800,000.

“I can confirm that the museum did have another break-in, and items were stolen,” said museum director Lori Fogarty. “We are currently actively working with OPD investigators and expect to release more details on the theft and the items that were stolen.”

Museum spokeswoman Kelly Koski said surveillance video showed a single thief inside the galleries.

Invaluable artifact

The quartz and gold box that was stolen hadn’t been appraised in many years and its value was unclear, although Koski called it “a rare object.”

“The historical value of the object outweighs any dollar value it could have,” Koski said. “It’s invaluable when looked at in terms of our history.”

However, Anne Campbell Washington, Mayor Jean Quan‘s chief of staff, described the object as a “casket” valued at more than $800,000.

“The museum is one of the cultrual gems of Oakland,” Washington said. “The item represents a part of our history that’s invaluable.”

A news conference at the museum was scheduled for Wednesday, at which officials said they would also offer a reward for the “safe return of the object.” Quan was also expected to attend.

It is the second such break-in at the museum – located adjacent to an Alameda County courthouse – in as many months.

Late on Nov. 12, at least one burglar broke into the museum and made off with historic artifacts, including pieces of gold.

Earlier break-in

The gallery that was burglarized at that time houses American Indian artifacts, historical photos, and tools and mining equipment from the Gold Rush. That break-in was captured on a surveillance video.

A museum security guard alerted police to the first break-in after seeing a man in the video in the museum’s Gallery of California History, Fogarty said.

In that break-in, the man entered the museum’s second floor through a door to its garden and then broke through several Plexiglas display cases, stealing artifacts and valuable items before fleeing. Although Fogarty declined to elaborate, police said the stolen items included pieces of gold worth thousands of dollars. Those artifacts have not been recovered.

Subheed heere

The museum, which has 24-hour security, had never been burglarized before November, Fogarty said.

Established in 1969, the museum also features art and nature galleries as well as special exhibitions, none of which was affected, Fogarty said. All told, the museum has 2 million items in its collection.

Both burglaries happened on Mondays, when the museum was not open to the public. The museum is closed on Mondays and Tuesdays.

Staff writers John Cote and Matthai Kuruvila contributed to this story.

Oakland museum hit by 2nd burglary – SFGate.

January 10th, 2013

Posted In: Museum thefts

This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 9th, 2013

Posted In: fakes and forgeries

Thieves hit Bergen museum, again

January 7, 2013

Art thieves described as “professional” and extremely goal-oriented struck an art museum in Bergen over the weekend for the  second time in three years. They made off with another haul of valuable Chinese antiques in porcelain, jade, bronze and paper.

Several photos of art objects in the Permanenten art museum's collection were published on the museum's website during the weekend, with descriptions of art stolen early Saturday morning. The collection was also the target of art thieves in 2010. PHOTO: Kunstmuseene i Bergen

Several photos of art objects in the Permanenten art museum’s collection were published on the museum’s website during the weekend, with descriptions of art stolen early Saturday morning. The collection was also the target of art thieves in 2010. PHOTO: Kunstmuseene i Bergen

“The thieves operated quickly, effectively and professionally,” Erlend Høyersten, director of the city’s group of art museums (Kunstmuseene i Bergen), told newspaper Aftenposten. “It’s entirely clear that they knew what they were after.”

Høyersten thinks the thieves had a “shopping list” of sorts when they hit the group’s Permanenten Vestlandske Kunstindustrimuseum, and likely were hired by carry out the theft by clients keen on obtaining Chinese artifacts. The museum’s Chinese collection is one of the largest of its kind in Europe, originally containing around 2,500 items that were donated to the museum by Norwegian adventurer and general Johan Wilhelm Normann Munthe, who died in 1935.

Around 56 items in the collection disappeared in 2010 when the museum known mostly as Permanenten was the target of another break-in. This time the thieves broke into the museum around 5am on Saturday, with surveillance cameras picking up photos of two men wearing high-beam headlights and using crowbars to smash into glass cases. They quickly assembled items into cartons and fled within minutes.

Police told Norwegian Broadcasting (NRK) during the weekend that they also were investigating two mysterious car fires in Bergen reported about the same time early Saturday morning. The fires were considered unusual, and possibly timed to divert police attention from the museum theft to help the thieves get away.

The museum has published a series of photos on its website describing the art that was stolen (external link, in Norwegian, but click on the photo to see others). Some of the large pieces in the museum’s collection are up to 4,000 years old, but the thieves concentrated on small items that were easier to handle and which are believed to be popular on the international market.

Herman Friele, former mayor of Bergen, was upset by the latest museum theft and blamed poor security at the museum. “It’s a shame that we haven’t managed to take better care of this collection,” Friele told newspaperBergens Tidende. “It’s incomprehensible that we’re so naive that we haven’t learned from the first break-in. We almost deserved to be robbed again.”

Bergens Tidende wrote just last month that the museum still hasn’t determined the value of the loss from the robbery in 2010, and has filed no insurance claim over it. Friele accused museum officials of being too passive, and urged the museum’s board of directors to demand improvements.

via Thieves hit Bergen museum, again : Views and News from Norway.

January 8th, 2013

Posted In: Museum thefts

Grave concern for stolen religious treasures – Cyprus Mail

http://www.cyprus-mail.com/cultural-heritage/grave-concern-stolen-religious-treasures/20130106

January 8, 2013
One of the treasures now languishing in a German police office

GRAVE concern for the future of religious treasures seized by the Turks and held at a police station in Munich, Germany, since 1997 has been expressed by the founder of Walk of Truth, Tasoula Hadjitofi.
Her comments come after the German newspaper Abendzeitung Munich reported in December that Turkish antiquities official Aydin Dikmen has not only claimed the antiquities as part of his wife’s dowry but has asked for financial compensation from the Church in the event they are returned.
Hadjitofi said if this is true, the work by all those seeking the return of the items over the years must be taken into account and an investigation should be started to show how the case reached this point.
She also raised alarm bells over the condition the items are now in, having lain in the Bavarian police station for 15 years.
The treasures were found in Dikmen’s Munich apartment after coordinated actions of the Bavarian police and Hadjitofi, who at that time was serving as a representative of the Church for Cultural Heritage and Consul of Cyprus in The Hague.
At the same time, in a letter to Walk of Truth the mayor of Kyrenia Glafcos Kariolou calls for full details and information on the fate of religious images from Kyrenia that are now in the hands of the Bavarian police. The mayor says a clear assessment of the situation both in Munich and other cases of stolen treasures following the 1974 invasion needs to be made so the municpality can draw up a programme to secure their return.
Particularly serious concern on the subject was expressed by Kyrenia Bishop Chrysostomos during a recent visit to Holland where he begged to be updated regularly by the Walk of Truth about developments in court cases concerning treasures stolen from Kyrenia.
Hadjitofi has asked the Law Office of Michalakis Kyprianou to prepare a legal report that shows the state of affairs with specific recommendations for future steps that need to be made for the safe repatriation the treasures of Kyrenia found in Dikmen’s apartment.
Walk of Truth is an independent, non-profit, non-governmental organisation based in The Hague, The Netherlands. It was established to raise awareness of the value of cultural heritage in all its forms. It is particularly involved in tracing Cyprus artifacts that disappeared after the 1974 invasion.

 

Grave concern for stolen religious treasures – Cyprus Mail.

January 8th, 2013

Posted In: Cyprus

WILL BOSTON MUSEUM OF FINE ARTS RETURN LOOTED BENIN BRONZES

http://www.museum-security.org/opoku_boston_return.htm

January 6, 2013

 

 

 

 

The public interest must surely be in upholding the rule of law, rather than promoting an international free-for-all through the unrestricted circulation of tainted works of art. Do we really wish to educate our children to have no respect for history, legality and ethical values by providing museums with the opportunity freely to exhibit stolen property?

 

Extract from a letter by several members of the British House of Lords. (1)

 

 

Commemorative head of an Oba, Benin, Nigeria, now in Museum of Fine Arts, Boston, USA.

 

 

Readers may recall that when the Museum of Fine Arts, Boston, USA, recently acquired by donation a number of looted Benin artefacts, there was a large public outcry against this acquisition of blood antiquities by a leading and respected American museum(2) The Nigerian Commission for Museums and Monuments demanded the immediate return of the looted objects(3) Other writers also urged the return of these precious artefacts that the British had looted in a violent invasion of the flourishing Benin Kingdom in 1897(4) Ligali, a Pan-Africanist activist group, wrote to the Boston museum requesting the return of the objects to their rightful owners. In his response to Ligali, the director of the Boston museum mentioned that his institution had informed the Oba of Benin of the acquisition. (5) An impression was thus created that the Benin Royal Family had acquiesced in the acquisition, and in any case, had not protested against it.

 

 

Members of the notorious British Punitive Expedition of 1897 against Benin, posing proudly with looted Benin ivories and bronze objects.

 

 

The Benin Royal Palace was surprised to hear that the museum was claiming the acquisition met all legal standards and that no claim had been made against it. The Oba has always made it very clear that the looted Benin artefacts belong to the people of Benin and the Oba. The statement by the Boston museum did not reflect the truth. The Oba of Benin is against any form of donation, auction or exhibition of stolen Benin spiritual, traditional, cultural and decorative art works in Europe and in America. The stolen Benin artefacts should be returned to the original owners. Attempts should not be made to throw doubts on the position of the Oba of Benin as regards the looted Benin objects. The Oba and the people of Benin demand their return(6)

Similarly, the Nigerian Commission for Museums and Monuments(NCMM), the organ charged with preservation of Nigerias culture and cultural objects, has also made its position clear in a statement issued by Yusuf Abdallah Usman,Director General of NCMM:

For the avoidance of doubt we hereby place it on record that we demand, as we have always done, the return of these looted works and all stolen, removed or looted artefacts from Nigeria under whatever guise.

 

 

We wish to call on the management of the Museum of Fine Arts, Boston, USA, to as a matter of self-respect, return the 32 works Nigeria, the rightful owners forthwith(7)

What will the venerable Museum of Fine Arts, Boston do? Will it act as most people have urged it to do? Would it follow the advice of a Western blogger who stated in an article titled The MFA’s new acquisition of Benin artifacts proving to be a tricky bitch already :

If the MFA was at all interested in joining the rest of us here in the 21stcentury, it might begin by repatriating the objects to Nigeria and hammering out a deal for exchanges between our countries. Then it might consider taking the initiative and acknowledging fishy or limited provenance in the history of all its objects, not just the ones on trial, and make a whole-hearted effort to discover their true origins. Then it might acknowledge that many of the objects in their collection may still hold significance for living cultures and be less stingy when those cultures come forward and ask for repatriations. Then it might do a much better job of educating its public about art crime, the modern commercial exploitation of archaeological sites, and the past and present war time looting that scatters artifacts and attempts to destroy cultures and ideologies. But instead, it will continue to drag its feet and deny a formerly occupied country the right it has to its stolen heritage.

Dont be that guy, MFA. Be brave(8)

 

 

Relief plaque depicting a battle scene. Benin, Nigeria, now in Museum of Fine Arts, Boston, United States of America.

 

 

But will the museum management have the courage and strength of character to make a new beginning in its history of restitution unless some pressure is put on it as the Italians did and secured the return of their looted objects? (9) The Nigerians must consider what measures they could take to achieve the objective of return of the artefactsNigeria must learn from the experience of States such as Egypt, Italy and Turkey that have been successful in securing the return of their looted artefacts (10). These States have followed their demands with concrete measures that obliged holding museums to consider seriously their demands for restitution. The domination of the West over Nigeria as well as the persistence of neo-colonial ideology seem to weaken Nigerias attempts at restitution. Radical changes in the culture establishment and the prevailing mentality seem urgent if Nigeria is to become really independent in its cultural policies. Queen-Mother Idia, Oba Akenzua I, Oba Ewuakpe and the other icons that have been in forced Western detention for decades are highly unlikely to return if the current age-old quite diplomacy policy, suffering and smiling line, prevails.

 

 

The Museum of Fine Arts, Boston, cannot deny to Nigerians what it has admitted, albeit reluctantly, to Italians, the right of owners to claim their looted cultural objects. The museum must finally admit that the Age of Restitution has arrived and attempts to put obstacles in way of claimants or to offer bogus arguments would, in the long run, not stop the movement of humanity towards more justice and equity. The museum could also follow the example of the Dallas Museum of Art which recently returned voluntarily to Turkey the Orpheus Mosaic that it acquired in 1999 after evidence was provided that the object had been looted from Turkey. (11)

 

 

An innocent African might be forgiven for thinking that a museum in a city that played a very prominent role in the American Revolution, a museum in a

country that always speaks loudly about human rights, would easily understand the need of Africans for their looted cultural artefacts. But Western museums are said to be offspring of the European Enlightenment. When the Enlightenment philosophers talked of human beings they did not include us Africans. It seems some museums have inherited the European philosophers racist attitude that Africans are not really part of humanity and that the Europeans and Americans have a right, indeed a duty, to determine the location and utilization of our human, natural and cultural resources. How otherwise can we explain that Westerners whose religions and morality condemn roundly the stealing of other peoples property can still in our days defend the indefensible keeping of looted artefacts? They do so without any shame and advance completely baseless arguments.

 

 

The people of Boston and indeed the whole Western world now know that Boston is keeping looted Nigerian artefacts in its Museum of Fine Arts and that the owners have been demanding their return without success.  Will the venerable museum pay any attention to the recent unanimous resolution of the United Nations, A/Res/67/80 which was sponsored by a large number of Member States including the United States? (12) Will Bostonians and indeed US Americans be proud of such an institution that acts in violation of United Nations resolutions and UNESCO principles? Would they not demand from the museum management an explanation and possible correction of such a shameful situation?

 

 

Do the museum officials and their trustees believe in freedom to develop and practice freely ones religion and culture? Are they not worried as a rich city, to be seen as robbing the poor of their cultural property? Those unwilling or unable to condemn the evil imperialist aggression and looting of the past are not very likely to condemn looting of the present. These are some of the issues that need to be discussed. If the museum retains the looted Benin artefacts, it will be acting against the will of the Benin people, the Oba and against the request of the Nigerian Commission for Museums and Monuments, the organ charged with the preservation and conservation of Nigerian cultural objects.

 

 

Portuguese soldier, Benin, Nigeria, now in Museum of Fine Arts, Boston, United States of America

 

 

Should the Museum of Fine Arts, Boston, decide not to return the looted Benin artefacts and go on to organize its Benin exhibition without the people of Benin, without the Nigerians and against the will of Oba Erediauwa, the gread-grandson of Oba Ovonramwen from whose palace the British looted the artefacts, this will constitute a great insult to Nigerians and by implication, to all Africans. The damage done would be considerable. Future co-operation with the museum would be difficult for all African governments and museums. The African Council of Museums (AFRICOM) will no doubt have to take a stand on this matter as Nigeria is a member of the council. The Boston museum must ask itself what the purpose of the Benin exhibition will be. The African people will note how much or little respect American and Western institutions have for our freedoms of religion and culture. We would also know how to assess loud statements and claims about human rights.

 

 

R.H. Bacon, the Punitive Expeditions Intelligence Officer wrote on the burning of the Benin Royal Palace:

There was a dim grandeur about it all, and also

these seemed to a fate. Here was this head center

of iniqiuty, spared by us from its suitable end of

burning for the sake of holding the new seat of

justice where barbarism had held away, given into

our hands with the brand of Blood soaked into

every corner and …….. fire only could purge it, and

here on our lassa day we were to see its legitimate fate

overtake it.” (13):

 

 

 

 

                                                                                     K. Opoku, 1 January, 2013.

 

 

NOTES

 

 

1. Extract from a letter by several members of the British House of Lords (1)

http://www.timesonline.co.uk

 

 

2. K. Opoku, Blood Antiquities in Respectable Havens: Looted Benin Artefacts

Donated to American Museum, http://www.modernghana.com

3. Statement of the National Commission for Museums and Monuments, reproduced in K.OpokuNigeria Reacts to Donation of Looted Benin Artefacts to Museum of Fine Arts, Boston, http://www.modernghana.com

4. Tajudeen Sowole, After Sotheby’s controversial sales, great-grandson of another beneficiary discloses over thirty of 1897 looted Benin art pieces, http://africanartswithtaj.blogspot.co.at/

5. Ligali, Boston Museum opens dialogue over looted Benin artefacts. www.ligali.org

6. Akenzua, Edun (2000). “The Case of Benin”Appendices to the Minutes of Evidence, Appendix 21, House of Commons, The United Kingdom Parliament, March2000http://www.publications.parliament.uk/pa/cm199900/cmselect/cmcumeds/371/371ap27.htm 

7. Yusuf Abdallah Usman, Statement of the Director General, titled, Controversial Donation of Looted Benin Art, reproduced in K. Opoku, Nigeria Reacts to Donation of Looted Benin Artefacts to Museum of Fine Arts,Boston,http://www.modernghana.com

8. http://www.thingsyoucanttakeback.com/2012/07/the-mfas-new-acquisition of-benin.html

9 MFA agrees to return disputed art to Italy, www.boston.com

10. Chasing the Aphroditehttp://chasingaphrodite.com/2013/01/04/chasing-aphrodite-2012-the-year-in-review/

 

 

11. Dallas Museum of Art returns to Turkey artefacts, ir acquired in 1999, Orpheus Mosaic, after evidence was provided that object was apparently looted from Turkey.

http://www.dallasnews.com

http://lootingmatters.blogspotMuseum returns stolen artefactshttp://www.iol.co.za/scitech/science/discovery/museum-returns-stolen-artefacts-1.1436435

 

 

12. See the latest General Assembly resolution, A/RES/67/80, titled Return or restitution of cultural property to the country of origin, which was adopted unanimously on 12 December, 2012. The resolution had been co-sponsored by 98 Member States including Canada, Italy, Mexico, Russia, Spain, and the United States of America.

13. R. H. Bacon, Benin: City of Blood (pp. 107-108) cited by the great Ekpo Eyo, Benin; The Sack that was, http://www.edo-nation.net/eyo.htm

Oba Ovonramwen, during whose reign the British looted the Benin Bronzes with guards on board ship on his way to exile in Calabar in 1897. The gown he is wearing hides his shackles. Photograph by the Ibani Ijo photographer J A Green. From the Howie photo album in the archives of the Merseyside Maritime Museum

WILL BOSTON MUSEUM OF FINE ARTS RETURN LOOTED BENIN BRONZES.

January 6th, 2013

Posted In: African Affairs, Dr. Kwame Opoku writings about looted cultural objects

INTERVIEW | NIELS MARKUS − 04/01/13, 00:00

http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/3372000/2013/01/04/Museumdirecteuren-beetje-bang-maken-dat-is-mijn-taak.dhtml

Veiligheidsadviseur Ton Cremers, dé specialist voor alle musea, wereldwijd

Op 16 oktober, vanaf zijn eerste interview met EenVandaag, leek het bijna of Nederland maar één beveiligingsexpert had. Nadat zeven topstukken uit de Rotterdamse Kunsthal waren gestolen, verscheen Ton Cremers in bijna alle kranten en actualiteitenprogramma’s, tot in de Russische pers. Het vroegere hoofd beveiliging van het Rijksmuseum bleek mediageniek. En niet bang zijn mening te geven.

De media kwamen naar hem toe en niet andersom, benadrukt Cremers. “Dat komt denk ik omdat ik als enige Nederlander volledig zelfstandig dit beroep uitoefen, wereldwijd. En ik adviseer alleen musea, geen benzinestations.”

Zijn werk en mediaoptredens doet Cremers uit idealisme, zo zegt hij. “Het delen van die informatie kost mij hooguit klanten, maar ik kies er heel bewust voor. Ik ben bijna 65, mijn kerntaak is dat museumdirecteuren een beetje bang worden van die Cremers. Dat ze hun beveiliging in de gaten houden, omdat het fout kan gaan.”

Zoals in de Kunsthal. Aanvankelijk was de Rotterdammer mild over dat museum, maar zijn toon werd al snel kritischer. “Over het algemeen bescherm ik musea. Ik eet ook uit die ruif. Maar Kunsthaldirecteur Emily Ansenk begon ineens te blaten over ‘state of the art beveiliging’. Terwijl de beveiliging een bende was, anders neem je in twee minuten geen zeven schilderijen mee. Als ik had volgehouden dat het in orde was, had ik mezelf volslagen belachelijk gemaakt in het beveiligingswereldje.”

Cremers noemt Ansenk een ‘blufmanager’. “Wat is dat überhaupt, state of the art? Een uur nadat ze in Nederland arriveerde voor de persconferentie zei ze dat de inbraak in de museumwereld was ingeslagen als een bom. Knap hoor, zo’n onderzoek binnen een uur.”

Later bracht de Kunsthal zelf naar buiten dat de deuren zich ontsloten door het alarmsysteem. Een systeemfout: de deuren horen open te gaan bij het brandalarm, niet bij inbraak. Het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam trok volgens Cremers in 2009 al aan de bel toen een ingenieursbureau vaststelde dat de buitendeuren niet in orde waren. “Die aanbevelingen lijken onvoldoende te zijn opgevolgd.” Na de roof nam één museum contact met Cremers op. Voor inbraakwerende compartimenten, zodat inbrekers niet door het hele museum kunnen lopen, wat in de Kunsthal gebeurde. De Kunsthal kwam niet naar hem toe, maar hij zou adviseren rolluiken aan te schaffen. “Ik ken geen enkel museum waar je vanaf de straat schilderijen van tientallen miljoenen euro’s ziet hangen. De eerste de beste juwelier heeft rolluiken. Om de etalage te zien kun je daar wel doorheen kijken. Het ziet er niet gek uit, iedereen zal begrijpen dat je het doet. Het Rijksmuseum heeft ook rolluiken.”

Hoe staat de beveiliging er daar eigenlijk voor; bij zijn oude werkgever, die in april heropent? “De Nachtwacht zal nooit gestolen worden.” Lachend: “Alleen al omdat die niet te versjouwen is.” Volgens Cremers is het onverstandig überhaupt te proberen in te breken in het Rijks: “In mijn tijd was het al een vesting. De beveiliging is bouwkundig heel solide, met de meest recente elektronische middelen.”

Cremers kan alleen maar hopen dat de familie Cordia, die de zeven werken aan de Kunsthal uitleende, de buit ooit terugkrijgt. “Slechts vijf tot tien procent van de kunstroven wordt opgelost.” Eind oktober kreeg Cremers een tip van een buitenlands politiekorps dat de roof mogelijk verband houdt met een cocaïnevangst in de Antwerpse haven, waarna hij verhoord werd door de Nederlandse politie. Dat veel kunstroven niet worden opgelost, wijt hij aan de politie zelf: “Er is geen overleg tussen die politiekorpsen. Ze willen allemaal met de eer strijken.”

Toch vindt hij de verhalen over drugshandel ongeloofwaardig. “Wat moet een Colombiaanse drugsbaron met onverkoopbare schilderijen?” Toen laatst zilverwerk werd gestolen uit Huis Doorn dacht Cremers nog dat dat misschien opnieuw de Kunsthaldieven waren. “Ik hoor nu veel over bendes uit Servië, maar voor hetzelfde geld zit een dronken idioot uit dezelfde stad erachter.”

++++++++++
Ton Cremers
+31624224620
http://www.linkedin.com/in/toncremers
https://groups.google.com/group/museum_security_network
http://www.museum-security.orgStolen Egyptian Ka Nefer Nefer Mask in Saint Louis Art Museum<http://tinyurl.com/7r6kosa>
++++++++++++++++++++++++++++

January 5th, 2013

Posted In: Columns Ton Cremers, diefstal uit museum

INTERVIEW | NIELS MARKUS − 04/01/13, 00:00

http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/3372000/2013/01/04/Museumdirecteuren-beetje-bang-maken-dat-is-mijn-taak.dhtml

Veiligheidsadviseur Ton Cremers, dé specialist voor alle musea, wereldwijd

Op 16 oktober, vanaf zijn eerste interview met EenVandaag, leek het bijna of Nederland maar één beveiligingsexpert had. Nadat zeven topstukken uit de Rotterdamse Kunsthal waren gestolen, verscheen Ton Cremers in bijna alle kranten en actualiteitenprogramma’s, tot in de Russische pers. Het vroegere hoofd beveiliging van het Rijksmuseum bleek mediageniek. En niet bang zijn mening te geven.

De media kwamen naar hem toe en niet andersom, benadrukt Cremers. “Dat komt denk ik omdat ik als enige Nederlander volledig zelfstandig dit beroep uitoefen, wereldwijd. En ik adviseer alleen musea, geen benzinestations.”

Zijn werk en mediaoptredens doet Cremers uit idealisme, zo zegt hij. “Het delen van die informatie kost mij hooguit klanten, maar ik kies er heel bewust voor. Ik ben bijna 65, mijn kerntaak is dat museumdirecteuren een beetje bang worden van die Cremers. Dat ze hun beveiliging in de gaten houden, omdat het fout kan gaan.”

Zoals in de Kunsthal. Aanvankelijk was de Rotterdammer mild over dat museum, maar zijn toon werd al snel kritischer. “Over het algemeen bescherm ik musea. Ik eet ook uit die ruif. Maar Kunsthaldirecteur Emily Ansenk begon ineens te blaten over ‘state of the art beveiliging’. Terwijl de beveiliging een bende was, anders neem je in twee minuten geen zeven schilderijen mee. Als ik had volgehouden dat het in orde was, had ik mezelf volslagen belachelijk gemaakt in het beveiligingswereldje.”

Cremers noemt Ansenk een ‘blufmanager’. “Wat is dat überhaupt, state of the art? Een uur nadat ze in Nederland arriveerde voor de persconferentie zei ze dat de inbraak in de museumwereld was ingeslagen als een bom. Knap hoor, zo’n onderzoek binnen een uur.”

Later bracht de Kunsthal zelf naar buiten dat de deuren zich ontsloten door het alarmsysteem. Een systeemfout: de deuren horen open te gaan bij het brandalarm, niet bij inbraak. Het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam trok volgens Cremers in 2009 al aan de bel toen een ingenieursbureau vaststelde dat de buitendeuren niet in orde waren. “Die aanbevelingen lijken onvoldoende te zijn opgevolgd.” Na de roof nam één museum contact met Cremers op. Voor inbraakwerende compartimenten, zodat inbrekers niet door het hele museum kunnen lopen, wat in de Kunsthal gebeurde. De Kunsthal kwam niet naar hem toe, maar hij zou adviseren rolluiken aan te schaffen. “Ik ken geen enkel museum waar je vanaf de straat schilderijen van tientallen miljoenen euro’s ziet hangen. De eerste de beste juwelier heeft rolluiken. Om de etalage te zien kun je daar wel doorheen kijken. Het ziet er niet gek uit, iedereen zal begrijpen dat je het doet. Het Rijksmuseum heeft ook rolluiken.”

Hoe staat de beveiliging er daar eigenlijk voor; bij zijn oude werkgever, die in april heropent? “De Nachtwacht zal nooit gestolen worden.” Lachend: “Alleen al omdat die niet te versjouwen is.” Volgens Cremers is het onverstandig überhaupt te proberen in te breken in het Rijks: “In mijn tijd was het al een vesting. De beveiliging is bouwkundig heel solide, met de meest recente elektronische middelen.”

Cremers kan alleen maar hopen dat de familie Cordia, die de zeven werken aan de Kunsthal uitleende, de buit ooit terugkrijgt. “Slechts vijf tot tien procent van de kunstroven wordt opgelost.” Eind oktober kreeg Cremers een tip van een buitenlands politiekorps dat de roof mogelijk verband houdt met een cocaïnevangst in de Antwerpse haven, waarna hij verhoord werd door de Nederlandse politie. Dat veel kunstroven niet worden opgelost, wijt hij aan de politie zelf: “Er is geen overleg tussen die politiekorpsen. Ze willen allemaal met de eer strijken.”

Toch vindt hij de verhalen over drugshandel ongeloofwaardig. “Wat moet een Colombiaanse drugsbaron met onverkoopbare schilderijen?” Toen laatst zilverwerk werd gestolen uit Huis Doorn dacht Cremers nog dat dat misschien opnieuw de Kunsthaldieven waren. “Ik hoor nu veel over bendes uit Servië, maar voor hetzelfde geld zit een dronken idioot uit dezelfde stad erachter.”

++++++++++
Ton Cremers
+31624224620
http://www.linkedin.com/in/toncremers
https://groups.google.com/group/museum_security_network
http://www.museum-security.orgStolen Egyptian Ka Nefer Nefer Mask in Saint Louis Art Museum<http://tinyurl.com/7r6kosa>
++++++++++++++++++++++++++++

January 5th, 2013

Posted In: Columns Ton Cremers, diefstal uit museum

This content is password protected. To view it please enter your password below:

January 3rd, 2013

Posted In: fakes and forgeries